K's Choice - Dit voelt aan als onze eerste plaat

Een halfuurtje stormen en dan is het voorbij. K’s Choice heeft met ‘The Phantom Cowboy’ een korte, maar krachtig onweer afgeleverd. Een frisse wind door het eigen oeuvre. En, zo zal Sarah Bettens ons zelf zeggen: "...misschien wel de eerste, echte plaat die we ooit gemaakt hebben". Op de koffie – of in dit geval thee – bij Sarah en Gert Bettens.





De plaat is gemaakt met Alain Johannes, die voor eeuwig verbonden is met Queens Of The Stone Age. Maar als ik jullie plaat hoor, denk ik meer aan Steve Albini: The Breeders, Pixies, Nirvana. Waarom Johannes?

Sarah Bettens:
Hij komt echt uit de wereld van het soort plaat dat we deze keer wilden maken: stevige gitaren. Hij stond redelijk hoog op de lijst met mensen waarmee we eens zouden willen werken en we hebben het geluk dat onze manager hem kent. Anders was het allicht niet gelukt.

Gert Bettens: Ik twijfel er niet aan dat het met Albini ook gewerkt zou hebben. Het was inderdaad die kant van het spectrum dat we uit wilden. Maar voor alle duidelijkheid: we zijn supertevreden met Alain. Onze manager had gewaarschuwd dat het een vriend zou worden en da's waar: zo’n lieve vent.

Sarah: Maar het is toch altijd afwachten. Je laat toch altijd iemand toe in een groep die elkaar al goed kent en dan is het nooit zeker of die nieuweling daar wel in gaat passen.

Gert: Uiteindelijk moet je in korte tijd een erg diepe band met je producer zien uit te bouwen. Want het is hij die een duidelijke stempel gaat drukken op je plaat. Dat is een delicate oefening, maar na een paar dagen konden we al onnozel doen met elkaar en grappen maken.

‘Echo Mountain’, de vorige plaat, is al vijf jaar oud. Daartussen zaten een soundtrack voor een documentaire van Dixie Dansercoer, een akoestische plaat en een bijhorende tournee. Wilden jullie eindelijk nog eens rocken, iedereen wakker schudden?

Sarah
: Ja, waarschijnlijk omdat we al een paar jaar in theaters zaten. En het moest gebeuren voor we te oud waren om ons belachelijk te maken. (lacht) Eigenlijk was het voor ons de eerste keer dat we met een gericht idee aan een album van K’s Choice begonnen. Normaal gezien schreven Gert en ik het hele jaar door en als we klaar waren om een plaat te maken, dan kozen we daar de beste nummers uit en dat waren dan een paar rocknummers, een paar meer poppy tracks en een paar ballads. Zo hebben we het nu niet gedaan. We hebben zelfs een paar serieuze singlekandidaten van de plaat geweerd omdat ze niet binnen het concept pasten. Te poppy. Nog nooit gedaan!

Deze keer gaat het vooruit, letterlijk. Zeven van de elf nummers halen de drie minuten niet en na een half uur is het gedaan.

Sarah:
(lacht) Klopt. Live gaan we daar toch nog wat dingen moeten bij verzinnen. Misschien een pauze in de helft en dan de plaat nog eens spelen in omgekeerde volgorde? (lacht)

Gert: Wij hebben die bedenking ook een paar keer gemaakt, maar het voelde goed aan en dus hebben we het zo gelaten. Come Alive, het kortste nummer van de plaat, zijn we sneller en sneller beginnen spelen tot het goed voelde. Nu duurt het net geen twee minuten. So be it.

Sarah: De bedoeling is ook dat we ze integraal live gaan spelen. We gaan niet spelen wat we altijd spelen met een paar nummers van die nieuwe plaat erbij. Nee, we spelen de nieuwe plaat en een aantal nummers die we al heel lang spelen, zullen deze keer de setlist niet halen. Een paar andere versies van oudere nummers, een paar oudere nummers, een covertje ertussen misschien. Zoiets gaat het worden.



De hoes is heel donker. Terwijl die van ‘Echo Mountain’ zomer uitstraalde: de zon komt op, weer een nieuwe dag te vieren.

Sarah:
‘Echo Mountain’ was ook een stuk frisser, meer zomers. Come Live The Life en zo. Ik zal niet zeggen dat deze plaat deprimerender is, maar in elk geval wel donkerder.



Jullie praten over deze nieuwe met het enthousiasme van een eerste plaat.

Sarah:
En op een bepaalde manier voelt het ook wel zo. Op deze plaat ben ik trots, zoals ik dat nooit eerder was. Ik beluister ze nu al een maand of drie en ik skip nog steeds niet.

Gert: Ik voel me terug twintig. Serieus. Het klinkt als flauwe promopraat, maar we zijn echt heel blij.

Als je tekstueel kijkt, zit er een kwetsbaarheid in de plaat, maar die is minder duidelijk dan in sommige van jullie eerdere nummers. In My Heart of Believe bijvoorbeeld was die kwetsbaarheid vroeger heel duidelijk, maar dit is eerder een krachtige kwetsbaarheid. Zo van: “Probeer me maar eens onderuit te krijgen.” In Perfect Scar zing je het zelfs letterlijk: “Don’t let these bastards get you down.”

Sarah: Eigenlijk is dat perfect verwoord. Het klopt, maar we hebben wel pas achteraf gemerkt dat er een rode draad in deze plaat zit.

Jullie nemen samen de beslissingen in K’s Choice. Wat als jullie elk een totaal andere plaat willen maken?

Gert: In het begin van de opnames voor ‘Echo Mountain’ dreigde het daar naartoe te gaan. We hadden toen al heel lang samen geen plaat meer gemaakt en dat aftasten van die richting, waar we samen naartoe wilden, dat heeft toch enkele maanden geduurd.

Is het daarom dat ‘Echo Mountain’ uiteindelijk een dubbele plaat is geworden met "grotere" en "kleinere" liedjes?

Sarah:
Misschien. Het was de enige plaat die we gemaakt hebben zonder dat we daarvoor de hele tijd samen waren. We hadden elk soloplaten gemaakt en op één of andere manier heeft dat toch invloed. Als je samen bent, praat je veel met elkaar en werk je aan projecten. Op één of andere manier blijf je op dezelfde golflengte zitten. En na twee soloplaten was dat aanvoelen weg. Dat was een veel moeilijkere plaat om te maken dan deze.

Gert: Deze plaat hebben we op twee weken gemaakt en afgewerkt. Elke stap klopte. En daarna hebben we ze met de voltallige groep opgenomen op een weekje tijd. Het moest ook enigszins. We hebben ook niet meer de budgetten die we hadden toen we begonnen. Dat zijn dingen om rekening mee te houden. En dat heeft ertoe bijgedragen dat ze klinkt zoals ze klinkt.

Sarah: We hebben nu ook, doordat we samen geschreven hebben, op een totaal andere manier gewerkt dan voorheen. Er staan teksten van mij op riffs van Gert en omgekeerd. We zijn tot dingen gekomen, die we apart nooit gemaakt zouden hebben. Dus nu is het al meteen: op naar de volgende!

Sarah, in The Phantom Cowboy zing je “It’s alright/I’m gonna be who I am” en een beetje verder “I have a thousand voices inside my head / Someone’s always talking and it’s driving me mad”. Het lijkt alsof je moest uitleggen dat het soms ok is om met donkere gedachten te worstelen.

Sarah:
Dat is geen verkeerde interpretatie, maar het gaat ook ruimer dan dat. Ik probeer daarmee eigenlijk te zeggen dat het niet eenvoudig is om beslissingen te nemen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan het moment dat ik mij geout heb. Dat was niks in vergelijking met de interne vragen en de strijd die daaraan vooraf zijn gegaan. Niks is zwart-wit en je weet pas achteraf of je de goede of verkeerde beslissing genomen hebt. Of nog: ik werk nu bij de brandweer en daar zijn veel twijfels aan voorafgegaan. Want al de tijd die ik daarin steek, kan ik niet in muziek of mijn gezin steken. Maar tegelijkertijd geeft het voldoening: veel dingen, die ik nog miste in mijn leven, worden hiermee aangevuld.

Private Revolution doet het heel goed in De Afrekening, heeft een paar weken op één gestaan. Betekent dat nog iets in het Vlaanderen van 2015, op het hoogste schavot staan in De Afrekening?

Gert:
Bij ons spreekt dat alleszins nog tot de verbeelding. Wij zijn opgegroeid met De Afrekening. Dus het is wel fijn daar na al die jaren nog eens te mogen staan.

Sarah: Het is ook heel lang geleden dat we nog eens op die eerste plaats hebben mogen staan, ik kan het me zelfs niet meer herinneren. Dat we daar nu nog eens mogen staan, wil toch zeggen dat we nog altijd jongeren kunnen aanspreken en misschien ook wel dat een nieuwe generatie nu gaat ontdekken wie wij eigenlijk zijn.

I Was Wrong About Everything, het laatste nummer op de plaat, hoort er eigenlijk niet echt bij. Getwijfeld om het eraf te laten?

Sarah:
Daar hebben we wel over nagedacht, want het hoort er inderdaad niet echt bij. Maar anderzijds ook weer wel. Het is de enige merkbare Tennessee-invloed die in de plaat geslopen is, want bij ons is het al bluegrass en country wat de klok slaat.

Gert: Wat wij hier nog kennen en associëren met country - Johnny Cash, Hank Williams,... - dat is eigenlijk veel beter dan wat country nu geworden is.

Sarah: Nu is het allemaal popmuziek met synthesizers en strijkers en alle teksten gaan over pick-uptrucks en bier. Je zou een checklist kunnen maken met een stuk of tien woorden, die je bij elk nummer dat het lokale radiostation draait, zou kunnen afvinken. Verschrikkelijk cliché is het. En ja, ik heb ook een pick-up. Maar ik drink niet zoveel bier.

Een laatste vraag: op de Radio 1-sessie die jullie gespeeld hebben was Thé Lau ook te gast. Iedereen weet dat het niet zo goed gaat met hem en dat jullie goed bevriend zijn. Hoor je hem nu vaker omdat je weet dat zijn leven een eindpunt nadert?

Sarah:
Eigenlijk wilden we hem niet vragen voor die sessie. Je wil niet dat hij ook maar één seconde denkt dat we hem vragen omdat het de laatste keer zou kunnen zijn. Of nog erger: omdat het ons extra publiciteit zou opleveren. Maar we hebben hem echt graag en dan hebben we het toch maar gevraagd. En nu wil ik ook niet meer communiceren met hem dan vroeger. Wij hebben een speciale band, maar deze tijd is voor hem en zijn familie en degenen die echt het dichtst bij hem staan. Dat was een hele mooie avond. Zowel voor ons als voor hem. Het is een goede beslissing geweest.

Tourdata? Klik hier!

6 mei 2015
Geert Verheyen