Meuris Ik ben geen kasseigooiende guerrillastrijder

Ik ben geen kasseigooiende guerrillastrijder

We komen Stijn Meuris weer overal tegen dezer dagen. Hij heeft een bijrol in de Eén-reeks ‘Beau Séjour’ (die al een tijdje op het schap lag), toert nog steeds rond met '#Tirade' (noem het geen conference) én heeft een nieuwe plaat klaar. ‘Vigilant’ heet die en daarop klinkt Stijn Meuris urgenter dan ooit.

We hebben het woord vigilant moeten opzoeken. Het is een synoniem voor waakzaam, waakzaam zijn op, en is dus niet alleen een mooi woord en daardoor een goeie titel, maar ook van toepassing op ongeveer de helft van het nieuwe album. 

Stijn Meuris: Het viel mij op dat het afgelopen jaar het woord vigilant plots met regelmaat in de mond werd genomen door een aantal politici. Zeker na de aanslagen in maart 2016 dook dat woord overal op. Ik ken het op zich al heel lang, maar ik was het een beetje vergeten. Het lijkt me ook het woord van het jaar 2016; het dekt de lading heel erg goed.

Het is een heel maatschappelijk album geworden. Een album waarop je zelf heel vigilant lijkt te zijn.
Daar kon ik niet omheen. Het gebeurde gewoon. Oud Links, Het Is Maar Een Woord, Vigilant, In De Rij Voor Soep, Lemmingen ook; het zijn maatschappelijke observaties waarvan Oud Links de duidelijkste is, denk ik.

Hoe hard hangt het schrijven van ‘Vigilant’ samen met ‘#Tirade’? Want wat je in Oud Links zingt komt ook bijna letterlijk daarin aan bod.
Op een bepaald moment waren we ongeveer klaar met de nummers en ik voelde dat het niet genoeg was. Ik wilde iets meer doen dan de dingen die ik normaal doe – schrijven en muziek maken – en ik voelde dat er nog een soort onrust in me zat. En toen kwam dus het idee van gewoon met een micro op het podium te gaan staan. De twee verhalen gaan parallel. Ik denk dat er in ‘#Tirade’ veel verwondering zit, maar ook onrust, verontwaardiging en boosheid. Die elementen zitten ook in ‘Vigilant’.

Zo'n show was een experiment voor mij. Het is iets dat we nu drie jaar lang proberen. Ik ben blij dat het goed loopt, want op zich is ‘#Tirade’ een moeilijk beestje. Het is geen comedy, want het is best donker, maar er wordt wel gelachen; het is niet echt een eindejaarsconference, maar toch ook wel een beetje een overzicht. Eigenlijk noem ik ‘#Tirade’ nog het liefst storytelling.

Er zijn er die je eigenlijk nog kwader hadden verwacht in ‘#Tirade’. Je werd al vaak smalend “brulboei” genoemd. Ik kan aannemen dat je het jezelf niet gemakkelijk hebt gemaakt door ook nog eens met een show op de planken te staan waarin je niets anders doet dan je mening te verkondigen.
Op zich ben ik geen boosaardig ingestelde mens, maar ik heb wel het gevoel dat de speeltijd nu voorbij is. Ik ben geen brulboei. Maar hoeveel harder had ik het kunnen maken? Ken jij veel andere Vlaamse zangers die twee uur staan vertellen over een bestaande Vlaamse minister die ze in de kofferbak duwen? Ik wilde geen honderdtwintig minuten lang met het schuim op mijn bakkes staan fulmineren, want dan sla je iedereen murw na amper een kwartier. Ik wilde dynamiek; mijn uithalen goed uitkiezen. Dynamiek maakt dat je huidige uithaal straffer kan zijn dan je vorige. In 'Spinal Tap' zit een legendarische scène met een versterker die tot elf gaat. En dan wordt de vraag gesteld: “Yeah, but where do you go from eleven?” Negen is veel interessanter, want dan kan je nog naar tien. En misschien ook nog wel naar elf. Op de volgende plaat – waaraan ik nu al aan het werken ben – zal ik veel meer de rust, elegantie en de schoonheid verkennen.

“Waar is de welstand van cijfers en tabellen” en “In dit rijke land / althans zo hoor ik vaak vertellen”, zing je in In De Rij Voor Soep. Ik wil Liesbeth Homans even bedanken, want in De Zevende Dag van 5 februari had ze het over “een algemene kentering in de Vlaamse armoedecijfers.” En, zei ze nog: “Die daling geldt zowel voor het algemene armoederisico, als voor het risico bij minderjarigen en bij eenoudergezinnen.” Hoera hoera hoera! Tot bleek dat ze cijfers uit 2014 gebruikt had en “naar de verkeerde grafiek had gekeken.”
Ik heb me al afgevraagd of dat dat nu haar onkunde illustreert of haar onmenselijkheid. En ik weet het niet. Ik vrees dat het vooral de tijdsgeest illustreert waarin het geen kloten meer uitmaakt of wat je nu zegt, klopt of niet. Wat er nu in de VS gebeurt, geeft aan dit soort akkefietjes een enorme legitimering, want waar maken we ons nog druk om, eigenlijk? De “alternatieve feiten”, het is ook bij ons begonnen.

Het klopt echt, wat ik zing in In De Rij Voor Soep, ook al is het een jaar geleden geschreven nu. We zijn nog altijd bij de tien meest welvarende landen ter wereld – wordt gezegd - ,maar ik heb deze plaat opgenomen in de buurt van het station van Antwerpen en ik word ziek van hoeveel armoede ik daar gezien heb. “Da’s normaal, hé Stijn, jij bent van Hasselt. ’t Is hier Antwerpen”, zegt men dan. Maar dat zou gene ene fuck mogen uitmaken. Armoede mag geen gewoonte worden, iets dat er nu eenmaal bij hoort.

Ook in Vlaanderen is Theo Francken de populairste politicus; politici die zich openlijk uitspreken tegen het vonnis van rechters – want rechters zijn wereldvreemd – en die daar nog applaus voor krijgen ook: het kan allemaal.
Je scoort ermee vandaag, met zeggen wat je denkt zonder gehinderd te zijn door enige feitenkennis. “Hij heeft het toch maar eens goed gezegd”, klinkt het dan op HLN.be. Niet iedereen heeft de capaciteiten of de wil om de andere kant ook te snappen. Sommige rechters zijn misschien slecht; kan zijn. Maar Trump gaat nog verder en wil ze allemaal buitengooien. Trump valt de pers aan, justitie, gerecht,... Wat houdt hem tegen om het Congres buitenspel te zetten als ze hem op een zeker moment beginnen tegenwerken? Toen vorig jaar Erdogan zei dat de pers zijn klep maar moest houden, hadden we kolommen tekort. En nu vinden we het bijna normaal.

Kijk, van mij mag iedere ideologie bestaan, maar wat er vandaag gebeurt, is waanzin. Ik maak me ernstig zorgen. En er hangt oorlog in de lucht. Het is alleen nog de vraag met wie en wanneer precies, maar Amerika zal erbij betrokken zijn. Opeens wensen we Ronald Reagan terug en vinden we Bush een filosoof; ook in ons land. Ik zie de mensen en de ideeën niet meer, die redding moeten brengen. De situatie is nu écht erger dan ze ooit geweest is. Stel je voor dat wij ons in een handelsoorlog storten met de VS: tachtig procent van de producten, die wij gebruiken, worden daar gemaakt. Een dictafoontje van Philips? Philips is Nederlands, maar de software die in zo’n ding zit, is Amerikaans.

Op ‘Mirage’, vier jaar geleden, zong je al over de angstcultuur, in Omerta bijvoorbeeld. Ondertussen is de wereld er niet mooier op geworden. De angst is onmiskenbaar toegenomen en dat heeft het pad vrijgemaakt voor figuren als Trump of – wie weet – een nieuwe Le Pen.
De wereld is veranderd in vier jaar. Vier jaar geleden waren we voorzichtig negatief, nu zijn we ingehaald door de realiteit.

Je maakt jezelf ongetwijfeld niet sexy door een plaat over politiek te schrijven. Kan een protestsong meer doen dan preken voor eigen parochie? Je tegenstanders gaan je toch dezelfde grote zeurpiet vinden?
Ik ben geen kasseigooiende guerrillastrijder. Een nummer als Oud Links gaat me niet in dank worden afgenomen, want - voor alle duidelijkheid - ik behoor ook tot die afgezwakte stemmen die het goed hebben en met een sherry op een terras in de zon zitten; die zijn belastingen betaalt en in zijn auto in de file staat. Ik val mezelf er ook mee aan. Ik babbel veel over hoe het zou moeten, maar ik doe voor de rest ook weinig om de dingen echt te veranderen. Ik ben ook die weelde aan opiniestukken beu. Het zijn er veel; ze zijn allemaal geweldig goed geschreven en ze hebben allemaal gelijk, maar ze voegen geen bal toe en je bereikt er niks meer mee. En die mening deel ik tot mijn eigen schrik met Bart De Wever. Je doet er niemand meer mee nadenken.

We hebben hier nu een redelijk zwaar gesprek gevoerd en ik ben er zeker van dat we dit gesprek nog verder gaan zetten – ooit, ergens - maar ik wil toch ook nog even benadrukken dat ik me enorm geamuseerd heb met het maken van deze plaat. Ik wilde iets maken dat een soort van muzikale frisheid had met daarop rare teksten en ik denk dat dat gelukt is. Als je de teksten van The Smiths weghaalt, hou je ook – op het grote merendeel van hun songs – kampvuurliedjes over. Het is de tekst die het verschil maakt. De twee botsen. Dat vind ik zo mooi aan popmuziek, dat dat kan. Ik wil daar de volgende keer nog meer naar op zoek gaan.

Dit interview verscheen ook op de nieuwswebsite Newsmonkey.be


5 maart
Geert Verheyen