Hot Chip Wij zijn gelukkig met onze Casio?s. Die leveren goed werk.

Wij zijn gelukkig met onze Casio?s. Die leveren goed werk.
Vanaf 4 februari kan u het nieuwe album van Hot Chip,  ‘ Made in the Dark’, grijs draaien. Hoog tijd dus om de heren aan een interview te onderwerpen. Op de binnenplaats van de RTBF-gebouwen zitten Al Doyle en Alexis Taylor op hun dooie gemakje tussen de vele plantenbakken.


Eerst en vooral proficiat met jullie nieuwe album. We hebben ervan genoten. Wat wel meteen opviel, is dat er verschillende stijlen op samengebracht zijn. Er is naast elektronica ook veel soul op terug te vinden. Waar heb je die inspiratie vandaan?
Al Doyle: Van soulzangers zoals Al Green en Sam Cooke. Eigenlijk moet Alexis daarover vertellen, want hij heeft die nummers geschreven.
Alexis Taylor: Welke song bedoel je als je het over soul hebt?

We denken dan vooral aan Made in the Dark.
Alexis: Willie Nelson en Donny Hathaway’s versie van Jealous Guy van Bob Dylan. Ik was me ervan bewust dat deze artiesten en dat lied me bij het schrijven van Made in the Dark beïnvloed hebben. Maar eigenlijk was ik nog meer bezig met countrymuziek dan met soul. Daar kan een akkoord en een melodie al gauw veranderen en de taal is alledaags. Allemaal zeer klassiek, maar dat was precies de intentie die ik bij het schrijven van Made in the Dark had. Er zijn weinig songs die we maken die niet door soul beïnvloed zijn. Ik heb altijd van het gitaarspel en de songs van Curtis Mayfield gehouden. Het gevoel dat hij in zijn vroegere platen legt, daar hou ik van. Ik luisterde als kind naar zoveel verschillende soulzangers dat het niet anders kan dan dat daar iets van is blijven hangen. Ik vind het leuk dat songs zoals Made in the Dark en We’ re Looking for a lot of Love gewoon de stemming van soul bevatten. Dat hoop ik tenminste toch.

Wij vinden alvast van wel. In We’ re Looking for a lot of Love zit een kerkorgel. Hebben jullie plannen om net als Arcade Fire met een echt kerkorgel op te treden?
Alexis: We hebben helemaal geen plannen om ook maar iets als Arcade Fire te doen.
Al: Maar ik kan je wel met zekerheid zeggen dat het geen echt kerkorgel is. Wij zijn gelukkig met onze Casio’s. Die leveren goed werk.

Jullie zijn begonnen met songs thuis op te nemen. Is er ondertussen veel veranderd of vermijden jullie nog steeds het gebruik van een professionele studio?
Al: Het grootste deel van het album is nog steeds thuis opgenomen. Het was echter wel nodig om een homestudio te bouwen.
Alexis: Je moet je daar niet al te veel bij voorstellen. Joe (Goddard, nvdr) heeft een laptop, enkele keyboards, een gitaar, een paar percussie-instrumenten en een microfoon. Dat is de basis die we nodig hadden om bijna heel het album op te nemen. We hebben drie songs in een professionele studio opgenomen. Thuis kan je veel dingen doen. Zolang je maar het juiste materiaal en de juiste ideeën hebt. Ik vind het wel leuk dat wij weten waar een song is opgenomen, maar dat de luisteraars er het raden naar hebben en het is ook niet belangrijk dat je weet waar iets opgenomen is.
Al: Het is wel belangrijk dat je voelt wanneer er van ruimte gewisseld wordt. Daarom zijn Alexis, Felix (Martin, nvdr) en ik zo’n fan van Bob Dylan’s ‘Self portrait’. Dat is een collectie songs die hij door de jaren heen gespeeld heeft. Je hoort daar duidelijk wanneer hij met verschillende mensen samenspeelt en dat die songs op verschillende plaatsen en tijdstippen opgenomen zijn. De manier waarop Dylan dat album samenstelde, heeft ons geïnspireerd.
[pagebreak]
Sommige tracks zijn in een take opgenomen. Is er hier gewoon sprake van veel geluk of zijn die dingen op voorhand afgesproken?
Alexis:
Dat was echt wat we wilden. We zijn het ondertussen zo gewend om albums te maken vanachter onze computer. Er is nog geen sprake van een song. Achter de computer puzzelen we met honderden stukjes die uiteindelijk een song gaan vormen. Nu wilden we eens helemaal anders tewerkgaan. Het leek ons leuk om een song op te nemen, die we als band kenden en waarvoor we gerepeteerd hadden. We gingen gewoon met de hele bende naar de studio en begonnen te spelen. Een deel van het album bestaat uit die live-opnames waar bijna niet aan gesleuteld is en het andere deel bestaat uit in elkaar gepuzzelde songs.

Vinden jullie het belangrijk dat je tijdens het opnemen kan voelen hoe het is om een nummer live te brengen?
Alexis:
Het is moeilijk om hetzelfde te doen in een studio als op een podium. In een studio is geen publiek en dus ook geen reactie. Veel bands worstelen daar mee. Sommige groepen zijn live zeer sterk terwijl hun album daar een flauw afkooksel van is.
Al: Ik denk daar niet over na. De songs op ‘Made in the Dark’ zijn ongeveer op dezelfde manier gemaakt als die op ‘The Warning’. Op het podium nemen we daar gewoon de nummers uit waarvan we denken dat ze het beste effect zullen hebben of we brengen live gewoon veranderingen aan in een song. Er is een grote kloof tussen hetgeen we opnemen en hetgeen we live brengen.

Jullie spelen ongetwijfeld zowel in clubs als op festivals en in gewone concertzalen. Wat is het leukste om te doen?
Al: We worden vaak in clubs gevraagd om iets dancebandachtigs te doen. Maar ik denk dat we in de toekomst meer gezien zullen worden als een band die meer kan dan dat alleen. Hoewel ik een DJ-set nog altijd plezant vind. Ik hou ervan om zowel korte sets te spelen als te kunnen demonstreren wat we allemaal kunnen. Tot voor kort hebben we ook nooit voor een publiek gespeeld dat echt klaar was om naar ons te luisteren.
Alexis: We hebben een hele tijd opgetreden met een set die bestond uit songs van ‘The Warning’ en een aantal songs uit ‘Made in the Dark’. Het publiek herkende een groot deel van de songs niet, maar toch waren de reacties aangenaam.
Al: Meestal willen ze veel plezier maken en dansen. Ik denk dat we dit jaar meer de kans gaan krijgen om gewone concerten te doen. Ik kijk daar echt naar uit. Het beste van Hot Chip ligt meer in die richting.
Alexis: Dat gaat wel vreemd zijn. We gaan touren nadat ons album uitgekomen is. De mensen gaan onze muziek echt herkennen. Nu zullen ze klaar zijn om een bepaalde song te horen.

Ze zullen er misschien zelfs op wachten.
Alexis: Hopelijk.

De volgende vraag hebben jullie waarschijnlijk al een paar keer gehoord. Hoe zit dat nu eigenlijk met die roddel dat jullie Ready for the Floor voor Kylie Minogue geschreven hebben?
(Al begint hartelijk te lachen)
Alexis: Dat is gewoon de fout van een journalist. Ik heb eens gezegd dat, als we ooit een song aan Kylie Minogue mochten geven, dat het Ready for the Floor zou zijn. Dat is onze meest poppy song en die maakt dan ook de meeste kans om door haar aanvaard te worden. Maar voor zover ik weet, heeft ze hem nog nooit gehoord, tenzij ze naar Radio One luistert.
[pagebreak]
Op een Nederlands webmagazine stond te lezen dat zij de rollen omgekeerd had en voor jullie een song geschreven zou hebben. Klopt dat?
Al:
Wel, er is ons materiaal toegestuurd.

Van Kylie zelf?
Alexis:
Of misschien van Dannii Minogue (de zus van Kylie, nvdr) Hun stemmen lijken enorm op elkaar.
Al: Maar iemand die zich op dat level van de popmuziek bevindt, werkt met zoveel verschillende mensen samen dat je nooit echt kan zeggen wat rechtstreeks van henzelf komt. Maar inderdaad, we hebben vreemd materiaal toegestuurd gekregen.

Wat voor soort materiaal was dat dan?
Alexis: Zoiets als euh … Ready for the Floor, dacht ik.
(Hilariteit bij Al)
Al: Hoe dan ook, we hopen nog met haar samen te werken in de toekomst.

Echt?
Al: We kunnen haar helpen in de tuin of haar ramen lappen,…

Jullie hebben onder andere The Rolling Stones, Gorillaz en Kraftwerk geremixt. Wiens muziek zou je graag nog eens onder handen nemen?
Alexis:
Ricky Martin.
Al: Ik zou niet weten hoe we met hem in contact zouden moeten komen.
Alexis: Peter Gabriel.
Al: Ja, dat is een kanshebber.
Alexis: Om eerlijk te zijn, ik verlang er niet echt naar om iemand te remixen. Als ik iemands muziek goed vind, wil ik daar niet mee bezig zijn om delen daarvan in een remix te verwerken.
Al:
We hebben daar ook gewoon geen tijd voor.

‘The Warning’ werd zeer goed onthaald in de pers, jullie zijn een beetje gehyped door NME en kregen een nominatie voor de Mercury Prize. Maakte dat succes het moeilijker om aan een nieuw album te werken?
Alexis:
Eigenlijk is dat allemaal niet zo snel gegaan. ‘The Warning’ was voor ons niet zo nieuw meer toen we die nominatie kregen. We hadden er al mee opgetreden. Ik ging er ook niet van uit dat wij die prijs zouden winnen. Het is moeilijk om te oordelen over je eigen succes. Eigenlijk waren die nominatie en de goede kritiek eerder een erkenning die we niet meer verwacht hadden.

Dus er was niet te veel druk om aan ‘Made in the Dark’ te beginnen?
Alexis:
Daar zijn we heel blij om. Ik sta niet graag onder druk. Terwijl ik songs schrijf, sta ik daar niet bij stil. Het moet moeilijk zijn om opnieuw een nummer te schrijven na een nummer één hit. Het komt dan harder aan als die maar op plaats zeventig eindigt.

Nog een vraag om af te ronden: waarom noemen jullie een nummer Don’t Dance als het onmogelijk is om daar stil op te blijven staan?
Al:
Bedankt. Dat is een leuk compliment.
Alexis: Ik hou van tegengestelden. Ik vind het een leuk idee: een onnozele zangregel waar iemand je verbiedt te dansen en je uiteindelijk zegt dat je niet mag dansen. In The Warning zingt Joe “Hot Chip will break your legs, snap off your head” met zijn meest lieve en natuurlijke zangstem. Die juxtapositie dat is hetzelfde wat er in Don’t Dance gebeurt. Ik hou ervan mensen een beetje te plagen.
Al:
Ik ben benieuwd hoe mensen zullen reageren als we dit live spelen.

Ik denk dat ze zullen dansen.

November 8, 2008
Sanne De Troyer