Lawrence English Homogeniteit is gelijk aan dood

Homogeniteit is gelijk aan dood

Lawrence English is één van de monumenten van de experimentele scene. Op zijn label Room40 verscheen al werk van mensen als Ben Frost, Tim Hecker en Mike Cooper. In zijn eigen oeuvre is English even divers: van de onbewerkte fieldrecording van ‘Songs Of The Living And The Lived In’ tot stevige drones van ‘Wilderness Of Mirrors’. Met zijn nieuwste album ‘Cruel Optimism’ geeft English uiting aan zijn zorgen, politieke ideeën en hoop voor de toekomst. Het mag dan ook niet verbazen dat hij het in zijn antwoorden meer over de theorie achter ‘Cruel Optimism’ heeft dan over de muziek zelf.

Je zei ergens dat het opnameproces van ‘Cruel Optimism’ verschilde van dat van je vorige platen omdat je hulp kreeg van mensen als Thor Harris, Tony Buck en Chris Abrahams. Wat was de aanleiding daartoe? Vond je dat die verandering nodig was of gebeurde het eerder toevallig?
Lawrence English
: ‘Cruel Optimism’ was ongetwijfeld de moeilijkste plaat die ik ooit heb gemaakt. Ik had iets heel specifieks in gedachten. Om Lemmy (Kilmister van Motörhead, nvdr) te parafraseren: ik wilde dat alles compacter was dan al de rest. Ik wilde dat punt van verzadiging bereiken, dat alles wat ik tot dan toe had gedaan, zou overstijgen. En die zoektocht was niet vergeefs: ik vond nieuwe manieren om het rauwe materiaal, waaruit dit werk bestaat, esthetisch en technisch te benaderen. Omvang en dichtheid zijn niet met elkaar verbonden, maar verhouden zich op een bepaalde manier tot elkaar; iets dat ik zeker nog verder wil onderzoeken.

Wat de muzikanten betreft, ik ben elk van hen veel verschuldigd. Ik wou met alle geweld de muziek als een collectief benaderen, zelfs al waren de samenwerkingen eerder van persoon tot persoon. Ik wilde verrast worden en niets kan je meer verrassen dan een ander, menselijk brein. Niemand benadert de dingen op dezelfde manier. Misschien zijn die manieren gelijkaardig, maar vaak kan je heel veel leren uit de details. Al die muzikanten waren erg welwillend: ze verdroegen mijn esoterische nota’s en provocaties en door hun werk is deze plaat opnieuw en opnieuw getransformeerd. Het was een uitdaging om aan die verschuivingen te beantwoorden, maar het leverde ook veel meer op dan ik ooit had verwacht.

Had je vooraf een specifiek plan hoe je die samenwerkingen wou aanpakken?
Ik heb die muzikanten uitgekozen vanwege een specifieke eigenschap van hun werk. Iemand als Chris Abrahams heeft bijvoorbeeld een ongelofelijke zin voor harmonie in zijn muziek. Hij is rusteloos en lijkt altijd op zoek te zijn. Die kwaliteit in Chris’ werk sprak mij heel erg aan. Ook Thor Harris heeft een zin voor harmonie, die radicaal afwijkt van de mijne. Hij bracht relaties in de muziek naar boven, die ik niet hoorde. Andere samenwerkingen, zoals die met Vanessa Tomlinson, legden heel andere zones op deze plaat bloot. De manier waarop zij de vellen bewerkt is uiterst krachtig en uitermate individueel. Dat is waarschijnlijk precies wat alle muzikanten verbindt, dat elk van hen heel persoonlijk werkt. Ik heb dan ook bewondering voor hun vastberadenheid en wilskracht.

Hoe ga je die samenwerkingen vertalen naar het podium?
Goede vraag… Op dit moment zijn er nog geen plannen om dat te doen, maar Tony Buck liet zich, toen hij de plaat hoorde en de lijst van muzikanten zag, al wel ontvallen dat hij het te gek zou vinden om met die muzikanten samen te werken.

De titel van de plaat haalde je bij het theoretische concept van Lauren Berlant. Kan je uitleggen hoe dit concept je manier van denken en specifiek het maken van dit album heeft beïnvloed?
Het boek van Lauren Berlant is één van de belangrijkste, kritische theorieën van Noord-Amerika van deze tijd. Haar theorie laat ons toe om de huidige evoluties, die hebben geleid tot veel van de fenomenen, die we rondom ons zien, in vraag te stellen. Brexit, Trump en een boel andere, geopolitieke evoluties kunnen onderzocht worden op een zinvolle manier door Berlants theoretische microscoop. Nooit was het meer van deze tijd om onszelf af te vragen, individueel of collectief, waarom we het moeilijk hebben met voldoening te vinden in de fantasie-objecten, waarnaar we van dag tot dag streven. Eigenlijk vormen die fantasie-objecten net de hinderpalen om deze voldoening te vinden.

Wat deze plaat betreft is het vooral wat Berlant schrijft over affectie en trauma, dat mij raakt. Ergens beschrijft ze trauma in ons leven als volgt: “We weten dat we een trauma niet kunnen bezitten, maar we zijn er wel door bezeten.” De plaat is mijn persoonlijke manier om om te gaan met de voortdurende staat van ongemak en de schrikwekkende gebeurtenissen rondom ons.

De manier waarop de Australische regering omgaat met vluchtelingen en asielzoekers is bijvoorbeeld onmenselijk. Het illustreert hoe wij als natie falen. Deze mensen worden gewoon gebruikt als instrumenten voor politieke macht. Het gaat hier over mensen zoals jij en ik. Ook zij dromen, ademen, hebben lief en treuren. De manier waarop wij hen behandelen is weerzinwekkend en teleurstellend.

Hetzelfde geldt voor de inheemse bevolking van dit land. Er blijven maar zwarte mensen sterven in gevangenschap Je moet gewoon maar het recente video-materiaal van Julieka Dhu, die in West-Australië werd vermoord, bekijken. Het is afschuwelijk. Internationaal zijn er te veel van dergelijke zaken om op te noemen. Neem nu de Syrische vluchtelingencrisis. Het beeld van het lichaampje van Alan Kurdi, levenloos op dat strand, de ontelbare beelden uit Aleppo en al wat daarrond hangt, die ons bereiken, … Dat is wat deze plaat heeft vormgegeven, rechtstreeks of onrechtstreeks. Ik wilde een weg vinden om te navigeren door deze onhoudbare stroom van trauma’s. Ik wilde ontcijferen hoe het verwerken en begrijpen van deze situaties mij en anderen deed voelen. De plaat is de neerslag van die navigatie en ook het antwoord daarop.

Lawrence English - Negative Drone from ROOM40 on Vimeo.

‘Cruel Optimism’ voelt aan als een politieke plaat: bepaalde songtitels, de video bij Negative Drone, … Welk effect heeft dat op de muziek. Je schreef een interessant artikel over noise als wapen enige tijd geleden. Heb je die ideeën ook verwerkt in dit album?
Muziek, luisteren, kunst, dat alles is politiek. Het is door de manier waarop iemand zijn keuzevrijheid uitdrukt dat een werk waarde krijgt. Daar ben ik heilig van overtuigd en nu meer dan ooit is het voor ieder van ons belangrijk om iets te doen om het soort toekomst dat we relevant en betekenisvol vinden voor ons en de generaties die volgen, te bepalen. Door deze plaat te maken wilde ik in vraag stellen wat wij a priori als waarheid aannemen. Vaak komen we in een bepaalde situatie terecht zonder dat daaraan enig onderzoek of deductie is voorafgegaan; het is gewoon zo. Ik denk niet dat dat volstaat. En het is al helemaal niet interessant.

Neem nu het ontwikkelen van de drone. Die technologie werd in de laatste drie decennia zelden in vraag gesteld. Nochtans heeft het toepassen ervan in het luchtruim van een land zonder menselijke piloot radicale gevolgen voor de moderne manier van oorlog voeren. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Eens we de brede context daarvan zien, zullen er een heleboel ethische kwesties aangepakt moeten worden, al betwijfel ik of we daar ooit toe zullen komen. Het gebeurt gewoon omdat economische belangen en macht daartoe aanzetten.

Nochtans moet ik toegeven dat ik ongelooflijk optimistisch ben over de toekomst. Als ik immers erken dat ik eigenlijk het verleden ben, dan ligt de toekomst bij mijn kinderen en hun generatie. Neil Postmans opmerking dat “kinderen de levende boodschap zijn, die wij sturen naar een tijd die we niet zullen zien”, is nog steeds erg belangrijk om in het achterhoofd te houden. De babyboomersgeneratie, die die rijkdom aan kansen en macht grotendeels voor eigen voordeel heeft gebruikt, heeft dat grotendeels genegeerd. Het is nu mijn rol en die van alle ouders om kinderen alle liefde en steun te geven, die ze nodig hebben om hun eigen toekomst te realiseren. Ik moet het goede voorbeeld geven, vriendelijk zijn, respect tonen, nadenken en hen vragen om zelf na te denken als ze met de mensen rondom hen en de wereld in het algemeen omgaan.

Het is eenvoudig om gewoon de huidige normen en het huidige gedrag te aanvaarden, zeker als je het geluk hebt om zelf binnen die normen te kunnen leven. Maar het is onze verantwoordelijkheid om te proberen die normen op te schuiven en er meer van ons in op te nemen. Ik hoop dat mijn kinderen in de gemeenschap rondom hen een prachtige verwezenlijking van eenheid in verscheidenheid zullen vinden. Net dat verschil is interessant, opwindend en absoluut nodig als we onszelf echt willen begrijpen. Homogeniteit is gelijk aan dood!

‘Cruel Optimism’ is de opvolger van ‘Wilderness Of Mirrors’, maar tussen die twee in heb je nog een paar (solo)albums gemaakt. Worden al die projecten door elkaar beïnvloed?
Niet altijd. ‘Approaching Nothing’ zat heel erg in zijn eigen ruimte en tijd. Ergens zitten er wel verbindingen tussen het werk dat ik maak. ‘Kiri No Oto’, ‘Wilderness Of Mirrors’ en ‘Cruel Optimism’ gaan allemaal min of meer over de fysiek van geluid en ideeën van harmonische distortie en densiteit. ‘Approaching Nothing’ daarentegen had meer te maken met wat ik “relationeel luisteren” noem, hetgeen mijn benadering van veldopnames in brede zin omvat. Maar uiteraard lopen al die interesses door elkaar. Ik ben tenslotte één persoon met veel interesses, die mijn passie voor geluid en leven in deze wereld ondersteunen.

Wat heeft de toekomst nog voor je in petto buiten touren met deze plaat?
Dit jaar werk ik nog aan een heleboel projecten. Er is mijn duet met Jamie Stewart van Xiu Xiu; HEXA is bezig aan een nieuw samenwerkingsproject; en dan gaan we nog op tournee met de ‘David Lynch Factory Photographs’-show dit jaar. Er staan dit jaar ook nog een reeks grote installaties op stapel. Een bepaalde geluidssculptuur verkent de idee van “volksstemmen” eerder dan “de stem van het volk”, waarmee je bij uitstek mensen uitsluit. Mij interesseert het om stemmen samen te brengen om eenheid in verschil, of eerder eenheid in verscheidenheid te creëren. Op dit ogenblik is dat meer dan nodig. Op sociaal, politiek en geografisch vlak wordt er zo geterritorialiseerd dat we tegen die terugkeer naar de twintigste eeuw moeten optreden. Ik werk ook nog aan een reeks geluidssculpturen om protest van nabij te bekijken. Bovendien zit het werkschema van Room40 behoorlijk vol. Ook produceer ik nog platen van mensen als Norman Westberg en Tralala Blip. Het wordt dus hoe dan ook een interessant jaar.


22 maart
Robbe Van Petegem