King Dalton - Heidense energie

Net voorbij het centrum van Heide, Kalmthout, verscholen tussen braamstruiken en opgeschoten zaailingen van lijsterbes, wilg en els ligt Villa Thilda, nog even het veilige, stinkende nest van King Dalton. De band repeteerde er en nam er het voorbije jaar een tweede album op. Behoedzaam betreden we het domein en, als we daar wat bedremmeld staan te aarzelen, komen de Daltons een voor een aan. We lopen samen naar binnen over het bordes waarnaast een rood autootje staat dat geleidelijk door de natuur wordt verslonden.





Na een rondleiding doorheen deze bijzondere plek, ploffen we neer achter een frisse pint in de woonkamer die de voorbije maanden dienst deed als controlekamer. Van boven de leuning van de zetel waarin Pieter De Meester zich nestelde, blikken we recht in de lege ogen van de koeienschedel, die daar is opgesteld. Tapijten hangen aan de wanden en waar een plekje vrij is, hangt een opgezette ekster of een foto van een mooie, naakte deerne.

Een andere deerne, Jorunn Bauweraerts, installeert zich naast ons en we praten met haar en De Meester over ‘Thilda’.

Is de tweede plaat een groot moment voor jullie en voor het label?

Jorunn Bauweraerts: Dit is een bevestiging, ja. Het is altijd een groot moment als een nieuwe plaat uitkomt.

Pieter De Meester: Aan een tweede album zitten altijd verwachtingen vast, maar ik denk dat we het verhaal van de eerste plaat mooi hebben kunnen verderzetten. Het was geweldig om dat hier te kunnen doen, op deze fantastische plek. Daarvoor moeten we Jorunn danken. Zij kent de dochter van de eigenaars en zorgde er voor dat wij het mochten gebruiken.

Het was wel niet evident om hier een plaat op te nemen, maar we wilden iets anders doen dan gewoon een studio boeken en volgens de klassieke manier een plaat opnemen. Dat kon hier. We hebben hier echt samengewoond, samengeleefd. Dat bracht ons dicht bij elkaar. En dat had zowel zijn goede als zijn negatieve kantjes.

Jullie zijn nogal vrije zielen en reislustige types. Om dan zo samen te gaan wonen, dat was vast niet evident.

Bauweraerts
: (lacht) Evident was dat zeker niet. Het was heel intens. King Dalton is sowieso al een intense band waar iedereen zijn ziel in legt. Dat merk je vooral bij de live optredens. Ik was hier nog het minst aanwezig omdat ik een gezin heb, maar ook die combinatie van gezin en band was heel heftig.  Het zijn twee compleet andere werelden. Voor de jongens was het intens omdat ze hier niet alleen woonden, repeteerden en de plaat opnamen, maar tegelijk ook nog eens de muziek voor de tv-serie ‘Tom & Harry’ gemaakt hebben.

De Meester: Het was echt een muzieklaboratorium. Door hier constant te zijn, vervaagt de buitenwereld en was de muziek het enige wat van belang was. Dat was zeker een kracht.

De opnames vonden dan ook nog eens plaats in de winter.

Bauweraerts: De kou was niet echt een vijand. Er was elektriciteit en we plaatsten hier dan elektrische verwarmingstoestellen. En de jongens sliepen hier omdat het de enige verwarmde kamer was. Maar inderdaad: er was geen stromend water. Het was wel bijzonder. Je waande je totaal van de wereld en zeker niet op het einde van de winkelstraat van Heide, Kalmthout.

De Meester: We hebben ook alles gebruikt. Er is een badkamer waarin we een versterker plaatsten om zo een natuurlijke galm te krijgen en op de overloop plaatsten we een microfoon die het geluid net iets later opving. Zo verkregen we een soort van reverb. De klank van het huis zit zo echt in de plaat.

De nieuwe plaat heet dus niet voor niets ‘Thilda’. Of zit er nog meer achter? Bauweraerts: Aanvankelijk was het niet de bedoeling, maar het huis begon alles te overheersen zodat het logischerwijs zijn naam aan de plaat leende. We namen ook alle videoclips hier op en een filmpje over “The making of”.

Thilda was ook een meisje dat hier echt heeft geleefd. Ze overleed op zestienjarige leeftijd in 1925. Haar ouders wilden haar eren door dit huis naar haar te vernoemen. Nu werd ze onze muze. Haar geest spookt hier nog altijd rond.

Er zijn nog bands die zo gewerkt hebben. De bekendste is wellicht wel The Band met The Big Pink. Waren zij het voorbeeld waarnaar jullie je gericht hebben?

Beiden: Totaal niet.

Bauweraerts: Het was eerder uit praktische overwegingen dat we een plek zochten. We zijn een diverse band, qua afkomst, maar ook qua leeftijd en ik heb ook een gezin en dus moest het een plaats zijn die tegelijk kon dienen als repetitiehok en niet te ver weg was van bij mij thuis. We hebben lang gezocht en we hadden eerst een andere plek in gedachten, maar ik reed hier op een dag voorbij en ik wist het meteen. Dit is dicht bij het station, dus iedereen kan hier geraken. En ik kende de eigenaars dus…

De villa dreigt te verdwijnen voor hoogbouw. Waren de opnamesessies ook een soort van verzet hiertegen?

De Meester: We zijn de eigenaars te dankbaar om ons hier over uit te spreken. Wij zijn blij dat we het huis mochten gebruiken voor zolang wij het nodig hadden en beseffen dat wat moet gebeuren, moet gebeuren. En ik denk dat zij ook blij zijn dat het huis mede via deze plaat toch voor altijd zal herinnerd worden.

We zien het meer als een eerbetoon aan wat was. We waren er ons van bewust dat deze plek niet lang meer zou bestaan en dat maakte het allemaal nog specialer. Deze plaat zou nooit tot stand zijn gekomen in een of andere flat. Het is een eerbetoon aan de schoonheid.

Op de hoes danken jullie alle muzikanten naar wie jullie geluisterd hebben ter inspiratie voor de plaat. Wie waren dat?

De Meester: Dat hoor je wel in onze muziek denk ik. We zijn allemaal wel fan van Zappa, The Doors, JJ Cale, Morphine, Tinariwen, Pink Floyd, ...

Bauweraerts: Het is bizar, ja. Het is tegelijk heel divers en toch houden wij van diezelfde dingen.

Jullie komen natuurlijk wel allebei uit de folk. Pieter uit Aedo en jij uit Laïs.

De Meester: ...maar Fred (Frederik Heuvinck, nvdr) komt uit een rockband als A Brand en Tomas (Tomas De Smet, nvdr) uit Think Of One. Hij zorgt voor de exotische toets. Alles gaat ook door zijn filter. Hij doet zowat de productie terwijl ik het geraamte van de nummers maak. Die passeren dan eerst langs mijn broer Jonas en dan langs Tomas. En zo arrangeren we dat samen en wordt elk nummer een King Dalton-nummer. We hebben sinds de vorige plaat echt een eigen geluid gevonden en daar gingen we nu nog dieper in.

We hoorden iets minder baritonsax en wat meer toetsen. Betekent dat live iemand meer op het podium?

Bauweraerts: Zeker niet. We zijn dat nog wat aan het uitproberen, maar zoveel elektronica komt er niet aan te pas en we vinden ook niet dat nummers live exact hetzelfde moeten klinken als op plaat.

De Meester: Live zijn we op ons sterkst. We zijn een groep die heel organisch werkt en ook groeit. We winnen gestaag zieltjes, maar willen niets forceren. Alles gebeurt heel natuurlijk. Bepaalde elementen van de plaat zullen we zelf doen, maar dan met de drums of met een ander instrument. We blijven sowieso onszelf.

Bauweraerts: Ik zou een hit wel leuk vinden, maar blijkbaar is het niet zo evident om gedraaid te worden als je een eigen sound hebt en niet in een of ander vakje past. We klinken zoals we klinken en blijkbaar maken we het onszelf zo niet gemakkelijk.

Toch staan er radiovriendelijke songs op de plaat. We denken dan vooral aan Revolution. Dat lag meteen goed in het gehoor.

De Meester: Het lijkt misschien wel een beetje op een nummer dat we eerder live speelden, maar niet opnamen: The Lady heette dat. Maar goed dat je het zegt, misschien wordt het wel de volgende single.

Beslis jij als songschrijver ook welke nummers er op de plaat komen?

De Meester: Oh nee, dat is altijd een groepsgebeuren.

Bauweraerts: We luisteren samen naar de nummers die Pieter heeft geschreven. En als we er allemaal enthousiast over zijn, worden ze verder uitgewerkt. Eerst door Pieter en Jonas, dan door Tomas en tenslotte mogen Fred en ik er onze stempel op drukken. Elk met zijn eigen kleur.

De vraag kwam in ons op omdat we in het filmpje over de opnames twee keer een lijstje met songs zagen hangen. Sommige met de titel die ook op de hoes vermeld is, andere met een werktitel (Hunter’s moon = Storm; Hey Times = Hay Times, When The Bad Is Gone = Babylon en Little Meditation  = Voodoo) Maar het waren wel allemaal songs die ook op de plaat staan.

De Meester
: Dat filmpje is helemaal aan het eind van het opnameproces gedraaid, toen we de songs al gekozen hadden. Op een repetitie voor de periode in het huis hadden we een lijstje van vijftien nummers. Toen hebben we ze nog eens beluisterd en dan de definitieve lijst vastgelegd.

 

En waarom dan met andere titels werken?

De Meester: In het geval van Hey Times was het eigenlijk een tikfout, maar soms raak je zo gewend aan een werktitel en soms vind je gewoon een betere.

En wie beslist in welke volgorde de nummers komen te staan?

De Meester: Daar denken we samen goed over na. Het moet een verhaal vormen, ook al vraag ik me soms af wie er nog albums in zijn geheel speelt. De huidige generatie zapt van links naar rechts. Ook in mijn vriendenkring ben ik nog ongeveer de enige die cd’s koopt en die als geheel beluister.

Bauweraerts: We gaan hiermee bewust wat tegen de huidige trend in. Dat moet kunnen in een tijd waarin vinyl terug opkomt en mensen terug briefjes tikken op oude schrijfmachines. We zijn er van overtuigd dat er altijd mensen zullen zijn die wel geïnteresseerd zijn in verhalen en de slinger zal misschien ooit wel eens de andere kant op gaan.

Ook Jewel Pleasures, de themasong van Tom & Harry staat erop. Ergens ook wel passend gezien de inhoud van die serie. Was de serie inspiratie voor dit album of is het toeval dat het in zoveel songs gaat over het verlangen elders of iemand anders te zijn?

De Meester: Het is eerder toeval. Het nummer is eigenlijk voor de plaat geschreven, maar de regisseur zag ons op het juiste moment aan het werk en vroeg ons voor de soundtrack. Hij viel op onze sound. En dat was niet vreemd, want hij wist natuurlijk wat de inhoud en de toon van zijn serie zou worden. Wij vonden het heel tof gevraagd te worden en moesten eigenlijk dus niets veranderen aan onze sound.

Bauweraerts: We hebben wel in ons materiaal gezocht welke track het best zou kunnen dienen als titeltrack van die serie. We bekeken de teksten en de muziek en kozen dan deze uit.

Hebben jullie de nummers hier live gespeeld en zo opgenomen?

De Meester: Dat was de basis, maar we hebben er natuurlijk achteraf overdubs aan toegevoegd. De nummers live inspelen was de beste manier om onze live energie naar de plaat over te brengen en het past ook het best bij onze organische manier van werken. Als wij ieder zijn track zouden laten spelen en die dan samenvoegen, zou je nooit zo’n plaat krijgen als wat er nu voor je ligt. De chemie tussen muzikanten is iets wat je alleen kan vatten door live te spelen.

Op de cover staat een pas gehuwd stel en een vreemde figuur. Het enige wat duidelijk is aan die figuur, is dat ze vrouwelijk is.

Bauweraerts: Dat had onze overbuur ook opgemerkt. En natuurlijk waren het de borsten van de sjamaan die zijn aandacht hadden getrokken. Die had een leuke dag.

Twee jaar geleden had je in het fotografiemuseum in Antwerpen de tentoonstelling 'Wilder Mann' van Charles Fréger. Die trok heel Europa door om oude, heidense rituelen te fotograferen. Dat leverde ongelooflijk mooie foto’s op waarop je zag hoe ze vaak dezelfde attributen gebruikten om de boze geesten weg te jagen: schedels, bellen,,…

De Meester: Allemaal aardse zaken die ook wij heel tof vinden en gebruiken.

Bauweraerts: We hebben dan zo’n pak nagemaakt en mijn broer kwam daar mee op het podium. Maar voor de cd kon mijn broer niet dienen. Die heeft geen paar mooie borsten, dus die is commercieel niet zo interessant (lacht).  Nee serieus, het is niet expliciet. Dat zou ik nooit willen. We hebben er met opzet een filter op gezet.

Je nam daarnet het woord “aards” in de mond. En inderdaad: ook in jullie teksten zitten veel natuurlijke elementen zoals vogels, wind, zon, bizons,…

De Meester: Dat zijn ook de dingen die mij het meest raken. Een vogel vind ik veel interessanter dan het nieuwste gadget en bij bliksem of storm besef je weer hoe klein je als mens eigenlijk bent. Ik woon zelf in de stad waar veel mensen niet meer beseffen dat ze onderdeel van de natuur zijn.

Bauweraerts: Zelfs ik, die op de buiten woon, vergeet het soms. Gewoon door de drukte van het dagelijks leven.

De Meester: En toch ontstaan onze nummers op het moment dat we geraakt worden door iets natuurlijks. Zo hebben we allemaal iets met stormen. En toen we hier in het huis zaten en het stormde, voelde je de spanning en borrelde de inspiratie op. Ook als we naar een optreden rijden of we komen ervan terug en het onweert, gebeurt er iets met ons. Hunter’s Moon is zo’n nummer dat op een van die momenten ontstond.

Er zit een heiden in jou.

Bauweraerts: Zeker weten. In ons allemaal ... (lacht).

De Meester: Wij creëerden met King Dalton zo onze eigen minireligie. En elke morgen doen we de Thilda-groet. (lacht)

En wanneer houden jullie nog eens een mis?

De Meester: Kijk daarvoor zeker op onze website of facebookpagina. Er komen elke dag nog shows bij.

3 september 2015
Marc Alenus