Racoon - Het zou leuk zijn om in België een keer echt voet aan grond te krijgen
Met negende studioalbum 'It Is What It Is' keert Racoon terug naar het Engels zonder de roots te verloochenen. Na het succes van 'Spijt Is Iets Voor Later' klinkt de band opnieuw vertrouwd én vernieuwend. Zanger Bart van der Weide laat zijn levensfilosofie de vrije loop in teksten die raken. Op het nieuwe album vinden we sfeervolle popliedjes vol levensthema’s als vriendschap, ouderschap en zelfrelativering. De knappe single Bring Me My Horse gaat over de balans tussen onrust en tevredenheid. Tijd voor een gesprek met gitarist Dennis Huige.
Wat betekent de albumtitel 'It Is What It Is' voor jou?
Dennis Huige: Die titel mag je gerust letterlijk nemen: het is wat het is. Dat zeggen we eigenlijk al jaren tegen elkaar. Racoon is al meer dan dertig jaar bezig. Met de leeftijd komt natuurlijk ook wel meer relativeringsvermogen. Dan kan je die uitspraak zeker gebruiken. Voor sommige dingen kun je op je kop gaan staan, maar het blijft wat het is. Daar heb je je alleen maar bij neer te leggen.
Jullie hebben de voorbije jaren in het Nederlands gezongen. 'Spijt Is Iets Voor Later' heette het vorige album. Waarom nu terug de switch naar het Engels?
Het schrijven van liedjes gaat bij ons vrij automatisch. Als er een idee voor een song opduikt, voelen we al vrij snel of dat een Engels of Nederlandstalig liedje moet worden. Onze liedjes in het Nederlands waren achteraf bekeken een soort uitstap voor ons. We hebben al de jaren daarvoor alles in het Engels gedaan. Het was voor ons best wel een stap om dat weer een keer in onze moedertaal te doen. Alleen is ons dat zodanig goed bevallen, dat we dat blijven doen zijn. Die liedjes in beide talen kunnen gewoon prima naast elkaar bestaan.
'It Is What It Is' is een heel gevarieerd album geworden. Welke track ligt je na aan het hart?
Mijn twee favorieten zijn Bring Me My Horse en Daffodils. Het zijn songs, die er voor mij uit springen. Bring Me My Horse is muzikaal ontzettend simpel. Voor mij is dat een soort "holy grail". Toen we met de band begonnen, maakten we best wel ingewikkelde riffs en moest het allemaal auditief interessant zijn. Hoe ouder ik word, hoe meer ik me realiseer dat het gaat om het verhaal dat verteld wordt. De zang, de melodie en muziek moeten gewoon complementair zijn. De rest is eigenlijk versiering. Hoe simpeler, hoe beter. In dat liedje gaan we aan de slag met drie akkoorden en daar bouwen we ook een heerlijk refrein mee op. Daffodils begon met de tekst van Bart. Daaronder hebben we dan muziek gezet en die hebben we verder uitgewerkt. Op dat nummer ben ik best wel trots.
Is het songschrijven door de jaren heen veranderd?
Er is geen vaste schrijfmethode. Een song kan op verschillende manier ontstaan. In het begin startten we altijd met de muziek en dan ging Bart daar overheen neuriën. Op den duur werd dat dan een liedje. Tegenwoordig is het vaak andersom, zeker als we zingen in het Nederlands. Dan begint het vaak met een flard tekst waar een soort basismelodie in zit. Daar geven we dan met onze instrumenten verder vorm aan. Het kan dus vanuit een geluid, een melodie, een zin ontstaan. Alles kan een aanleiding zijn om een song te worden.
Komt de muze nog vlot langs?
Die inspiratie komt met vlagen. Ik probeer er ook wel eens voor te gaan zitten. En dat werkt ook wel. Een aantal jaren geleden - en dat was eigenlijk ook de reden waarom we doorgezet hebben met Nederlandstalig werk - waren we de huisband van 'De Wereld Draait Door', het bekende, Nederlandse tv-programma. Elke maand mochten we daar spelen en dan moesten we een stukje muziek met tekst maken voor de gasten die er waren. Soms moest het echt "on the spot" gebeuren. Er was elke dag enige druk mee gemoeid: het moest gebeuren op het moment. Dat werkte als een soort deadline. Soms heb je dan in een uur verschillende ideeën voor een liedje. Dat blijft een wonderlijk proces dat je niet altijd kunt sturen.
Waar liggen jullie inspiratiebronnen eigenlijk?
Er zijn bands en artiesten die ons beïnvloed hebben door de jaren, maar wellicht zijn The Beatles wel de belangrijkste. Daar begint alle popmuziek mee. Verder noem ik Sly And The Family Stone, Randy Newman, Paul Simon, Bill Withers en daarnaast veel singer-songwriters uit de seventies, vooral uit de westcoastpop. Voor ons zijn dat de roots.
Een band, die dertig jaar oud is, heeft al alles meegemaakt natuurlijk. Hoe is dat om na drie decennia nog altijd een team te vormen?
Het is nog altijd een beetje jongens onder elkaar die op stap gaan. Dat maakt me wel gelukkig. We hadden het er onlangs nog over met de band. Het is een gesprek dat regelmatig eens terugkeert. Dan denk ik terug aan de vele ritten in de tourbus en de flauwe grappen die we maakten. We hebben onderweg veel lol gemaakt en ik heb er alle vertrouwen in dat het zo blijft. Samen in een band zitten blijft een soort huwelijk. Je zit vaak op elkaars lip en je moet veel met elkaar samenwerken en delen. Het is echt geven en nemen, maar we verstaan elkaar nog steeds. Ondertussen weet je wanneer je even gas moet terugnemen of je mond moet houden. En ik weet ook precies welke knopjes ik moet indrukken om de andere bandleden te laten lachen.
Hoe kijk je terug op die lange periode Racoon? Jullie zijn destijds met bepaalde ambities gestart. Staan jullie nu waar jullie hoopten te staan?
Eigenlijk wel. We zijn niet begonnen om beroemd te zijn of de grootste band ter wereld te worden. We wilden gewoon heel graag muziek maken. Het is een enorm cadeau dat we daar ook ons bestaan van hebben kunnen maken. Zo ervaar ik dat nog steeds. Ik vind het fantastisch dat ik kan leven van iets wat ik graag doe. Dat geldt voor de andere jongens ook. Wij zijn tevreden mensen.
Blijven er nog dromen of ambities over voor de komende dertig jaar?
Het zou leuk zijn om in België een keer echt voet aan grond te krijgen zodat we daar wat vaker shows kunnen doen. En een wereldhit, dat zou fantastisch zijn (lacht). Het lijkt me geweldig om je eigen nummer bij wijze van spreken in een supermarkt in Bali of op de autoradio van een taxi in Detroit te horen en een taxichauffeur die het liedje meeneuriet. Dat is zeker nog een ambitie die we hebben. Daarnaast willen we volhouden wat we aan het doen zijn. Dat we nog veel mooie nummers en platen mogen maken. Het is vaak een kwestie van het juiste liedje op het juiste moment uit te brengen.
Jullie staan de komende weken veel op het podium. Blijft optreden na al die jaren het summum?
Ik vind dat nog altijd fantastisch, al kan het werken in de studio me ook nog altijd bekoren. Live spelen is het leukst omdat je dan direct contact hebt met je publiek en de reacties ziet. Dan pas weet je wat je nummers voor de mensen betekenen. Love You More is zo’n song. Het was ook een hit in Nederland. Op elk concert komt het langs en dan wordt het steevast meegebruld door honderden keelgaten. Dat blijft kippenvel.
Is het leven als muzikant erg veranderd in die dertig jaar?
Alles is digitaal geworden. De platen en cd's zijn nu allemaal online te vinden en er zijn nu de sociale media, maar voor de rest blijft er toch veel hetzelfde. We blijven doen wat we zo graag doen. We schrijven liedjes, nemen ze op, brengen ze uit en spelen ze live. Alleen de wereld om ons heen is natuurlijk wel veranderd in die tijd. Het medialandschap ziet er ook compleet anders uit. Toen wij begonnen, was de radio superbelangrijk. Je moest toen ook een videoclip hebben voor TMF en MTV. De singles, die je uitbrengt, zijn nog belangrijker geworden dan de albums. Jonge mensen luisteren minder en minder naar volledige platen. Het draait meer om de losse liedjes die ze leuk vinden. Ik blijf me ook verbazen over hoe snel je tegenwoordig kunt doorbreken, als je één bekend nummer hebt. Dat is wel indrukwekkend.
Alle info & concerten : www.racoon.nl