Okkervil River - Filosoferen met Will Sheff

In een poepchique Brussels hotel ontmoeten we Will Sheff en Travis Nelsen, respectievelijk zanger/gitarist/songschrijver en drummer van Okkervil River, naar aanleiding van hun nieuwe plaat ‘The Stage Names’. Al gauw blijkt dat Sheff een man is met een missie, die filosofeert over de dingen van het leven en dat graag in zijn muziek stopt. Hij is bovendien een bijzonder aangenaam gesprekspartner, met wie je uren kan doorkeuvelen. Jammer genoeg bleef ons gesprek beperkt tot een half uur. Maar ook in een half uur kan je een en ander kwijt.





Het is stil geweest rond Okkervil River. Ben je op tournee geweest met Shearwater?

Will: Ik heb niet getourd met Shearwater.  Het is moeilijk om beide dingen te kunnen doen. Maar zij zijn inderdaad op tournee geweest, al had dat niet echt een invloed op ons. Het is gewoon stil geweest rond Okkervil River omdat we onze plaat hebben afgewerkt.

Jullie vorige plaat ‘Black Sheep Boy’ dateert uit 2005 …

Travis: Klopt. Er was nog de EP daarna(‘Overboard And Down’, een EP die enkel in Australië tijdens concerten werd verdeeld, red.), maar verder hebben we weinig anders gedaan.

Op adem gekomen?

Will: Was het maar. Nee, niet echt, er was veel werk aan de winkel.

Travis: Eigenlijk worden we verondersteld nu met vakantie te zijn.

Will: Je vragen kunnen dus maar beter goed zijn …

We doen ons best. Aan jullie groepsnaam te zien lijken jullie ook behoorlijk belezen te zijn. In het CD-boekje is er ook een foto van een boek.

Will: Ik hou van lezen. Maar de foto is een foto die ik nam vanuit het raam van het appartement in Brooklyn waar ik woonde toen ik deze nummers schreef.  Eigenlijk was ik gewoon een foto aan het nemen als herinnering. Maar toen we aan het album aan het werken waren, wist ik gewoon dat deze foto’s een soort venster op de wereld waren. Het boek maakte daar gewoon deel van uit.



Maar je houdt dus van lezen?

Will: Absoluut, ja.

Iets bepaalds?

Will: Op dit ogenblik ben ik een boek aan het lezen van een surrealist die vooral bezig is met het spirituele. Hij is geïnteresseerd in oosterse godsdiensten. Het boek is een soort parabel over mensen die een berg opgaan, een soort reisverslag. Maar de schrijver stierf voor hij het boek kon afmaken, dus eigenlijk is het een enkele reis (lacht). Maar ik ben dus gek op lezen.

En jij, Travis?

Travis: Ik hou ook van lezen. Ik wou dat ik er meer tijd voor had.

Geen tijd?  Je reist toch veel met een band?

Travis: Uiteraard, ja, maar vroeger deed ik ook het management voor de band en dat betekende dat, als ik niet aan het stuur zat, ik de hele tijd aan het bellen was. En ik heb er een hekel aan als ik niet tenminste een uur aan een stuk kan lezen. Als ik een boek lees en het om de vijf minuten moet wegleggen, krijg ik het nooit uitgelezen. Maar eigenlijk MOET ik wel zeggen dat ik graag lees. Mijn vriendin is bibliothecaris, dus ik lees gewoon wat zij mijn richting uit gooit.

Heeft het een invloed op je muziek?

Will: Een klein beetje, maar niet zoveel als je zou denken. Het is gewoon muziek. Ik weet niet of lezen of literatuur daar echt kan toe bijdragen. Ik ben veel meer beïnvloed door andere muziek, door andere muzikanten. Ik zou dat literaire gedoe zeker niet te ver doordrijven omdat het slechts beschrijvend is, slechts oppervlakkig. Het zegt niets over hoe de liedjes eigenlijk zijn. Een liedje is nog geen album, weet je.

Uiteraard, maar in je teksten wordt toch ook veel gespeeld met woorden?

Will: Ja, er wordt inderdaad veel gespeeld met woorden en ik ben gek op het schrijven van teksten. Het is erg belangrijk voor mij. Ik neem het schrijven van teksten zeer ernstig, maar er zit zoveel meer in literatuur. Een gedicht heeft een zekere muzikaliteit, alleen al door de taal. Het staat op zichzelf, naakt op een blad. Een lied is niet alleen woorden, geluiden, muziek. Het heeft ook te maken met toon, met emoties. Het is zo verschillend. Ik zou me een leugenaar voelen of pretentieus zijn moest ik zeggen dat dat literatuur was. Het zijn gewoon liedjes.

Jullie hebben getourd met Lou Reed. Hij zou een fan zijn?

Will: We hebben niet met hem getourd. We hebben een show met hem gedaan in New York. En hij heeft inderdaad heel aardige dingen over ons gezegd. Het is erg bemoedigend om te weten dat Lou een fan is. Hij is tenslotte één van mijn helden. Het is al een hele eer dat hij zelfs maar van ons heeft gehoord.

Naar onze mening hebben jouw teksten wel iets weg van de zijne. Jullie zijn beiden erg beschrijvend.  Ben je het daar mee eens?

Will: Ik vind zijn teksten toch verschillend van de onze met dien verstande dat er een zekere ruwheid in zijn woordkeuze zit. Hij durft woorden gebruiken die niet lijken te passen, soms zelfs nonsenswoorden, dingen die met opzet dom lijken. Zijn woordkeuze klinkt erg ongeschoold. Er zit een zekere rauwe kwaliteit in zijn teksten, die bij ons ontbreekt. Maar wat ik wel heb overgenomen van Lou Reed is het gevoel dat je over eender wat kan schrijven in een rocksong. Je moest niet langer schrijven over verliefde tieners, die elkaars handje vast houden. Je kon over sex, dood, moord en overspel schrijven, over hoe het echt voelde om volwassen te zijn, hoe het leven verwarrend en teleurstellend kon zijn of eender welke andere bullshit. Er was bij hem geen enkele beperking aan hoe ernstig een nummer kon zijn, maar ook hoe dom. Er zit een zekere vrijheid in de manier waarop het met zijn onderwerp omging, die mij altijd geïnspireerd heeft. En de platen van The Velvet Underground zijn onderling zo verschillend. Hun eerste album is een groepsalbum, maar de tweede plaat was een en al lelijkheid en noise en moet de fans in vervoering hebben gebracht. De derde plaat was dan weer volledig het tegengestelde. Het is al schoonheid en tederheid. De vierde plaat is dan weer poppy en positief. Ik was geïntrigeerd door die vier verschillende identiteiten.

Zijn jullie meer romantici? Zijn jullie dromers?

Will: Geen idée. Misschien ben ik wel redelijk romantisch maar ik denk toch dat er een zeker realisme zit in de liedjes. Maar het album gaat over dromen, over wat het betekent om zo dicht bij dromen te staan. Maar dromen zijn niet echt.

Waarvoor staat de albumtitel?

Will: Voor mij heeft de albumtitel te maken met namen en waar namen voor staan. Als je iets een andere naam geeft, wordt het dan ook iets anders? Als je iemand een nieuwe naam geeft, wordt hij dan een ander persoon? Of wordt die naam gewoon gescheiden van de originele persoon? En wanneer mensen dan moeten omgaan met belangrijke zaken in hun leven, hoe speelt die naam daar dan een rol in? Voor mij is die naam een soort sleutel die een wereld opent, die ik probeer te creëren. Ik heb niet het gevoel dat de naam het geheim van het onderwerp inhoudt, ik vind alleen dat de naam de nadruk legt op al de gedachten die ik probeer over te brengen.

En wat is het verband met Title Track?

Will: Aanvankelijk wilden wij dat nummer The Stage Names noemen omdat ik het had geschreven als titelnummer. Maar ik dacht: “De pot op, ik noem het gewoon Title Track”. Dat klinkt leuker. Maar wat betreft de albumtitel, ik kan niet echt verklaren waar die vandaan komt of waarom ik daarbij kwam, maar ik vond het wel een goede titel. Ik schreef het nummer The Stage Names in zowat twintig minuten en het was mijn bedoeling om alle thema’s die aan bod komen in de andere liedjes daarin op te sommen. Veel van de andere liedjes staan echt op zichzelf, maar het nummer The Stage Names raakt voor mij aan alle andere nummers, somt ze zo’n beetje op. Dat maakt het voor mij iets meer mysterieus, het is een soort microcosmos van wat het hele album voorstelt.

Het is soms moeilijk om de verbinding tussen tekst en titel van je nummers te leggen. Je noemt een nummer bijvoorbeeld Savannah Smiles, maar noch Savannah noch de glimlach wordt vermeld in het nummer.  Gaat het wel degelijk over je dochter?

Will: Er zijn twee soorten titels. Er is de titel die het hele ding omvat en het nummer omschrijft. En dan heb je de titel die naar iets anders wijst, buiten het verhaal en daardoor iets toevoegt aan het lied. De titel die jij opnoemt, is er zo een. Oorspronkelijk ging ik dat nummer – ik weet niet hoe vertrouwd je met onze platen bent, maar ik heb een serie nummers vernoemd naar kleuren, nummers die te maken hebben met familie en dergelijke – Grey noemen, waardoor het volgde op Black, Yellow enz. Maar uiteindelijk noemde ik het Savannah Smiles, een titel die ik ergens anders haalde. Ik wil het je eigenlijk niet uitleggen, omdat ik vind dat er een zekere ambiguïteit in dat nummer moet zitten. Dat is precies wat me er in aantrekt. Ik had de indruk dat ik gewoon door die titel werd aangetrokken dat het die titel absoluut wilde hebben.

Er wordt nog een naam vermeld in een van je songs: John Allyn Smith. Wie is hij? Bestaat hij echt?

Will: Zeker, hij bestaat echt en ik probeerde om zijn verhaal zo goed mogelijk te vertellen en ervoor te zorgen dat al de details klopten. Ik wou zo duidelijk maken wie ik vond dat hij was. Maar ik heb zijn stage name of alias met opzet niet gebruikt.  Het nummer gaat over …

Dus hij is een schrijver?

Will: Ja, en als ik je vertelde wie hij was, zou je zeggen: “Verdomme, …”

Liever niet dan. In dat nummer is er een stukje Sloop John B van The Beach Boys opgenomen. Waarom precies dat nummer?

Will: Ik dacht niet echt aan The Beach Boys toen ik het schreef. Ik ben gek op The Beach Boys, maar eigenlijk is dat nummer een traditionele folk song. En ik dacht eerder aan het liedje zelf en niet aan de mening die The Beach Boys eraan gaven.

Maar er zal altijd naar verwezen worden.

Will: Uiteraard. Maar het gaat hem over het liedje en Sloop John B beschrijft iets wat ook gebeurt met het personage in dat nummer. Het is namelijk een liedje over iemand die op reis gaat en alles gaat fout en uiteindelijk geeft hij op. Dat is gewoon iets waarin mensen zichzelf herkennen, iets universeels. Dat moet zowat een van de meest trieste en oudste verhalen ooit zijn. Grappig eigenlijk dat de versie van The Beach Boys happy is, terwijl het een erg triest liedje is. Het personage in John Allyn Smith Sails maakt iets soortgelijks door in zijn leven. Zijn leven draait ook niet uit zoals hij het wilde. Er is dus wel degelijk een verband tussen Sloop John B en de persoon John Allyn Smith.

Je zei al dat muziek een belangrijke referentie voor je was. Plus Ones lijkt wel een muziekquiz. Wat wil je precies zeggen met dat nummer?

Will: In de eerste plaats wilde ik het speelse aspect van wat wij doen benadrukken. Eigenlijk zat er altijd al een soort speelsheid in ons, maar we werden altijd beschouwd als heel erg donker en ernstig, voornamelijk vanwege \'Black Sheep Boy\'. Daar is niks mis mee. Dat wou ik ook bereiken met die plaat, maar ik wil niet worden bestempeld als een brompot, als een overdreven ernstig, saai persoontje. Dus dit album wilde ik absoluut een speelse kwaliteit meegeven en Plus Ones is op dat vlak iets nieuws voor ons. Maar als je het nummer helemaal doorluistert, zal je zien dat er meer inzit dan gewoon de opsomming van die andere liedjes.

Het artwork van je albums is vrij speciaal. Is het iemand in de band die er zich mee bezig houdt?

Travis: Mensen denken vaak dat het iemand in de band is omdat zijn naam Will Sheff is en de naam van de artiest is William Schaff. En wanneer je dat dan zegt, gaan de mensen zo van: “Ja, dat zal wel.” Hij is een goede vriend van de band, maar jij kent hem al veel langer dan ik.

Will: We werken al heel lang samen. Eigenlijk is het interessant, want voor \'Black Sheep Boy\' vroeg ik hem dit Black Sheep Boy-personage te ontwerpen en hij deed dat zo goed dat het moeilijk is de muziek van het artwork te scheiden. Ik heb zelfs delen van mijn teksten aangepast om ze beter bij het artwork te doen passen. Met \'The Stage Names\' ging het anders op een vreemde manier. Ik ging naar hem toe en ik vertelde hem met opzet niet waar ik met het album op doelde. Ik zei: “Ik wil dat je artwork vrolijk is. Er zit vrolijkheid en geluk in dit album en ik wil dat je daarrond iets uitwerkt.” Maar dat is niet helemaal waar. En hij antwoordde: “Ik vind dit helemaal geen vrolijk album.” En dat resulteerde in het beeld van de hand, wat opsomt waar hij denkt dat het album over gaat.  Het doet me een beetje denken aan Superfrog. Heb je die film gezien: Superfrog? Het is een blaxploitation film uit de seventies over een drug dealer, die werd afgebeeld als een held. Ze vroegen Curtis Mayfield om de soundtrack te schrijven, maar die zei: “Ik vind drugs en misdaad niet cool. Dus ik schrijf muziek die uitdrukt dat drugs en misdaad niet cool zijn.” Dus de soundtrack gaf eigenlijk commentaar bij de film. Zo zit het ook met het artwork van \'The Stage Names\'. Het is Wills commentaar op wat hij van het album vindt.

Maar hij heeft het album gehoord voor hij …

Will: Ja, ik ben hem persoonlijk gaan opzoeken. Ik heb de nummers voor hem gespeeld en we hebben er samen gedurende meerdere dagen over gepraat terwijl hij aan het artwork werkte.

Er zijn veel verwijzigen naar film en televisie in je songs.  Is dat een andere passie van je? 

Will: Dat is zeker een thema op deze plaat. Ik wou daar de nadruk opleggen. Ik bedoel: het heeft invloed op mij; het heeft waarschijnlijk ook invloed op jou en op iedereen in dit hotel. Tv, films en popmuziek bepalen ons leven. Ze zeggen ons waarnaar we moeten verlangen en zadelen ons op met beelden van hoe het leven eruit zou moeten zien, wat avontuur is, wat mysterie is. De ideeën in ons hoofd zijn meer gebaseerd op wat een zekere dramatische voldoening zou geven eerder dan waar het leven echt op aan komt. Die beelden zijn zo onlosmakelijk verbonden met onze alledaagse ervaring dat het moeilijk is om ze af te schudden. We worden er zo door aangedaan, ik in elk geval toch. Dat was dan ook iets dat ik wou overbrengen met dit album. Je loopt doorheen je leven en eigenlijk wil je altijd dat er een zekere dramatiek in je leven zit, dat je een personage in een film zou kunnen zijn. Of er zou een moment moeten zijn dat een popliedje begint te spelen. Zoals in een musical: je wandelt door de straat, je voelt je gelukkig en plotseling breekt iedereen rondom jou uit in gezang. Maar zo zit het leven nu eenmaal niet in elkaar. Op de een of andere manier, hoe verstandig en volwassen we ook worden, er blijft steeds dat kinderlijke in ons. En dat gaat nooit weg. De harde waarheid dringt gewoon stilaan door. Dat is precies wat ik probeer te zeggen.

Ooit hoorden we iemand zeggen – het was een Belgische kunstkenner (Jan Hoet, red.) – dat popmuziek geen kunst is, maar entertainment.  Ben je het daarmee eens?

Will: Ik denk dat die hele discussie afhangt van de woorden die hij gebruikt.  Wat is kunst? Ik heb de indruk dat hij ervan uitgaat dat kunstenaars op een of andere manier verheven zijn eerder dan gewoon opgeleid en dat moet dan goed voor je zijn. Iets gelijkaardigs is: een big mac is junk food, maar broccoli is goed voor je. Maar dat werkt niet zo bij kunst. Ik hou van klassieke muziek en schilderkunst.  Echt waar.  Maar er zit een immens snobisme in dat culturele imperialisme, dat protectionisme. Ik ben altijd gecharmeerd en geraakt geweest door de cultuur van doodgewone mensen, popcultuur. Wat popmuziek zo speciaal maakt is dat je aan niemand moet uitleggen waarom je ervan houdt. Als je ervan houdt, is dat prima. Dus die hele kwestie, of iets kunst is dan wel entertainment: daardoor wordt gesuggereerd dat kunst de mensen niet mag vermaken. Maar hoe zit het dan met Shakespeare? Of met Mozart? Eender welke kunst die mensen entertaint? Mensen genieten ervan. Precies daarom is het zo populair. Ik heb de indruk dat die persoon zegt dat ik geen big mac mag hebben omdat ik mijn groenten moet opeten. Ik vind niet dat mijn leven niet verrijkt wordt omdat ik toevallig hou van Be My Baby.

Blijkbaar zit onze tijd erop. Bedankt voor dit gesprek. Ik hoop dat de vragen je bevielen.

Will: Ze waren prima (lacht).

Da’s een hele geruststelling.

8 november 2008
Patrick Van Gestel