Merdan Taplak - Muzikale omnivoor

Hokjesdenken is niet aan de Antwerpse/Turkse dj en producer Merdan Taplak besteed. Live met zijn ‘orkestar’, in zijn dj-sets en nu ook op zijn debuutalbum 'In it For The Honey' stopt hij een mand vol diverse muzikale ingrediënten in de blender met een straffe en swingende cocktail als resultaat. Ondanks zijn druk tourschema vond Taplak een gaatje in zijn agenda om ons te woord te staan.





Merdan Taplak, je staat bekend voor je mash-up van allerlei stijlen. Aan die rijke muzikale identiteit heb je nu ook dubstep toegevoegd, wat duidelijk te horen is op de nieuwe plaat. Ook live ligt de nadruk nu meer op dubstep. Vanwaar die keuze?

Merdan Taplak: Ik zou niet zozeer zeggen dat ik vanaf nu een dubstepartiest geworden ben, maar je kan inderdaad niet ontkennen dat ik beïnvloed ben door het genre. Ik hou erg van de

ritmewisselingen en de dubby baslijnen, en bijna onbewust zijn die invloeden in mijn plaat gekropen. Niet omdat het een trend is, eerder omdat ik het genre op mijn manier wil benaderen.



Kan alles voor jou op muzikaal vlak, of zijn er ook genres die je nooit zult verwerken in je muziek?

Alles moet, niks mag! Of was het andersom? (lacht) Ik ben een groot voorstander van het mengen van genres, ik hou ervan om te experimenteren omdat ik ervan overtuigd ben dat je zo tot leuke resultaten komt. Natuurlijk heb ik mijn muzikale voorkeuren, maar in het algemeen ben ik een muzikale omnivoor.



Aan welke criteria moet muziek voldoen voor jou? Hoe maak jij je selectie van wat goed is en wat slecht?

Meestal hoor ik zelf erg snel wat me ligt en wat ik minder goed vind. Het is moeilijk te verklaren, maar ik merk snel of de ‘groove’ van een nummer me al dan niet ligt. Er is zo’n overaanbod van muziek tegenwoordig, waardoor je je ook een beetje moet trainen in het herkennen van een goeie track.



Arne Van Petegem van Styrofoam heeft een groot deel van de nummers mee geproduceerd. Als we aan Styrofoam denken, is hij niet meteen een persoon die we met jouw muziek in verband zouden brengen. Waarom koos je voor Arne en hoe verliep de samenwerking?

Arnes eigen muziek zou je inderdaad niet meteen rijmen met de mijne, maar net daarom was het een goeie match. Hij had bijvoorbeeld andere inzichten die mij uitdaagden om ook meer na te denken over de muziek. De samenwerking verliep erg vlot en het was de meest leerrijke maand uit mijn carrière (lacht).



Je plaat staat vol met gastbijdragen. Hoe ben je voor ‘In It For the Honey’ tewerk gegaan? Heb je nummers geschreven met iemand in gedachten of ben je pas achteraf naar geschikte gasten op zoek gegaan?

Eigenlijk doe je beide. Je maakt bijvoorbeeld een instrumentale track voor een specifieke stem, waardoor je erg gericht kan werken. Maar ik heb ook tracks geschreven waarbij ik pas nadien een idee had wie ik erop wilde hebben.



Voor je plaat heb je ook Princess Superstar weten te strikken. We hadden al een tijdje niets meer van haar gehoord. Hoe ben je bij haar terecht gekomen?

Lang leve de wereld der managers (lacht)! Via via ben ik met haar in contact gekomen en heb ik haar gevraagd om een bijdrage te leveren. Ze was trouwens zelf erg enthousiast over het nummer en wilde graag met me werken, wat ik dan weer te gek vond. Ik ben een grote fan van haar geschifte muziek, dus samen iets maken was een eer.



Voor de muzikanten van je ‘orkestar’ moeten de nieuwe nummers ook een verrassing geweest zijn. Hoe was hun reactie toen ze de nummers voor het eerst hoorden?

De nagel op de kop, ze waren erg verrast. Eerst en vooral waren ze blij met de uitdaging: we hadden allemaal wel het gevoel dat we aan iets nieuws toe waren. En dan kwamen de praktische vragen: hoe gaan we met een blazersensemble in godsnaam al die baslijnen spelen? (lacht) Elk van hen heeft zich dan uitgesloofd om zich meester te maken van een nieuw instrument. Te gek dat ze dat wilden doen eigenlijk.



Je hebt Turkse roots en op ‘In It For The Honey’ staan heel wat Turkse invloeden. Hoe sterk is je band met Turkije?

Wel, ik ben net terug van enkele optredens en ik heb toch gemerkt dat ik me in een stad als Istanbul best thuis voel. Nu, ik voel me voornamelijk Belg hoor, maar toch doet het wat met me als ik er kom. Het is als thuiskomen in een vreemde wereld: ik spreek de taal niet, maar toch herken ik de klanken, de geuren en de mensen. Een bizarre ervaring.



Hoe reageerden de mensen in Turkije op je muziek?

Heel goed eigenlijk. We hebben in drie clubs gespeeld en die zaten alle drie volgestouwd met dansende mensen. Het is altijd aftasten als je in een ander land moet spelen, maar na wat zoeken en uitproberen gingen de shows erg goed. Ik kan niet wachten om terug te gaan.



In eerdere interviews was te lezen dat The Glimmers één van je voorbeelden zijn. Zij werkten mee aan de titeltrack van de plaat. Hoe was het om met hen samen te werken?

Toen ik begon met deejayen, waren The Glimmers - toen nog onder hun andere naam ‘Mo & Benoelie’ - al jaren bezig. Ook toen ze internationaal doorbraken bleef ik hen volgen, omdat ik veel respect had voor wat ze deden. Toen ik hoorde dat ook zij wilden meewerken aan mijn plaat, was ik supercontent. Het resultaat is één van de ‘speciallekes’ op de plaat.

Het nummer J.I.M.S. is één van de meest dansbare nummers van de plaat en bevat een sample van de Amerikaanse kunstenaar Ted Joans. Moeten we dat nummer zien als een ode aan hem?

Bekijk het eerder als een ode aan de kunst van het deejayen en het samplen. De dichter Ted Joans vertelt hoe belangrijk jazz voor hem is, terwijl ik eigenlijk zelf geen grote jazzfan ben (lacht). Ik vond het gewoon een coole sample om mee te spelen.



Als muzikant heb je heel wat gedaanteverwisselingen ondergaan. Je begon als dj, breidde uit met het Merdan Taplak Orkestar en op de nieuwe plaat sla je weer een nieuwe richting in. Heb je al zicht op wat de volgende stap zou kunnen zijn? Iets met balletdansers misschien?

Nee, totaal geen idee. Ik zie wel wat er op me afkomt en zeg nooit “nooit”. Zo ben ik intussen ook weer bezig met ons tweede toneelproject. Maar in het algemeen richt ik me op de dansvloer.



Je bent bij het grote publiek echt doorgebroken met je optredens op onze zomerfestivals. Op welk Belgisch festival zou je deze zomer graag terugkeren en waarom?

Eén van de leukste gigs die we deden, was in Kalmthout, of all places. (lacht) Lijkt me wel leuk om dat nog eens over te doen. En natuurlijk waren Couleur Café en de Lokerse Feesten vorige zomer ook te gek. Pfff, het zijn er zoveel. Als het aan mij ligt, dan doe ik ze allemaal!

Merdan Taplak begint zondag aan zijn tournee door België en Nederland met passages in Vooruit, Trix, Stuk, Repmond Rock en op het Nederlandse Into The Spring-festival. Alle tourdata vind je op zijn website.

6 april 2012
Frederic Heymans