Jimmy Dewit (Belpop Bonanza) - Wat nu choquerend lijkt, was destijds dagelijkse cultuur
De wereld van de popmuziek is vaak een theater van excessen, waar schandalen en bizarre verhalen nooit ver weg zijn. In België is dat niet anders, al gaat het er hier vaak net iets vreemder en surrealistischer aan toe. In de nieuwe show 'Belpop Bonanza XXX' duiken Jan Delvaux en Jimmy Dewit diep in de pikante en absurde kant van de Belgische muziekgeschiedenis. Van blasfemie en drugs tot ontvoeringen, plagiaat en overspel, niets is te gek om onder de loep te nemen. Jimmy Dewit vertelt hoe hij en Jan het beste van het slechtste samenbrachten en waarom de Belgische popscene gekker is dan je zou denken.
'Belpop Bonanza XXX' focust deze keer expliciet op schandalen. Waarom is juist de vuile was van de Belgische pop zo'n dankbaar materiaal?
Jimmy Dewit: We zijn altijd op zoek naar goede verhalen over de Belgische popgeschiedenis, maar dan met een rode draad. Anders zijn het gewoon losse verhaaltjes. Dat leggen we ook uit aan het begin van de show: de insteek is op schandalen geënt, maar het is ook één grote grap. We vroegen ons bijvoorbeeld af dat, als je "XXX" of "16+" op je affiche zet, wat voor publiek je dan eigenlijk aantrekt. "Explicit lyrics", je kent dat wel, het soort dat mensen juist kan afstoten. Dat was onze vraag, maar het gaat niet alleen over schandalen in de traditionele zin. Het gaat ook over smeuïge verhalen in de brede zin van het woord. Die prins op de affiche, die uitdagend kijkt, is maar een klein voorbeeld. Het draait vooral om plagiaat, ellende en artiesten die in de problemen kwamen door verkeerd geïnterpreteerde teksten. Soms gaat het er ook over hoe een groep in de jaren tachtig gewoon heel Europa op zijn kop zette door niet de norm te volgen. Het is dus een heel brede schandaalsfeer en daar duiken we diep in. We graven in archieven en volgen soms ook rechtszaken om die verhalen boven tafel te krijgen.
Wat heeft je tijdens dit opzoekingswerk het meest getroffen?
Er zit een bijzonder verhaal in over punkgroep De Brassers uit Hamont uit de vroege jaren tachtig. Ze waren bekend van de cultklassieker En Toen Was Er Niets Meer, een donker, doomerig new wave-nummer. Het is een prachtig lied, maar ik heb het destijds gemist, omdat ik er te jong voor was. Jan is tien jaar ouder dan ik en hij heeft het allemaal wel meegemaakt. Wat ik zo mooi vind aan het verhaal van De Brassers, is hoe zo’n kleine, donkere groep, die geen toegankelijke muziek maakte, toch als een enorme bedreiging werd gezien voor de samenleving. Iedereen had schrik van vier gasten die eigenlijk geen topmuzikanten waren, maar wel precies de vinger op de pols gelegd hadden van die koude-oorlogvibe van die tijd. Dat verhaal proberen we ook in onze show te belichten. Door oude beelden en foto’s te bekijken zie je pas wat een impact ze hebben gehad. Vooral jammer dat ik dat niet zelf heb meegemaakt. De Brassers laten zien dat zelfs de kleinste, obscure groepen een enorme culturele stempel kunnen drukken.
Veel verhalen gaan ook over plagiaat. Is dat inherent aan popmuziek?
Dat hoort inderdaad gewoon bij popmuziek. Ik heb een schoolvoorstelling, die ik al jaren speel, en daar leg ik uit hoe dat werkt. Eigenlijk kun je bijna niet anders dan dat er overeenkomsten ontstaan, want in onze westerse popmuziek willen we graag melodieën horen die goed in het gehoor liggen. Je hebt maar twaalf noten, dus vroeg of laat komt iemand een melodie tegen die al eens eerder gemaakt is. Zelfs een artiest als Ed Sheeran krijgt dagelijks klachten over nummers die verdacht lijken op bestaande muziek. Je zou bijna constant plagiaat kunnen uitlokken bij wijze van spreken. Plagiaat is een rode draad door de popgeschiedenis. Vaak draait het om geld, maar het is vooral interessant hoe mensen ermee omgaan. Soms pikken mensen er echt van alles uit, anderen vinden dat het vergezocht is, dan weer leidt het tot rechtszaken. Het is altijd spannend om te zien hoe zoiets afloopt. Zeker voor Belgische artiesten, die klein zijn in vergelijking met de grote sterren uit het buitenland met hun dure advocaten, kan dat een groot verschil maken.
Frustreert jou dat een beetje als muziekliefhebber dan?
Absoluut. In de show gebruiken we een voorbeeld om het uit te leggen. De gebroeders Van Passel hebben ooit een nummer geschreven en You Are Not Alone van Michael Jackson lijkt daar opvallend goed op. Wat ik zo indrukwekkend vind, is dat die mannen het hebben aangedurfd om jarenlang vol te houden in de procedures. Ze gingen door, waarschijnlijk omdat ze goed georganiseerd waren of omdat ze de middelen hadden, maar uiteindelijk hebben ze gelijk gekregen. Dat is zo’n prachtige "case". Er zijn talloze verhalen van artiesten die bijna niemand durft aan te klagen, omdat je tegen Coldplay of U2 moet procederen, naar New York moet en je huis misschien moet verkopen om de advocaten te kunnen betalen. Je hebt ook geen garantie dat je wint. De Van Passels hebben het toch voor elkaar gekregen. Ze hebben de strijd gewonnen en de grote publishing rond Michael Jackson, de grootste in de wereld, op de knieën gekregen. Voor mij is dat een bijna heroïsch verhaal van twee gewone gasten uit België. Ik vind dat fantastisch.
Humor staat centraal in alle Belpop Bonanza’s. Waar ligt volgens jou de grens tussen lachen met en lachen om de artiesten?
Wij lachen nooit zomaar met iemand, al laten we geen mopjes liggen. Iedereen, die in de show voorkomt, behandelen we altijd met respectvolle bewondering. In onze voorstellingen ga je mee van donkere punk naar techno tot het gemakkelijk behapbare Vlaamse lichte lied. Alles steekt in één show, maar steeds met dezelfde insteek: kijk eens wat een straffe gast, wat die allemaal heeft gedaan of geregeld. We lachen nooit iemand uit. Dat is gemakkelijk en goedkoop. Als iemand op een rare manier op een plaat staat, een tikfout maakt op een albumhoes of iets heel eigenaardigs doet in een video, dan laten we dat niet onopgemerkt. Dat doen we altijd vanuit een grappige, liefdevolle reflex. We lachen nooit iemand echt uit. Het publiek lacht mee, maar leert ook van wat we vertellen. Het gaat over respect voor de artiest en de muziek, terwijl we de absurditeiten en eigenaardigheden die er altijd zijn niet schuwen.
Is het jullie missie om de mensen die komen kijken een soort popgeschiedenis van België mee te geven?
Als er iets is waar we in Vlaanderen goed in zijn, is het onszelf relativeren en ons klein voelen. Ons landje is niet groot, maar we hebben wel straffe dingen gedaan. Als je dat aan het publiek toont, hoor je vaak mensen denken: "Ah, dat is toch straf". Dat vind ik geweldig omdat wij de tijd hebben om zulke verhalen uit te spitten. Als je die verhalen dan mooi oplijst en er een tof verhaal van maakt, krijgen mensen een beter beeld van wat we allemaal betekend hebben voor de muziekwereld. We zijn misschien kleine dwergjes, maar af en toe hebben we toch een steentje bijgedragen aan de muziekgeschiedenis. Het leukste, vind ik, dat mensen zeggen dat ze dankzij ons liedjes ontdekken. Dat is voor mij het mooiste compliment.
Vroeger waren de politici vereerd om in de shows van Geert Hoste voor te komen. Hebben jullie ook al gelijkaardige reacties ontvangen uit de Belgische popscene?
Zeker. We merken dat een aantal mensen, die in de show voorkomen, ook daadwerkelijk komen kijken. Dat is tegelijk heel raar en ontzettend belonend. Je vertelt een stukje geschiedenis en hoopt vooral dat je niks fout zegt. Daar hangt altijd een zekere spanning rond. Vaak tonen we oude beelden uit de jaren tachtig en dan staat er ineens een vijfenzestigplusser naast je, die vroeger die jonge new waver van tweeëntwintig was die je kent uit je research. Het is dan fantastisch om te zien hoe die figuren tot leven komen. Het is alsof we beelden tot echte mensen transformeren. Dat geeft echt een wow-moment, een soort magie die je anders nergens krijgt.
Hoe reageren jongere generaties op de vaak prehistorische verhalen die ze nooit zelf hebben meegemaakt?
Wie komt naar onze shows, hoeft geen voorkennis te hebben om ervan te genieten. Onlangs kwam een journalist kijken naar een voostelling en hij had zijn vriendin van tweeëntwintig meegenomen. Ze had niets meegemaakt van waar wij het over hebben. Toch was ze helemaal gefascineerd door onze verhalen. Dat is precies waar het ons om gaat: mensen verwonderen, zelfs als ze geen idee hebben van de geschiedenis. Ik ben zelf ook gek op documentaires over de jaren vijftig en zestig, terwijl dat allemaal twintig jaar voor mijn tijd is gemaakt. Het is dus fantastisch, als mensen zich een beetje openstellen. Wij zijn een gemakkelijke toegangspoort voor nieuwe generaties, maar je moet ze wel in de zaal krijgen. Jongeren komen niet uit eigen beweging kijken naar twee grijze mannen die over muziek praten. Eens de show bezig is, zien ze dat het luchtig, plezant en toch informatief kan zijn.
De shows zijn cultureel verantwoord, maar tegelijk ook licht provocerend. Hoe moeilijk is het om die balans te vinden?
Af en toe schuren we een beetje tegen de verwachtingen van het publiek. Onze show begint met de plezantere kant van het lichtere lied. Ik kan me voorstellen dat mensen de eerste tien minuten zich afvragen waar we mee bezig zijn. Die sfeer verandert daarna volledig. In één keer ga je over naar een totaal andere emotie en dat vind ik geweldig. Die balans is ontzettend belangrijk voor ons. Het gaat niet alleen om weetjes, het zijn ook verhalen die een beetje tegen de schenen trappen, die verwonderen en soms ook uitdagen. Daar hebben we hard aan gewerkt. We zorgen dat het leuk blijft, maar dat het ook een beetje prikt.
Stel dat er over dertig jaar een 'Belpop Bonanza 2026' zou komen. Welk hoofdstuk van vandaag zou er dan zeker moeten inzetten?
Raymond van het Groenewoud! Die man is niet alleen muzikaal begaafd, maar ook tekstueel bijzonder scherp. Hij heeft altijd nummers gemaakt die een beetje tegen de schenen trappen, zoals Meisjes of Vlaanderen Boven, maar er zijn ook veel andere nummers die de meeste mensen niet kennen. Je voelt veel ironie, maar wie dat niet inziet, kan die teksten interpreteren als een soort aanklacht. Wat ons heel hard interesseert, is hoe we met zulke teksten omgaan in een tijd waarin er een sterke woke-discussie gaande is. Hoe interpreteer je nummers van vroeger? Teksten als: “Meisjes, ze komen zelden klaar, meneer”, zouden vandaag wellicht niet meer gemaakt worden. Toch is het belangrijk dat die nummers blijven bestaan, omdat ze de context schetsen van hoe het toen was in de jaren tachtig. Wat nu choquerend lijkt, was destijds misschien gewoon dagelijkse cultuur. Ik ben benieuwd hoe we over dertig jaar zullen omgaan met zulke teksten. Gaan we alles censureren of nog steeds tegen schenen trappen? Gaat er gecanceld worden en verdwijnen oude nummers zoals dat in Amerika soms gebeurt of kunnen we ze in de historische context blijven plaatsen? Ik vind het alvast een boeiende discussie. Misschien volgt na een golf van bevrijding een periode van meer openheid of zijn we juist nog voorzichtiger geworden. Het blijft interessant om over na te denken. Het zou een idee kunnen zijn voor een volgende show.
