Mad About Mountains Ik geef iets aan, werk het zelf maar af

Ik geef iets aan, werk het zelf maar af

Met de titelloze plaat van zijn nieuwe project Mad About Mountains heeft Piet De Pessemier een bijzonder mooie, ingetogen plaat gemaakt. Eentje waarbij je het kampvuur hoort knetteren en je de ondergaande zon bijna uit de boxen hoort stromen. Logisch dus dat wij benieuwd zijn naar wat daar allemaal achter steekt.



Krakow, The Brothers Deere, Mad About Mountains, … Hoeveel persoonlijkheden heeft Piet De Pessemier?
(lacht) Eentje maar, hoop ik. Die komt trouwens ook bovendrijven in zowat alles wat ik doe. Zie het maar zo: mijn versterker is een Porsche en meestal rij ik aan vijftig kilometer per uur, maar soms wil ik ook wel eens aan tweehonderdvijftig door de straten scheuren.

Hoe snel rijd je dan met Mad About Mountains?
Vijftig is de snelheid die me het best ligt. Dit is het Americana-ei dat ik niet kwijt kon in Krakow.

Waarom kon dit niet met Krakow?
De helft van Krakow is niet zo Americana-minded en die groep is op en top een democratie. Ik wou nu voor een keer eens geen compromissen sluiten en wilde het helemaal alleen doen, alles zelf bepalen: songs, producer, sound, hoes, ... Noem maar op.

Hoe zit het dan met Krakow?
We zijn weer aan het repeteren, al gaat dat traag vooruit. Maar het krijgt toch weer vorm en het lijkt ook helemaal terug te gaan naar het oude Krakow.Maar op dit moment zit ik meer met mijn gedachten bij Mad About Mountains. En bij Brothers Deere. Die twee machines bollen.

Er gaat een gevoel van somberheid, fataliteit bijna, van je muziek uit. Dat geldt voor Krakow en ook voor Mad About Mountains.
Noem het eerder melancholie. Dat zit trouwens ook in Brothers Deere, alleen valt het daar minder op. De onderwerpen zijn nochtans altijd hetzelfde.

Ik hou van dat desolate, in sound zowel als in beeld. En dan gaan de teksten ook al snel die richting uit. Ik ben bijvoorbeeld jaloers op iemand als Jeff Tweedy: het zo eenvoudig houden en toch alles zeggen. Daarvoor doe ik mijn hoed af.

Van waar de naam Mad About Mountains? Ben je echt gek op bergen?
Eigenlijk bestond die naam al jaren. Er is zelfs ooit een demo gemaakt met Luuk Cox (nu producer van de cd – nvdr) op drums, Lange Polle (Monsieur Paul van Triggerfinger – nvdr) op Slide en Lies Steppe op backinggitaar. Maar drukke agenda's en een te onrijpe zanger  - ik dus - hebben alles in de koelkast doen verdwijnen. Mijn samenwerking met Luuk is blijven bestaan en de naam ook, maar daar is het toen bij gebleven.

Het eerste Mad About Mountains-project dook zowat acht jaar geleden op. Daarna kwam Krakow op gang. Maar bij het mixen van de laatste plaat van die band in Malta lieten Wim Smets (gitaar - nvdr) en Luuk Cox plots vallen dat een soloplaat misschien iets voor mij zou zijn. Toen is dat zaadje gekiemd, maar pas twee jaar later was ik er echt klaar voor. Daarna ging het razendsnel

De songs zijn nieuw. Sommige tekstflarden dateren wel van toen en mijn stem klinkt intussen ook heel wat rijper.

Zijn die verwijzingen naar de natuur in je songs (om nog van de hoes te zwijgen) dan toeval?
Ik heb inderdaad iets met de natuur. En dan vooral met herten. Om je een idee te geven: mijn huis hangt vol met geweien. Ik woon bovendien tussen de velden en ben – bij wijze van spreken - opgegroeid tussen de tractors.

De cover heb je zelf gemaakt. Ambities in die richting?
Ik ben van beroep vormgever en maakte in het verleden alle covers zelf. Maar deze heb ik met de hand geschilderd en dat was wel weer lang geleden. Ik heb gewoon graag alles zelf in handen. En zeker Mad About Mountains.

Hoe kwam je bij Myrthe Luyten (Astronaute) terecht?
Ik wilde eens met iemand die nog niet in “het wereldje" zat werken, iemand met een frisse kijk op de dingen. We speelden ooit ergens samen en toen ik haar hoorde, wist ik het meteen. Ik heb die song (Don’t Be Angry – nvdr) speciaal voor ons tweeën geschreven. Live staat ze met nog twee andere muzikanten ook mee op het podium.

Ze is twintig jaar oud en onze drummer is er vierenveertig. Maar die generatiekloof wordt op muzikaal vlak moeiteloos overbrugd. Dat is toch prachtig.

Zijn deze songs anders tot stand gekomen dan je songs voor Krakow en Brothers Deere?
Toch wel. Voor de bands maak ik de ruwe basis meestal alleen, maar de afwerking gebeurt in groep. Vooral bij Brothers Deere is dat een zaligheid. Met hen kan je volop experimenteren: die gasten snappen alles en voelen dat ook nog eens perfect aan.

Nu stond ik er alleen voor van begin tot einde. Dat was behoorlijk spannend.

Voelde je meteen dat het goed zat of was er toch wat onzekerheid?
Onzekerheid, dat bange afwachten van reacties en recensies, is er altijd. Muziek is ook zo persoonlijk. Maar de recensies zijn over het algemeen positief.

Dit keer leek het me vooraf ook minder te zullen raken. Een recensie is toch maar de mening van een persoon, maar een hele natie rekent je er vaak op af. Al is dat achteraf uiteraard gemakkelijk gezegd.

Soms lijkt de dood rond te waren in je songs.
De dood hoort dan ook bij het leven. Mensen interpreteren mijn songs elk op hun manier: voor de ene bieden ze troost, de andere wordt er depressief van of vindt ze passen bij het feit dat hij of zij verliefd is. Dat is precies het interessante aan muziek. Laat iedereen zijn eigen verhaal er maar mee maken. Ik geef gewoon iets aan, werk het zelf maar af.

Eén van de nummers op de plaat heet Hold On #2. Wat is er met #1 gebeurd?
(lacht) Hold on #1 staat op ‘Far-Away Look’ van Krakow.

En zijn ze gerelateerd?
Ergens wel, maar eigenlijk heb ik geen zin om mijn teksten uit te leggen. Dan weet je te veel en dan is er geen ruimte meer voor fantasie.

Eentje dan toch: vanwaar die Hundred Birds? Waarom honderd? En waarom birds?
Vooruit dan. Ik zing wel vaker over birds, zoals in Far-Away Look van Krakow bijvoorbeeld. De vrijheid en samenhorigheid van een zwerm vogels is zo mooi en elegant. En honderd klinkt gewoon beter dan eenenzeventig. Die zin kwam er plots uit toen ik aan het schrijven was. Thunderbirds, Hummingbirds, lovebirds,... Het zijn allemaal mooie woorden.

Hoe komt het dat jij – in al je vormen - zo vergroeid bent met americana? Is dat gegroeid?
Mijn vader keek vroeger altijd naar westerns. En we hadden ook wel wat van dat soort platen. Als kind was ik dus gefascineerd door indianen en cowboys. En nog steeds trouwens.

Sommige hedendaagse muziek is vaak zo oppervlakkig. Als ik zie en hoor wat er allemaal gehypet wordt. De mooiste diamanten zitten diep in de belly of the mountain. Maar veel mensen zijn te lui om zelf te zoeken en slikken gewoon wat hun wordt voorgeschoteld.

Staan er nog andere projecten op til? Broed je nog op ideeën?
Momenteel wil ik me helemaal focussen op Mad About Mountains en Brothers Deere. En ook Krakow komt wel weer op zijn pootjes terecht.

Voor filmmuziek mogen ze me wel altijd bellen. Vaak zegt men me dat mijn muziek filmisch is, maar daar blijft het dan ook bij (lacht).

Ik ben wel blij als een kind dat Toon Aerts wat beelden van de opnames (teaser 1, 2 en 3 – nvdr) gemaakt heeft. Hoe hij zich onzichtbaar opstelt midden in een opnameproces (waar ik eigenlijk geen pottenkijkers wens). Heerlijk wat die gast met zijn camera doet.


March 4, 2012
Patrick Van Gestel