Patrick Watson - Teksten zijn als zaadjes

Patrick Watson is een spraakwaterval. Bijzonder vriendelijk, dat wel. Hij vraagt ons meteen of we er de voorkeur aan geven om Frans te spreken want ook dat spreekt hij vloeiend.  Met vrolijke pretoogjes kijkt hij ons aan van onder zijn pet terwijl hij languit in zijn stoel in het AB-café hangt. Soms is het moeilijk hem te volgen door de snelheid waarmee hij praat of de wilde associaties die hij maakt. Als hij dus terugkomt van de onvermijdelijke sigaret tussen de interviews door, zetten wij ons schrap, starten de recorder en vuren onze eerste vraag af.





Je hebt twee en een half jaar getourd. Krijg je dan de kans om onderweg aan nummers te werken?

Dat is bijna onmogelijk. Je concentreert je op de show en hebt helemaal geen zin om de studio in te duiken. Op een bepaald moment deden we tweehonderd optredens per jaar. Toen we daarna de studio ingingen, hadden we het bijna met elkaar gehad. Het zou beter zijn als je zes maanden vrijaf kon nemen. Een groot deel van deze plaat hebben we opgenomen toen we net thuiskwamen, we hebben zelfs geen break genomen. Eigenlijk hebben we de plaat zo snel als maar kon opgenomen. Het hangt ook af van hoe de plaat wordt gereleased. Of ze overal tegelijkertijd op de markt wordt gebracht of niet. De daarbij horende tournees hangen daar grotendeels van af.



Is het eenvoudiger een album zo snel op te nemen?

Eigenlijk helemaal niet. Het was best moeilijk. En als ik nu de plaat terug opzet, zou ik alles meteen willen veranderen. Het lijkt zelfs of ze maar half af is.



Waarom neem je dan niet meer tijd?

We zijn nu eindelijk zover dat we een eigen publiek hebben gekregen. Dat hebben we gedaan door  aan één stuk door op te treden. Als we nu opnieuw zes maanden zouden wachten om de plaat uit te brengen, zou dat publiek misschien al weg zijn, zouden we al vergeten zijn. Dus het was wachten tot in september en opnieuw zo intensief gaan touren of dit album op de markt gooien en er gewoon voor gaan. De songs hadden we al, ze moesten enkel nog verteerd worden. Al bij al is het een goede plaat geworden, onafhankelijk van het feit dat ik er van alles aan zou willen veranderen.

De productie van dit album heb je zelf gedaan.

Iedereen heeft zijn steentje bijgedragen. Ik weet eigenlijk niet of het met een andere producer zou werken. Het gaat er niet om de perfecte plaat te maken. Ik wil gewoon elke keer iets bijleren. Niet het uiteindelijke resultaat is belangrijk, maar wel alles wat er nodig is om tot dat resultaat te geraken. Misschien zou deze plaat beter geweest zijn als we met Nigel Godrich hadden gewerkt. Maar hij heeft een te specifiek geluid, en dat is nu net wat ik niet wil voor onze songs.



Waar zit het verschil met 'Close To Paradise'?

Het was meteen duidelijk dat er meer percussie op dit album moest zitten. Het moest droger klinken. Bovendien wilden we een deel van onze liveshow in de studio brengen; dat was iets wat niet het geval was op 'Close To Paradise'. Het moest even maf klinken als onze optredens. Maar bij nader inzien werden veel van de songs - Wooden Arms bijvoorbeeld - geschreven, gecomponeerd, gearrangeerd en opgenomen in vier uur tijd. Dat geldt eigenlijk voor alle songs die goed werkten. Aan andere songs was gewoon veel meer werk. Maar de opnames voor Wooden Arms, Traveling Salesman, Eternal Honey en de eerste versie van Fireweed liepen allemaal heel vlot.



Wat is Fireweed trouwens en wat heeft het met de song te maken?

Fireweed is de eerste plant die groeit na een bosbrand. Hier gaat het over een man die zijn huid uittrekt, in de grond plant, wacht tot ze groeit en dan terug aantrekt. De afbeelding op de cover is fireweed. Het is een thema dat trouwens wel meer terugkeert. Bij Traveling Salesman groeit het uit zijn rug.



Hoe denk je die percussie en strijkersarrangementen op het podium te gaan brengen?

Dat hangt van het type concert af. Als we het met een strijkerskwartet doen - hetgeen zeker een aantal keer zal gebeuren - hebben wij minder speelruimte. Als we het gewoon met zijn vieren doen daarentegen, ligt er niks echt vast, kunnen we tot op het laatste moment nog beslissen een arrangement om te gooien en iets te doen wat we tot dan toe nog nooit hebben gedaan. Dat kan niet als je vastzit aan arrangementen. Voor ons is het dan gewoon minder leuk. Je moet bijna elke avond hetzelfde gaan spelen. Misschien moeten we onze weg binnen die arrangementen nog zoeken en onze vrijheid afbakenen. We zien wel. Het is hoe dan ook niet mogelijk om overal een strijkerskwartet mee te nemen. We proberen wel altijd weg te blijven van de opgenomen versies. Het is gewoon iets dat mensen die naar ons concert komen, op prijs stellen.



Hoe zit dat dan met nummers als Hommage?

Daar zijn we nog niet uit.



Gaat dat nummer terug naar je klassieke roots?

Robbie (Kuster, nvdr), de drummer, heeft dat nummer geschreven. Het was zo mooi dat het gewoon op de plaat moest. Eigenlijk heeft hij meer roots in de jazz, ook al wordt hij wel beïnvloed door klassieke muziek. Voor de strijkers vonden we onze inspiratie bij die kerel die de muziek maakt voor die oude cartoons (Raymond Scott, nvdr). Dat is bijna een effectenmachine. Die strijkers moesten eerder grillig zijn dan lieflijk. Er moest een scherp randje aan zitten. Dat hoor je bijvoorbeeld in Beijing.



Was het een bezoek aan China dat tot dat nummer heeft geleid? De Olympische Spelen misschien?

Eigenlijk had ik dat nummer al even liggen. Op een dag werd ik gewoon wakker en wenste ik dat ik in Beijing of in Azië zat. Het was gewoon een dagdroom. Zelf ben ik al wel in Vietnam, Bali en Japan geweest, maar nog niet in Beijing. Ik had toendertijd gewoon een vriend die erheen ging. Maar door die fiets (achteraan het nummer hoor je het draaien van een fietswiel, nvdr), de percussie en dergelijke heeft het zeker iets Aziatisch.



Wie zingt Big Bird In A Small Cage met jou?

Katie Moore. Zij zong ook op de vorige plaat. Het blijft dus een beetje in de familie. Oorspronkelijk wou ik Dolly Parton voor die stem; ik heb haar zelfs een heel aantal brieven geschreven om dat te vragen. Tevergeefs. En ik wist dat Katies stem datzelfde folkgevoel in zich heeft als de stem van Dolly Parton. Zij was dus het beste alternatief.



Datzelfde countrygevoel zit ook in Machinery Of The Heavens, met die pedalsteel.

Ik ben gek op countrymuziek. Er zitten trouwens wel meer countryroots verborgen op deze plaat als je goed luistert. Big Bird In A Small Cage bijvoorbeeld. De manier waarop de teksten zijn opgebouwd ook. Dat doen we trouwens altijd: kleine stukjes uit andere muziek nemen en die inbouwen in ons eigen werk.



Wooden Arms is dan weer een wals. Vereenvoudigt een dergelijk ritme het schrijven van een nummer?

Het geeft je aanwijzingen. Het is zoals de wind. Je gaat gewoon die richting uit. Wooden Arms groeide heel natuurlijk en supersnel. Het is ook allemaal live opgenomen.



Waar staan die Wooden Arms eigenlijk voor?

Het is maar wat je ervan maakt. Toen ik in Zagreb was, kwam ik op een bepaald moment bij een fantastisch bos uit. Daar heeft het vooral mee te maken, dat gevoel om daar door te lopen, er te slapen zelfs.



Wordt Wooden Arms nu ook de naam van de band?

Ja. We zochten al lang naar een naam die klopte. Deze lijkt perfect bij ons te passen.



Wat had je in gedachten toen je Down At The Beach schreef? Ons deed het denken aan een kind dat voor het eerst de zee ziet.

Dat is nu net het mooie aan instrumentale muziek. Je maakt ervan wat je erin ziet. Het doet er niet toe wat ik zag toen ik het schreef. Zelfs als ik teksten schrijf, probeer ik vanuit dat perspectief te schrijven. Ik ben tenslotte Johnny Cash niet. Dat is een verteller. Je gaat zitten en je wil hem een verhaal horen vertellen. Dat geldt ook voor Bob Dylan. Mijn talent spitst zich meer toe op het toespelen van zaadjes aan de luisteraar. Die maakt er dan zelf van wat hij wil.



Je bent al op tournee geweest met mensen als John Cale, James Brown, ... Is het anders nu je op eigen benen staat?

Wanneer je met andere bands rondtrekt breng je veel tijd met hen door. Het worden vrienden, familie haast. Het valt niet mee om te moeten openen voor James Brown, maar het is wel erg leuk. Je moet jezelf voortdurend bewijzen. Je moet het publiek overtuigen van je kunnen. Daardoor leer je een performance uit te werken, een show op te bouwen. Je leert er entertainen. Het gaat hier wel om James Brown! Ik heb er veel van geleerd. Toen ik elke avond met Loney, Dear optrad, zat ik steeds opnieuw te luisteren zonder me te gaan vervelen. Ik heb geprobeerd om ook zo'n teksten te schrijven. Dat was een echte inspiratie.



Nu mag je je eigen support acts uitkiezen.

Juist ja. Simons (Angell, gitarist, nvdr) vriendin is ook een zangeres. Ze brengt binnenkort ook een nieuw album uit. Haar gaan we waarschijnlijk meenemen. En in Canada nemen we Laura Barrett op sleeptouw. Zij kan ongelooflijk goed overweg met de duimpiano.



Wij willen toch vooral Patrick Watson & the Wooden Arms horen en zien!

11 juni 2009
Patrick Van Gestel