Jonathan Jeremiah - Over Michael Kiwanuka, Massive Attack, The Smiths en Richard Hawley

Jonathan Jeremiah is een graag geziene gast in België en hij ziet België graag. Hij is één van die zeldzame artiesten die alle Vlaamse radiostations weet te bekoren met zijn muziek. Onlangs was hij nog in het land voor de liveweek van Q-Music en vervoegde hij Jef Neve tijdens diens Radio 1-sessie waar Jeremiah Heart Of Stone bracht. En dat allemaal ter promotie van zijn tweede langspeler: 'Gold Dust'. Een nieuwe plaat, dat smeekt om een interview. 





Wanneer wij binnenkomen in zijn hotelkamer, is Jonathan Jeremiah in alle drukte aan het tokkelen op zijn smartphone. Zijn drummer heeft moeten afzeggen voor de double bill die Jonathan Jeremiah deelt met Michael Kiwanuka. Op 4 november geven de heren in theater Carré in Amsterdam een concert het Nederlandse Metropole Orkest. Of hij daar naar uitkijkt?

Jonathan Jeremiah: Absoluut. Hij heeft echt een prachtige stem. Ik heb hem nog niet ontmoet en ik heb hem ook nog niet zien optreden, maar ik heb zijn plaat gehoord. En hij doet het overal goed, ook in België.

Jij doet het hier ook zeer goed, maar eigenlijk weten we niet zo veel over jou. Je naam, Jonathan Jeremiah, is dan nog een dubbele voornaam dus eigenlijk kennen we je achternaam niet eens. Wil je je persoonlijke leven een mysterie houden?

Ik hou het niet zozeer bewust mysterieus, maar ik ben altijd nogal op mezelf geweest. Als iemand me ernaar vraagt, antwoord ik wel, maar ik ben niet het type artiest die uit zichzelf naar buiten komt om over zijn persoonlijke leven te praten.

Dus dan vind je het ook geen probleem om ons je echte naam te vertellen?

Absoluut niet. Ik zal je zelfs al mijn namen vertellen: eigenlijk heet ik volledig Jonathan Jeremiah Francis Kennedy Dawson. Heb je meteen een primeur. Ik hou er geen geheimen op na. (lacht)

Je was volop op tour tot april 2012 en nu amper een half jaar later is er al een nieuwe plaat. Had je geen zin in een vakantie?

Eigenlijk zou ik dat wel willen. Alleen wilde ik die tweede plaat snel af hebben. Aan ‘A Solitary Man’, mijn vorige plaat, heb ik maar liefst zeven jaar gewerkt en dat wilde ik niet meer. Ik wilde er geen drie jaar noeste arbeid van maken. Nu ik zo een lange tijd aan één plaat heb gewerkt, geef ik er in de toekomst de voorkeur aan om zeer snel te werken.”

Dus binnen een kleine twee jaar mogen we een nieuwe plaat verwachten?

Ik hoop van wel. The Beatles en The Rolling Stones hadden elk jaar een nieuwe plaat uit, soms zelfs twee per jaar. En die stonden dan nog eens tjokvol klassiekers ook. Daarnaast gingen de songs op ‘A Solitary Man’ vaak al een aantal jaar mee. Dus het is fijn voor mij om nu eindelijk nieuw materiaal te kunnen brengen.

Als je amper pauze neemt tussen twee platen moet je dus op tour schrijven. Hoe raak je geïnspireerd op een hotelkamer?

Het lijkt niet evident, maar eigenlijk is het dat wel. Vandaag bijvoorbeeld speelden we een radiosessie en dan kom ik terug hier in het hotel aan met mijn gitaar en dan heb ik wat tijd te doden tot de volgende journalist komt. En dan begin je te tokkelen en zo komt de inspiratie.

Dat leven on the road haalt me ook uit mijn vertrouwde omgeving weg en dat maakt het een stuk makkelijker om te schrijven dan thuis.

Is er een vast stramien? Wat komt er eerst: tekst of muziek?

Ik beschouw me nog altijd in de eerste plaats als tekstschrijver. De tekst komt eerst. De muziek komt altijd een beetje vreemd op me over: als een puzzel, iets dat je moet doen om tot een afgewerkte song te kunnen komen.

Dus eigenlijk zou je in plaats van singer-songwriter ook dichter of romanschrijver kunnen zijn?

Ik vertrek van een tekstueel idee, maar dan hoor ik al meteen een refrein of een melodie in mijn hoofd. Een gedicht of een boek schrijven zou dus een stuk moeilijker zijn, aangezien mijn brein in songstructuren denkt. Maar zeg nooit nooit natuurlijk.

Je hebt eens gezegd dat The Smiths je angst aangejaagd hebben.

Dat is het verhaal over de hoes van Girlfriend In A Coma. Ik was acht of tien jaar oud en ik kreeg de hoes van die single onder ogen. The Smiths hebben me dus wel bang gemaakt. Nu kom ik Morrissey wel eens tegen in een bar, toch een heel andere ervaring.

Op je vorige tour coverde je Massive Attack (Protection) en The Naked And Famous (Young Blood). Waarom die twee?

Protection heb ik gekozen omdat ik min of meer ben opgegroeid met dat nummer. En ook gewoon omdat ik dacht dat het leuk zou zijn en origineel. Niemand verwacht dit soort cover van mij. En ik denk ook niet dat iemand het ooit al gecoverd had, dat speelde ook mee. En Young Blood heb ik gekozen om ook iets moderns te coveren. Ik heb gehoord dat Birdy het ook gecovered heeft op haar plaat, maar die versie heb ik nog niet gehoord.

Gaan er ook covers bij zijn deze tour?

Ik weet het eigenlijk nog niet. Geef me eens wat ideeën.

Misschien Girlfriend In A Coma van The Smiths? Door die song elke avond te zingen zal je vast en zeker je angst overwinnen.

Misschien moet ik dat maar doen, die song was toch altijd al mijn favoriete nummer van hen. Ik hou je op de hoogte.

Op je twintigste heb je een reis gemaakt door de Verenigde Staten. Had je een sterk on-the-road-gevoel, zoals in het gelijknamige boek van Jack Kerouac?

Ik ben wel naar San Francisco geweest en ik heb inderdaad de bars bezocht die gefrequenteerd werden door alle dichters uit die periode. Ik was ook nog zo jong toen, het voelt alsof het heel lang geleden is. Ik wil het nu nog wel eens doen en dat zal een totaal andere ervaring.

Waarom wilde je die reis maken toen je jong was?

Ik ben opgegroeid in Londen, een grote stad. En ik wilde het grote stedelijke leven beleven, maar wel in een andere grootstedelijke omgeving. New York leek me dan ook een perfect startpunt, maar ik had geen geld om lang in een hotel te blijven dus kocht ik een ticket voor de Greyhoundbus en dat ben ik een paar maanden blijven doen.

‘A Solitary Man’ heb je noodgedwongen over een periode van zeven jaar opgenomen en altijd ’s nachts of heel vroeg ’s ochtends. Heb je nu op "normale" uren gewerkt en zo ja, hoe anders is die werkwijze?

Deze plaat is opgenomen in Hilversum in Nederland in allemaal korte sessies. Ik heb met zowat zeventig of tachtig mensen gewerkt en die zijn allemaal op andere momenten beschikbaar voor slechts beperkte periodes. Dus het was weer een andere manier van werken. Ik wilde vooral geen kopie maken van wat ik al gedaan had op ‘A Solitary Man’.”

Wat vind je het moeilijkst: spelen voor een publiek dat je nog ontdekken moet zoals bij je vorige plaat toen alles nog nieuw was of spelen voor een publiek dat je reeds gevonden heeft en dat met verwachtingen naar je toekomt?

Geen van beide bezorgen me stress. Ik ben blij dat ik dit mag doen. Het klinkt cliché, maar dat is niet de bedoeling: ik ben echt blij dat ik op een podium mag staan met mijn eigen muziek en dat mensen daar dan nog naar willen luisteren en voor willen betalen ook. Als ik elke dag in een fabriek zou moeten werken, daar zou ik stress van krijgen. Ik word betaald voor mijn hobby en passie, dat is toch ieders droom.”

Je zegt dat ‘Gold Dust’, je nieuwe plaat, een knipoog is naar tijden waarin mensen dingen nog naar waarde wisten te schatten. Denk je dat ze dat niet meer kunnen nu?

Eigenlijk bedoel ik daar vooral mee dat de manier van songschrijven veranderd is: ik zie het nog echt als een ambacht en ik schrijf op de ouderwetse manier, maar nu kan eigenlijk iedereen met een computer en een beetje basissoftware zijn eigen songs schrijven. Ik bedoel niet dat er geen goeie muziek meer gemaakt wordt of zo, want dat is zeker niet het geval. Ik heb het puur over het creatieproces.

Lazin’ In The Sunshine is de eerste single uit de plaat. Een zomers liedje. Waarom dat liedje op dit moment, nu de grijze herfst weer zal regeren?

Omdat het label zei dat ik dan de video zou mogen opnemen in Cuba. (lacht). Helaas. Ik heb Lazin’ In The Sunshine vorig jaar rond deze tijd geschreven, net toen de zomer afgelopen was. Het is geen echt zomers nummer, het is een beetje nostalgisch terugkijken op de zomer.

Heb je een favoriet op het album?

Eigenlijk wel. Je hoort dat niet te zeggen als artiest, maar ik hou heel erg veel van Chatsworth Avenue. Dat gaat over het huis waarin ik ben opgegroeid. De song start met het geluid van spelende kinderen en dat geluid komt rechtstreeks van de school op het einde van die straat. Het is een heel persoonlijke song over mijn moeder.

Die song gaat eigenlijk over de ziekte van je moeder. Ze lijdt aan ALS, een zeldzame ziekte waardoor langzaam verlamming ontstaat. Vind je het niet moeilijk om zulke persoonlijke songs te schrijven?

Het is bijna logisch dat ik schrijf over de dingen die me bezighouden. Fighting Since The Day We Are Born gaat bijvoorbeeld ook over de laatste maanden waarin mijn vader tegen een terminale ziekte vocht. Dat is mijn manier van werken en die meest persoonlijke songs zijn volgens mij ook de songs waar de mensen zich het meest in kunnen herkennen. Het zijn trouwens beide optimistische nummers vind ik.

Weet je wie Richard Hawley is? Ik denk dat Everyday Life prachtig zou zijn in duet met Hawley.

Dat is een interessant idee. Eentje om te overwegen. Het is een song over mijn straat: de politie belde op een doorsnee dag aan en vroeg of ik toevallig opgemerkt had hoe inbrekers het huis van de buren hadden leeggeroofd. Er gebeurt heel wat in mijn straat.

Een uitsmijter: je mag één act kiezen die voor je speelt en één die na je speelt. Wie kies je?

Laten we dan voor Richard Hawley en Michael Kiwanuka gaan. En geen rangorde. We zingen elkaars songs, allemaal duetten.

24 maart 2015
Geert Verheyen