Ludovico Einaudi - Ik wil een gids zijn voor mijn publiek

In een uithoek van Brussel, tussen pitakoten en halalslagerijen, ontmoeten we de Italiaanse componist Ludovico Einaudi, Ludo voor de vrienden. Een warm en hartelijk gesprek, half Engels, half Italiaans. Strak uitgedost en spelend met zijn ring dompelt hij ons onder in nu eens verlichte, dan weer duistere regionen van zijn bestaan.





Hou je ervan interviews te geven?

Ja, eigenlijk wel. Soms geven vragen je een nieuwe kijk op iets. Daarvoor heb je natuurlijk wel goede vragen nodig. Als je steeds dezelfde dingen voorgeschoteld krijgt, heb je er niet zo veel aan.

Wat is het grootste compliment dat ik de nieuwe plaat zou kunnen geven?

(denkt na) Ik wil niet dat je gewoon zegt dat het een mooi stuk muziek is. Een compliment zou zijn dat je door de muziek jezelf vragen begint te stellen, dat het voor jou nieuwe deuren opent. Mijn muziek moet input geven en plaats voor inspiratie.

Welke strategie gebruik je om dat idee over te brengen op je plaat?

De plaat is in feite een reis van licht naar donker. Het licht komt overeen met het bekende. Het verbeeldt het rationele, datgene wat we al weten, terwijl het donkere het irrationele toont. Dit is echter niet per se negatief. De donkere kant opent de deur naar poëtische, onderbewuste gedachten uit onze kindertijd of het eros bijvoorbeeld.  Licht en donker zijn dan respectievelijk het apollinische en het dionysische in de mens.

Is dit contrast ook zichtbaar in de muziek? Je gebruikt een toegankelijk, minimalistisch kader om de onderbewuste gedachten te evoceren?

Ja, inderdaad. Ik gebruik graag een taal die iedereen kent. Mijn muziek klinkt daardoor toegankelijk. Hiermee vertel ik mijn verhaal, waarin elkeen zijn eigen ding kan herkennen. Als ik een andere ontoegankelijke taal zou gebruiken om naar het donkere, irrationele deel te gaan, zouden de luisteraars me niet kunnen volgen en er ook hun eigen onbekende regionen niet in kunnen exploreren. Ik wil een duidelijke gids zijn voor mijn publiek.

De meeste hedendaagse klassieke componisten gebruiken wel die moeilijke taal om zich uit te drukken. Wat denk je daarvan?

Ik ben wel in contact met die mensen, maar ga niet akkoord met hun manier van werken. Het is zo erg dat niet alleen elke componist verschillend moet zijn, maar dat zelfs ieder werk een nieuwe taal moet uitvinden. Bij mij zit dat helemaal anders. Dat komt misschien doordat ik me liet inspireren door een reis naar Afrika. De muziek komt daar veel meer vanuit de onderbuik en is een organische evolutie van oud naar nieuw, terwijl deze experimentele westerse kunstenaars altijd opnieuw willen breken met het verleden om origineel te zijn. Daardoor verliezen ze in zekere zin de band met de traditie én met hun publiek. Volgens mij zitten ze vast in een labyrintische spiegel, waarbij niets anders dan de hersenen gebruikt wordt. De Afrikaanse manier van schrijven en componeren daarentegen zorgt ervoor dat alle aspecten van het menszijn aan bod komen, zowel het spirituele, het rationele als het irrationele.

Dat is ook de manier waarop jij werkt, in navolging van voorgangers zoals Philip Glass...

Ja, Glass is één van de pioniers, vooral door de oosterse, spirituele elementen in zijn muziek. Het is iemand die mijn manier van werken beïnvloedt. Met Wim Mertens hebben jullie trouwens ook een gelijkaardig componist in huis.

Is dat organische, improviserende kenmerk ook de manier waarop je nummers ontstaan?

Ja. Ik heb het omgekeerde ook al geprobeerd, maar dat lukt niet. Ik kan niet vanuit de hersenen werken. Ik begin vanuit een improvisatie en daarna gebruik ik mijn brein om wat structuur aan te brengen en het nummer een vaste vorm te geven. Ook op het podium is er plaats voor improvisatie, zeker als ik alleen optreed.

Het is trouwens toch een beetje eigenaardig dat een klassieke componist zijn werken zelf uitvoert.

In het begin liet ik ze uitvoeren, net zoals de rest, maar ik besefte dat het plezier net in het spelen ligt. Als je zoveel moeite doet om iets te componeren, wel dan wil ik ook de fun van het spelen hebben. Ik vind het ook eerlijker als de componist zelf de verantwoordelijkheid draagt voor wat hij maakt. Veel hedendaagse experimentele componisten schuiven de verantwoordelijkheid al te snel af op de uitvoerders. Als het publiek het maar niets vindt, wil ik dat graag meteen weten. (lacht) Feedback is voor mij zeer belangrijk. Bovendien zorgt het zelf uitvoeren ervoor dat er een leuke afwisseling is tussen het componeren thuis en het touren en live spelen.

Iets anders nu. Tegenwoordig is er bijna een scene waarin klassiek en elektronisch verweven worden (Johann Johannsson, Olafur Arnalds, IJsland). Je hebt ook een dergelijk zijproject met de broers Lippok, genaamd Whitetree. Hoe probeer je beide, klassiek en elektronisch, te combineren?

In feite is dat allemaal niet zo klassiek. De muziek ontstaat op dezelfde manier. Iemand start met wat elektronica en ik val in met wat piano. Achteraf gieten we alles in een nummer. De samenwerking verliep zeer vlot, zowel het touren als de opnames, al is het live spelen het leukst. De elektronica zorgt er ook voor dat er meer dirt in die optredens zat, die er op plaat netjes wordt afgepoetst.  

Naast het elektronische project heb je ook filmmuziek gemaakt. Is er een wederzijdse wisselwerking? Hoe belangrijk is film als inspiratiebron voor jou?

Ik weet dat veel regisseurs me vragen om muziek te schrijven voor hun films. Ze zeggen dat er een zekere beeldoproepende kracht in mijn muziek ligt. Mijn muziek roept voor mezelf echter geen beelden op, enkel kleuren, zowel als ik ze speel als wanneer ik ernaar luister. Ik zie mijn muziek meer als meditatie en communicatie met de wereld rondom me. De connectie beeld-muziek verloopt vrij afzonderlijk.

Filmmuziek, soloalbums, elektronische projecten... ben je een workaholic?

(lacht) Ja, een beetje. Of misschien een beetje veel. Ik kan niet lang stilzitten, anders word ik depressief. Het is een manier om mijn leven richting te geven. Als ik op reis ga, is het net hetzelfde. Dan ga ik elke dag stappen. Op een strand liggen is voor mij onnatuurlijk.

Nick Cave heeft bijvoorbeeld een kantoor waar hij componeert. Scheid je werk en privé of ben je altijd aan het werk? 

Ik heb het eens geprobeerd, maar het werkte niet. Het huis zonder de studio is mijn huis niet. Ik sta op, soms half aangekleed en begin wat te spelen. Ik moet mijn materiaal rond me hebben.

Half aangekleed muziek spelen is niet bepaald klassiek. Hoe rock 'n roll is Ludovico Einaudi?      

Tja, als we op tour zijn en het optreden is gedaan, dan drinken we meestal een paar glaasjes (lacht en voegt er snel aan toe) of bekijken we een film. (terug serieus) Touren is echter een ernstige bezigheid. Je moet fysiek in perfecte conditie zijn. Dat betekent dat je op tijd moet eten en op tijd moet slapen. Excessen wegen zwaar door als je 35 opeenvolgende concerten moet spelen. Ik vergelijk het soms met het leven van een soldaat.

Hou je eigenlijk van dat touren?

Ja, de concerten zijn fantastisch en bovendien zie je nieuwe plaatsen en nieuwe mensen. Ik heb er altijd van gedroomd te reizen en muziek te spelen, maar nu ik voortdurend onderweg ben, verlang ik ernaar gewoon thuis te zijn.

Zolang je maar blijft dromen zeker... Een laatste vraagje. Wat denk je van de volgende uitspraak van Confucius: "Wilt u weten of een land goed geregeerd wordt en goed van zeden is? Luister naar zijn muziek."

(lacht). Je refereert aan mijn land, zeker? Het klopt perfect. De kwaliteit van de muziek in Italië is werkelijk beneden alle pijl en over de regering kan je hetzelfde zeggen natuurlijk...

Gelukkig zijn er nog uitzonderingen... Bedankt voor dit gesprek.

1 oktober 2009
Mattias Devriendt