Girls in Hawaii - Een eeuwigdurende strijd

Het zijn donkere tijden, maar wij mensen zoeken naar het licht. Na elke aanslag is er wel iemand die een Jihad van liefde predikt op zijn of haar manier. Na elke tegenslag is er wel die arm om een schouder of dat privéberichtje via Facebook. Zonder het zelf te weten, maakten Girls In Hawaii een plaat over donker en licht. 'Nocturne' kwam uit in september en werd al voorgesteld in de AB, maar dit voorjaar komen de mannen vanuit Braine-l'Alleud naar Vlaanderen voor drie zaalshows. Of ze daar klaar voor waren, wilden we van Lionel Vancauwenberghe horen.

Jullie stonden deze zomer op Pukkelpop en op Feeërieën, daarna tweemaal in de AB en in andere zalen. Wat vind je leuker: zo’n heel grote tent of een intiem concert?

Lio Vancauwenberghe: Het is inderdaad een compleet andere ervaring. In het begin hielden we niet zo van festivals. Het leek ons moeilijker om daar de juiste sfeer te creëren, om de mensen aan te spreken. Mettertijd zijn we dat liever gaan doen. Om echt een verhaal te vertellen, staan we beter in een zaal, maar een groots festivaloptreden, voor duizenden mensen geeft zoveel energie!

Het is jullie vierde plaat en toch las ik dat ze jullie gemakkelijkste ooit was. Waaraan wijd je dat?

We hebben het eigenlijk altijd moeilijk gehad om albums te maken, maar voor deze hadden we afgesproken om ons niet te laten vastpinnen op hoe ze uiteindelijk zou moeten klinken. We probeerden de ratio uit te schakelen en gewoon een plaat te maken als muzikanten. We zijn de studio ingedoken en hebben daar alles opgebouwd vanaf nul. Gewoon dag na dag spelen en ons amuseren zonder ons zorgen te maken over het uiteindelijke resultaat, zonder aan de verwachtingen van de fans of het label te denken.

Natuurlijk is werken in een studio duur en hadden we daar een beperkte tijd, maar alles was zo geregeld door Luuk Cox, onze producer, dat wij ons konden concentreren op het musiceren, zodat we weinig tijd verloren en ons niet moesten bezighouden met bijzaken of met de druk van de deadline.

Op de plaat spelen jullie veel met licht en donker. Was dat een vooraf vastgesteld idee?

Eigenlijk niet, maar hoe langer Girls In Hawaii bestaat, hoe meer we met contrasten spelen. De eerste platen waren eerder licht van toon, de volgende donkerder en in deze zitten de twee. We zijn wat ouder geworden en misschien zijn we nu wat pessimistischer; ik weet het niet. Het is ook moeilijk om lichte muziek te maken die toch aanspreekt zonder banaal te worden. Daarom bewonder ik artiesten als Mac DeMarco bijvoorbeeld die daar wel in slaagt. Wij zijn dat vermogen met de tijd wat verloren, maar dat wordt gecompenseerd doordat we andere, vaak vreemdere universums opzoeken.

Dat zien we ook in de clips van Walk en Guinea Pig.

Het visuele is voor ons dan ook zeer belangrijk. Antoine (Wielemans, zanger-gitarist, nvdr) is graficus en ik ben fotograaf van opleiding. Ons leven draait om beelden. We zijn dol op films en je kan ons vaak in musea vinden. We waren ook fan van het werk van Marine Dricot die voor ons de clips maakte. Zij heeft een duidelijk afgelijnd idee van wat moet gebeuren, maar zij heeft zich werkelijk ondergedompeld in ons universum. Daar is het zeer donker, maar er zitten ook uitbarstingen van licht in, wat zorgt voor veel contrasten. En eigenlijk past dat ook goed bij onze tijd. We leven in donkere tijden, maar er is hier en daar ook nog wel hoop te vinden en de mensen hebben daar nood aan.

Aan het eind van de clip van Guinea Pig zegt het personage van Sophie Sénécaut nog iets over de sterrenhemel. Is dat hoe jij persoonlijk ook naar de wereld kijkt?

Helemaal. Met die zin willen we zeggen dat je verder moet kijken dan je neus lang is, minder focussen op details, maar het hele plaatje willen zien. Wij zijn ook al door donkere periodes gegaan. Als je wil overleven, moet je verder kijken, durven dromen.

De zin op zich heeft weinig betekenis; hij is wat onbegrijpelijk, maar dat zijn sommige gebeurtenissen ook. Soms gebeuren dingen gewoon zonder reden. Als je blijft stilstaan bij het waarom, geraak je helemaal in de put. Je moet daarover durven stappen, de zaken accepteren zoals ze zijn. Niet alles heeft een betekenis; niet alles heeft zin. Het leven gaat verder, dat is eigenlijk de boodschap van die provocerende zin.

In recensies lazen we hoe de ene collega de plaat als heel intiem en anderen als heel “clubby" ervaren. Wie van hen heeft het bij het rechte eind?

Die twee facetten zitten erin. Antoine heeft de meer intieme songs geschreven en ik de meer dansbare nummers. Als kind luisterde ik, onder invloed van oudere neven, naar dingen als Bronski Beat, Depeche Mode, Kraftwerk en dat soort bands. Op de plaat zitten duidelijke knipogen naar die muziek. We hebben daar veel mee gespeeld in de studio en ons daar goed mee geamuseerd, want ook Luuk Cox houdt van die dingen. We voelden ons als twee jongens in een speeltuin.

Is het niet moeilijk om met twee songschrijvers te werken binnen één band?

Antoine en ik hebben daar geen probleem mee. We werken elk in onze hoek en op een bepaald moment komen we dan samen en werken we de nummers verder uit. Zo heeft het tot op heden altijd goed gewerkt voor ons. Na verloop van tijd dreigen de wegen verder uit elkaar te drijven. Daarom werken we de laatste albums ook met een producer. Zijn taak is om onze twee universums bij elkaar te brengen. Dat is niet altijd eenvoudig, maar er zitten ook kansen in: met twee songschrijvers krijg je meer materiaal bij elkaar en door vanuit twee perspectieven te werken, ontstaat er vanzelf een dynamiek. Soms is het hard werken om toch een geheel te maken van de helft songs van Antoine en de helft van mij, maar het resultaat is ook dit keer weer geslaagd. Dit keer hadden we dertig songs om uit te kiezen. Dat maakte het uiteindelijk ook mogelijk om er een samenhangend geheel van te maken.

Komen de nummers die de plaat niet gehaald hebben ooit nog boven water?

Dat zou wel kunnen. We hebben er nog zes die volledig afgewerkt zijn, maar waarvoor geen plaats meer was op ‘Nocturne’ want dan zou die te lang geworden zijn en dat wilden we niet. Maar die duiken zeker nog wel eens op.

Zelf vatten jullie de feel van de plaat samen met het beeld van kunstenaar Tom Hammick. Hoe kennen jullie die?

Na de opnames van de plaat hadden we nog geen titel en nog geen cover. We wisten zelf niet goed wat we nu eigenlijk gemaakt hadden. In onze zoektocht zijn we dan op de ons onbekende Tom Hammick gestoten. We hielden meteen van zijn oeuvre, dat zeer uitgebreid is. We namen contact op en we kregen meteen toestemming om één van zijn werken te gebruiken. Hij had er zoveel dat het moeilijk kiezen was, maar in één van zijn werken herkenden we plots onze plaat: donker, maar toch ook met levendige kleuren; een beetje absurd ook, die combinatie van een schijnbaar zorgeloos strandtafereel met daarboven die dreigende vulkaan.

Eens het beeld gekozen, hebben we ook de titel gevonden. We hebben dus omgekeerd gewerkt. In plaats van te vertrekken van een titel en daar een beeld bij te zoeken, was er dit keer eerst het beeld en daarna pas de titel.

Aan het eind wordt de plaat wel heel donker met de zin: “The snow turns into mud”. Mooi beeld, maar het klinkt zo hopeloos. Was dat de bedoeling?

Upon The Hill, de afsluiter, is een song van Antoine en inderdaad, dat klinkt heel fatalistisch en hopeloos. Ik zelf zou er nooit aan gedacht hebben om de plaat zo af te sluiten. Maar zoals ik al zei: we werken met twee tekstschrijvers en dit keer is er gekozen om deze song van Antoine te gebruiken als afsluiter en zo eindigt dit keer de afwisseling van kleur en donker met gitzwart. Het adjectief depressief is zelfs op zijn plaats.

Nochtans hebben jullie veel succes. Op jullie Facebookpagina smeken ook mensen uit Noorwegen, de VS, Nederland, Italië, Engeland en Frankrijk om bij hen in de buurt te komen spelen. Jullie zijn wereldberoemd?

Ja, wij focussen dan wel op België, Frankrijk, Zwitserland, Duitsland en de rest van Europa, maar men pikt onze muziek overal op. Er zijn geen afstanden meer. Dat is cool. We spelen zowat overal in Europa en onze fans zijn hondstrouw, ook al is onze muziek geen hapklare brok. Toen we in Parijs speelden, was elke zaal uitverkocht, ook al hadden we al drie jaar geen plaat uitgebracht.

Jullie slagen er als één van de enige Franstalige, Belgische bands ook in te scoren in Vlaanderen. Deel het geheim met jullie collega’s!

We hebben van bij het begin veel in Vlaanderen gespeeld, ook al is men bij jullie veel meer op de Angelsaksische muziek gericht. Zelf waren we ook fan van nogal wat Vlaamse bands zoals dEUS, Evil Superstars, Das Pop, Kiss My Jazz en dat soort bands en dus wilden we maar wat graag naar Vlaanderen komen. We hebben contacten opgebouwd - o.a. met Sioen met wie we enkele concerten speelden - en die aanhoudende inspanningen lonen. We hebben enkele goede concerten gespeeld in Antwerpen, Kortrijk, Leuven en Gent en elders en zo hebben we stilaan een fanbase opgebouwd die we proberen onderhouden. Het is wel een eeuwig voortdurende strijd.

In februari begint een tour die jullie weer door Vlaanderen brengt.

Ja, we kijken er al naar uit. Ons tourschema is een beetje gaga, want tussendoor gaan we ook nog spelen in Zwitserland en Luik en zo, maar we komen naar Het Depot (8 februari), De Vooruit (15 februari) en Trix (17 februari). Weet je wat? Omdat we van onze Vlaamse fans houden, mogen jullie voor elk van die shows een duoticket weggeven.

Ah super! We komen zelf ook een paar keer langs.

Wie kans wil maken op een duoticket, stuurt een mailtje naar win@damusic.be met als onderwerp “Girls in Leuven”, “Girls In Gent” of “Girls In Antwerp” afhankelijk van welk ticket je wil winnen. Vergeet ook niet je persoonsgegevens achter te laten zodat we je tickets kunnen laten klaarleggen aan de ingang.

14 januari 2018
Marc Alenus