Howler - Een gewoon leven is nooit een optie geweest

‘World Of Joy’, zo luidt de ietwat ironische titel van de uitstekende tweede van Howler. Jordan Gatesmith, leider en woordvoerder van de band, staat ons te woord in het gezelschap van een broodje en een cola. Ian Nygaard, gitarist, is bijzit van dienst.





‘World Of Joy’ is jullie tweede. Was het een moeilijke plaat om te maken?

Jordan Gatesmith: Ja en neen. Het terugkomen na de tour was niet evident. We hebben meer dan een jaar rondgereisd. Het is vreemd om na zo'n intense tour je familie en je vrienden weer te zien en je leven dat ooit zo normaal leek, maar nu zo vreemd aandoet, weer op te pikken. En eens je daar bent, is het weer moeilijk om terug te beginnen schrijven en de ruimte op te zoeken, die je daarvoor nodig hebt. In de zomer van 2013 hebben we dan weer verzamelen geblazen met de band en in vijf weken hadden we een plaat. Dus dat ging best snel.

Nu je ’t er zo over hebt: hoe is het eigenlijk om mensen na zo’n lange tijd terug te zien? Gênant of net heel natuurlijk?

Ian Nygaard: Het is moeilijk om vriendschappen te onderhouden, dat is een feit.

Gatesmith: Probeer je voor te stellen dat je beste vrienden vage kennissen zijn, die je af en toe eens toevallig tegenkomt en waarmee je een praatje slaat. Het is raar. En soms verlies je mensen uit het oog met wie je toch goed bevriend bent geweest. En dat is jammer.

Persoonlijk vinden wij ‘World Of Joy’ een betere plaat in zijn geheel dan ‘America Give Up’ om de eenvoudige reden dat de songs beter zijn. Ben je het daarmee eens?

Gatesmith: Het klinkt als een voorgekauwd promopraatje, maar we vinden deze plaat ook echt beter. We voelen ze ook meer aan dan ons debuut. ‘America Give Up’ was een aantal nummers op een plaat, ‘World Of Joy’ is echt een collectie songs, die onderling verwant zijn.

Als je Howler door Google haalt, dan volgen al snel een rijtje invloeden en vergelijkingen met The Strokes, Iggy Pop, The Vaccines en Jesus & The Mary Chain. Zijn dat ook de invloeden die jullie zelf zouden noemen?

Gatesmith: Het is muziek waar ik naar geluisterd heb en ook wel muziek die ik goed vind, maar het is niet de muziek die ik zou aangeven als invloeden. Ikzelf zou eerder Spacemen 3 en Jonathan Richman & The Modern Lovers opgeven, The Replacements ook en Hüsker Dü uiteraard.

In een interview over ‘World Of Joy’ heb je al laten optekenen dat je favoriete muzikale periodes de sixties en de eighties’s zijn. Wat is er gebeurd met de seventies?

Gatesmith: Ik ben altijd al gefascineerd geweest door de garagerockbands uit de jaren zestig. En in Amerika zijn de jaren tachtig de periode waarin de meeste en de beste punkrock gemaakt is. Maar later heb ik de Europese punk ontdekt en die was er bij jullie al in de late jaren zeventig. Gaandeweg heb ik dan naar meer muziek geluisterd en heb ik ontdekt dat er toen ook geweldige dingen gemaakt zijn. Punk, maar ook glamrock bijvoorbeeld.

‘World Of Joy’ is de titel geworden, ‘Wasteland Blues’ was de werktitel. Goeie titel. Wat is ermee gebeurd?

Gatesmith: Uiteindelijk bleek het niet echt te passen. En toen zijn we overgeschakeld naar ‘Yihaaaa’, maar dat bleek het ook niet te zijn. ‘World Of Joy’ klinkt ook een beetje tongue-in-cheek, heeft een sarcastische lading. Het omvatte de plaat het best.

De plaat kan soms gezien worden als protest, een hart onder de riem van leeftijdsgenoten, die het zwaar hebben in deze economisch moeilijke tijden. Is dat een gevoel waar jullie mee worstelen als jongelingen?

Gatesmith: We kennen inderdaad veel jonge mensen, die het moeilijk hebben om deftig werk te vinden en de eindjes aan elkaar te knopen. Het aspect van protest zit in die plaat, maar het is subtiel. We zijn Bob Dylan of The Smiths niet, schrijven geen openlijke protestsongs, maar wie aandachtig genoeg luistert kan het wel horen. En wat onszelf betreft: voor mij was muziek de enige optie en ik denk dat dat een groot gedeelte is van het doen slagen van dit verhaal. Het was de enige optie. Het moest werken. Een job en een "gewoon" leven is nooit een optie geweest.

De eerste single is Don’t Wanna, een wereldsong. Ook wel opvallend poppy.

Gatesmith: We zijn niet bang om een popsong te schrijven. Misschien dat we dat in de toekomst wel vaker gaan doen. We houden van punkrock, maar we houden ook van goeie songschrijverij. En daarmee bedoel ik niet dat punkers geen goeie songs kunnen schrijven, maar wel dat de songschrijverij breder is dan punk alleen.

Dat nummer sluit ook goed aan bij wat we net zeiden. Ik zing er ergens: “You don’t have to get a job if you don’t want to”. In de meeste gevallen is dat niet waar en ik besef ook wel dat je een dosis moed en geluk nodig hebt in het leven, maar vooraleer dat allemaal zijn intrede kan doen, voor je kan zeggen: "Dit wil ik niet!", moet je wel weten wat je wel wil doen met je leven.

Louise is tekstueel erg interessant omdat je daarin zingt “How can I sing a song to you / that you haven’t heard”. Is het moeilijk om na vijftig jaar popmuziek iets te doen, dat nog niet eerder gedaan is?

Gatesmith: Ik wil niet pretentieus klinken – ik ben nooit naar de universiteit geweest of zo – maar ik lees wel veel. Shakespeare en Emily Dickinson en zo. En zij hebben ook al geschreven over intertekstualiteit: verwijzen naar iets dat op zich al verwijst naar iets anders. En ik denk dat het in de muziek ook zo gaat. The Replacements hebben de rock-‘n-roll niet uitgevonden. Zij zijn ook beïnvloed geweest door anderen, maar dat neemt niet weg dat ze op hun beurt wel een inspiratiebron kunnen vormen. En dat is inderdaad waar Louise over gaat, het is een vals liefdesliedje waarin we die vragen stellen met betrekking tot ons als band.

Je hebt literatuur gestudeerd, je houdt van boeken en je schrijft teksten voor liedjes van drie minuten, maar zie je jezelf ooit een heus boek schrijven?

Gatesmith: Het is een hele andere discipline, een lijntje of twintig of een vijfhonderdtal bladzijden. Maar ik sta er niet heel afkerig tegenover. Ooit wil ik het proberen, maar nu nog niet. Om me aan een boek te zetten zou ik een lange pauze van de muziek moeten nemen en dat wil ik nu nog niet.

In 2011 heb je in een interview gezegd “Misschien ben ik als negentienjarige nog naïef, maar ik denk dat een band maar een levensduur van drie of vier platen heeft.” Howler zit nu dus in de helft van haar bestaan?

Gatesmith: Ik was dus nog jong en naïef. Ik weet niet of we vier albums zullen maken. Dat lijkt veel. Maar we zitten nu al aan het tweede en we zijn nog steeds een jonge band. Dus wie weet. We zullen wel op tijd weten wanneer het genoeg is geweest. Kijk naar The Rolling Stones, had je tegen Mick Jagger op zijn eenentwintigste gezegd dat hij op zijn zeventigste nog op wereldtournee zou vertrekken, hij had je uitgelachen. Maar ze doen het nog en het klinkt nog goed. Ik vind zelfs dat iedereen van mijn generatie naar The Stones moet gaan kijken voor het te laat is. Dus misschien zitten we hier over vijftig jaar weer met jou te praten, ben jij al lang op pensioensgerechtigde leeftijd en hebben wij twee dozijn platen gemaakt. We zullen wel zien.

30 april 2014
Geert Verheyen