Iskander Moon - De reden dat ik muziek maak is omdat ik vaak dingen niet in woorden kan vertellen

De reden dat ik muziek maak is omdat ik vaak dingen niet in woorden kan vertellen

Met debuutalbum 'Salt Moon City' zet Iskander Moon nieuwe stappen in zijn muzikale reis. Waar de ep 'Are You Lost Here?' (2024) nog voelde als een persoonlijk dagboek, opent dit album een brede, cinematische wereld waarin een rijk palet aan klanken centraal staan. Moons stem is zacht, rauw en eerlijk. Ze leidt de luisteraar door verhalen over opgroeien, volwassen worden en de zoektocht naar diepgang. Het resultaat is een verzameling nummers die intiem en groots tegelijk klinken met een warme mix van soul, pop en klassieke invloeden. Een gesprek met Iskander kon dan ook niet uitblijven.

Welke emoties hoop je dat de luisteraar voelt, als die je plaat opzet?

Iskander Moon: Ik ben voor deze plaat naar Zweden getrokken. Twee jaar geleden verbleef ik er in een hutje en kwam ik op de naam 'Salt Moon City'. Die naam is een verwijzing naar Zelzate, het dorp waar ik ben opgegroeid, en Moon, mijn artiestennaam. Zo ontstond een titel die tegelijkertijd persoonlijk en symbolisch voelde. Het is een ode aan opgroeien, aan volwassen worden en op je eigen benen leren staan, zeg maar een soort coming-of-age-verhaal. In de plaat zit veel over mijn jeugd.

Hoe komen de liedjes van Iskander Moon tot stand?

Alle liedjes zijn alleen geschreven aan de piano en de gitaar. Daar begint alles. Daarna bedenk ik er de rest bij zoals de strijkers en de trompetten om zo tot kleurrijke popliedjes te komen die een beetje een soulkant krijgen en ook best groovy zijn. Maar mijn muzikale spectrum is veel breder dan dat. Tegenwoordig ben ik bezig met cd-opnames van een Vlaamse mis uit het begin van de zestiende eeuw. Met die polyfonie ben ik opgegroeid. Dat alles beïnvloedt de manier waarop ik muziek maak: ik probeer kleurencombinaties te vinden tussen verschillende instrumenten. Ik denk dat die zoektocht naar klankkleur een emotie oproept die zeker op 'Salt Moon City' naar boven komt. Het lijken me interessante combinaties van piano, trompet en strijkers.

Je muziek wordt vaak vergeleken met die van artiesten als Bon Iver en Tom Odell. Herken je jezelf daarin?

Qua geluid zijn dat mooie vergelijkingen, vooral op vlak van kleuren en sfeer. Op vlak van storytelling probeer ik dan weer mijn eigen pad te volgen. Ik onderzoek wat de wereld om mij heen doet als verteller en songwriter en duik daar zo diep mogelijk in. Ik ben niet bezig met analyseren welke muziek invloed heeft. De muziek, waar ik naar luister, heeft op die manier weinig impact. Het gaat erom te luisteren naar wat er om mij heen gebeurt en wat mijn antwoord daarop is. Dat kruipt dan in mijn liedjes en teksten. In deze plaat kun je wellicht ook wat Paolo Nutini of Michael Kiwanuka terughoren, omdat ze me hebben beïnvloed in het gebruik van groove en de soulvolle kant van muziek. Die zielskant is in deze plaat zeker aanwezig en spreekt hopelijk op een diepe manier tot de luisteraar.

Het album klinkt enerzijds intiem, maar anderzijds ook groots. Hoe ben je tewerkgegaan bij het creëren van die balans tussen die twee stijlen?

Oorspronkelijk was het de bedoeling om een heel intieme plaat te maken, maar gaandeweg werd dat net omgekeerd. Ik merkte aan de aard van de nummers dat ze eigenlijk niet per se intiem waren, maar wel een soort noodzaak hadden die bijvoorbeeld vroeg om drums. Daardoor ontstond een interessant contrast tussen het intieme en het grootse. De plaat begon met meer ingetogen liedjes, maar in de studio ben ik die verder gaan inkleuren. Juist dat contrast vond ik leuk werken. Zo heb ik Silently Hurting Me heel somber gehouden met alleen piano en strijkers, terwijl andere nummers, die oorspronkelijk ook naakt waren zoals Buried In Beverly Hills, juist zijn ingekleurd om de ruimte op te vullen. Ik vind het interessant om te spelen met dat contrast tussen naaktheid en een rijk palet van klanken. Voor een eerste plaat voelt het een beetje alsof ik met alle kleuren schilder, die ik heb. Ik kijk wat uiteindelijk aan de muur blijft plakken. Ik heb me niet beperkt tot één of twee tinten, maar alles uitgeprobeerd om te zien wat werkt. Dat experimenteren met kleuren en contrasten vormt volgens mij het DNA van de plaat.

Zijn er op die plaat specifieke nummers met een bijzonder verhaal?

Het laatste nummer, dat ik schreef voor de plaat, was Minnesota Wildflower. Het voelde meteen dat dit het afsluitende nummer van het album zou worden. Ik was toen in New York, het was volle maan en het nummer ontstond tijdens een soort nachtelijke uitstap door de stad. Steden spelen sowieso een rol op de plaat. Plaatsen in Italië bijvoorbeeld met de nachtelijke uitjes daar, maar ook Berlijn komt erin terug, omdat ik er een deel van de muziek heb opgenomen. Maar het grootste deel van de plaat is opgenomen in Kortrijk. Daar heb ik me een maand lang opgesloten om alles op te nemen. Het resultaat is een verzameling van indrukken, verspreid over een tijdspanne van enkele jaren. Het voelt bijna alsof er een heel leven wordt verteld voordat je een eerste plaat maakt. Lonely Days Will Come, de vierde en huidige single uit de plaat, verkent dan weer het thema van eenzaamheid vanuit een genuanceerd en contemplatief perspectief. In plaats van een gemis te benadrukken, ziet het nummer solitude als een ruimte voor reflectie en zelfinzicht.

Je hebt een klassieke achtergrond en ging op tour met het Collegium Vocale Gent met Philippe Herrewegen. Hoe heeft die klassieke opleiding je songwriting beïnvloed? 

Ik was vroeger niet actief als zanger, maar vooral als opnametechnicus. Ik ben nu bezig aan een polyfonische cd-opname met de zangers van Dionysos Now. Dat is een parallelle wereld, omdat het zo anders is om met muziek van lang geleden bezig te zijn. Voor mij is het een verrijking om beide werelden te combineren. De manier waarop ik klassieke muziek benader, beïnvloedt soms subtiel mijn eigen nummers, vooral in het samenbrengen van instrumenten. In Minnesota Wildflower herinneren bepaalde combinaties van instrumenten in dat nummer aan polyfonie, waarbij elke stem even belangrijk was. Dat idee probeer ik soms ook in mijn eigen muziek toe te passen. Dat betekent niet dat ik partituren letterlijk aan muzikanten geef. Veel van mijn werk is juist improvisatie en intuïtief spelen. Die klassieke denkwijze, dat zoeken naar evenwicht en kleur tussen verschillende stemmen en instrumenten beïnvloedt wel hoe ik mijn nummers opbouw en inkleur.

Je hebt ervaring in verschillende genres. Dat gaat van fusion tot tuxedo-rock. 

Mijn eerste groep was de rockband Hyper. We hebben negen jaar gespeeld, voor mij een belangrijke uitlaatklep. Muziek moet altijd een plezierige ervaring zijn. Het moet een manier zijn om iets van mezelf te uiten. Het maakt niet uit welk genre het is. Ik kan muziek maken op verschillende instrumenten en geniet ervan om van stijl te wisselen. Dat daagt me uit en zorgt dat ik niet elke dag hetzelfde doe. Rockmuziek was voor mij vooral een expressieve uitlaatklep. Mijn eigen popproject is een inwaartse beweging, een vorm van reflectie, een analyse van wat ik voel, als ik naar de wereld kijk. Het gaat minder om het harde schreeuwen of luide gitaren. Het is een ander facet van mezelf, een ander soort emotie. Soms laat ik mensen voor het eerst polyfonie horen die ik heb opgenomen, stukken die nooit eerder zijn vastgelegd. Dan valt er vaak een stilte. Mensen weten niet goed wat ze horen. Het is magisch om iemand voor het eerst zoiets te laten ervaren. Dat moment en die ontdekking is waar ik voor ga.

Je bent vaak naar steden getrokken als New York, Berlijn en Firenze om jezelf onder te dompelen in de lokale cultuur. Welke impact hebben die reizen gehad op het maken van je muziek?

Als ik in een andere stad kom, merk ik altijd dat er een ander tempo heerst. Zo ook bij New York City, het nummer dat ik schreef, toen ik voor het eerst in de stad was. Het tempo van dat nummer weerspiegelt het ritme van de stad zelf, een soort cadans die ik daar voelde. Dat is ook de grootste impact van het nomadische bestaan waar ik soms naar op zoek ben: elke stad heeft zijn eigen tempo en dat inspireert melodieën, liedjes en teksten. Op die manier heeft reizen en in verschillende steden zijn zeker invloed op mijn muziek.

Je noemt jezelf een verteller. Zijn er verhalen of thema's die je toch het liefst in muziek wil vertellen en niet in woorden?

De reden dat ik muziek maak is omdat ik vaak dingen niet in woorden kan vertellen. Er zijn emoties en ervaringen die veel makkelijker te beschrijven zijn met een melodie, ondersteund door een tekst die erdoorheen golft. Voor mij is dat een directere manier van communiceren. Daarom schrijf ik liedjes. Sommige nummers dragen bijvoorbeeld een duidelijke pijn in zich. Silently Hurting Me gaat over iemand anders’ pijn die je niet kunt begrijpen, maar ook over de stilte tussen twee mensen. Het nummer bevat een strijkerskwintet, een geïmproviseerd project dat voor mij een reflectie is van die emotie. Ik vind het prachtig dat muziek dit kan doen. Het kan een gevoel overbrengen zonder dat er nog meer woorden nodig zijn. De emotie zit zelf in de muziek en spreekt voor zich.

Je gaat ook optreden met je plaat. Wat kunnen fans verwachten van je live optredens? Worden dat intieme settings of laat je de rockmuzikant zelf ook naar boven komen? 

Wat ik zo leuk vind aan live spelen, is dat je met een full band de drive van de muziek echt voelt. Ik kijk er dan ook ontzettend naar uit om deze plaat live te brengen, omdat er veel drums en basgitaar in zitten en dat komt live goed tot zijn recht. Ook de trompetten en strijkers voegen daar iets aan toe, waardoor mensen een energiekere versie van mij horen met een breder vocaal spectrum. Daarnaast geeft live spelen me de kans om het verhaal van de plaat nog sterker over te brengen. Ik kan extra nadruk leggen op de verhalen achter de liedjes en zo het publiek meenemen in de context en emotie van de nummers. Voor mij is het een perfecte manier om de muziek tot leven te brengen.

Je speelt niet enkel in België, maar ook in de rest van Europa. Hoe hoog leg je de lat voor jezelf? 

Ik heb ontzettend veel zin om in het buitenland te spelen en ik probeer daar ook actief naar op zoek te gaan. Af en toe ontmoet je tijdens zo’n reis mensen, die je uitnodigen om te spelen, en dan doe je dat gewoon. Nu gaan we touren met deze plaat en houden halt in Antwerpen en Brussel, maar ook in Amsterdam, Berlijn en Zürich. Daarna hoop ik dat er nog meer concerten volgen. Ik hou ervan om in Duitsland en Nederland te spelen, Frankrijk moet mij nog een beetje ontdekken. Ik heb zeker ambitie om de muziek internationaal te brengen, want ik denk dat deze nummers ook op andere plekken ter wereld goed resoneren. Het mooiste vind ik om te zien hoe mensen reageren op muziek die ze normaal niet op de radio horen of die verschilt van de stijlen waaraan ze gewend zijn. Dat is het bijzondere van muziek: dat je iets kunt delen dat iedereen op zijn eigen manier voelt, ongeacht waar je bent.

Iskander Moon speelt op 21 maart in L'Alba Charleroi, op 24 maart in De Roma Antwerpen en op 26 maart in de Ancienne Belgique Brussel

18 februari 2026
Steven Verhamme