Kapitan Korsakov - 'In teksten stop ik alles wat ik niet kan zeggen'

Het Belgische rockjaar kreeg al in de eerste, grijze weken van januari een ferme schop onder de kont toen Kapitan Korsakov daar stond met 'Stuff & Such'. Met passages in het verschiet op Boomtown, Dour, Maanrock en andere festivals, laten we het trio uit Gent nog eens uit de doeken doen hoe ze precies van plan zijn de wereld te veroveren.





Jullie nieuwe geheim wapen is blijkbaar een mandoline?

Jonas Vandenbossche (drums): We hebben geen vooropgestelde modus operandi om een plaat te maken. Die mandoline kwam vanzelf aangewaaid.

Pieter-Paul Devos (zang-gitaar): Het is gewoon een kwestie van open staan voor ideeën. We dachten dat zo'n mandoline een mooie klank zou geven, dus zijn we er eentje gaan kopen en hebben we ze ook gebruikt. Zo simpel was dat. Er was zeker geen mandolinespeler of een madonlinelied dat daar de inspiratie voor is geweest.

Vandenbossche: Het was puur om die specifieke klank te krijgen en om eens uit het klassieke gitaar-bas-drumsjabloon te stappen.

Devos: Neem nu die Jack Whiteplaat. Die nummers hoeven niet per se heel complex te zijn, maar ze klinken soms interessant door de arrangementen. En dat is gewoon wijs.

Het valt wel op dat jullie op de nieuwe plaat soms even een versnelling lager schakelen en een paar rustigere songs opzoeken?

Devos
: Ook dat heeft niet met een invloed van buitenaf te maken. De songs werden wel vaker akoestisch geschreven, maar op de nieuwe plaat hebben we dat geluid ook verder uitgewerkt.

Pieter Van Mullem (bas): Pieter-Paul schrijft de basis van een song en dan werken we hem daarna samen af. Maar je voelt wel vrij snel welke richting een song zal uitgaan.

Devos: net zoals bij die akoestische nummers wisten we bijvoorbeeld bij Shade Of The Sun dat het heel ingetogen zou beginnen en naar een climax zou toewerken.

Klopt het dat we in de introcollage van het album Zed, een personage uit de Police Academyreeks, een speech horen geven?

Devos
: Ja, die kwam toevallig langs de studio. Fantastische kerel! Euh, nee dus, dat waren dus gewoon allerlei samples.



Leuk idee om de akkoordenschema's van de nummers af te drukken in het cd boekje. Hoe kwamen jullie daarbij?

Devos
: Dat is ook weer zoiets dat ons intuïtief tof leek om te doen.

Van Mullem: Dat is toch gewoon cool voor andere gitaristen. Ik herinner me dat ik vroeger vaak op een site van Sonic Youth zat waar van alle nummers de stemmingen van de gitaren uit de doeken werden gedaan.

Pieter-Paul, als je een lyric in de ik-vorm schrijft, is die dan automatisch autobiografisch?

Devos
: In die teksten probeer ik precies alles wat ik niet kan vatten in spreektaal te stoppen. Daarom is het ook zo moeilijk om nu er wel over te praten. Vaak is het gewoon spontaan spelen met klanken en woorden. Neem nu Lest My Water Break: "The grass is always greener / after suicide". Je vertrekt bij een cliché en daar ga je dan mee spelen.

Er zijn een hoop parallellen tussen jullie geluid en de typische ninetiesrocksound. Horen jullie dat zelf ook zo?

Van Mullem
: We zijn allemaal opgegroeid in de jaren negentig. Dat zal dus wel doorsijpelen in het geluid.

Devos: Hoewel we ook veel bezig zijn met wat daarvoor kwam: de Amerikaanse underground uit de jaren tachtig zoals bijvoorbeeld de Butthole Surfers, Sonic Youth, The Pixies,...

Wat waren de eerste cd's die jullie ooit kochten?

Van Mullem: Pop Will Eat Itself, een skateband. Best een coole plaat.

Vandenbossche: Ik had vooral veel cassetjes van Sonic Youth. 'Sonic Death' was mijn eerste, denk ik.

Devos: Jimi Hendrix en At The Drive-In.

Jullie trashen wel eens een instrument op het podium. Sommige mensen zien zoiets al snel als aanstellerij. Hoe voelen jullie dat aan?

Vandenbossche: Ik hou mij niet bezig met dat soort kritieken.

Devos: Het is geen beredeneerde gimmick. Af en toe gebeurt het gewoon.

Van Mullem: Vaak begint het vanuit een geluid, dat je uit je instrument probeert te halen door er iets anders mee te doen dan enkel rustig de snaren bespelen.

Hoe Gents is Kapitan Korsakov?

Devos: Ik voel geen affiniteit met bands louter omdat ze uit Gent zouden komen. Het is wel een leuke omgeving met veel jonge mensen en bands in de buurt, maar verder gaat dat ook niet.

Vandenbossche: Ik denk dat Gent als stad net groot genoeg is om wat gezonde competitie te creëren en wat van elkaar op te steken, maar kleinschalig genoeg om anonimiteit te vermijden.

Vree wijs!

6 juli 2012
Roel Joosen