Headphone Nu heb ik beter gearticuleerd

Nu heb ik beter gearticuleerd

Ze konden niet echt klagen over hoe hun eerste album onthaald werd. De binnenlandse pers was enthousiast, singles werden gespeeld op nationale radio en ze hielden er zelfs een bescheiden verhaal aan over bij de noorderburen. Headphone-bezieler Ian Marien komt zelfzeker over, maar toch is het ook voor hem afwachten hoe de reacties zullen zijn op een nieuw en ook lichtelijk anders klinkend tweede album.



Ian Marien: We mogen niet klagen, neen. Maar toch, we zijn een hele tijd weggeweest. Drie jaar en een half is voor een publiek een lange periode. En ik merk ook dat we naar boekingen en dergelijke toe weer een tandje moeten bijsteken. Je kan het niemand kwalijk nemen. Maar gelukkig waren er toch een aantal mensen die op een nieuwe plaat zaten te wachten (lacht).

Die eerste singles lijken toch bij veel mensen te zijn blijven hangen.
Dat is waar. Uiteindelijk was Ghostwriter naar Studio Brusselnormen een grote hit en dan blijf je blijkbaar wel langer in het geheugen hangen. She Is Electric is minder gespeeld geweest op radio, maar ook dat nummer kennen de meesten nog.

Heb je datzelfde gevoel bij de eerste twee singles uit ‘Woods’?
Woods heeft het goed gedaan en de nieuwe single, Miracles, is nu aan een klim bezig. Het zou natuurlijk leuk zijn om als “Hotshot” geïntroduceerd te worden, maar je moet realistisch zijn. Het aanbod aan kwalitatieve Vlaamse bands is zo groot dat de concurrentie groot is. Maar ik ben al blij dat ze goed ontvangen worden.

Dit album wordt als een elektronicaplaat beschouwd, maar dat ligt misschien vooral aan het feit dat er minder gitaren te horen zijn.
Dat denk ik ook. We hebben ervoor gekozen om voor elk nummer eenzelfde basis te voorzien: dezelfde drumcomputer en dergelijke. Maar daarover ga je dan andere lagen leggen. Er zitten piano’s in, strijkers en ook nog gitaren, maar ze zijn minder prominent aanwezig. Daarom voelt dit album misschien elektronischer aan.

Maar zou je het zelf een elektronische plaat noemen?
Dat is een moeilijke vraag. Weet je, Kraftwerk en Shameboy klinken elektronischer dan dit Headphone-album. Een akoestische plaat is het niet, maar als er weinig akoestische instrumenten in steken, dan krijg je nu eenmaal die elektronische stempel. Dus ja, ik zou het een elektronische plaat noemen, maar ik kan het niet in een vakje steken binnen de elektronische muziek.

Voor jou is het altijd belangrijk geweest dat je muziek warm klinkt. Is dat niet moeilijker met elektronica?
Waarschijnlijk is het eenvoudiger om met een zangeres en een jazzkwartet warmte op te roepen, maar ik geloof wel dat wij erin geslaagd zijn om voldoende warmte en emotie in de muziek te leggen aangevuld met de drive van die elektronica.

Ben jij eigenlijk altijd al een liefhebber geweest van elektronische muziek?
Niet speciaal eigenlijk. Ik luister sowieso weinig naar muziek. Als er een plaat is die ik zie zitten, dan draai ik die grijs. Maar als je zo vaak met muziek bezig bent, dan luister je in je vrije tijd niet nog eens naar een hoop muziek. Als ik ga joggen, dan duw ik net géén iPod in mijn oren. Maar mijn interesse in elektronica is eigenlijk pas gekomen met de vorige plaat. Zo zie je maar hoe die dingen evolueren. De volgende Headphone is misschien een jazzplaat (lacht).

Waar liggen jouw muzikale roots eigenlijk?
Voor Headphone heb ik nog in een bandje gespeeld. We hebben daarmee de halve finale van de Rock Rally gehaald, maar dat project is doodgebloed in de studio. Ik ben dan zelf blijven verder sleutelen en heb eens een demo opgestuurd naar de radio. Plots werden die nummers toen gespeeld en werd ik zelfs gevraagd om op te treden, maar ik was toen nog alleen. En zo is Headphone dan ontstaan.

Voor jou meteen het teken om door te zetten.
Dat was best wel schrikken. We hebben dan de bal aan het rollen gehouden door optredens te gaan doen, vooral in kleine café’s voor een bak bier. Daarna was er contact met Sony BMG maar daar hebben we dan pech gehad omdat de general manager, die in ons geloofde, opstapte. Daarmee verdween bij Sony ook een beetje het enthousiasme voor ons project. Hij heeft dan gelukkig voor contacten gezorgd bij PIAS. En dan was er ‘Ghostwriter’.

Zijn jullie met alle opgedane ervaringen op een andere manier begonnen aan ‘Woods’?
Het maken van ‘Woods’ was helaas geen simpele bevalling. We hadden het album volledig opgenomen en het was zo goed als klaar, maar we waren niet tevreden. Er zaten geen ballen aan en het ontbrak aan lef. We zijn dan naar de ICP-studio’s getrokken met een Britse producer, die leek te weten hoe hij een album als het onze moest aanpakken. Maar het strookte niet. Hij hermixte alles wat we al hadden, maar dat was niet wat wij voor ogen hadden. Dus we hebben die samenwerking dan beëindigd.

Was dat geen overwinning op jezelf als je het dan uiteindelijk zelf gedaan krijgt?
Nadat we de plaat voor de tweede keer in de vuilbak kieperden, heeft het toch even geduurd voor we er opnieuw aan begonnen zijn. Er zat ook al een pak geld in. Met het beetje moed dat me nog restte heb ik me er dan weer aan gezet. Gelukkig hebben we in de ICP-studio’s zelf nog opnames kunnen maken met Moogsynthesizers en die opnames werden dan gebruikt op de definitieve plaat.

Waar jij wel in slaagt is om heel catchy songs te schrijven. Het lijkt moeilijk om een single uit ‘Woods’ te kiezen omdat ze daar allemaal voor in aanmerking lijken te komen.
Dat komt door mijn manier van werken, denk ik. Ik schrijf nog steeds alle nummers op een akoestische gitaar en denk pas verder na als die song me de moeite lijkt. Tekstueel mompel ik die nummers dan vol (lacht). Ik heb er nu wel op gelet beter te articuleren.

U zei?

October 24, 2011
Koen Van Dijck