Off The Record Off The Record is volwassen geworden

Off The Record is volwassen geworden
In 2004 richtten Stijn Cole, David Dermez, Jeroen Van Dyck en Manou Kersting Off The Record op. De groep was een restant van het theatercollectief Podium Modern. In 2005 maakte de zogenaamde ‘stemgroep’ al een titelloze debuutplaat en gaf ze het beste van zichzelf op enkele grote festivals als Pukkelpop en Lowlands. Manou Kersting verliet de groep nadien, maar samen met diens vervanger Rik Van Geel vonden ze hun eigen sound, die ze uit volle borst laten horen op het nieuwe album ‘Don’t Wait Up.’ Na de voorbereidingen voor een liveopname bij Jimtv, hadden ze nog even tijd om gezellig naast ons neer te ploffen in één van de zetels van het voormalige Big Brotherhuis.


Off The Record doet alles met stem- en mondgeluiden, worden jullie niet vaak vergeleken met Voice Male?
David: Wel, dat is nu heel toevallig. Twee weken geleden hebben wij in Gent in Café Charlatan gespeeld. Toen we naar het podium stapten, moesten we ons eerst door heel het publiek wringen. Ik hoorde iemand tegen zijn vriend uitleggen dat wij alles met de stem doen en die vriend maakte dan de lompe opmerking: “Voice Male ofwa?” waarbij hij ook nog eens goed lachte. Ik heb hem een ferme stoot met mijn elleboog gegeven en zijn pols omgedraaid. Hij zal er nu nog altijd last van hebben (lacht). Ik had het eigenlijk nog niet aan de andere mannen verteld.
Stijn: Dat is eigen aan een a capellagroep. Hier in België kennen ze niets anders dan Voice Male, dus als mensen ons niet kennen is het wel logisch dat ze onmiddellijk die vergelijking maken. Maar wat wij doen is iets helemaal anders. Wij vergelijken ons daar absoluut niet mee. Ik zeg altijd: “Voice Male, maar dan met ballen.”
David: Zelfs dat niet. Wij hebben een visie over muziek en hoe die moet klinken als die enkel door je stem geproduceerd wordt. Dat is iets anders dan andere a capellagroepen.
Jeroen: Daarbij, hebben die eigen nummers? Die doen gewoon een drum na. (Stijn maakt drumgeluid) Of neen, die doen zelfs niets met drums (maken typische Voice Malegeluiden en lachen).
 
Hoe zijn jullie daaraan begonnen? Zaten jullie allemaal in het theatercollectief Podium Modern?
David: Wij hebben allemaal kleinkunst gestudeerd aan Studio Herman Teirlinck. Daar hebben wij elkaar leren kennen.
Stijn: Ik en David maakten muziektheater bij Podium Modern. Wij waren op het idee gekomen om tijdens een voorstelling drie of vier nummers te brengen zonder instrumenten. Het bleek heel goed te werken bij het publiek. De voorstelling was niet echt een succes, maar over die specifieke nummers was iedereen wel te spreken. Daarom hebben we besloten om daar een heel programma van te maken en dat Off The Record te noemen. Dan hebben we Jeroen erbij gevraagd omdat we hem al lang kenden en omdat hij ook al in een productie had gestaan van Podium Modern.
 
Hoe is Rik erbij gekomen?
Stijn: De theatervoorstelling Off The Record hebben we drie jaar gespeeld. Aangezien die heel succesvol was, begonnen mensen ons ook te vragen op concerten en festivals. Het eerste wat we toen gedaan hebben was Lowlands. Dat was een optreden waar we heel hard van geschrokken waren. We dachten allemaal: “Woow, kan dit ook?” Dit jaar hebben we ons terug herbrond wegens artistieke meningsverschillen. Manou wou meer in de comedy en de theaterhoek blijven, terwijl wij de muzikale richting uit wilden gaan. Dus hebben we samen besloten om niet meer met hem verder te werken en een vervanger te zoeken. Het is logisch dat we bij Rik terechtkwamen. Ik kende hem al lang en Jeroen had met hem in de klas gezeten.
Rik: Ik was al fan! 
Stijn: Hij heeft ook een heel goede stem, kan goed zingen en nog andere dingen die we niet aan jullie neus gaan hangen.
 
Heeft die herbronning voor een nieuwe wind gezorgd?
Jeroen: Onze muziek is vooral meer coherent geworden. We hebben nu een popplaat gemaakt, maar er zit nog altijd een rocknummer in. Dat heeft nu veel meer te maken met het dancenummer dat er ook op staat. De nummers staan dus minder los van elkaar. Het is boeiender nu we onze eigen sound gevonden hebben. Daarbinnen kan dan ook een rocknummer ontstaan of een rapnummer zoals Tlicht. Dat kan allemaal omdat het als die ene groep Off The Record klinkt. Voordien hadden we ons eigen geluid nog niet gevonden.
David: Bij het maken van onze eerste plaat hebben we echt in stijlen gedacht. We dachten meer na over welke soorten nummers erop moesten komen: een reggaenummer, een hard nummer,…
Jeroen: We waren ook nog aan het ontdekken wat je met stemgeluiden allemaal kon bereiken.
David: Nu hebben we echt gezocht naar wat wij als groep nog willen bereiken en hoe we dat willen aanpakken. In de studio bleek dat we er echt nood aan hadden om een eigen geluid te vinden als groep. Met deze plaat is de eerste stap van onze zoektocht gezet. Mensen zeggen ons vaak dat een eigen sound de sleutel is naar succes. Naar die sleutel zijn we op zoek.
Stijn: Off The Record is meer volwassen geworden. Het is uit zijn kinderschoenen gegroeid. De vorige plaat was denken, experimenteren en aftasten. Nu hebben we onze richting gevonden, moeten we zoveel mogelijk nummers produceren en een goede plaat proberen maken.
David: Een plaat waar mensen zich op amuseren want dat blijft het belangrijkste.[pagebreak]
 
Jullie hebben ongetwijfeld ook veel plezier in de studio.
Rik: Absoluut. Dat is ook de beste manier om creatief te zijn. Er moet sfeer en humor zijn. Alles moet losjes verlopen. Je moet in het zangkot kunnen gaan en één of ander vreemd geluid maken. We kunnen dan nog zien of het op de plaat komt of niet. Het is nodig om samen creatief te kunnen zijn.
Stijn: Geen censuur!
Jeroen: Toen we eraan begonnen wilden we dat iedereen in de studio zijn ding kon doen. Het is dan ook een vrolijke plaat.
David: Het was een fijne ervaring om ‘Don’t Wait up’ te maken. We wilden echt zoeken naar wat het nu ging worden.
 
De nummers waar we het hardst bij glimlachen zijn Ça Bouge, Een Franstalig Nummer en Tlicht, gerapt in het Aalsts dialect. Willen jullie met dat laatste nummer de weg van de Fixkes opgaan?
David: Laten we eerst even een misverstand uit de weg ruimen. Het dialect waar Tlicht in gerapt wordt, heet Gooiks. Dat is een heel ander dialect dan het Aalsts. Maar we willen daarmee helemaal niet de weg van de Fixkes opgaan. Ik zing gewoon niet graag in het Engels. Het Frans of mijn eigen dialect liggen mij veel beter. Daarom staan er ook 2 Franstalige en één Nederlandstalig nummer op de plaat. De enige reden daarvoor is dat ik mezelf niet graag hoor praten of zingen in het Engels.
Rik: En omdat wij hem zo graag bezig horen in het Frans en in het Nederlands.
David: Ik heb altijd Engelse vriendinnen gehad uit Londen en als ik in het Engels zing, moet ik daaraan denken en begin ik te wenen.
Stijn: Het is nog altijd moeilijk, hé?
 
Dus je kunt jezelf beter uitdrukken in het Frans of in je eigen dialect?
David: Ja, dan moet ik minder zoeken naar de juiste woorden. Ça Bouge stond er vrij snel op. Dat hoor je ook.
Stijn: Iedereen in de groep zingt gewoon in de taal waar hij zich het best bij voelt. We hebben daar ook helemaal niet over nagedacht. Ik heb geen zin om in het Nederlands te zingen en blijkbaar Rik en Jeroen ook niet. Dus dat gebeurt ook niet.
David: Het is wel goed dat er zulke nummers op de plaat staan. Een anderstalig nummer in de set is een pluspunt. Je verrast daar de mensen mee. We hebben ook in Brussel al concerten gegeven met veel Franstaligen in het publiek. Franstalige nummers zijn op zo’n moment mooi meegenomen.
 
Nu jullie dat eigen geluid gevonden hebben, willen jullie zeker en vast verder geraken dan met de eerste plaat het geval was?
Stijn: Absoluut. We willen deze zomer proberen om op veel festivals te spelen en nog verder te gaan. We willen ook nog een derde plaat maken of een vierde en als groep ons bestaansrecht opeisen. Mensen moeten weten wie wij zijn.
Rik: Wij hebben heel hard gewerkt aan dit album, wij hebben ook heel veel gerepeteerd om alles live te kunnen brengen. Dat is nog aan het groeien. Er kruipt dus heel veel energie, tijd en geld in. Dan is het logisch dat je de kans wil krijgen om veel te spelen en je muziek naar buiten te brengen.
David: Er is iets dat erop wijst dat er voldoende aanwezig is om er als groep volledig voor te gaan. Op verschillende vlakken: het muzikale, de feedback die we krijgen, de reacties van het publiek, mensen die het toch speciaal vinden,… We zien wel waar we uitkomen.
 
Hoe oefenen jullie al die geluiden? Dat lijkt ons niet zo vanzelfsprekend.
Jeroen: Stijn beatboxt al van in zijn jonge jaren.
Stijn: Inderdaad, al van in het eerste middelbaar met mijn vrienden. Ik weet niet hoe het komt. De enige boodschap die ik kan meegeven is dat je er gewoon aan moet beginnen.
David: Je moet eerst en vooral muzikant zijn. Daarmee bedoel ik dat je moet weten wat je met muziek wil vertellen en hoe je dat wil produceren. Je kunt muzikant zijn, maar je moet het uit je stem en uit je lijf krijgen. Door gewoon te beginnen is het duidelijk geworden welke mogelijkheden we met dat beatboxen hadden. En dat bleek ruim voldoende te zijn om zo samen verder te musiceren. Met de nieuwe bezetting  hebben we anderhalf jaar niet gespeeld, maar na 3 concerten pikten we dat terug op.
Stijn: Nu zijn we terug waar we gestopt zijn.
 
Je vermeldde het woord bezetting. In een normale muziekgroep heb je een vaste gitarist, bas, drum of zanger. Is dat bij jullie ook zo?
Rik: Neen, dat verandert voortdurend. Bij het maken van de nummers heeft iemand een idee en werkt dat uit. Bijvoorbeeld, toen we onze nieuwe plaat aan het maken waren, ging iedereen die een idee had gewoon het zangkot binnen om dat daar op te nemen. De hele plaat is zo ontstaan. Daarna moet je dat natuurlijk live brengen en is het een kwestie van een manier te zoeken om alles zo goed mogelijk over te brengen. We zijn uiteindelijk maar met vier.
Jeroen: Ja, soms speelt iemand die de vocals gedaan heeft ook de bas in hetzelfde nummer op het album. Niet tegelijkertijd natuurlijk. Dat wordt apart opgenomen. Live neemt iemand anders de bas gewoon over. In feite ontstaan onze nummers op dezelfde manier als bij "muzikale" groepen. Wij improviseren ook zoals alle andere groepen. Als nu iemand een drum begint te spelen, hoor je wat dat nummer nog nodig heeft. Een bas, een trompet of een gitaar en dat voeg je er dan zelf aan toe.
 
Wat zijn jullie favoriete geluiden?
Jeroen: Ik vind vooral het zweepgeluid van Stijn heel leuk.
David: Jeroen kan ook iets grappig zoemen.
 
Benieuwd wat dat live gaat geven.

November 8, 2008
Mieke Meskens