Glimps 2011 - Er is muzikaal leven buiten Engeland en Amerika

Op 16 en 17 december vindt er een showcasefestival in de Gentse binnenstad plaats. Het heet Glimps en hoewel het bedoeld is voor professionelen mag ook u als gewone bezoeker, mits eenvoudige betaling van een ticket, gedurende twee dagen lang op muzikale ontdekkingsreis.

Wij spraken met Maarten Quaghebeur, oprichter en drijvende kracht achter Rockoco, en nu mede-initiatiefnemer van Glimps.





Wie organiseert Glimps nu precies?

Maarten Quaghebeur: Met Democrazy, Keremos en Rockoco hebben we samen een nieuwe vzw opgericht. We wilden met dit showcasefestival een plek creeëren waar internationale muziekprofessionelen elkaar konden ontmoeten in België. En Gent leek ons daarvoor een goede locatie.

Waarin verschilt Glimps van andere showcasefestivals?

De focus ligt op nieuw en continentaal Europa en we betrekken bij de eerste editie geen groepen uit Engeland of Amerika. Dat is een bewuste keuze. Het idee is altijd geweest dat internationalisering van groepen alleen via Londen kan, maar dat klopt niet meer. Engeland heeft een lang verleden in de rock- en popgeschiedenis. En de popmuziek, die elders gemaakt wordt, ent zich natuurlijk op die traditie. Maar Glimps gaat over de vraag: “Hoe zit dat nu in Turkije? En hoe gaat dat in Italië?”

Voor iemand die vandaag in Vlaanderen programmeert heeft het weinig zin om naar Italiaanse of Turkse groepen te gaan luisteren omdat er maar weinig podia zijn waar je die bands kunt brengen. Glimps wil de mogelijkheid creëren om dat wel te doen.

Op basis waarvan hebben jullie dan een keuze uit dat aanbod kunnen maken?

We hebben aan verschillende, lokale programmatoren uit al die verschillende landen gevraagd welke groepen naar hun mening in het buitenland gehoord moeten worden. Dat mocht evengoed een groep zijn die op een alternatief radiostation kan gedraaid worden in de dagrotatie als één die live een eigen universum kan brengen waar je even in moet meegaan. Om een idee te geven naar Belgische normen: alles tussen The Van Jets en Madensuyu.

Uit hun lijsten maakte Koen van de Vooruit een programmatie en uit elk land worden twee à drie groepen geselecteerd, zodat we aan een totaal van zo’n zestig groepen komen.

Zullen de meeste bands sowieso niet in het Engels zingen?

We zijn een “wide rock”-festival. We bouwen verder op de traditie van wat pop- of rockmuziek is. In pakweg Duitsland zijn er heel veel groepen die in het Duits zingen en ze hebben daar een voldoende groot afzetgebied. Maar als groepen iets verder reiken dan zullen die toch in het Engels gaan zingen.

We vragen ook groepen die expliciet internationaal willen werken. Dat betekent bijna automatisch dat ze in het Engels zingen, maar als er in de eindselectie een groep is die een vorm gevonden heeft die aanspreekt en dat in zijn eigen taal, doet dan wordt die zeker geprogrammeerd, want dat zou eruit springen.

Die vraag werd trouwens ook door de Waalse programmatoren gesteld. En natuurlijk kunnen groepen geprogrammeerd worden die in het Frans zingen.

Hoe heb je de locaties gekozen?

We hebben expliciet gekozen voor kleine locaties, met een maximum van tweehonderdvijftig personen, die allemaal op wandelafstand van elkaar liggen. De Charlatan, de Video en Het Trefpunt doen al zeer geregeld concerten en daaronder tellen we ook het auditorium van de Nationale Bank, hetgeen toch geen evidente locatie is. En Bar Des Amis en De Fabriek op het Anseeleplein tenslotte doen ook mee.

Hoe zal een dagprogrammatie eruit zien?

Er zijn geen voorprogramma’s of hoofdprogramma’s. Het wordt een parcours. Je koopt één ticket waarmee je toegang hebt tot alle locaties en je wandelt van de ene naar de andere zaal naar eigen goeddunken.

Laat spelen is niet altijd goed op een showcasefestival: je krijgt een pak nieuwe dingen te verwerken en tegen ‘s avonds is de energie soms al op. Als manager kies ik steevast voor de tweede plaats op de affiche, dan is iedereen nog fris om aandachtig te luisteren.

Er zijn dus ook geen afterparty’s of zo. Wie een stapje in de wereld wil zetten komt zo al voldoende aan zijn trekken in het rijke Gentse nachtleven.

Wat is het extra voordeel voor de professionelen?

Zij mogen ‘s avonds naar de groepen gaan kijken en van het stad genieten en zich amuseren zoals iedereen, maar zij krijgen daarbovenop nog een dagluik waar ze info krijgen over de specificiteit van de Belgische markt, met voldoende gelegenheden om te netwerken en dus ook met recepties en eten en zo. Stel je het voor als een soort conferentie, maar dan rock-’n-roll aangepakt.

Hoe hebben jullie de datum gekozen?

Eurosonic zit in januari en er zijn dan veel professionelen, die naar Les Trans Musicales gaan, en een tijdje in Europa blijven. Iets vroeger zijn er de MIA’s, wat in onze sector ook een moeilijke periode is. Net voor de kerstvakantie leek ons dus ideaal. Het is ook een weekend waarin veel programmatoren niet al te veel in hun agenda hebben staan.

We tellen al af!

Elders op dit e-zine geven wij vrijkaarten weg voor het festival.

8 december 2011
Kristof Van Landschoot