It's A Fine Day - Ik wil onze nummers gerust blijven weggeven

Het was het fijnste gesprek in tijden, dat met de heren van It’s A Fine Day. Boris Zeebroek (The Hong Kong Dong en zoon van Kamagurka) en Bert Delapierre (rechterhand van Kamagurka) zijn enthousiast en willen dat enthousiasme delen met zoveel mogelijk mensen. Een jaar lang hebben ze elke maand een nieuw nummer online gezet  en die twaalf nummers klinken alsof Hot Chip en Leonard Cohen een huwelijk zijn aangegaan. Dit einde is overigens alleen maar een nieuw begin voor It’s A Fine Day en de ideeën voor de toekomst kregen vorm tijdens ons gesprek over nieuwe muziek aan de man brengen, eens goed kakken en een natte droom over seks met een dolfijn.





We hebben de laatste weken regelmatig naar jullie muziek geluisterd op verschillende tijdstippen van de dag en nacht. Welk moment is volgens jullie ideaal?

Bert Delapierre:
Driemaal daags, elke keer voor de maaltijd. Zoals een vitamine. Nee, serieus: ik denk dat deze muziek uitermate geschikt is voor een nachtelijke autorit. Ik heb zelf geen auto dus ik zou het eigenlijk niet weten, maar ik zou zeggen: probeer het eens. Ik vind toch dat er vaak een nachtelijke sfeer over onze muziek hangt.

Boris Zeebroek: Het gevaarlijke aan muziek tijdens het autorijden is dat ik dan bijna automatisch sneller ga rijden. Maar er hangt inderdaad wel een nachtelijke sfeer rond. De meeste nummers zijn ook ’s nachts opgenomen.

Delapierre: Ik denk sowieso dat veel muziek beter ’s nachts tot zijn recht komt: dan is het stiller buiten. Maar ik heb onlangs ook ontdekt, Boris, dat It’s A Fine Day ook geweldig tot zijn recht komt tijdens het joggen. Dat is misschien nog wel de beste tip. 

It’s A Fine Day klinkt behoorlijk vrolijk, gemoedelijk. Waar komt de naam vandaan?

Delapierre:
Dat is eigenlijk een nogal vreemd verhaal. Iedere jongen heeft al wel eens een natte droom en… Ja, ik was aan het neuken met een dolfijn en dat was zodanig warm, teder en gezellig dat ik ervan klaarkwam. En op een gegeven moment zat ik met Jeroom op Rock Werchter en we zaten een beetje te praten en ik vertel hem dat Boris en ik nog naar een goeie naam zoeken voor ons project, iets dat bijblijft, iets als Godspeed You! Black Emperor. Schitterende naam. En Jeroom kende mijn dolfijnenverhaal en kwam toen af met It’s A Fine Day To Fuck My Dolphin. Dat laatste stuk hebben we er uiteindelijk afgelaten om commerciële redenen, maar misschien moeten we ooit een plaat ‘To Fuck My Dolphin’ noemen of zo.

Zeebroek: Ja, dat lijkt me heel cool. Om toch dat stukje van de ontstaansgeschiedenis van It’s A Fine Day in ere te houden.

De link tussen jullie is natuurlijk Kamagurka, maar wie heeft wie benaderd voor dit project?

Zeebroek:
Wij kennen elkaar eigenlijk al behoorlijk lang. Bert werkte in het café waar ik boven woonde en zo ontstond er een vriendschapsband. We werken al langer samen, maar vorig jaar is de switch gekomen en hadden we plots iets dat goed klonk. En het volgende nummer vonden we nog beter. Toen hebben we besloten er echt een project van te maken en elke maand een nummer weg te geven. Want we waren er trots op.

Het is donker, maar niet zwaar op de hand. Het is alsof Hot Chip en Leonard Cohen of Nick Cave elkaar gevonden hebben. Soms moest ik ook denken aan het Eurovisiesongfestival, maar dan wel met nummers zoals Divine van Sebastien Tellier enkele jaren geleden.

Delapierre:
Veel mensen doet het ook denken aan Yello, dat Zwitsers electroduo uit de eighties. En dat is allemaal ok. Het feit dat je ook het Eurovisiesongfestival aanhaalt, wil ook wel zeggen dat je onze nummers toegankelijk vindt.

Zeebroek: Heel veel nummers zijn ook te herleiden tot pop. Wij maken popmuziek, dat is ook het kader dat we onszelf hebben opgelegd. Voorlopig althans. En er is ook helemaal niks mis met popmuziek als je ’t goed doet. Als je ABBA gaat ontleden, merk je pas hoe complex die nummers soms in elkaar zitten.

Delapierre: We willen dat zoveel mogelijk mensen dit horen, maar dat is niet gemakkelijk als je geen plaat hebt. Enerzijds was er geen budget voor een plaat, anderzijds vinden we deze manier van werken – elke maand een nieuw nummer met een bijhorende fotoshoot met Aljocha Hamerlynck – ook wel heel erg fijn. Wij moesten nu bijvoorbeeld ook geen platenhoes kiezen, we hadden twaalf hoezen. Elk lied heeft nu zijn eigen sfeertje met een daarbij horende foto. Maar dat neemt niet weg dat het tof zou zijn als we ze ooit zouden kunnen bundelen.

Je merkt tegenwoordig aan allerlei marketingacties van grote groepen dat de aanloop naar de plaat belangrijker wordt dan de plaat op zich. Van zodra de plaat er is, heeft ze nog een levensduur van een paar weken.

Zeebroek:
Klopt helemaal. En toch is het nog ontzettend belangrijk voor een groep om een plaat te hebben. Niet zoveel mensen kopen die plaat nog, maar heel de business is er wel op ingesteld, bijna als excuus om live te kunnen spelen. Met één nieuw nummer kan dat niet.

Delapierre: Het is alleszins niet gedaan nu voor ons. Ik wil gerust onze nummers blijven weggeven.

Op jullie Facebookpagina had iemand gereageerd dat hij tien van de twaalf nummers goed vond. Waarop één van jullie reageerde met de vraag welke twee hij dan niet goed vond. Terwijl je die mens ook gewoon had kunnen bedanken omdat hij er toch tien goed vond.

Delapierre:
(lacht) Ik was gewoon benieuwd naar wie die kerel was. Bleek dat iemand uit Manhattan te zijn en die  vond ons één van de ontdekkingen van zijn muziekjaar. Wat ik wel oprecht straf vond, want hij had ons een jaar gevolgd. Dus ik was benieuwd naar welke hij niet zo goed vond. Dat was een opmerking van een fan en ik vind dat je geïnteresseerd moet zijn in je fans. Ze moeten je niet  opleggen wat je moet doen, maar ik wil er wel mee praten.

Zeebroek: Via Facebook ben je als artiest ook heel toegankelijk natuurlijk. Dat is het leuke eraan. Je kan zelf kiezen of je reageert of niet, maar op die manier kan je wel heel snel een dialoog op gang brengen tussen de artiest en zijn luisteraars.

Delapierre: En ik vind het ook gewoon van vriendelijkheid getuigen om te antwoorden: ik heb het gezien, ik heb er notie van genomen. Ik heb voor ik naar hier kwam onze nummers naar Ariel Pink gestuurd. Al vindt hij het niet goed, ik zou het sympathiek vinden van hem als hij zou antwoorden.

Zeebroek: Dat is die andere zijde van het internet: je kan er alles makkelijk opgooien en je kan iedereen contacteren die je maar wil en heel de wereld kan je nummers horen als ze willen. Maar het aanbod is door het internet ook exponentieel gegroeid en de mensen moeten je weten te vinden. Je muziek moet ook bij de juiste mensen terechtkomen, mensen die de bal aan het rollen kunnen brengen.

In tegenstelling tot vele andere groepen starten jullie bij de tekst en van daaruit vertrekt de muzikale omkadering.

Delapierre:
Ik zorg voor een tekst en een zanglijn, dat geef ik aan Boris. We spreken daar even over, ik geef een sfeerrichting aan, noem wat muzikale referenties en dan laat ik Boris twee weken alleen. Het is zoals in de schilderkunst. Daar maken ze soms quatre mains: een schilderij dat niet helemaal af is, geef je uit handen aan iemand die je vertrouwt en die doet er zijn ding mee. En ik vind het fijn om mijn idee uit handen te geven aan iemand als Boris, want ik ben nu eenmaal helemaal niet zo muzikaal als hij.

Zeebroek: Na die twee weken stuur ik het door naar Bert waarna we alles overlopen wat we goed en niet goed vinden. Nog twee weken later is het nummer af en zetten we het online. Zo blijft alles fris.

Delapierre: Het is eigenlijk zoals kakken: het heeft alles te maken met loslaten. Als je eens goed geduwd hebt en je drol plonst in de pot, dan ga je die ook niet meer terugduwen. (lacht)



Het eerste nummer dat jullie hebben vrijgegeven, was meteen een topper. A Different Beast heeft een heel donkere tekst over dromen en ontgoocheling met zinnetjes als “I like to drink day after day”, en “Goddamn, I’m a father now”.

Delapierre:
Dat nummer gaat over mijn scheiding. Een scheiding is vaak heel pijnlijk, zeker als je kinderen hebt. Je bent altijd met twee, je maakt allebei fouten. Het was pijnlijk, maar het is een goed nummer geworden en de relatie met mijn ex-vrouw is toppie.

In All Alone zit ook veel spijt en melancholie. “I wish I was young again”, zeg je daar.

Delapierre:
Dat nummer is gebaseerd op het verhaal van een vriend van me die vroegtijdig het huis verlaten heeft om van het leven te genieten. Hij heeft in die periode ook veel scharrels gehad, maar in die periode als flierefluiter zijn allebei zijn ouders ziek geworden en kort na elkaar gestorven. Die vriend weet ook niet dat ik er een nummer over geschreven heb. Als je jong bent en zorgeloos, is het leven nu eenmaal veel simpeler. Vandaar die  ' wish I was young again'.

Zeebroek: Bert vertelt me ook altijd het verhaal achter het nummer, zodat ik dat muzikaal kan proberen vatten.

Gaan jullie dit ook live brengen?

Delapierre: Het zou tof zijn als we dit live zouden kunnen doen, maar we zijn voorlopig maar met zijn tweeën. We kennen wel muzikanten die we hierbij zouden kunnen betrekken, maar Boris heeft het heel druk met zijn andere projecten. Er komt een nieuwe plaat aan van The Hong Kong Dong. Ik ben zelf ook nog met andere dingen bezig. Dus het wordt heel moeilijk om het te organiseren, maar we zouden het graag doen.

Zeebroek: Als we dit echt willen brengen zoals we het in de studio hebben gedaan, dan moeten we met zeven man of zo zijn. Dus ik denk dat we het anders moeten aanpakken. Live is weer iets helemaal anders dan studio maar ik ben ervan overtuigd dat deze nummers live tot hun recht kunnen komen.

Nightly Streets is me ook nog opgevallen. Wat is het verhaal daarachter?

Delapierre:
Daarvoor moet ik terug naar de periode toen ik op kot zat. Naast mij woonde al een jaar lang een meisje en wij zeiden elke ochtend hallo tegen elkaar, maar verder kenden we elkaar niet. En ik vond dat vreemd, want we woonden in hetzelfde huis met maar één dunne muur tussen elkaar in en toch wist ik niet wie dat was en dat intrigeerde mij.

Misschien was het wel je grote liefde.

Delapierre:
Bijvoorbeeld. Het was ook een mooi meisje trouwens. Onder mijn bed was er in die muur een gaatje, dat ik overigens niet zelf heb gemaakt, en als ik daardoor keek, zag ik haar voeten. Zoiets, daar moet je als je kan samenwerken met Boris Zeebroek een nummer over schrijven. (lacht) Oh, en het is trouwens Boris' vriendin die het refrein zingt. Een jaar later ben ik haar nog eens tegengekomen op straat, ’s nachts. Vandaar de titel. Ik herkende haar wel, maar zij mij niet meer.

Zeebroek: Zo heeft elk nummer zijn verhaal. Eigenlijk zouden we bij onze nummers een boek moeten uitbrengen met de teksten, die verhalen en prints van de fotoshoots op groot formaat. 

Delapierre: Of een kleine documentaire waarin ik dat meisje opzoek en haar dat nummer laat horen.

De ideeën blijven komen. De toekomst is verzekerd. The Passion, het laatste nummer dat jullie hebben vrijgegeven, is een raar beestje. Het duurt dubbel zo lang als de rest en het zit vol tempowisselingen. Dan ben je dus zeker dat je niet op de radio komt natuurlijk.

Delapierre:
(lacht) Klopt, maar het is ons meest epische nummer en het bevat alles waar we voor staan. Er zit pop in en melancholie. Er zit Scott Walker in, David Bowie en Tindersticks. En dat zijn allemaal dingen die ze niet op de radio draaien, maar het belangrijkste is dat wij het goed vinden en dat we er anderen mee kunnen plezieren.

Zeebroek: Uiteraard zou het fijn zijn als de radio ons zou oppikken, want dat vergemakkelijkt veel dingen. De mensen vinden je makkelijker, je krijgt aandacht en bijna automatisch kan je je budgetten laten stijgen. Maar airplay is geen doel op zich.

Tot slot: wanneer zijn jullie tevreden?

Delapierre:
Het zou te lui klinken om te zeggen dat we nu al tevreden zijn, maar er is al iets tastbaars. Het eerste grote project is afgewerkt.

Zeebroek: En verder zien we wel tot waar het ons brengt. Dat wil niet zeggen dat we niet ambitieus zijn, maar ik wil ook niet bij voorbaat te ambitieus zijn.

Delapierre: Dat zou alleen maar tot teleurstellingen leiden. Wij zijn tevreden. En volgend jaar gaan we weer iets doen en dan zien we wel weer.

Zeebroek: We gaan muziek maken voor een pornofillm met dieren en Bert speelt de hoofdrol.

Delapierre: Moet ik mijn schaamhaar scheren? (lacht) Maar ik zou wel graag eens een videoclip maken omdat we werken met sferen.

Voilà, en we hebben er weer een doel bij.

24 november 2014
Geert Verheyen