Gabriel Rios Op de aarde geland

Op de aarde geland
Wie denkt aan schreeuwende tienermeisjes en Puerto Ricaanse eye candy komt al gauw bij Gabriel Rios terecht. Maar dat deze 29-jarige Gentenaar meer in zijn mars heeft dan zomerse vibes en parasollen toont hij ons met zijn tweede album ‘Angelhead’. Om te weten te komen waarom dit album duidelijk veel minder vrolijk en een portie dieper klinkt, gingen we te rade bij the man himself.

We zullen meteen van start gaan met de voor de handliggende vraag: Wat wordt precies bedoeld met de titel van het album ‘Angelhead’?
Ik wilde deze keer eens een titel kiezen die wat meer ruimte liet voor interpretatie, zodat mensen, tijdens en na het beluisteren van het album, hun eigen gedachte hierover kunnen creëren. ‘Ghostboy’ was bijvoorbeeld een veel meer letterlijke titel. ‘Angelhead’, dat is meer een woord dat pas na een bepaalde tijd een betekenis kan krijgen. Voor mij kan dat woord vele zaken betekenen. De ene keer gaat dat over mezelf, een andere keer over mensen waarvan ik zie dat ze lost zijn, of tenminste waarvan ik dènk dat ze lost zijn. En die betekenis verandert eigenlijk altijd. Zo kan het ook gaan over mensen die, zoals mezelf, teveel nadenken. Of over mensen die op dat moment het begin zien van een grote verandering. Maar ik heb liever dat mensen er hun eigen betekenis aan geven, in combinatie met mijn muziek dan.   
 
En wat heeft jouw tekst, die op de website vermeld staat, daar dan mee te maken: “We feel sweet things… We become sad when these things are gone, and then we want to be free. Maybe we forget that we are already free, that we were once angels and that, even if it’s a dangerous return, we all have to go home.” ?
Wel ja, dat is voor mij eigenlijk gewoon een tof verhaal. Er bestaat een film die ook ongeveer hetzelfde zegt. Maar die woorden betreffen meer het idee dat we misschien allemaal engelen zijn, maar dat we toch ergens onze weg zijn verloren. We zijn gewoon engelen die ooit nieuwsgierig zijn geworden over hoe het leven hier op aarde zou zijn, en eens hier op aarde vergeten zijn dat ze ooit engelen waren. And then they get lost in the world.
Ja, het is eigenlijk gewoon een goed verhaal. Maar ‘Angelhead’ gaat nooit alleen maar over één ding. Die betekenis verandert voortdurend, zelfs voor mij.
 
Jouw nummers, zijn die autobiografisch? Of gaan die eveneens over de verschillende situaties en gevoelens van andere mensen?
De enige manier waarop ik zelf nummers kan maken is als ik schrijf over de dingen die zich in mijn eigen hoofd afspelen. Maar ik hoop altijd dat de mensen begrijpen over wat ik precies schrijf, dat ze begrijpen wat ik bedoel, en dat ze zich kunnen terugvinden in mijn nummers. Misschien niet allemaal, maar ik vind dat iets heel belangrijk. Ik zou niet tevreden zijn, denk ik, als mijn nummers, zelfs al zijn ze dan persoonlijk, ook alleen maar iets voor mij zouden kunnen betekenen. Mijn nummers moeten echt kunnen spreken. Of ik hoop toch dat ze dat doen (lacht).
 
Heb je het gevoel dat je met dit album weer wat meer geëvolueerd bent, bedoeld als: zit er meer ‘Rios’ in dit album dan in jouw vorige?
Het is niet bewust de bedoeling geweest om te evolueren en ik hoop dan ook dat ik nooit te hard moet proberen om te evolueren. But sometimes you have to push it a bit. Om bepaalde dingen te durven doen en om nieuwe dingen uit te proberen, die je dan misschien al altijd hebt willen doen. En soms is dat een beetje vechten, tegen iets in jezelf dat wilt dat alles blijft zoals het is. Dus ja… Maar ik denk dat er sowieso wel iets in ons zit dat ons blijft drijven om de dingen steeds te willen doen veranderen. Ik denk dan ook dat het natuurlijk is dat elk nieuw album weer wat dieper gaat. Of dat de songs dieper en beter worden. Alé, ik hoop het. Het is nog maar mijn tweede plaat, dus ik ben zelf ook nog voortdurend aan het bijleren. Maar ik ben daar heel rustig in. Ik wil eigenlijk ook wel dat mijn songs veranderen, zodat ik niet altijd hetzelfde blijf maken. Bijvoorbeeld, in het begin maakte ik heel veel songs over… whatever, weet je? Het was meer wat spelen met woorden en muziek. Maar nu is het alsof ik wat dieper gegaan ben en dat ik iets te vertellen heb dat ook werkelijk een begin en einde heeft. Try to get somewhere. Dat is echt een verschil met vroeger. Toen had je gewoon wat plezier en gaf je er niet om of je lyrics nu wel of geen betekenis hadden. Ze hadden betekenis voor mij en dat was wat telde. Dat ik wou dat ze ook betekenis zouden hebben voor andere mensen kwam pas een hele tijd later.
 
Heeft dat dan misschien ook te maken met het feit dat je rustiger bent geworden sinds je vorige plaat, denk je?
Het is misschien juist een manier om rustiger te worden. Om iets te kunnen maken dat de mogelijkheid geeft om je te verbinden met mensen, en dan voel je ook een bepaalde rust. Dan denk je van: "Oké, ik ben echt aan het communiceren, ik ben niet alleen."
Misschien is het dat wel. Ik weet het niet meer. Het is een beetje confusing  (lacht).
 
Je zei altijd dat je soms als een soort geest op het podium stond, niet meer beseffen of willen beseffen wat je daar stond te doen. Heb je het gevoel dat het op deze tournee, en dus met dit nieuwe album, anders zal zijn?
Nee, ik denk niet dat dat ooit weg zal gaan. Ik heb dat de ene keer wel en de andere keer weer helemaal niet. Het is ook iets dat met periodes opkomt. Zo kan ik zeven optredens doen en nooit dat gevoel krijgen, maar de achtste keer is het daar dan plotseling weer. Ik weet ook niet waarom het gebeurt. Soms sta je op een podium en denk je: really, what am I doing?! Het is…
 
Absurd dat je op een podium staat?
Ja, dat ik daar wat sta te spelen op mijn gitaar en erbij zing. En dan nog eens voor mensen. En ik weet, het zijn natuurlijk mijn songs en ik weet, ik heb natuurlijk ook een plaat gemaakt, ja. Maar soms wil ik gewoonweg helemaal niet op dat podium staan. Niet dat ik dan wil weg gaan of dat je dat bepaalde optreden dan slecht vindt, maar het is die vraag “waarom ben ik hier nu?” En dan bedoel ik dat niet op een filosoferende manier.
En op dan weer heel andere momenten voel je ook gewoon niets meer. En dat is moeilijk, want dan moet je echt vechten om er terug in te komen. En dat lukt meestal wel, maar af en toe voel je dat je jezelf echt terug naar binnen moet smijten. It maybe sounds weird (lacht).
 
Maar is het dan net niet leuker om je nummers ook live te kunnen brengen? Want op die manier kan je natuurlijk ook rechtstreeks de reacties zien van het publiek e.d.m.
Ja, zeker, zeker! En ik weet dat ook wel. Juist daarom wil ik ook zoveel spelen. Dat is iets heel belangrijks. Want als je een plaat maakt, ben je ook altijd voor een lange tijd alleen met die plaat bezig en je bent ook steeds binnen aan het werken. En als je dàn buiten kan komen en die nummers live kan spelen; dat is echt heel belangrijk voor mij! Het verbindt je met de mensen.
Maar dat gevoel, dat heeft niet eens te maken heeft met denken. Het is meer een moment waarop je staat te spelen en sometimes you go black. Of je gaat op automatische piloot. Snap je wat ik bedoel? Misschien komt het ook omdat ik steeds dezelfde songs opnieuw en opnieuw moet spelen. Het is alleszins een moeilijk gevoel, maar ik krijg het al veel minder dan vroeger. Vooral met de nieuwe songs nu. Desalniettemin denk ik niet dat ik ooit van dat gevoel verlost zal raken. Misschien is dat gevoel ook juist datgene wat je blijft stimuleren om je nummers aan de mensen te brengen. Misschien is dat gevoel dus gewoon ook juist heel belangrijk. Als ik dat gevoel niet zou hebben zou ik misschien… euhm…
 
Allures krijgen?
Ja, exactly! (lacht)
[pagebreak] 
Bij dit album heb je ook opnieuw samengewerkt met Jo ‘Technotronic’ Bogaert. Maar ditmaal heeft hij meer bijgedragen tot de productie, hoe komt dat?
We hebben alle nummers eigenlijk samen geschreven en dat was op het vorige album niet het geval. Jo maakt vooral elektronische nummers en na ‘Ghostboy’ begon ik wat meer naar die nummers te luisteren en dacht: “Wauw, those are really good en ik hoop dat hij ze niet aan iemand anders geeft!” (lacht) Dus moest ik snel bewijzen dat ik met zijn nummers iets goed zou kunnen doen. Dus vertelde ik hem wat ik allemaal zou willen doen met mijn nieuwe album. Op die manier is het nummer ‘Angelhead’ trouwens geboren. Ik had het nummer gehoord op zijn computer en ik begon te vertellen wat ik er graag van wilde maken. Want dat nummer was eigenlijk niet voor mij bestemd, dus ik moest echt bewijzen dat ik er iets speciaals van kon maken. En vanaf toen zijn we samen beginnen werken aan de rest van het album. Ik denk zelfs dat minstens de helft van de nummers op ‘Angelhead’ met hem geschreven zijn.
 
En nam ieder dan een eigen deel van de productie voor zijn rekening, bijvoorbeeld dat Jo zich meer toelegde op het muzikale deel en jij op het schrijven van de nummers?
Nee, eens je begint samen te werken, loopt alles vanzelf door elkaar. Alles valt samen en het wordt onmogelijk om dan nog te scheiden wat hij heeft gedaan of ik. Mijn teksten schrijf ik wel nog altijd zelf, maar het muzikale gedeelte valt niet meer in delen op te splitsen.
 
Het lijkt tegenwoordig voor een artiest met buitenlandse roots, zoals jij, steeds meer en meer verplicht, vrijwel zelfs een must te zijn, om hun afkomst in hun muziek te verwerken. Op deze plaat is duidelijk minder sprake van strooien rokjes, zon en jolijt. Is dat een bewuste keuze geweest?
Niet echt. Soms dacht ik zelfs dat mijn tweede plaat een latin-plaat zou worden en toch is dat dan plots veranderd. Ik weet ook nooit wat er precies gaat gebeuren. En ik denk dat dat ook positief is. Ik was heel blij toen ik de plaat langzaamaan zag veranderen in iets anders dan latin. Ik vond dat dat ook een ander beeld zou geven aan de mensen over mezelf. En dat is altijd iets goed. Dat geldt ook voor mezelf zo. Ik verras mezelf ook veel, dus ik vind dat ik dat ook zou mogen doen met de mensen. Uiteindelijk wil ik ook niet in één imago blijven hangen. Dus als dat vanaf nu constant zou veranderen, is dat voor mij perfect!
Maar ik weet dus nooit van in het begin hoe een plaat zal klinken. Tegenwoordig denk ik bijvoorbeeld dat mijn volgende album dan weer heel erg latin zal klinken. Because I have to, or something. Maar dat kan ik nu nog niet weten. Dat weet je nooit. Toen ik op het einde van de productie van ‘Angelhead’ steeds meer en meer een totaalbeeld van het album begon te krijgen, was ik blij. Ik dacht, iets nieuws voor mij én voor de mensen. Soms zie ik mezelf ook echt als iemand ‘van de mensen’. Ik denk niet aan mezelf als de persoon die de songs maakt. Natuurlijk is dat wel het geval, en alles gebeurt ook allemaal zo snel, maar ik luister ook zelf naar de songs zodat ik er een kritische blik op na kan houden. En dan voel ik me soms echt nog als een deel van het publiek.
 
Zijn er muzikale invloeden die een rol hebben gespeeld bij het maken van dit album?
Ja, die zijn er altijd. Alles wat ik hoor, beïnvloedt mij eigenlijk. Het is ook altijd weer iets anders. Want als je mensen ziet die muzikaal goed bezig zijn, is het zoals een verslaving en dan denk je: "Dat kan ik ook!" Niet op hun manier, maar op jouw manier. Dus als ik bijvoorbeeld een groep hoor zoals The Streets, Wilco of The Flaming Lips, of simpelweg iets helemaal anders, zoals Jo Bogaerts Technotronic en hun song Pump Up The Jam, dat is echt een fantastisch nummer! Of zelfs groepen die je haat, zelfs die maken af en toe ook goede nummers. Dus ik denk dat alle muziek je wel kan beïnvloeden, zelfs zonder dat je het wil. Voor mij was dat gedurende een geruime tijd hiphop en zelfs reggae. En niet omdat je toevallig van een Caraïbisch eiland afkomstig bent. Maar reggae is bijvoorbeeld zo slow en alles in die muziek is zo well spread. Ik denk dat er maar weinig genres zijn die zo een karakteristieke sound hebben. Iedereen herkent reggae onmiddellijk. En die muziek heeft dan weer mensen zoals The Police beïnvloedt, die afkomstig zijn van Engeland en popmuziek maken. Zie je, bewuste en onbewuste beïnvloeding.
 
Wat beluister je op het moment zelf?
Oh, vanalles. (lacht). Ik luister echt naar verschillende soorten muziek. Euhm... what do I have in my Itunes? Dezer dagen luister ik vooral naar The Shins. Het is nog maar een nieuwe band, maar dat vind ik echt goede muziek. En The Knife. En… Ja, er is zoveel. Ik zou je zoveel groepen kunnen opnemen.
 
De videoclip voor ‘Angelhead’ werd opgenomen in de Gentse Boekentoren. Zat daar, buiten een extra promotiestunt in het kader van de Monumentenstrijd, meer achter?
Nee, we hadden de Boekentoren als locatie gekozen sinds we hem in een documentaire op tv hadden gezien. Het was eigenlijk heel toevallig dat hij op dat moment ook voor de Monumentenstrijd genomineerd was. We hebben de Youtube-videoclip dan gemaakt om de toren wat mee te promoten, omdat het vooral een ongelooflijk gebouw is. Maar het was meer toevallige timing. Ik was er vóór de opnames ook nog nooit binnen geweest. Maar ik vond het wel een heel interessante locatie, want er is geen enkel ander gebouw in Gent zoals de Boekentoren. Misschien zelfs niet in heel België.
 
En voor de andere 11 nummers van je album is er ook telkens een korte videoclip voorzien, onder regie van Pieter-Jan de Pue (net afgestudeerd aan ’t RITS). Vanwaar dit initiatief?
Het productiehuis waarmee we samenwerken heeft hem uitgekozen. Maar ik ben blij dat ze hem hebben gekozen, want hij heeft a special kind of touch, visually. Hij heeft zijn eigen stijl. En we hadden ook iemand nodig die het gebouw tot zijn recht kon laten brengen. To capture it.
 
Hoe komt het dat het een tijdje heeft geduurd (ca. drie jaar - ‘En Vivo’ niet meegerekend) vooraleer de nieuwe Riosplaat in de rekken lag?
Voornamelijk omdat we veel moesten optreden. We zijn ook in andere landen geweest en dat heeft veel tijd in beslag genomen. Er was dus niet veel tijd over om het album af te maken en ik wist ook niet precies hoé ik het moest afmaken. Het is vreemd. Soms denk je dat het allemaal heel gemakkelijk gaat en plotseling is dat niet meer het geval. Het is niet zo dat wanneer jij de nummers af wil maken, ze ook werkelijk afgemaakt zullen worden. Soms moet je echt een tijd wachten vooraleer het nummer groeit. Of je vindt geen einde voor een nummer. Het is iets heel vreemds. Ik weet nog altijd niet precies hoe het werkt. Het enige dat je kan doen, is blijven werken en hopen dat je album op tijd klaar zal zijn, zodat de mensen van de platenmaatschappij je niet willen vermoorden. (lacht). Ik dacht eveneens dat het veel sneller klaar zou zijn, maar je moet ook nog beslissen welke nummers je dan uiteindelijk op je album wil zetten. En op het einde van de dag liggen die beslissingen eigenlijk ook niet meer bij mij. You have to go with the hurricane and see where it lands.

November 8, 2008
Nathalie Scheltiens