Illuminine - Het experimentele moest centraal staan

Kevin Imbrechts, ook bekend als frontman van de noiserockband Mosquito, trekt met Illuminine een heel andere, muzikale schuif open. Op de debuutplaat van het nevenproject verrast hij met dromerige en filmische soundscapes die zijn ontstaan in de slaapkamer van de Leuvenaar. Hijzelf noemt het neoklassiek; anderen gooien er termen als postrock en ambient tegenaan. De titel van de plaat is uiteindelijk ‘#1’ geworden, een plaat die Imbrechts samen met Christophe Vandewoude van Isbells in elkaar stak.





Waarom koos je ervoor om je nieuwe project Illuminine te gaan noemen?

Kevin Imbrechts: Ik was op zoek naar een naam voor mijn band en kwam per toeval uit bij Thurston Moore. Een van zijn nummers heette Illuminine en die song paste wonderwel bij wat ik bracht. Het was niet evident om een naam te kleven op de instrumentale muziek, die ik maak, maar die song van Moore en vooral de manier waarop hij sprak, vond ik heel goed passen bij mijn muziek. Zo is het Illuminine geworden, uitgesproken zoals hij het zegt, want ik heb ondertussen al verschillende manieren gehoord waarop ze mijn groepsnaam uitspreken. Vooral Franstaligen hebben het lastig (lacht).

Het project staat ver van wat je brengt met Mosquito.

Op de plaat staan gitaarmelodieën en rare stemmingen centraal, daarom hou ik ook van Thurston Moore. Die speelt daar ook mee. Het experimentele moest centraal staan. Het is mijn manier om alles wat in me leeft te uiten, al staat het toch vrij ver van het werk van Moore. Ik breng andere gitaarstemmingen, maar ik blijf wat hij al gedaan heeft wel geniaal vinden.

Vroeger stond ik met Mosquito synoniem voor harde muziek. En dus schrikken mensen wel een beetje als ze mijn nieuwe plaat horen. Weinigen weten dat ik daarmee bezig was - Ik heb maar een paar mensen op de hoogte gebracht van mijn plannen - maar die muziek is er ook altijd geweest. Mosquito stond voor noiserock, terwijl Illuminine mijn zachte kant naar boven moest laten komen. In beiden zit er passie en authenticiteit.

Jarenlang hield je de songs van Illuminine verborgen in je slaapkamer. Hoe moeilijk was het om die plots met iedereen te delen?

In het begin was dat beslist heel moeilijk. Ik heb mijn composities bewust lang in mijn slaapkamer gehouden. Eigenlijk was het zelfs nooit mijn bedoeling om die publiek te maken: het was echt iets van mij alleen. In mijn kamer kon ik me terugtrekken als het wat minder met me ging in mijn leven. Iedereen heeft zijn manier om daarmee om te gaan.

Het is ook niet evident om die composities op te nemen omdat je zo die momenten vastlegt, terwijl het natuurlijk gaat om heel breekbare muziek. Tijdens mijn eerste liveshow was het dus echt wennen. Ondertussen ben ik het al een beetje gewend, maar het was zeker geen makkelijke bevalling. Ik geef natuurlijk een eigen betekenis aan die nummers en dus is het best vreemd om te horen dat mensen daar zelf ook andere gevoelens bij hebben. Maar het maakt het wel heel interessant.

In hoeverre heeft Christophe Vandewoude zijn stempel mee gedrukt op jouw plaat?

Toen ik met die muzikale ideeën zat, was het de bedoeling om een plaat voor mezelf te maken. Ik zou dan wel zien of ik die uiteindelijk zou uitbrengen. Tijdens de opnames is alles wat geëscaleerd. Iemand had me verteld dat Christophe mijn muziek het best zou kunnen opnemen. En bij het eerste contact klikte het ook meteen. Een paar maand voor de opnames ben ik elke week naar hem thuis gegaan om te kijken welke richting we met de demo’s zouden opgaan. Geleidelijk aan is alles gegroeid naar iets neo-klassieks. De sound op mijn demo’s was heel specifiek. We hebben samen gezocht naar de juiste benadering van de sound van de demo’s en hij heeft daarbij goed naar mijn verhaal geluisterd. Ik had een specifiek beeld van de nummers in mijn hoofd en dus hebben we veel tijd in de studio doorgebracht, een lange trip van drie maanden. Ik heb veel aan Christophe te danken. Intussen is hij een vriend geworden en speelt hij ook mee in de liveband.

Hoe ontstaan je nummers eigenlijk?

Van origine zijn het eigenlijk gitaarliedjes, opgenomen met een programma dat ik vond op het internet. De basis was gitaar omdat ik eigenlijk enkel dat instrument kan spelen (lacht). Met een basisriff en daarbovenop nog enkele melodische gitaarlijnen zijn we beginnen opnemen. Met de samples erbij zijn de nummers dus onverwacht uitgegroeid tot iets neo-klassieks.

De vergelijking met Sigur Rós wordt steeds gemaakt. Is dat vervelend of vind je dat eerder een compliment?

Ik begrijp dat mensen graag een kapstok willen waaraan ze Illuminine kunnen ophangen. Sigur Rós’ muziek is geweldig, dus is het best een mooi compliment. Het is een band waar ik vroeger heel erg naar opkeek. Iedereen mag zijn eigen interpretatie van de muziek geven en als dat leidt naar Sigur Rós, is dat niet slecht. Ik heb mijn opnames ook opgestuurd naar Birgir Jon Birgisson, de vaste geluidstechnicus van de band. Die was onder de indruk en hij heeft uiteindelijk alle nummers, die nu op ‘#1’ staan, gemixt in Sundlaugin, de studio van Jónsi en zijn maats.

Jullie staan live met negen man live op een podium. Dat lijkt me niet eenvoudig.

Het is inderdaad best een groot project geworden. Ik wou niet dat we er zouden staan met twee man en een karrevracht laptops; zo denk ik niet over mijn nummers. Ik ben op zoek gegaan naar goede muzikanten en uiteindelijk zijn het er negen geworden.

Ik ben heel blij dat ik een supergoede groep achter mij heb, allemaal muzikanten die hun eigen ervaringen inbrengen bij het musiceren. Ik wil live niet evenaren wat er op de plaat staat, maar er een eigen interpretatie van brengen. Elk van die muzikanten kan er iets speciaals van maken. Elk optreden ademt dan ook een eigen sfeer uit. Elke show is anders. Elke keer dezelfde set en het identieke concert spelen zou ik niet kunnen. Dat strookt niet met mijn basisfilosofie.

De plaat is uit bij Zeal, het label dat met Marble Sounds en Isbells ook wat commerciële successen oogstte. Hoop je daar zelf ook op?

Sowieso zal ik met de plaat nooit een groot publiek bereiken. Dat is ook niet de bedoeling. Ik ga nooit in A-rotatie op de nationale radio’s komen. Voor mij is het maken van de plaat het belangrijkste.Ik heb mijn zin kunnen doen en ik kon er in alle rust aan werken. Er waren daarna helemaal geen verwachtingen. Die plaat maken was het realiseren van de droom. Ik zie nu wel wat er op me afkomt.

Wordt het concert in de AB het hoogtepunt van het jaar voor jou?

Het is alvast super dat we mogen spelen op ‘Silence Is Sexy’. Ik hoop dat het een leuke avond wordt. De andere artiesten die er staan bewonder ik zelf ook wel. Als je ziet welke andere namen er al gepasseerd zijn in de reeks, kan ik alleen maar trots zijn. Zeker omdat er weinig Belgen op de affiche stonden. Het wordt iets speciaals. Ik zal er met volle teugen van genieten.

Kijk eens aan: voor die laatste editie van Silence Is Sexy ('Silence Is Sexy Going Out w/a Bang!') in de AB met naast Illumine o.a. ook  A Winged Victory For The Sullen en Ben Frost mogen wij drie duotickets weggeven. Snel mailen naar win@damusic.be.

Foto: Lore Viaene

1 april 2015
Steven Verhamme