Michael Franti & Spearhead Zuigen en kakken

Zuigen en kakken
Michael Franti heeft net ‘All Rebel Rockers’ uitgebracht en komt even uit San Francisco overgevlogen om ons daar wat meer over te vertellen. Zoals verwacht werden we door de symphatieke reus met een knuffel ontvangen en leverde dat een leuk interview op.

Op je nieuwe plaat werk je weer samen met Sly & Robbie. Het lijkt alsof de reggea-invloeden nu uitdrukkelijker aanwezig zijn dan op 'Yell Fire!'.
Ik wou deze plaat dansbaarder maken. We reizen over heel de wereld om live te spelen en het is zoveel leuker als iedereen op onze muziek kan dansen. Met Sly & Robbie had ik al een paar keer samengewerkt, maar ditmaal deden we heel de plaat samen. De meeste nummers schreef ik op mijn gitaar waarna Sly & Robbie er iets van maakten waar je zowel rustig naar kan luisteren als uitbundig op kunt dansen.

Je werkt weer samen met Marie Daulne van Zap Mama. Hebben jullie een speciale band met elkaar?
Elke samenwerking vloeit voort uit een vriendschap en Marie en ik kennen elkaar al meer dan tien jaar. De laatste keer dat ik hier was, ben ik bij haar langsgeweest en hebben we de hele nacht aan High Low gewerkt. Ze haat het als ik zo laat opblijf. (lacht) Marie viel bijna in slaap, maar ik motiveerde haar om wakker te blijven en het nummer af te maken.

Je zingt: “I’ll bring food for the masses, mental food for the masses.” Probeer je je muziek zo toegankelijk mogelijk te maken?
Ik wil uitdagende teksten schrijven, maar ik wil ook nummers maken waar mensen op kunnen dansen en die ze kunnen meezingen. Ik wil niet steeds hetzelfde publiek hebben. Ik wil altijd nieuwe luisteraars bereiken. Say Hey (I Love You) gaat er bijvoorbeeld over dat ik, naarmate ik meer reis, ik minder van deze wereld begrijp. Al wat ik weet is dat ik hou van mijn zonen, van mijn ouders en van mijn muziek. Dat vertaal ik dan als “I love you, I love you, I love you.” zodat, wanneer ik bijvoorbeeld in Brazilië ben, iedereen kan meezingen.

Zoals in Taxi Radio?
Inderdaad. Taxi en radio, de twee meest voorkomende woorden ter wereld. Of zoals ‘habibi’. In de Arabische wereld weet iedereen wat dat betekent. En daar kun je dan ook weer alle kanten mee op.

In Love’ll set me free uit 'Stay Human' zing je “I ain’t trying to appeal to just your mind. Just a little part of your humanity”. Is het niet juist onze menselijkheid waardoor we fouten blijven maken?
Misschien. Maar ik denk dat al wat verkeerd is in de wereld dingen zijn die we aanleren. Wat is er bijvoorbeeld liefdevoller dan een baby die aan de borst van z’n moeder zuigt? Er is niets liefdevoller dan dat. En dat is alles wat een baby wilt doen. Dat en kakken. Dus als dat alles is wat we voor de rest van ons leven zouden doen, zuigen en kakken, dan zouden we een betere wereld hebben! (lacht uitbundig)

Je hebt een kinderboek gemaakt samen met illustrator Ben Hodson. Hoe kwam je op dat idee?
Voor de opnames van ‘I Know I’m Not Alone’ heb ik veel rondgereisd om met mensen te praten. Ik heb gesproken met Irakezen, Amerikanen, Joden, Palestijnen, moslims en christenen, wat niet altijd even makkelijk was. Na heel dat proces vroeg ik mij af wat de volgende stap was en dat was het schrijven van een kinderboek. Zo kan je een kind van jongsaf leren om verdraagzaam te zijn, om jezelf te zijn.

Dan hebben ze het minder moeilijk om…
… later als ze groot zijn naar mijn concert te komen. (lacht) Nee, wat ik vooral heb geleerd van heel die reis en de film is dat ik anderen niet hoef te overtuigen van mijn gelijk. Dan zou ik fout bezig zijn.

Maar omdat je een duidelijke boodschap hebt, gaan mensen misschien juist naar jou komen voor een antwoord op hun vragen.
Mensen komen eigenlijk niet zo vaak naar mij voor antwoorden. Ze willen van mij gewoon horen dat hun mening de juiste is. (lacht) Er zijn zoveel waarheden als dat er mensen zijn. Als ik in jouw plaats zou zitten, zou ik het weer anders bekijken. Dus al wat ik kan doen is luisteren naar de verschillende meningen.

Je hebt ook een fotoalbum uitgebracht. Hoe ben je daarvoor te werk gegaan?
Wel, de meeste foto’s zijn genomen door Wonder Knack. Zij heeft ons jaren gevolgd en gefotografeerd. Sommige foto’s hebben we zelf getrokken of vrienden van ons. De foto’s dienen om wat meer van onszelf te tonen. Hoe het leven op een tourbus is en waarmee we ons backstage bezighouden.

Wat deed dat met je om al die oude foto’s terug te zien?
Toen besefte ik hoe oud ik ben! (lacht) Maar dat is ok. Ik voel me jonger dan vijftien jaar geleden. Toen zat ik een beetje vast in een streng politiek denkpatroon waardoor ik de nood had om iedereen te zeggen wat goed en slecht was. Zo voel ik me niet meer. Nu schrijf ik over elke emotie die ik voel. As ik verliefd ben, schrijf ik erover. Als ik droevig ben, schrijf ik daarover. En als ik kwaad ben over een of andere sociale problematiek, dan schrijf ik er nog steeds over, alleen probeer ik er nu een postieve draai aan te geven.

Je bent al overal geweest. Begint het touren niet een beetje te vervelen?
Eigenlijk is deze week de moeilijkste. Elke twee jaar wanneer ik een plaat uitbreng, moet ik er acht à negen uur per week over praten. Het gesprek, zoals dit met jullie, vind ik wel leuk. Maar de ganse dag over hetzelfde moeten praten… “at the end of the day I’m fucked.” (lacht)

En we stellen allemaal dezelfde vragen, niet?
Nee, eigenlijk niet. En als je toch hetzelfde vraagt, probeer ik er anders op te antwoorden of negeer ik het gewoon. Dan zeg ik maar om ’t even wat. (lacht)

Gebeurt het soms dat journalisten enkel over politiek vragen stellen?
Ja, dat gebeurde gisteren een paar keer. Maar ik had ook een interview met een vrouwenblad. Dat was mijn favoriete interview van de laatste twee jaar. Haar vragen gingen alleen maar over wat ik van vrouwen dacht. Welke vrouwen heb je graag? Wat is je favoriete haarkleur? Heb je graag assertieve vrouwen? Grote borsten of kleine borsten? Geweldig interview! (lacht)

November 8, 2008
Simon Vrebos