Randy Newman - Ik zou willen dat ik meer platen had gemaakt

Randy Newman (69) is nog het best gekend bij het grote publiek door het nummer dat hij voor Toy Story schreef, You’ve got a Friend in me. Maar Randy Newman is veel meer dan dat. En daarom werd hij de grote headliner dit jaar. Helaas besliste een longontsteking hier anders over en moest hij verstek geven. Dat wisten wij echter nog niet toen we hem belden voor een exclusieve babbel.





Sinds 1969 bracht Randy Newman een klein dozijn studioalbums uit en componeerde hij de soundtrack bij twee dozijn films, waaronder veel Pixars zoals momenteel ook 'Monsters University', maar ook 'Monsters Inc', 'A Bug's Life' en de drie 'Toy Story'-films. Doorheen de jaren werd Newman genomineerd voor twintig Oscars, een record. 

Randy Newman is ook de man die You Can Leave Your Hat On schreef, de song die Joe Cocker coverde en hem één van zijn grootste hits opleverde. In de Vlaamse hitparade heeft hij nooit veel potten gebroken en toch wordt elke nieuwe plaat van hem met open armen ontvangen door een stevige aanhang. Kenmerkend voor Randy Newman is de ironie waar hij vaak mee speelt in zijn liedjes. In 1977 probeerde Newman vooringenomenheid en discriminatie te ridiculiseren door kleine mensen op de hak te nemen, maar die ironie werd vaak misbegrepen.

Lui

Wij bellen hem op een mooie zomeravond. Voor hem is het ochtend, halftien. Opmerkelijk toch voor een man die er in interviews altijd prat op is gegaan dat hij fundamenteel lui is? “Nee, eigenlijk niet. Ik sta vroeg op, ik heb dat altijd al gedaan en de laatste jaren is het nog erger. Ik slaap niet meer goed – dat zal de leeftijd zijn – en dus sta ik ’s ochtends op rond halfzeven. Ik doe gewoon niets van zodra ik op ben. Ik heb een dozijn platen gemaakt, akkoord, maar wel in een periode van ongeveer vijfenveertig jaar. Het hadden er dus veel meer kunnen zijn en ik zou willen dat ik er meer had gemaakt.”

Fan van Kanye West

Doorheen de jaren ontving hij twintig oscarnominaties voor de soundtracks die hij schreef. Waarom heeft hij zoveel soundtracks gemaakt? “De meeste van de films, waarvan me gevraagd is om er een soundtrack bij te schrijven, vind ik zelf ook goeie films. De laatste tijd zijn het grotendeels animatiefilms, maar ik heb ook live-actionfilms gedaan. Het componeren van een soundtrack is hondsmoeilijk, maar het houdt me alert. Het is elke keer weer een uitdaging. En ik geloof ook dat het een betere muzikant en een betere songschrijver van me gemaakt heeft.”

Op YouTube circuleert dezer dagen een filmpje van Jennifer Lawrence die wordt geïnterviewd op het Amerikaanse stripfestival Comic-Con. Jeff Bridges passeert, Lawrence is helemaal starstruck en kan niet veel meer uitbrengen dan “Oh my God!” Zijn er mensen die zo'n effect hebben op Newman? “Nee, niet echt. Ik ben al naar ettelijke oscaruitreikingen geweest, naar de Golden Globes en de Emmy Awards. Daar zie je dan al die mensen die bekend zijn door hun muziek of van televisie of film bij elkaar zitten en dat heeft iets surrealistisch. Dat zijn mensen zoals iedereen, alleen hebben ze gemiddeld genomen iets meer geld dan de doorsnee mens omdat ze bekend zijn.”

En dan bekent hij  toch zijn bewondering voor hiphoppers. “Zo’n hiphoppers als Kendrick Lamar of Kanye West, ik vind het echt knap wat zij doen. Ze zijn jong en ambitieus en doen wat ze willen zoals ze het willen. Ik zou bij gelegenheid wel eens met hen willen samenwerken, maar ik zie niet goed wat ik aan de hiphop kan bijdragen. Misschien toch eens nadenken over een project.”

Dank aan The Simpsons

Newman is iemand die niet zelden ironie en sarcasme bezigt in zijn songs, maar soms ook ‘gewone’ mooie liefdesliedjes zingt zoals het prachtige Feels Like Home uit 2008. Worden die liedjes soms ook verkeerd geïnterpreteerd? “Tegenwoordig niet meer. In negenennegentig procent van de gevallen niet meer. De mensen van vandaag weten beter wat ironie is, herkennen het ook beter. Daar ben ik reeksen als The Simpsons en het recente succes van stand-upcomedy erg dankbaar voor.”

Nog op 'Harps and Angels' uit 2008 bezingt Newman de Belgische friet, in het liedje A Piece Of The Pie. Wanneer was de laatste keer dat hij echte, Belgische frieten gegeten heeft? “Dat was in Antwerpen, ongeveer een jaar geleden. Ik kom graag in Antwerpen. Ik heb er al vaak opgetreden en dan geniet ik ervan om wat door de stad te wandelen en bewonderend te kijken naar die mooie, oude gebouwen. Het leuke aan jullie land is ook dat je – zoals in Antwerpen – letterlijk omringd wordt door restaurants en dat het bijna onmogelijk is om geen heerlijke maaltijd geserveerd te krijgen. Ik kijk ernaar uit om er binnenkort weer te zijn.”

Oud worden

Newman is ondertussen negenenzestig. In het intrieste, maar prachtige Love Story  (1970) zong hij “When our kids are grown and have kids of their own, they’ll send us away to a little home in Florida. We’ll play checkers all day ’till we pass away”. Is hij nog bang voor dat scenario? “Weet je, dat ouder worden valt me verdomd goed mee. Ik heb het beter gedaan dan ik ooit voor mogelijk hield toen ik dat nummer schreef. Ik heb succes gehad, ik ben erin geslaagd om te kunnen leven van mijn muziek en ik ben toch een ietsje zelfverzekerder geworden dan vroeger. Ik hoef niets meer te bewijzen nu.

Alleen had ik gewild dat ik wat meer albums zoals mijn eerste plaat ('Randy Newman Creates Something New Under The Sun' uit 1968) had gemaakt. Die was zo ambitieus. Ik vind dat ik pas recent, in een nummer als A Piece Of The Pie (2008) dat niveau weer gehaald heb. Maar goed, ik moest zien dat er brood op de plank kwam. En al bij al heb ik toch altijd min of meer kunnen doen wat ik wilde doen. Het leven is goed voor me geweest en ik vind oud zijn fantastisch!”

Zelfs een grootheid als Jacques Brel was voor ieder optreden opnieuw zo zenuwachtig dat hij moest overgeven. Heeft Newman dat ook? "Niet in die mate, maar ik ben wel nog zenuwachtig voor elk optreden, ja. Omdat elk publiek anders is en anders kan reageren op de liedjes die je speelt. Dus ik hoop dat ze in Antwerpen wat lief voor me zullen zijn. Ik kijk er alleszins naar uit!"

Maar dat is er dus helaas niet van gekomen. Misschien heeft dit interview dan toch een beetje soelaas gebracht.

24 augustus 2013
Geert Verheyen