Johnny Parry - Leve de doelloosheid!

Toen we zijn kermend gefluister voor het eerst tijdens Cucamonga op Radio 1 voorbij hoorden schuifelen, vreesden we even dat De Dag Des Oordeels was aangebroken. Deze illustere onbekende hield ons maar mooi in een wurggreep waar we dagen later nog pijnlijke striemen aan over hielden. Aangezien onze zelfopoffering geen grenzen kent, waren we bereid onze pijngrens even af te tasten.  De aanschaf van ’s mans ‘Songs Without A Purpose’ bleek zowaar één van onze wijzere beslissingen van het jaar. Nu, maanden na datum springen de haartjes in onze nek nog steeds als gedresseerde circuspaarden recht bij elke luisterbeurt. Heilig verklaren die kerel!





Wat voorafging: In het Jaar Des Heren 2002 trok Johnny Parry een aantal maanden door Canada, broedend op het ei een balletstuk te schrijven. Geïnteresseerde dansers bleken echter onvindbaar en het idee werd in de embryonale fase weer opgedoekt. Een man heeft echter zijn trots. Zo ook Parry en het tweede hersenspinsel werd gelanceerd: een soloplaat met als thema ‘de vrolijke avonturen van een eend die met een kano de wereld rondtrekt’. Jammer genoeg bleek ook dat concept niet meteen tot de verbeelding van de goegemeente te spreken. Maar het gezegde bleek wederom waar: de aanhouder wint. 

Het idee van een plaat vóór kinderen duwde Parry uiteindelijk in de richting van een album over het wel en wee van zijn eigen kindertijd. Hij schreef de nummers op enkele weken en ronselde in de straten van Toronto de betere underground muzikanten. Die kwamen op afspraak hun partij inspelen in de mobiele studio. 

Twee weken later vlogen Parry en producer Ru Cook terug naar thuisbasis Groot-Brittannië om achter de knoppen te kruipen. Het resultaat: het kleine maar bijzonder fijne ‘Break Your Little Heart’. Naar aanleiding van zijn nieuwe, adembenemende telg ‘Songs Without A Purpose’ leek het ons hoog tijd om deze opengereten ziel even bij de lurven te vatten.

In tegenstelling tot het proces van ‘Break Your Little Heart’, had je twee jaar nodig om ‘Songs Without A Purpose’ te schrijven. Is het makkelijk om je songs op een bepaald moment los te laten en te beslissen dat een plaat ‘af’ is? Ik kan me inbeelden dat je altijd blijft zitten met een drang tot verbetering?

Ik vind het erg moeilijk om mijn muziek uit handen te geven. Soms kan ik eindeloos veel tijd stoppen in wat anderen wellicht als details beschouwen. Maar om eerlijk te zijn: uiteindelijk ben ik nooit volledig tevreden met mijn nummers. Misschien ligt het deels aan het feit dat ik vaak over onderwerpen zing die moeilijk te benaderen en te verwoorden zijn. Zo kwam ik eigenlijk bij de titel voor deze melodramatische plaat  ‘Songs Without A Purpose’, die vooral over de thema\'s dood & liefde gaat.

Je schreef en nam dit album op op het platteland.  In welke mate beïnvloedt de plaats waar je werkt je creativiteit?

Het is voor mij erg belangrijk dat ik niet word afgeleid door de dagelijkse beslommeringen wanneer ik een plaat maak. De Lost Boys Studio, ondergebracht in een boerderij, zorgt ervoor dat we met volle aandacht onze tanden in ‘het beest’ konden zetten zonder dat de echte wereld onze creaties verwoest. Maar zo’n locatie biedt tegelijkertijd ook een pantser zodat het maken van een plaat je eigen, echte wereld niet kapot maakt. 

Je nieuwe plaat grijpt naar de keel met zijn bevreemdende maar erg intense sfeer. Hoewel ‘Songs Without A Purpose’ erg contrastrijk is, past elke stem, elk arrangement in het plaatje. We waren er alleen niet altijd over uit of je de luisteraar een loer probeerde te draaien met je net iets té morbide teksten of je arrangementen die op het randje af bombastisch klinken. Maar toegegeven, zelfs in de overdrijving klinkt het nog allemaal oprecht. Misschien hou je gewoon van een beetje ironie?

Je vraag geeft perfect de sfeer weer die ik wilde oproepen. Het album is erg melodramatisch en donker, tot op het hysterische af. Maar toch is het daarom niet minder oprecht. Een aantal jaar geleden bedacht ik samen met wat vrienden het concept ‘maximale ironie, maximale oprechtheid’. Een gedachte die uitgaat van het principe dat je ook ironie, melodrama en cynisme kunt gebruiken om de meest oprechte, sentimentele of persoonlijke gevoelens uit te drukken.  



Met je duistere teksten schep je een surrealistisch universum bevolkt door goden, demonen en met donkere liefde en de dood als centrale thema’s.  Ben je echt zo’n donkere romanticus of heb je gewoon een erg levendige verbeelding?

Ik mag maar hopen dat ik niet het levende bewijs ben van de gevoelens die ik verwoord… in dat geval zou ik behoorlijk vervloekt zijn (lacht). Maar uiteindelijk zijn alle teksten wel het resultaat van echte ervaringen. De beeldspraak is hopelijk abstract genoeg om de muziek van de omstandigheid te kunnen scheiden. Maar kleine emoties kunnen zowel in mijn hoofd als in mijn muziek sterk uitvergroot worden.




Met al die teksten over dood zou een mens zich wel eens afvragen wat Johnny Parry zou doen als hij zou weten dat hij nog één week te leven had.

Dan zou ik graag denken dat ik precies hetzelfde zou doen als wat ik nu doe (lacht).


Was er een bepaald moment in je leven waarop je besloot om zanger/muzikant te worden?

Toen ik vijftien was schreef ik een gedicht en iemand die me heel dierbaar was, spoorde me aan dichter te worden. Op dat moment vond ik dat uiteraard bijzonder onhip klinken dus kocht ik ter compensatie een gitaar (lacht). Een hippe vogel ben ik daardoor echter niet geworden. 

 

Hoe heb je de andere bandleden leren kennen? 

Ik speel al acht jaar in allerhande formaties samen met Dave Lynch (bas) en Ben Milway (drums). Ze voelen zich uitermate betrokken bij de dingen die ik schrijf en ze zijn echt de drijvende kracht achter de albums en optredens. Ze lijken de muziek die ik maak intuïtief zo goed aan te voelen dat ze haar onvermijdelijk en bijna instinctief verbeteren. De andere muzikanten op de albums zijn allemaal vrienden of muzikanten waar ik al lang naar opkijk of mee samen werk. De mensen met wie ik werk moeten met mijn manier van werken overweg kunnen. Ik zie de studio evenzeer als een heiligdom als een gevangenis en dat brengt verschillende emoties naar boven. Ik heb echter het geluk gehad te kunnen spelen met mensen die veel voeling hebben met mijn projecten en dat is onbetaalbaar.



De arrangementen die je componeert zijn erg episch.  Ik zou je bijna verdenken van een grondige kennis van klassieke muziek.

Ik heb geen echte ervaring. Ik ga ervan uit dat de meeste beginnende muzikanten vooral hard oefenen om een fantastische gitaarsolo of een drumroffel te kunnen spelen. Ik heb daarentegen heel wat tijd gestopt in het beluisteren van klassieke muziek en het lezen van boeken over het orkestratie. Ik vrees dat ik nooit de nood gevoeld heb om een rock-’n-roller te zijn.

Op je nieuwe album word je geruggensteund door het Omi-Muschka strijkkwartet en de Jazzuits Brass Band. Kun je diezelfde volle sound van de plaat ook live halen wanneer jullie in driemansbezetting spelen?

Niet echt, om eerlijk te zijn. Tijdens optredens proberen we meer aandacht te schenken aan de intiemere kant van het musiceren in een trio en de meer persoonlijke kant van de nummers. Het is een opportuniteit om de songs bijna letterlijk uit te kleden.

Kunstenaar Andy Holden verzorgt niet enkel jullie artwork maar jullie staan ook samen in voor de visuals die tijdens optredens vertoond worden. Vanwaar dat idee?

De films creëren hetzelfde effect als de arrangementen die bij het live spelen ontbreken. Ze buigen mee met de basiselementen van de nummers en creëren zo een ambiguïteit en intensiteit die de songs nodig hebben om over te komen.

Heb je enig idee wat je zou doen, als je geen muziek zou maken?

Ik heb er geen flauw benul van. Mijn oma zei altijd dat ik volgens haar priester zou worden. Maar er zijn toch een aantal belangrijke factoren die het voor mij erg moeilijk zouden maken. Ik had nooit durven denken dat ik in de muziek zou terecht komen en het is dan ook even moeilijk te raden wat ik zou doen zonder muziek. Het enige wat ik wel weet is dat ik het met niks ter wereld zou willen ruilen.



Concertorganisatoren der Lage Landen, laat dit een warme doch dringende oproep wezen…

3 februari 2009
Lieselot D\'Hoest