Mono - 'Hoe meer mensen praatten, hoe meer lawaai wij maakten'

Voor we ons volledig onderdompelden in het doolhof der postrock op de bühne, doken we in het gangenlabyrint van de Ancienne Belgique backstage. Daar troffen we Takaakira ‘Taka’ Goto aan, die ons maar wat graag deelgenoot maakte van zijn ontembare enthousiasme om het podium van zijn lievelingszaal nog maar eens te beklimmen. Voor we de eerste vraag nog maar hadden gesteld, begon Mono’s meest begeesterde bandlid al meteen gedreven te vertellen.





Taka Goto: We speelden al zeven of acht keer in België waaronder eenmaal op het Dominofestival met Shellac in 2004. Het publiek was fantastisch die avond. Onze verwachtigen voor vanavond zijn dan ook hooggespannen. Het gaat geweldig worden. Dat Dominopubliek was een van de fijnste publieken ooit. Heerlijk om hier te mogen terugkomen.



Ook vanavond delen jullie het podium met enkele bands van een heel andere strekking. Is het moeilijk(er) zulk een gediversifeerd publiek van muziekontdekkers warm te krijgen?

Een tijdje geleden toerden we in de VS in het voorprogramma van een heavymetalband. Tot onze grote verbazing had onze muziek erg veel succes bij de metalheads. Ze waren echt geïnteresseerd in wat we op dat podium aan het doen waren. Wanneer zoiets gebeurt, doet dat plezier. Het toont dat goede bands die live een respectabele prestatie kunnen neerzetten de aandacht van een volstrekt vreemd publiek kunnen trekken én vasthouden. Wanneer je op het podium een soort van energie kan opwekken en doorgeven, is voor mij een liveshow pas geslaagd.



Jullie muziek wordt vaak omschreven als postrock, hoewel jullie dat zelf niet zo graag horen. Hoe zou je zelf je muziek omschrijven?

Ondertussen zijn we al gewend geraakt aan dat postrocketiket. Het raakt ons niet meer. Toch vinden we dat onze muziek meer filmisch is dan echte postrock. We houden ons voor om muziek te maken die als soundtrack van een film kan fungeren. Er bestaan zoveel instrumentale bands, die een zanger onder de vleugels nemen omdat ze denken dat het fantastisch gaat klinken, maar wij zoeken liever onze eigen weg met alleen maar instrumenten, de beste manier om het soort muziek te maken die we willen. Als dat dan postrock moet heten, is dat maar zo. Het is ook maar een naam en mensen hebben etiketten en labels nodig om alles wat op hen afkomt aan informatie te klasseren.

In Aziatische landen waar we na groepen als Pearl Jam op het podium klimmen, stap je in een heel andere sfeer en krijgt je muziek een heel andere dimensie. ‘Grand rock’ zou een betere omschrijving zijn dan postrock. Het is emotievolle muziek en het is aan het publiek om die te interpreteren, om de muziek zelf te beleven en er eigen beelden bij te bedenken.



Jullie nieuwste album heeft veel goede kritieken gekregen. Beïnvloeden die op enige manier het schrijfproces van nieuw materiaal?

Met Hymn To The Immortal Wind wilden we meer cinematografische muziek maken, een soort storm van emoties die uitmondt in een overdonderende golf van lawaai en chaos. Het leek ons ook spannend om daarmee vervolgens te gaan toeren. Als ik die dingen lees, ben ik best tevreden dat het ons in zekere mate gelukt is.

We hebben met Mono ook geprobeerd afstand te nemen van de donkere, trieste sfeer die onze vorige platen uitstraalden, het imago dat we als groep hadden meegekregen en zelf neerzetten. De nieuwe plaat heeft meer hoop in zich zodat mensen er ook naar kunnen luisteren als ze ’s ochtends opstaan (lacht).

Ik probeer meer spirituele muziek te maken om het finale stadium van visuele muziek te bereiken. Daarbij heb ik vaak Beethoven in gedachten; ik zou graag nummers als de negende symfonie kunnen schrijven. Mijn eerste idee was dat van een groot koor, maar dat lukte uiteindelijk niet. Het zou mooi geweest zijn want, zoals iedereen, wil ik iets belangrijks achterlaten op deze wereld. Een soort van onsterfelijke boodschap, iets delen met anderen, en zo’n symfonie leent zich daar perfect toe.



Het koor heb je inderdaad niet gebruikt, maar er was wél een orkest te horen op je nieuwste plaat.

Inderdaad, het geluid van Mono met orkest was erg sterk en overweldigend. We gaan dat blijven doen. Volgende maand spelen we enkele liveshows met dat orkest in New York, maar we willen ook nog met hen gaan opnemen. Ooit hopen we de hele show met orkest op tournee naar Europa te kunnen nemen.



Je sprak ooit over een samenwerking met Gorecki, de Poolse componist. Heb je hem ondertussen al gecontacteerd?

Wel, eigenlijk kon ik zijn adres niet vinden, dus ben ik dat nog steeds aan het uitstellen (lacht). Deze tour spelen we vaak zijn derde symfonie, zoals we ook vanavond gaan doen. Hij legt een soort van luguber sfeertje in zijn muziek, waar ik erg van hou. We spelen eerst nummers van 'Hymn To The Immortal Wind', en om in de juiste sfeer daarvoor te raken, spelen we Gorecki backstage.



Jullie zijn een Japanse band met succes buiten Azië. Hoe voelt het om na tien jaar nog steeds in twee verschillende werelden te staan met jullie muziek?

Het verschil is ondertussen niet meer zo enorm. In Japan lukt het nog steeds niet omdatinstrumentale groepen daar niet zo gekend zijn. Daarom zijn we begonnen met elders te spelen, een label te zoeken en een goede booking agent. Vervolgens konden we meteen touren in de VS en is de bal buiten Japan aan het rollen gegaan. Het is ook niet verwonderlijk dat dat eerst daar gebeurde omdat Europa en Amerika nu eenmaal meer vertrouwd zijn en open staan voor het soort muziek dat Mono brengt.

Ook in de VS kende niemand ons in het begin. Mensen daar drinken zo ontzettend veel dat we heel luid hebben moeten spelen en zeer veel materiaal hebben moeten kapotslaan opdat ze ons zouden opmerken. Tot overmaat van ramp is er in veel clubs niet eens een echt podium.  Hoe meer mensen praatten, hoe meer lawaai wij maakten. We waren behoorlijk gefrustreerd in die tijd, maar nu iedereen ons een beetje kent, gaat het veel beter. We kunnen nu ook stilaan beginnen dromen van succes in onze thuisbasis.



Als je vanaf nu zou kunnen kiezen waar je nog spelen zal, waar zou dat zijn: festivals, kleine kroegjes, clubs, ...?

Om eerlijk te zijn: hier, in de Ancienne Belgique. En dat zeg ik niét alleen tegen jou. Het is zo fijn hier te zijn. Iedereen is vol respect, geïnteresseerd en vriendelijk. Voor mij is de AB een van de beste zalen in de wereld. De sfeer is er apart, het geluid klinkt zo natuurlijk. Als we ooit kunnnen toeren met dat orkest, hoop ik dat we hier welkom zullen zijn.

28 mei 2009
Karlien Vermeulen