Porcupine Tree De terugkeer van het album

De terugkeer van het album

"Ik kan niet begrijpen hoe passieloos en lethargisch muzikanten soms over muziek spreken, alsof er aan hun platen nooit enig denkwerk, invloeden of liefde voor muziek vooraf zijn gegaan." Een gebrek aan passie is wel het laatste wat je Steven Wilson, bezieler van Porcupine Tree en een klein leger andere bands, kan verwijten. Luttele minuten na de glansrijke vuurdoop van de band op Rock Werchter strikken we de duizendpoot voor een kort gesprek.



De omstandigheden waren verre van ideaal. De plaats van het interview werd snel geïmproviseerd. Op de achtergrond dreunden The Ting Tings monotoon door en het gesprek werd vaak gestoord. "Ik vrees dat je opname niet veel waard zal zijn", merkte de ervaren geluidstechnicus bezorgd op. Aan Wilson merkte je dat hij het ook graag allemaal anders had gezien. En toch kwam zijn hartstocht voor muziek al snel bovendrijven. Porcupine Tree was dan ook net gepromoveerd van underdog tot een van de toppers van het vierdaagse Werchterse rockcircus.

Voel je je wel thuis op een groot, mainstream festival als Rock Werchter?

(aarzelt) Ik voel me eigenlijk nooit helemaal op mijn gemak. Voor elk concert hangt er een zekere spanning in de lucht. Maar vooral festivals zijn altijd een beetje een strijd. Je speelt niet voor eigen publiek, maar je hebt wel de kans om een nieuw publiek te overtuigen. Je krijgt geen eigen souncheck en je moet je hele productie thuislaten. Vandaag [Rock Werchter dag drie - 3 juli 2010, FD] hebben we tenminste onze visuals kunnen projecteren. Op sommige festivals staan we op het grote podium buiten en dan heeft dat natuurlijk geen zin. Maar het visuele aspect is nu net essentieel voor onze show. Daarom is het een strijd, maar tegelijk ook een enorme uitdaging. En je moet het ook zo bekijken: drie à vier jaar geleden was het nog ondenkbaar dat we hier zouden staan.

Hoe schat je jezelf in tussen al die andere bands op de affiche?

Ik houd van festivals met een eclectisch programma, zoals Rock Werchter of Roskilde. We hebben ook vaak op metalfestivals gespeeld, maar daar heb ik een hartgrondige hekel aan. De bezoekers zijn dol op metalriffs en willen het liefst van al de hele dag headbangen, wat OK is, maar een Porcupine Treeshow is een heel andere ervaring. We kunnen inderdaad stevig uit de hoek komen, maar onze sound heeft ook een zachte zijde. Nee, geef mij dan maar een eigenzinnige selectie van rock, dance, hiphop en experiment. Heel af en toe kan ik ook zelf naar bands gaan zien. Op Roskilde heb ik eergisteren de set van LCD Soundsystem gezien vanuit de coulissen. Ronduit fantastisch wat James Murphy allemaal doet met Studio54-disco en Canritmes!

In 2001 speelde Porcupine Tree nog in de Biebob in Vosselaar voor een paar honderd man. Na Hof Ter Lo en de Ancienne Belgique volgt nu Werchter, waar de teller oploopt tot een paar duizend man. Voel je een nieuwe doorbraak in België?

Wel, niet alleen in België, we staan nu op grote festivals in heel Europa en Noord-Amerika. De band bestaat ook al erg lang [sinds 1993, maar Wilson bracht toen al jaren solocassettes uit onder de naam Porcupine Tree, FD]. In een decennium tijd zijn we van zalen met een capaciteit van 200 man overgegaan tot zalen voor duizend man en meer. Maar vergeet niet dat er ook bands zijn die die sprong maken in enkele maanden tijd! In ons geval was het altijd een kwestie van voet bij stuk houden en alleen doen waar je zelf zin in hebt. Als je dat lang genoeg volhoudt, komt het succes vroeg of laat vanzelf. Ik denk trouwens dat we op dit moment deel uitmaken van een stroming binnen de rockmuziek. Ambitieuze muziek is weer in. En dat moeten we koesteren, want het tij kan zo weer keren.

Porcupine Tree werd tot jouw frustratie jarenlang weggestoken in het progrockvakje. Is het dan niet ironisch dat je nu op de proppen komt met 'The Incident', waarvan alleen de eerste schijf al bestaat uit een stuk van 55 minuten, en daarmee populairder wordt dan ooit tevoren?

Je zou dat ironisch kunnen noemen, maar we hebben altijd veel aandacht gehad voor de opmaak van onze albums, zowel qua muzikaal opzet als qua verpakking. Ik heb dan ook het gevoel dat niet wij, maar de groepen rondom ons van attitude zijn veranderd. Radiohead oogstte enorme successen met hun vroege alternatieve rock. Op die manier kreeg de band een artistieke vrijheid, die werd gebruikt om terug grootse albums te maken. De albumrock werd zo nieuw leven ingeblazen. Bands als Muse, The Flaming Lips en The Mars Volta opereren nu op dezelfde manier: 100% ambitieus en over the top, maar ik zie daar geen graten in. I love all that!

Het zou overdreven zijn te zeggen dat Porcupine Tree plots modieus werd, maar we worden door een steeds breder publiek geapprecieerd. Een van de grote ironieën aan het hele verhaal is ongetwijfeld dat 'The Incident' een belachelijk oncommerciële plaat is. Het is niet noodzakelijk ons beste album, maar wel een vrij extreem muzikaal statement. Een intentieverklaring zeg maar. Dergelijke grote gebaren gedijen blijkbaar goed in een muziekindustrie die steeds onzekerder en minder voorspelbaar wordt.

Wat was de rol van de platenmaatschappijen in die evolutie?

(gedecideerd) Platenmaatschappijen hebben altijd het raden gehad naar wat succesvol zou zijn. They never had a clue. Telkens als er in de rock iets nieuws gebeurt, slaan de grote labels in paniek. Ze gaan dan plots krampachtig op zoek naar de juiste bands, pikken alleen op wat al succes heeft en verbieden je dan te rotzooien met de formule. Maar als je op eigen houtje al een aanhang hebt opgebouwd, zoals Porcupine Tree, dan kunnen ze je niks meer maken.

De periode tussen 1967, toen Sgt. Pepper's van The Beatles verscheen, en punkjaar 1977 was in dat opzicht het gouden tijdperk. Bands moesten meerdere albums per jaar afleveren, maar ze kregen ook de tijd om te experimenteren. Zappa maakte nooit tweemaal dezelfde plaat, Led Zeppelin evenmin. Liep het experiment toch fout af, dan was dat maar zo. Een half jaar later kreeg je toch een herkansing. De punk vond heel die ambitieuze albumrock te pretentieus en maakte er korte metten mee, waardoor de platenmaatschappijen weer meer controle kregen tijdens de jaren tachtig. Met het internet en moderne opnametechnieken is er opnieuw een kentering gekomen. Muzikanten hebben weer alle vrijheid en dat straalt af op hun output.

Je hebt je in het verleden expliciet uitgesproken tegen de downloadcultuur en de shufflegeneratie met haar iPods en haar korte concentratievermogen. Toch heeft het internet ook gunstige gevolgen, zeg je?

Absoluut! Het internet heeft een aardverschuiving teweeggebracht in de beleving van muziek. Door mp3's en andere gecomprimeerde audioformaten wordt er meer muziek beluisterd. Een mooie evolutie. Helaas klinken mp3's verschrikkelijk. Ze zuigen alle dynamiek uit een nummer. Om dat ludiek aan te kaarten heb ik met filmmaker Lasse Hoile tien verschillende manieren opgenomen om een iPod te vernietigen. Die kan je bekijken in de film 'Insurgentes' [naar Wilsons gelijknamige eerste soloplaat, FD]. Gelukkig brengt elke beweging een tegenbeweging op gang. Zelfs jongeren raken uitgekeken op digitale bestanden. Vinyl en albums winnen weer terrein. En artiesten hebben opnieuw oog voor vormgeving.

Je bent zo stilaan een opvallend opiniemaker aan het worden in de muziekpers. Sinds kort ben je ook als columnist actief. Hoe is dat gekomen?

Ik heb altijd erg uitgesproken meningen gehad over muziek en in interviews komen die meningen onwillekeurig aan de oppervlakte. Het gebeurt wel eens dat een journalist me na een gesprek vraagt om voor zijn medium mijn ideeën in een essay te gieten. Zo ging de bal aan het rollen. Enkele jaren geleden schreef ik al een aantal stukken voor Rolling Stone Mexico en onlangs nog werd ik door het magazine Electronic Musician gevraagd voor een column over de staat van het album. In het verleden heb ik wel eens gemerkt dat mijn uitspraken over andermans platen fel worden uitvergroot. Voor de duidelijkheid: ik sabel niet graag andere bands neer. Maar ik praat nu eenmaal de hele dag over muziek en als mensen me dan om mijn mening vragen, dan geef ik die. Sorry! (lacht)

Hoe ga je om met andermans meningen, met kritiek bijvoorbeeld?

Kritiek neem ik altijd met een korrel zout. Als je op zoek gaat naar recensies van je albums dan lees je: five star review, five star review, five star review...one star review. Het feit dat de beoordelingen zo extreem kunnen zijn bewijst hoe relatief kritiek wel is. Een bijkomende factor is dat heel wat journalisten graag tegen de stroom invaren en dwarsliggen om dwars te liggen. Iedereen heeft een agenda. Recensies beginnen ook nooit met "ik vind dat...", maar spreken altijd in de feitelijke wijs. Pas op, ik doe dat zelf ook, maar uiteindelijk gaat het allemaal maar om meningen.

Ik zal je maar niet vragen naar de inhoud van je iPod?

Nee, check de playlist op mijn website maar!

Zullen we doen, bedankt voor het gesprek!

Steven Wilson werkt momenteel aan een tweede soloalbum. Samen met Michael Akerfeldt van Opeth plant hij ook een album als ode aan Scott Walker. In september 2010 verschijnt de film 'Insurgentes' en rond die tijd zou ook de tweede lading King Crimsonreissues, die hij samen met Robert Fripp coördineerde, uit moeten zijn. De tournee rond 'The Incident' wordt op 14 oktober afgerond met een nu al uitverkocht concert in de Londense Royal Albert Hall. Daarna neemt Porcupine Tree een jaartje vrijaf, al zijn Wilsons jaren nogal aan de korte kant.


July 23, 2010
Fabian Desmicht