Monsoon Portret van het leven

Portret van het leven
Monsoon is hét voorbeeld bij uitstek om aan te tonen dat een groep nergens kan geraken, hoe positief de pers ook mag zijn, zonder airplay op de radio. Ze beschikken over al de troeven die nodig zijn maar slagen er maar niet in om door te breken op grote schaal. Misschien kan ‘The King of Eyes, Tits & Teeth’, hun vierde en meest toegankelijke langspeler, daar eindelijk verandering in brengen.


Waar slaat de titel ‘The King of Eyes, Tits & Teeth’ op?
Gardin: Sinds een jaar heb ik een televisie en ik was gechoqueerd door alle programma’s over transformaties, chirurgie en schoonheid. De standaard is duidelijk: mooie tanden, ogen of borsten. Die programma’s beïnvloeden het gedrag van jonge mensen. Ze forceren jonge meisjes om hun gedrag te veranderen. Het lijkt erop of ze niets waard zijn als ze niet volmaakt zijn. Ze worden geconditioneerd om te beantwoorden aan een bepaalde standaard. Als dat niet het geval is, ben je nutteloos.

Het is dus een soort van irritatie?
Gardin:
Ja, het is irritant en ik vind het heel triest. Schoonheid zit hem niet alleen in het fysieke aspect. Het is heel cliché om zoiets te zeggen maar die programma’s geven een vertekend beeld. Als je geen grote borsten hebt, vinden de mensen je wel mooi, maar... Er is altijd een ‘maar’. Het album is geïnspireerd door al die programma’s waarin je je uiterlijk moet veranderen.

De teksten zijn nog steeds agressief maar de muziek is dat minder, die is toegankelijker geworden. Gardin:
Dat klopt. Dat is het resultaat van met een producer te werken.
Grignard: Dat werken met een producer is één van de redenen. We wilden iets lichtere muziek maken. Na de drie vorige platen, waar we nog altijd heel blij mee zijn, wilden we iets anders, iets lichters. Bij de vorige platen heb ik alles zelf gedaan. Maar dat is soms heel moeilijk. Vandaar dat we er nu voor gekozen hebben om met een producer te werken.
Gardin:
Hij heeft ons geholpen om keuzes te maken.
Grignard:
Het is een andere manier om met muziek om te gaan. We werken al tien jaar in een bepaald schema, waarin we soms een beetje vastzitten. Peter Crosbie stelde dan voor om sommige met andere structuren te gaan werken. Hij heeft er ook voor gezorgd dat de stem nu heel duidelijk is. De woorden zijn heel goed te verstaan.

Je had iemand nodig die wat afstand kon nemen.
Grignard:
Ja en dat heeft ons geholpen. Iemand anders laten beslissen of iets goed was of niet, is een stuk gemakkelijker.
 
Je teksten zijn nog wel agressief. Is dat een weerslag van je eigen leven?
Gardin: Absoluut. Ze gaan over dingen die ik zie of observeer, over dingen die ik ervaar of meemaak. Ik weet niet of ze gewelddadig zijn. Maar ze zijn in elk geval eerlijk. Het is iets heel natuurlijks. Teksten schrijven is een noodzaak voor me.
 
Is een nummer als Decadent Dandy dan een statement tegen bepaalde mensen?
Gardin: Het is geen statement, maar gewoon een portret. Ik ben een soort van getuige op een feest van pakweg Hugh Hefner. Dat is decadent, want wie leeft er zoals hij? Hij heeft de mooiste vrouwen ter wereld, runt een magazine en is miljonair. Hij is nu tachtig en leeft met drie jonge vrouwen. Het is zo fucked up, zo abnormaal, zo anders dan wat wij kennen. Ik heb daar geen negatieve mening over, maar ik vind het wel obsceen in vergelijking met wat er aan de gang is in de rest van de wereld. Voor zijn drie vrouwen bestaat het leven er enkel in hem te verzorgen, kostuums uit te kiezen en naar het zwembad te gaan. Ik vind dat decadent, al ben ik enkel een getuige.

Er is wel een enorm verschil tussen dergelijke nummers en nummers als Love Me, een wanhopige kreet om liefde.
Gardin:
Love Me is de soundtrack bij een korte dansfilm. Joël (Grignard, nvdr) heeft de muziek geschreven. De tekst is niet echt een wanhopige kreet om liefde. Het paste gewoon bij het script. Je ziet een koppel vechten en wanneer alles vernield is, rapen ze de overgebleven stukken op. Dat is het moment waarop de muziek begint. Dat is dan het enige wat je nog wilt: Love Me. Dat wil iedereen uiteindelijk toch. Het is heel eenvoudig.
[pagebreak]Jullie maken samen nummers. Hoe verloopt dat proces?
Grignard:
Eerst breng ik een structuur aan en zoeken we het arrangement met de groep. Voor deze plaat zijn we anders tewerk gegaan. De stukken werden gearrangeerd en de groep speelde dan de muziek, iedereen met zijn eigen geluid.
Gardin:
Het is altijd de muziek die beelden, verhalen of woorden in me oproept. Het is de muziek die mij inspireert. Zo vloeit het ene voort uit het andere.

De basis van Monsoon ligt in Brussel. Zie je dat als een voordeel of een nadeel?
Grignard:
Dat is absoluut een voordeel. Brussel is een groot dorp, maar toch charmant. Het is niet Parijs of Londen. Het is een fantastische stad om muzikaal actief in te zijn.
Gardin:
Meer en meer muzikanten trekken richting Brussel. Het wordt eenvoudiger om mensen te ontmoeten en om projecten op te starten.

Brussel ligt tussen Vlaanderen en Wallonië en in dat opzicht kan het moeilijk zijn om voet aan wal te krijgen in beide gewesten.
Gardin:
Toch zie ik het als een voordeel. Brussel is heel open-minded. We hebben zowel Nederlandstalige als Franstalige fans. Je komt sneller in contact met je fans omdat alles door elkaar loopt. Ik denk niet dat die segregatie in Brussel opgaat voor ons. Artiesten staan daar ook niet bij stil en willen dan bijvoorbeeld enkel samenwerken met Franstaligen. Wij zijn geen politici. We denken er wel over na en we zijn ermee bezig, maar we blijven gewoon artiesten en dan is het heel positief om in Brussel te werken.
Grignard:
We liggen tussen Vlaanderen en Wallonië in maar toch kennen we meer succes in Vlaanderen. Ook op muzikaal vlak bestaat er een virtuele grens tussen de twee gewesten. Het is moeilijk voor een Waalse groep om succesvol te zijn in Vlaanderen en omgekeerd. Een Vlaamse band kan ook meer platen verkopen in Vlaanderen dan een Waalse in Wallonië. De cijfers liegen er niet om. Waar een Waalse groep 5.000 exemplaren verkoopt, kan een Vlaamse er al snel twintig- à dertigduizend kwijt. Als die grens ooit zou verdwijnen, zou dat een voordeel zijn voor iedereen.

Maar dat zal wellicht nooit gebeuren.
Grignard:
Politici slagen daar waarschijnlijk niet in, maar artiesten kunnen dat misschien wel. Het zal traag gaan, maar een groep als Monsoon speelt toch in de Vooruit waar dat in Charlerloi, onze geboortestad, niet kan. Dan denk ik wel dat het mogelijk is. Op artistiek vlak moet dat lukken.

De pers is altijd ontzettend enthousiast over jullie werk maar het publiek volgt daar blijkbaar nog steeds niet in.
Gardin:
Het is moeilijk voor het publiek om op de hoogte te blijven als onze muziek niet wordt gedraaid op de radio. Het probleem is dat we geen airplay krijgen. Mensen kennen onze muziek dan ook niet. Zo simpel is het. Als je muziek tien keer per dag te horen is, gaan mensen je volgen en je albums kopen.

Jullie hebben enorm veel potentieel om een grote groep te worden maar zenders als Studio Brussel besteden bitter weinig aandacht aan jullie.
Gardin:
We worden wel gedraaid maar niet in high rotation. Het is heel jammer en heel moeilijk voor ons. Er zijn veel mensen die ons vragen hoe het mogelijk is. We zitten ook niet bij een groot recordlabel. We zijn onafhankelijk en zitten middenin die enorme industrie.

Denk je dan dat het een nadeel is om niet bij een groot recordlabel te zitten?
Grignard:
We zijn begonnen bij een groot label maar dat was heel moeilijk. Daarna heb ik mijn eigen label opgestart en nu zijn we vrij om te doen wat we willen. Het blijft natuurlijk wel moeilijk.
Gardin:
Er is een middenweg tussen bij een major zitten en onafhankelijk zijn en in die positie bevinden wij ons met dEPOT124. Maar het blijft moeilijk voor een band als Monsoon om je staande te houden in de industrie.  

November 8, 2008
Tom Weyn