Hannelore Bedert 'Ik kan dramatisch uit de hoek komen'

'Ik kan dramatisch uit de hoek komen'
De rijzende ster aan het firmament van de Nederlandstalige muziek is zonder twijfel Hannelore Bedert. De gelukkigen zagen haar eerder al op Nekka Nacht en andere evenementen schitteren, nu is haar debuutplaat klaar voor onze cd-spelers. Stof genoeg voor een aangenaam interview in hartje Antwerpen.


Je plaat is nu al een tijdje uit en op MySpace zien we een goed gevulde concertagenda. Maar aan dat succes is heel wat vooraf gegaan. Verschillende concours, Nekkanacht, de goedkeuring van groten zoals Bart Peeters en Raymond van het Groenewoud en ga zo maar verder. Kijk je nu anders aan tegen het muziek maken?
Hannelore: Het heeft mijn kijk veranderd in die zin dat ik nu het gevoel heb ervan te kunnen leven. Dat zorgt ervoor dat je rustiger gaat schrijven en dat je op een podium zelfzekerder bent. Pakweg een jaar geleden werkte ik bijna fulltime en was muziek iets waarvan ik hoopte dat het ooit mijn voltijdse bezigheid zou worden. Nu heb ik eerder het gevoel dat het nu niet allemaal meer moet en dat ik het rustiger kan aanpakken.

Je hebt aan Studio Herman Teirlinck gestudeerd. Hoe heeft dat je muziek en/of je podiumact beïnvloed?
Ik heb een dubbel gevoel overgehouden aan de Studio. Enerzijds heb ik er veel bijgeleerd, maar anderzijds heb ik er ook veel afgeleerd. Ik speelde graag theater toen ik er naartoe trok en dat spelplezier ben ik enigzins kwijt geraakt. Ik heb er echter wel geleerd om zelfzekerder op een podium te staan. Je gaat ook anders kijken naar concerten en voorstellingen. Je zou er eigenlijk niet mogen blijven bij stilstaan, maar het zorgt wel voor een andere kijk op je eigen podiumact.

Heb je dan niet het gevoel dat je van de theorie wil loskomen?
In principe is het geen theorie. Ik denk wel dat ik heel bewust, misschien zelfs uit koppigheid, alles wat ik op Studio heb geleerd wat van me wil afzetten. Je wordt heel vaak een product van die school genoemd, en dat wil je helemaal niet. De laatste twee jaar van mijn studie heb ik me wel afgezet tegen docenten. Op den duur ga je niet altijd meer akkoord met hun mening. Ik denk dat ik nu de dingen eerder aanvoel. Ik weet waar mijn grenzen liggen.

Veel Vlaamse artiesten beginnen met Engelstalige nummers en grijpen pas later naar de moedertaal. Denk bijvoorbeeld aan Axl Peleman en aan Tom Pintens. Is dat bij jou ook zo gegaan?
Ja, absoluut. Tot zes jaar geleden schreef ik in het Engels. Ik heb ook twee demootjes uitgebracht in het Engels. Tot het moment waarop ik doorhad dat het een beetje belachelijk is om in je eigen taal te schrijven en het vervolgens te gaan vertalen. Je doet dan een poging tot “schoon Engels”, maar als je dat dan gaat vergelijken met 'native speakers' merk je dat je het Engels toch niet zo goed beheerst als je eigen taal. Ik heb uiteraard wel alle respect voor de Vlamingen die wel in het Engels schrijven en die dat goed doen, maar ikzelf merkte dat ik daar beperkingen in had. Voor mij is het niet de geschikte taal om in te schrijven.

Het West-Vlaams is op je plaat nogal prominent aanwezig, vooral de commentaar op dat dialect. Heb je er in je studie of in het dagelijks leven veel commentaar op gekregen?
Zeker. In Antwerpen in het algemeen krijg je er wel wat commentaar op. Aan de ene kant vinden ze het dialect heel schattig en exotisch klinken, maar aan de andere kant vinden ze je echt onverstaanbaar. Op den duur beginnen ze je bijna scheef te bekijken en dat is vervelend. Maar het is niet zo dat ik er een statement over wil maken. Het is mij gewoon opgevallen de afgelopen jaren.

Als ik naar je album luister, heb ik de indruk dat we echt in je hoofd mogen kijken. Schrijf je enkel over eigen gevoelens of verwerk je ook ideeën en gevoelens van anderen in je nummers?
Op dit moment schrijf ik makkelijk en graag over iets wat met mezelf is gebeurd of wat ik zelf voel. Het is niet dat ik bewust zeg: “Nu ga ik een plaat maken die bijna een dagboek is en die alles over mij vertelt”. Hetgeen in m'n nummers aan bod komt, is eigenlijk maar een klein stukje van mezelf. Ik ben bijvoorbeeld veel vrolijker dan de meeste mensen denken nadat ze de plaat gehoord hebben. Maar dat is een aspect dat ik nog niet goed neergeschreven krijg. Door die ene plaat van dertien nummers lijkt het alsof ik een heel droevige en kwade vrouw, ben maar dat is helemaal niet zo.

Je speelt zowel piano als gitaar. Wanneer je nummers schrijft, doe je dat dan bij voorkeur op piano of eerder op gitaar?
Vroeger vooral op piano, omdat ik daarvoor academie heb gevolgd. Maar op een bepaald moment was ik daar wat op uitgekeken. Ik ben een grote fan van Ani DiFranco. Hoe zij met de slaggitaar werkt, spreekt me erg aan. Ik weet totaal niet wat ik aan het doen ben op een gitaar. De andere muzikanten moeten tijdens de repetities echt naar m'n vingers kijken om te zien wat ik aan het spelen ben (lacht). Ik kan op gitaar echt volledig op m'n gevoel afgaan, terwijl ik bij piano eerder in een vast stramien zit. Soms is dat vast patroon net goed, maar het kan je ook afremmen.
[pagebreak]
In het nummer Janker is iemand aan het woord die wel depressief is, maar er op een zekere manier ook nuchter mee kan omgaan. Is dat ook zo in de realiteit?
Het is inderdaad een ironisch nummer. Het is soms wel grappig dat mensen na een heel concert vol trieste liedjes bezorgd komen vragen of het wel gaat. Ik ben nog nooit depressief geweest en ik hoop dat dat ook nooit zal gebeuren. Maar ik kan best wel dramatisch uit de hoek komen.

De albumtitel 'Wat als' komt uit het nummer Imaginaire. Het heeft iets speculerends. Vanwaar die titel?
Ik had al m'n teksten eens naast elkaar gelegd en ik vroeg me af wat nu een mooie titel zou zijn. Het is niet dat ik Imaginaire als titeltrack van de plaat zag, maar de “wat als” die er zo vaak in voorkomt laat de plaat min of meer open. Voor mij klopte die titel, omdat je er heel veel achter kan plaatsen. De twijfel die in ieder nummer toch weer naar boven komt, zit erin vervat.

Na de eerste luisterbeurt leek Imaginaire te gaan over een lief, maar naarmate ik het meer beluisterde, leek het me eerder over geloof te gaan.
(lacht) Het is wel mooi, een andere interpretatie van een nummer. Maar eigenlijk gaat het over een lief of een vriend over wie je het gevoel hebt dat diegene er nooit is. Iemand van wie je niet goed weet of het nu een lief is, of gewoon een vriend. En daar komen we weer bij dat twijfelen. Is die persoon er voor mij en moet ik er ook altijd zijn voor hem? Ik vond het een heel leuk beeld om naar de winkel of de “foor” te gaan en iemand mee te nemen en dat je hem gewoon mag terugbrengen wanneer die persoon je niet meer aanstaat.

Op Imaginaire zingt ook Raymond van het Groenewoud mee. Hoe heb je hem eigenlijk leren kennen?
Al voor Nekkanacht was ik op zoek naar iemand om het nummer in te zingen. Vroeger deed ik dat met een van de muzikanten, maar aangezien de groep veranderd was, kon dat niet meer. Ik heb toen een mail gestuurd naar de manager van Raymond, maar ik kreeg geen reactie. Daarna heb ik een tweede e-mail gestuurd, om te zeggen dat ik het niet erg vond als hij het niet wilde doen, maar dat ik het wel graag wilde weten. Ook daar heb ik geen antwoord op gekregen. (lacht) Maar toen hoorde ik dat hij ook op Nekkanacht zou spelen. Ik heb m'n stoute schoenen aangetrokken en ben in de backstage naar hem toegestapt. Ik legde hem de situatie uit en hij zei dat hij geïnteresseerd was. Toen ik de dag daarna het nummer meegenomen had, was hij meteen enthousiast. Heel enthousiast, zelfs. Het is een ontzettend fijne samenwerking geworden.

Er staan op de agenda heel veel optredens in culturele centra. Speel je liever in die culturele centra of liever op een festival?
Dat is dubbel. We speelden op Dranouter en dat is een heel leuke ervaring, maar in zo'n tent is het toch heel anders dan in een cultureel centrum, waar iedereen in zeteltjes zit en echt luistert naar de verhalen die je probeert te vertellen. Je loopt op festivals het risico dat enkel de eerste helft van de tent luistert, terwijl de andere helft aan de bar staat te praten. Dat is soms lastig. Voor grote podia moet ik ook nog wel wat meer ervaring opdoen.

Tot slot, waar luister je zelf naar wanneer je niet met muziek bezig bent?
Ik ben, zoals ik al zei, een grote fan van Ani DiFranco. De laatste tijd luister ik ook veel naar Calexico. Ook Iron &Wine en Bright Eyes vind ik heel goed. Ik luister eigenlijk naar heel veel soorten muziek, behalve house en techno. En sinds ik met Raymond heb samengewerkt, ben ik ook zijn platen aan het herontdekken én ontdek ik ook platen die ik niet kende. En daar zijn er heel sterke bij.

We kunnen niet anders dan je gelijk geven. Bedankt.

January 30, 2011
Dimitri Muylaert