Geppetto & The Wales We hebben onszelf als band overtroffen

We hebben onszelf als band overtroffen

Met hun eerste full-album Heads of Woe’ maken Geppetto & the Whales alvast een geslaagde indruk. Dromerige songs worden afgewisseld met stevigere nummers. Mystieke, meeslepende indiefolk van een band die twee jaar na  hun finaleplaats in Humo’s Rock Rally eerder al bevestigden met de ep ‘People Of Galicove’. Met de uitstekende singles Juno en Duquesne’s Horse werd die erg goed onthaald door pers en publiek.



‘Heads of Woe’, met de uitstekende single 1814 is een album vol eigentijdse indierock met uitstapjes richting enerzijds oorstrelende en meerstemmige samenzang  en anderzijds psychedelische pop. Betoverend, bezwerend en simpelweg knap van een jonge band die veel meer bagage torst dan de leeftijd van de bandleden doet vermoeden.  De Amerikaan Thom Monahan zorgde voor de productie.

Sander Sterkens, meesterlijk op de akoestische gitaar, doet het verhaal.

Hoe groot is de voldoening dat de plaat er eindelijk is?
Sander Sterkens:
  Heel groot! Bij deze cd hadden we een beter gevoel dan bij de ep. We zijn unaniem heel trots op onze plaat. Niemand van ons had nog iets dat hij had willen veranderden toen hij de plaat voor het eerst echt hoorde. Er komen bovendien alleen maar goeie recensies binnen. Keitof natuurlijk!

Hoe verliep het opnameproces?
Het was een van de zaligste en leerrijkste periodes uit mijn leven omdat we de kans kregen met een grote producer uit LA samen te werken. Een man waar ik zelf enorm naar opkeek. Het deed deugd te merken dat we snel op dezelfde golflengte zaten en te constateren dat hij net zo over muziek dacht als wij. Dat was superzalig. Bovendien was ik een paar weken  op stap met mijn beste vrienden, gewoon een hele poos weg van de beschaving. Niet te doen!

Sommige producers duwen een groep, zeker een beginnende, in een bepaalde richting. Hoeveel vrijheid kregen jullie op dat vlak? Of anders gesteld: hoeveel vrijheid gaven jullie Thom Monahan?
We hebben honderd procent ons ding kunnen doen. Dat was zijn filosofie. We moesten zo goed mogelijk onze songs op plaat krijgen. De muziek, die hij al eerder had geproducet, lag volledig in de lijn van onze nummers, zowel muzikaal als qua filosofie, die erachter zat. 

Is het de plaat geworden die je vooraf in je hoofd had?
We hadden vooraf geen uitgesproken idee van hoe het moest worden, maar het is zeker niet iets anders geworden dan datgene wat we in ons hoofd hadden. Ik mag zeggen dat we ons als band hebben overtroffen. We hebben gewoon onze muziek gemaakt en dankzij onze producer is die er op de best mogelijke manier uitgekomen.

De reacties zijn heel lovend en enthousiast. Hoe ga je daarmee om?
Het is heel tof om al die recensies te lezen, maar dat zijn maar de meningen van individuen. We gaan daarom niet op wolken lopen. Die positieve kritiek is de bevestiging dat we de goede richting uitgaan en het doet ons ook beseffen dat we hard moeten blijven werken om op dat niveau te blijven staan. 

Bovendien zorgen die goede reacties voor een nog betere nachtrust (lacht). Vroeger lag ik wel eens wakker van onze plaat, ik was er zo intensief mee bezig dat ik soms niet kon slapen. Voor de rest heeft het weinig neveneffecten.

Hoe groot is de honger naar het podium met zo’n plaat onder de arm?
We hebben heel veel zin om onze songs live te brengen. We zijn in de studio niet op zoek gegaan naar tierlantijntjes om de plaat op te smukken. We willen onze songs live brengen zoals die op de cd staan. In die zin zijn we gelukkig dat we in de voorbereiding van de plaat een CC-tour hebben gedaan waarbij we een pak ervaring hebben verzameld en waarbij de mensen stil op stoeltjes zaten om rustig naar de muziek te kunnen luisteren. In een festivalpubliek hebben we ook wel zin, maar dan moet het wel in de juiste setting gebeuren.

Een nummer als 1814 is het ideale visitekaartje voor de plaat. Hoeveel belang hecht een groep als Geppetto and The Whales aan singles?
We zijn daar heel weinig mee bezig geweest tijdens het opnameproces. Ergens hadden we wel een opvolger van Juno in ons hoofd, maar dat nummer paste uiteindelijk niet in de lijn van de plaat en dus hebben we het finaal overboord gegooid. Achteraf hebben we gekozen voor de song met een duidelijke structuur refrein/strofe/bridge. Zo hebben we onze single geselecteerd.

Tot slot, in de meeste recensies valt de naam Fleet Foxes als referentie. Is dat de groep waar jullie zelf naar opkijken?
We hebben de songs van Fleet Foxes allemaal goed beluisterd, maar daarnaast werden we best breed beïnvloed. In de pers vergelijken journalisten ons soms ook met Mumford & Sons en My Morning Jacket,  terwijl niemand van ons naar die groepen luistert. Wellicht is het de aanwezigheid van een banjo op ons plaatje, dat sommigen aan het denken zet, maar verder is er geen link.

Geef ons maar Akron/Family of obscure singer-songwriters uit de sixties als Bert Jansch. Heden ten dage vinden we Damien Jurado en de Canadese muziekscene niet mis. Links, die de meeste recensenten niet leggen (lacht).


January 30, 2014
Steven Verhamme