Heather Nova Als een avontuur

Als een avontuur

Velen zullen zich vooral de grote hits uit de jaren negentig als Walk This World, Maybe An Angel en London Rain (Nothing Heals Me Like You Do) herinneren. Misschien zullen sommigen opveren en roepen: "Heather Nova, dat was me een schone dame toen!". Feit is dat Heather Nova er inmiddels een respectabele carrière op heeft zitten, maar aan stoppen denkt de singer-songwriter uit Bermuda niet. Integendeel, ze bracht onlangs haar achtste studio-album '300 Days At Sea' uit. Wij babbelden in Amsterdam met haar over die nieuwe plaat, haar carrière en de hernieuwde samenwerking met haar oude team.



Je zit nu meer dan twintig jaar in de muziekindustrie, dat is een hele tijd. Hoe kijk je terug op die twintig jaar en je carrière?
Heather Nova:
Als een avontuur! Het is geweldig. Ik ben zelf eigenlijk best verbaasd dat ik nog muziek en platen maak eigenlijk. Ik had namelijk helemaal geen plan op lange termijn en zeker niet de ambitie om het twintig jaar vol te houden. De bedoeling was eerder om één plaat te maken. En nu denk ik bij elk album dat ik uitbreng: "Wow!" en ben ik toch wel dankbaar (lacht).

Twintig jaar in de muziekindustrie en nog steeds platen uitbrengen is ook een hele prestatie en al zeker in dit downloadtijdperk. De reacties van artiesten daarop verschillen ook: sommigen boeit het niet, die geven hun album zelfs gratis weg, zoals Radiohead, anderen maken zich er heel kwaad om. Wat is jouw mening over illegaal downloaden?
Ik zit een beetje in het midden. Het is wel degelijk diefstal en het grote probleem is dat men niet nadenkt over waar men mee bezig is. Vooral de jeugd realiseert zich niet dat, door de albums gratis te downloaden, ze het de artiest moeilijker maken om te overleven. Maar het is een onderdeel van het leven geworden, gratis muziek op het internet. Je kan het natuurlijk ook van de andere kant te zien: je bereikt wel meer mensen en je moet creatief zijn met andere zaken zoals touren.

Op je Pledge Music-pagina lazen we dat je nieuwe album niet bij een major uitkomt, maar op een indie label. Je geeft aan dat je dan meer vrijheid hebt om dingen anders aan te pakken met deze release. Waar zit hem het verschil?
Het is meestal zo dat je bij een een grote maatschappij veel minder controle hebt over hetgeen je doet. Ze geven je wel veel meer geld, maar er zijn meestal te veel mensen die betrokken willen zijn bij de productie van een album. Nu wilde ik alles op creatief gebied helemaal zelf doen en het materiaal dan licenseren aan een klein indie label dat ervoor zorgt dat het album goed wordt gedistribueerd en gepromoot. Het voelt veel natuurlijker om het op die manier te doen.

Ook minder druk?
Veel minder druk want je verkoopt je plaat pas aan een label als hij af is. Ze zeggen niet: "We hebben een single nodig voor de radio, dus ga de studio in met die producer en dan gaan we proberen om van dat nummer een single te maken." Nu maak ik gewoon een album en bij het label marketen ze het.

Op je nieuwe album werkte je samen met dezelfde muzikanten en producers als op 'Oyster' (1994) en 'Siren' (1998). Waarom koos je na al die tijd weer voor die mensen?
We hebben samen geweldige dingen gedaan op die albums en ik was eigenlijk benieuwd wat er zou gebeuren als we weer samen zouden komen na al die tijd. Met sommigen van hen speel ik nog regelmatig en we houden contact. We zijn allemaal erg veranderd door de jaren heen, maar het is nog steeds dezelfde kern als op 'Oyster'.

Een visser liet je het wrak zien van de boot waarop je opgroeide. Was dat de grootste inspiratie voor de nieuwe plaat? En waar komt de albumtitel vandaan?
Het was zeker de inspiratie voor een aantal liedjes. Het zorgde ervoor dat ik liedjes bleef schrijven en veel terugkeek keek op mijn kindertijd. Diezelfde visser heeft ook het kompas van de boot opgedoken. Dat was heel symbolisch voor mij. Enerzijds is het terugkijken op die tijd, anderzijds kon ik me focussen op de toekomst. Ik heb nu zelf een zoon (Sebastian, 2004 red.) en ik vraag me af wat het voor zijn toekomst zal betekenen. Neem nu het liedje Save A Little Piece Of Tomorrow. Dat gaat over dat we beter moeten omgaan met onze planeet voor onze kinderen later. Eigenlijk gaan alle liedjes op het album over verschillende zaken.

De titel heeft te maken met de liedjes en de herinneringen van mijn kinderjaren op zee, maar ook met het feit dat ik nu aan zee woon. En ik zie liedjes schrijven ook een beetje als op zee zijn. Je bent daar ook min of meer in je eentje en je bevindt je in een storm van creativiteit. Het schrijfproces duurde een jaar, vandaar dat ik het album '300 Days At Sea' heb genoemd.

Wat motiveert je vandaag de dag nog om muziek en albums te maken. Wat is je grootste drijfveer?
De muziek zelf is mijn grootste drijfveer. Ik vind het gewoon leuk om te doen en het geeft mijn leven inhoud. Het zorgt er ook voor dat ik me goed, jong, en verbonden voel met mensen. Dat is eigenlijk waarom ik het vandaag de dag nog steeds doe.

Welke artiesten hebben jou geïnspireerd toen je begon met muziek maken?
Ik ben vooral opgegroeid met muziek uit de jaren zeventig. Toen ik dan zelf muziek ging maken, luisterde ik naar van alles. Van Patti Smith tot  Cocteau Twins en Fleedwood Mac. Ik had een heel breed scala aan artiesten waar ik allemaal wel een beetje inspiratie uit heb gehaald. Ik heb ook nooit willen klinken als een bepaald artiest of band. Het was eerder zoeken naar dat gitaargeluid op de nieuwe plaat van Kings of Leon. Zo haal je overal wat elementen vandaan.

Zijn er ook nieuwe artiesten waarvan jij vindt dat wij die moeten kennen of checken?
Ik loop altijd vast als mensen me vragen wie mijn favoriete nieuwe artiesten zijn (lacht). Echt nieuwe artiesten vind ik lastig, maar de laatste albums van Arcade Fire en Fistful of Mercy zijn mooi. Fleet Foxes, maar die zijn niet echt nieuw. Ik leef op een eiland, dus soms als ik iets nieuws hoor weet ik niet of het nieuw is of vijf jaar oud (lacht). Ik kan daar dus niet veel over zeggen.

Je hebt opgetreden op grote festivals, maar ook in clubs. Waar geef je de voorkeur aan?
Ik hou van de intieme optredens, al ben ik dan wel nerveuzer omdat ik dan heel dicht op het publiek zit. Vorig jaar heb ik bijvoorbeeld een akoestische tour gedaan met één live muzikant. Die intieme optredens zijn heel ruw, heel anders dan bijvoorbeeld een optreden op een festival, waar je helemaal loos gaat en staat te rocken. Dat is veel vermoeiender. Maar beide hebben goede kanten.

Je schrijft ook gedichten. Er is zelfs een bundel met de titel 'The Sorrowjoy' uitgebracht. Ga je je daar nog meer op toeleggen? Een roman schrijven, misschien?
Een roman wordt het niet. Ik ben alleen goed in korte verhaaltjes die op één pagina passen (lacht). Ik ga in de toekomst wel meer gedichten uitbrengen, al moeten die dingen tot mij komen en dat is al een tijdje niet het geval. Op dit moment voel ik me goed met waar ik ben.

In 1989 was film je hoofdvak. Is een film regisseren een ambitie?
Aan het eind van die opleiding besloot ik dat ik helemaal geen filmmaker wou worden (lacht). Wat me vooral tegenstond was het feit dat je daar zo veel mensen bij nodig hebt. Ik maak liever dingen die ik zelf in zijn geheel kan maken: een liedje, een gedicht of een schilderij. Als je een album opneemt, ben je ook met meerdere mensen, maar ik wil dat het creatieve proces van mij is, met hooguit een klein groepje mensen. Ik zou het overigens wel leuk vinden om in de toekomst een soundtrack te schrijven.

We kijken er al naar uit.


July 1, 2011
Gregor Dijkman