Meuris Er zit een zekere donkerte in de plaat

Er zit een zekere donkerte in de plaat

Stijn Meuris heeft een nieuwe plaat klaar: ‘Mirage’. Na ‘Spectrum’ eigenlijk de eerste echte plaat van Meuris. Wij hadden een stevige babbel met hem en kregen een enthousiaste, sympathieke en bevlogen verteller voor de microfoon. Zo enthousiast dat we hem af en toe moesten onderbreken om meer dan één vraag gesteld te krijgen.



Je bent ook zelf journalist geweest, ondertussen alweer een tijdje geleden. Je weet dus hoe het voelt aan beide kanten van het dictafoontje. Hou je het meest van interviews afnemen of om ze te geven?
Stijn Meuris: Ik heb interviews afnemen eigenlijk altijd fantastisch gevonden, maar ze uittypen deed ik niet graag. Ik leunde heel vaak op mijn geheugen. Dus als ik na een interview op de redactie kwam, dan begon ik dat interview redelijk snel te schrijven. En over het algemeen ging dat redelijk goed en was de lijn van het interview redelijk snel duidelijk. Ja, tof! Alleen die tussenstap tussen afnemen en het echte schrijven van het interview, neen.

Je hebt een nieuwe plaat gemaakt onder de naam Meuris. Officieel de tweede, maar na ‘Spectrum’ toch ook een beetje de eerste. Voelt dit weer als een debuut voor jou?
'
Spectrum’ was inderdaad meer een afronding van een periode en nu had ik weer goesting in een nieuwe plaat, nieuwe nummers. En het was fijn deze keer. Ik leg heel specifiek de nadruk op "deze keer" omdat het soms ook niet fijn is geweest. In het verleden is het opnemen van een nieuwe plaat al een paar keer een gedoe geweest en deze keer was het dat niet.

Exact een jaar geleden, in februari 2012, zijn we begonnen met repeteren met voornamelijk nieuwe mensen en dat ging verrassend vlot: ik had ideeën, zij hadden ideeën, er waren teksten en er was een richting. De studioperiode – wat toch altijd een beetje een test is – ging ook heel vlot. Sterker nog: het was aangenaam want er waren geen conflicten en we wisten waar we naartoe wilden. De platenfirma werkte goed mee en we hadden een nieuw enthousiast management.

Het was fijn, met andere woorden. Het klinkt als een huizenhoog cliché, maar ik had dat nodig. Ik had dat echt nodig. Er was een soort drang naar helderheid.

In het aankondigingsfilmpje op je website zeg je dat je eigenlijk platen maakt om in de studio te zitten knutselen. Vind je dat dan leuker dan optreden?
Live optreden blijft het summum, maar ik ben een kameleon: als ik in de studio zit, dan is er niks mooiers dan dat, maar als ik begin op te treden, vind ik optreden weer het fijnste. Een opnamestudio is eigenlijk een afgesloten speeltuin waar jij je met je vrienden mag uitleven. Als ik de studio uitloop en we hebben een goede dag gehad, dan loop ik achteraf over straat met een klein sardonisch lachje op mijn gezicht: het is alsof je iets heel geheimzinnigs gedaan hebt, jij weet op dat moment meer dan die mensen daarbuiten. Ik heb nu al zin om een volgende plaat te maken.”

Je haalt in dat filmpje ook aan dat het allesbehalve goed gaat met je gehoor. Dan lijkt het me geen goed idee om nog platen te maken.
Het slechtste idee ooit. En toch: ik ken muzikanten die gestopt zijn omwille van hun gehoor en die zijn niet gelukkiger. Ik moet er op letten, ik weet het, maar ik vrees dat ik er ook deze keer weer niet op gelet heb.

Onlangs was ik in het Kursaal in Oostende voor De Eregalerij van Radio 2. Daar worden elk jaar een aantal muzikanten in de bloemetjes gezet en ik was er dit jaar bij. The Scabs waren er ook en ik had nog nooit iets gedaan met The Scabs. Dus het leek ons het uitgelezen moment. Op de repetitie merkte ik niet eens dat we zeer luid stonden tot ik daar door de technieker op gewezen werd, maar ik hoor het niet meer. En ik ben daar echt niet fier op, maar er valt niets meer aan te doen. Ik kan enkel nog maar iedereen waarschuwen dat ze erop moeten letten.

Ben je dan voor de nieuwe geluidsnormen die Joke Schauvliege voorschrijft?
Ik ben voor het principe, maar we gaan het er geweldig moeilijk mee hebben. Muziek, zoals wij die maken, heeft een bepaalde intensiteit nodig. Als je een kleur fletser maakt, dan is het effect ook weg. Het volume is dus ook een instrument. En een groep als Triggerfinger kunnen met hun muziek, hun kleur en hun intensiteit met deze wet eigenlijk best stoppen. Die kunnen niet meer spelen op de manier waarop hun muziek het best overkomt.

Het enige dat je kan doen is die wet overtreden en hopen dat de meeste optredens geen boetes opleveren. De boete is trouwens niet voor de muzikanten, maar voor de mixer. Dus de beste mixers gaan niet langer het risico niet willen lopen om elk optreden beboet te worden. Dat is een spanningsveld.

Er zit een soort van dualiteit in ‘Mirage’: de muziek klinkt vrolijk, maar dat geldt niet voor de teksten. Dichter Bij De Liefde lijkt in eerste instantie een optimistisch liefdeslied. Tot je zingt "Dichter bij de liefde ben ik nooit geweest / sedert jou".
Inderdaad, het zit hem in dat ene woordje "sedert". Het is spelen met taal: één klein onschuldig woordje dat een totaal andere betekenis kan geven aan een hele zin. Die "sedert" impliceert een herinnering. Je kan dat hebben in de liefde, in je job of in je vriendenkring, dat je dat specifieke moment kan aanduiden waarop alles perfect was. Daarna was misschien ook nog alles ok, maar het was niet meer zo goed als toen.

Die teksten zijn een bespiegeling en die bespiegelingen zijn bij mij vaak minder licht van toon, maar niet noodzakelijk negatief. De plaat is niet zwaar op de hand, maar er zit inderdaad wel een donkerte in. Dat komt door wie ik ben: ik ben een optimistisch mens, maar ik heb geen schrik voor de negatieve kant van het leven.

En dan zijn er de muzikale referenties. Toen we bezig waren met de plaat merkten we dat het een jarentachtigplaat zou worden. En we zaten al snel bij de donkere kant van die periode: The Cure, Bowie, Echo & The Bunnymen, Nick Cave, Joy Division, ...

De kant van de jaren tachtig die bij uitzondering de hitparade haalde. A Forest van The Cure bijvoorbeeld.
Ja, maar ook U2 en Simple Minds, die wel de hitparade haalden en die heel "up" konden zijn. Het begin van een nummer als Dan Ga Ik Mee is puur Simple Minds. En dat stelden we pas achteraf vast. Dat nummer is – tussen haakjes – zelfs heel positief. En de single, 1974, ook. Maar dan hebben we het wel gehad.

1974 gaat over de tienjarige Stijn Meuris.
Over de tienjarige Meuris, die zin had in van alles, in het ontdekken van de wereld, in dingen.

Je zingt: "Ik weet wat ik wil / en wat ik niet wil". Wat wilde je niet?
Ik zat in het atheneum van Overpelt en dat lag langs een drukke straat, de Leopoldlaan. Mijn ouders woonden daar. En als ik dan door het raam van de klas naar buiten aan het kijken was, wist ik dat ik iets wilde worden waarin je een zekere vorm van vrijheid had. Dat kon eigenlijk nog veel zijn: wegenwerker, truckchauffeur, verkoper. En ook journalist,muzikant of regisseur, maar dat kende ik toen niet. Relatieve vrijheid zou ik later ontdekken, maar toch.

Wat ik toen dus niet wilde was een voorspelbare baan. En tegenwoordig gebeurt het dat ik jaloers ben op iemand met een zekere voorspelbaarheid in zijn baan. Dat duurt nooit heel lang. Maar ergens heb ik de neiging iemand te benijden, die elke ochtend om acht uur de trein neemt op weg naar dezelfde plek in dezelfde stad om daar om kwart na negen aan te komen, precies weet waar het lichtknopje en de koffiemachine staat, een eigen bureau en computer heeft.

Altijd afwisseling hebben wordt op den duur ook een sleur. Wie ik vandaag ben, waar ik ben met welke mensen en om hoe laat, dat is bijna elke dag anders. En dat is behoorlijk vermoeiend.

Ik Denk Dat Ik Hem Al Een Beetje Ken gaat over de verkiezingen van het afgelopen jaar. Over wie?
Niet over Bart De Wever alleszins. Over niemand specifiek eigenlijk, maar eerder over de verwondering die ik voelde toen ik deze zomer – voor de  verkiezingen – op ieder plein flyers kreeg toegestopt door zeer frisse, slimme, jonge en hippe mensen naast een gesponsorde auto. En het verwonderde me dat die mensen ofwel heel goed wisten wat hen te wachten stond als toekomstige schepen ofwel heel goed deden alsof ze het wisten.

En natuurlijk weten die dat niet. Ik moet als burger geloven dat al die mensen op al die lange lijsten allemaal in de wieg gelegd zijn voor die verantwoordelijke taak. Natuurlijk niet. En het vreemde is dat het werkt. Als ik een hersenchirurg nodig heb, dan wil ik niet die vriendelijke man, die ik vanochtend op de markt gezien heb, maar dan wil ik de meest bekwame. En dat is niet noodzakelijk hetzelfde.”

In ‘Omerta’ gaat het om angst. Zolang er met ons niets gebeurd, doen we maar alsof we van niets weten. Het deed me denken aan de oproep van de Antwerpse procureur Herman Dams om "verdachte zaken" in de buurt te melden.
Toen was het nummer al af, maar het past er wel perfect bij. Het gaat niet specifiek over Antwerpen, maar over mensen die in steden wonen, die onder sociale druk niet meer bereid zijn om het goede te doen.

Ik vind elkaar helpen het goede doen. En dat is aan het wegvallen. Er is al een paar jaar iets aan de hand waarbij niemand iets gezien heeft als er iets gebeurd is. Mensen leggen zichzelf een omerta op en dat stoort mij geweldig. Er is een soort samenlevingsverantwoordelijkheid en er is de angst om die op te nemen.

Je nadert de vijftig: hoe lang zie jij jezelf nog op een podium staan?
Ik heb werkelijk geen enkel idee. Op dat gebied hanteer ik graag de Arno-norm. Ik heb een mateloos respect voor wat Arno doet. Ik was een ontzettende fan van T.C. Matic. Sterker nog: zonder T.C. Matic was ik geen muzikant geworden. Volgens de administratie is hij nu tweeënzestig jaar oud, maar ik geloof er niets van. En als ik Arno bezig zie, denk ik altijd: het kan nog. Ik kan nog!

Tot slot: zou de tienjarige Meuris uit 1974 blij geweest zijn met wie Stijn Meuris nu is?
Ik denk het uiteindelijk wel. Omdat ik gegaan ben voor wat ik wilde en vermeden heb wat ik niet wilde. Ik dacht toen vooral: het kan toch niet de bedoeling zijn dat iedereen iets kiest om te doen tot zijn vijfenzestigste en dat is het dan. Ik heb daar ook een prijs voor betaald. Ik ben onrustig, ben een paar keer serieus ziek geweest, ik heb mensen verloren.

Wie een grillig parcours wil afleggen, betaalt daar een prijs voor. Heb ik dat er voor over? Nooit op die moeilijke momenten zelf, maar achteraf bekeken kan ik alleen maar zeggen: het was het waard.


March 12, 2013
Geert Verheyen