Jef Neve Trio Baanbrekende ensembles zonder subsidies? Verschrikkelijk!

Baanbrekende ensembles zonder subsidies? Verschrikkelijk!
Die avond speelt het Jef Neve Trio een gedurfde, intense set voor een vrij mak publiek van ondernemers in de Turnhoutse Kuub. Op zeven kwartier tijd verstomt het trio vriend en vijand met zeven complexe composities, stuk voor stuk gespeeld met gevoel voor avontuur en hier en daar een komische noot. Dat is meer dan een beleefdheidsapplausje waard. Na het optreden hebben we in de ondergrondse loge van de zaal een gesprek met de maestro zelve.


Een zichtbaar vermoeide Jef Neve staat rustig na te praten met bandmates Teun Verbruggen en Piet Verbist, alle drie met sigaret in de hand. Zijn das zit inmiddels minder strak dan eerder die avond. “Was het geluid een beetje te doen? We hadden geen tijd voor een soundcheck.” Typisch Neve: professioneel en begaan met zijn publiek. “Dit lijkt wel op een bezoek aan de psychiater,” zegt hij al lachend, wanneer hij plaatsneemt op een verloren sofa in de ruime hal. Een grapje en een interview na een drukke dag van opnemen, componeren en optreden? Geen enkel probleem!
U bent in Turnhout geboren. In 2004 was u hier “artist in residence”. Hebben Turnhout en De Warande een speciale betekenis voor u als muzikant?
Jef Neve : Ik ben wel in Turnhout geboren, maar ik heb altijd in Geel gewoond. In mijn jeugd ben ik hier af en toe uitgegaan. Het was voor mij wel een teken van erkenning om hier gedurende een jaar een aantal concerten te mogen spelen als “artist in residence”, zoals dat dan zo mooi heet. Zeker als beginnend muzikant is de persaandacht die je dan krijgt van kapitaal belang. Het is ook hier dat ik ooit op het podium werd uitgenodigd door Branford Marsalis. Achteraf zijn we nog heel lang aan de toog blijven hangen. Het was echt inspirerend en leerrijk om iemand als hem niet alleen te horen spreken over jazz, maar ook over politiek en over het leven in het algemeen. Dat was voor mij echt een eyeopener, een heel belangrijk moment in mijn carrière.
De internationale erkenning gaat zelfs verder. Eerder speelde je bijvoorbeeld samen met Jose James, die voor velen de toekomst van de jazz belichaamt.
(Bij de vermelding van James’ naam, roept Neve spontaan "Woehoe".)
Jose had ik al een paar keer ontmoet in het Europese festivalcircuit. Na vele plannen om ooit eens iets samen te doen, kreeg ik door mijn radioprogramma op Klara de kans om hem uit te nodigen. Voor de eerste keer hebben we toen samen een aantal standards gespeeld. De laatste keer dat hij in Brussel speelde was zijn pianist niet beschikbaar en ben ik ingevallen. Jose is toen een paar dagen in Brussel blijven hangen. ’s Avonds zijn we dan in een café beland en, hoewel ik er eigenlijk geen tijd voor had, hebben we de volgende namiddag een studio gehuurd. We zouden wel zien wat het gaf, maar het was echt SU-PER! We hebben een aantal firsttakestandards opgenomen en ik denk dat het de beste opname is die ik ooit heb gemaakt. Volgend jaar zouden we daar iets van uitbrengen. Ik kijk al uit naar de concerten die we samen in de herfst gaan doen in Europa en misschien ook wel oversea.
Uit Scandinavië kwam ook de getalenteerde pianist Esbjörn Svensson, die een soortgelijk trio had als het uwe, maar die stierf bij een duikongeval op 14 juni 2008. Heeft hij iets betekend voor u?
Ik heb eigenlijk nooit zijn stijl gekopieerd, maar de klank die hij produceerde, die draag je natuurlijk mee in je onderbewustzijn. Zeker als we de studio ingaan – vooral bij de laatste twee platen – hebben we de neiging om de platen wat in te kleuren, te producen en dat leunt inderdaad aan bij wat Esbjörn heeft gedaan. (zichtbaar ontroerd) Ik vind het vooral spijtig dat zo’n talent zo vroeg en op zo’n stomme manier aan zijn einde is gekomen. We hadden er allemaal nog veel van verwacht. Het lugubere aan het hele verhaal is dat mijn manager zowel Esbjörn als zijn manager goed kende en dat er een samenwerking op til stond. Ik zou dus ongetwijfeld met hem in contact gekomen zijn.
Op Nobody is Illegal en Soul in a Picture hebben jullie voorzichtig geëxperimenteerd met elektronica. Zouden jullie daar in de toekomst nog verder in willen gaan?
Dat bepaal ik eigenlijk niet. Zulke dingen gebeuren toevallig. Veel wordt daar niet over nagedacht. Wij bekijken de studio een beetje als een speeltuin en we zien wel wat daaruit komt. Teun (Verbruggen, drummer van het Jef Neve Trio, nvdr) had toevallig zijn speelgoed bij die dag en ik vond zijn elektronische toevoegingen aan de ballad How Blue Can I Get? helemaal niet mis. En die jongen werd daar zo gelukkig van. Dus ik heb hem laten doen. En het werkte!
Veel jazzmuzikanten – waaronder uzelf – zijn weg van de muziek van Radiohead. Waarom?
(Na lang aarzelen) Ik vind dat Radiohead eigenlijk het verhaal van The Beatles verderzet. Ook zij gelden als vernieuwers van de popmuziek. Er zit zo’n ongelooflijke rijkdom in die muziek. En dan is er nog de harmonische complexiteit waar veel jazzmuzikanten zeer gevoelig voor zijn.
Samen met Antje de Boeck en Rony Verbiest heeft u het project ‘Tom Waits until Spring’. Bent u zelf een grote fan?
Absoluut. Als Waits’ muziek me niet zou interesseren, zou ik me voor zo’n project niet kunnen engageren. Zoals voor vele mensen was Tom Waits voor mij de muziek die opstond op kot in Leuven wanneer we ’s avonds laat nog gezellig een fles wijn van twee euro uit de nachtwinkel opentrokken of bier dronken uit plastieken bekertjes. Ik vond dat een geweldige afsluiter van de avond of juist de perfecte manier om te beginnen filosoferen.
U bent bijna constant verwikkeld in heel uiteenlopende projecten: optredens met het Jef Neve Trio, duoconcerten, Groovething,… Is dat allemaal evident?
Soms gaat me dat makkelijk af en dan weer minder. Vandaag heb ik er bijvoorbeeld enorm veel last van gehad. Gisteren heb ik een eerste tryout gespeeld van mijn pianoconcerto, een volledige, klassieke compositie van 45 minuten. Voor mij was dat een heel belangrijk moment en een waanzinnig geslaagde avond. Ik heb er twee jaar aan gewerkt. Dus uiteraard was ik benieuwd naar reacties. Vandaag heb ik naar een opname geluisterd. Ik was nog altijd een beetje onder de indruk. Daardoor had ik vandaag moeite om de klik te maken en kreeg ik de concertosfeer niet echt van me afgeschud. Daarbij was het vandaag zo’n hectische dag dat er geen tijd was voor een soundcheck en die heb ik toch nodig om mij volledig op een bepaald repertoire te kunnen focussen. Soms gaat het me niet af, merk ik nu. (lacht)
Vindt u dat jong jazztalent in België voldoende gesubsidieerd wordt?
Ik vind dat er nog altijd meer gesponsord kan worden, maar ik geloof wel dat het de goede kant opgaat. Ik zie meer en meer goede, jonge initiatieven en ik zie dat er meer jazz geprogrammeerd wordt en dat jazz een groter publiek bereikt dan vroeger. Sinds je jazz aan de muziekschool kan studeren, zijn er een aantal waanzinnige talenten bijgekomen en dat kan ik alleen maar toejuichen.
Enkele jaren geleden was er kritiek op het hoge bedrag dat Kate Ryan kreeg om haar nummer voor het Eurovisiesongfestival in Europa te promoten. Wat vindt u van zo’n beslissing?
Dat er stommiteiten gebeuren op dat kabinet van Cultuur lijkt me evident. Maar zo gaat het volgens mij op elk kabinet. Zo werkt politiek nu eenmaal. Uiteraard gun ik Kate Ryan die subsidies, maar het zou jammer zijn dat het ten koste gaat van andere dingen en dat doet het helaas soms wel. Als baanbrekende ensembles zoals La Petite Bande van Sigiswald Kuijken van de ene dag op de andere zonder subsidies komen te staan, dan vind ik dat verschrikkelijk. Het gaat om zo’n belangrijke culturele schatten en die worden gewoon droog gezet. De kraan wordt dichtgedraaid. Dat is onbegrijpelijk.
Foto via Wannabes.

April 24, 2009
Fabian Desmicht