Fleddy Melculy - Pokémon Go is een brug te ver

Fleddy Melculy is een bescheiden hype. Of tenminste de groep waarmee we de laatste weken en maanden het hardst hebben moeten lachen. De enige groep ook die een tombola houdt tijdens de show of een pauze inlast “omdat er te weinig Vlaamse metalgroepen zijn die dat doen.” Dat soort humor dus, vanaf nu ook samengebald op ‘Helgië’, een plaat vol slimme humor, vaak geboren uit frustratie. Achter Fleddy Melculy schuilt Jeroen Camerlynck en bij pot en pint hebben wij hem aan een bescheiden vragenvuurtje onderworpen, waarbij er uiteraard ook veel te lachen viel.

Eén zinnetje van jullie bio vond ik ontzettend grappig en dat is: “Fleddy Melculy is een band met een prettige dosis humor om mee te lachen.” Goed dat je erbij zegt dat het humor om mee te lachen is. Jeroen Camerlynck: Aha, een pleonasme! Dat zinnetje klopt eigenlijk helemaal, want als je iets doet met humor moet je je blijkbaar tweemaal zo hard bewijzen en verantwoorden. Dus we benadrukken hier nog eens dat het maar is om mee te lachen. Chill, jongens.

Doe je nu jezelf niet een beetje tekort? Fleddy Melculy mag misschien wel zijn om mee te lachen, maar het is geen grap.

Als je mij vraagt om de band te omschrijven, dan ben ik geneigd om te zeggen: we zijn een hardcore metalband zoals de rest. Met dat verschil dat wij zingen over onnozele, dagdagelijkse dingen. De conclusie van gans de zaak is voor ons: fuck it, wij amuseren ons; we maken toffe dingen mee en het is goed zo.

Wij amuseerden ons ook. Wij hebben ‘Helgië’ ettelijke keren beluisterd en we hebben daar luidop mee moeten lachen. Dat overkomt me nooit bij een plaat.

Ik ben blij dat te horen. Ik heb die plaat geschreven en ook grotendeels opgenomen. En ik heb die plaat vooral gemaakt om mezelf te amuseren. En toen ze klaar was, vond ik het onnozel om ze gewoon op mijn computer te laten staan. Ik heb me geamuseerd met het bedenken van riffs, die al duizend keer gedaan zijn. Gewoon cliché achter cliché plakken: zalig! En dan die teksten nog: zien dat het klopt en dat het - hoe onnozel het ook is - een verhaal vormt. Ik heb heel veel te danken aan de vriendschap, die ik dankzij De Fanfaar heb opgebouwd met Urbanus, één van mijn helden en ondertussen bijna familie; een halve vader. Zowel op artistiek als op persoonlijk vlak heeft hij al heel veel voor mij gedaan. Dat is heel erg doorgesijpeld in die teksten.

Bij Dik Meisje hebben we de wenkbrauwen eens gefronst. Dat is een ander soort humor omdat bepaalde mensen er zich misschien door aangesproken of aangevallen door kunnen voelen.

Ik heb inderdaad lang getwijfeld of het zou kunnen, maar als je de grap door hebt, ga je ook beseffen dat ik niet zozeer lach met dikke meisjes, maar wel met het numetalgenre en het hele emogegeven. De tekst is wel gekuist. Hij was veel groffer. En Steel Panther heeft ook ooit Fat Girl gemaakt – juist hetzelfde – dus dachten wij: waarom niet? Het is humor, volgens mij moet je met alles kunnen lachen.

Vind je de wereld te ernstig?

Daar antwoord ik volmondig “ja” op. Het Journaal is een aaneenschakeling van miserie. Als wij ervoor kunnen zorgen dat de mensen zich gewoon drie kwartier amuseren tijdens één van onze shows, dan is onze missie geslaagd.

Soms is het niet meer duidelijk of je iets meent of niet. Als je de band “zowel maatschappelijk als muzikaal urgent en relevant” noemt, bijvoorbeeld. Geen Vlees Wel Vis past wel degelijk in die categorie, maar zelfs dat is dan waarschijnlijk ook weer om te lachen. Of niet?

Geen Vlees Wel Vis, Pinker, T-shirt Van Metallica, ... die dingen méén ik. Of beter: ik begrijp ze niet. Ik begrijp het bijvoorbeeld niet dat vegetariërs het ok vinden om wel vis te eten. Ik kan daar niet bij. Blijkbaar is dat volkomen normaal, maar voor mij is een vegetariër altijd iemand geweest die een probleem heeft met het doden van dieren. Prima! super! Maar waarom vissen dan wel?

Veel van je nummers vertrekken uit frustratie.

Ik kom nu in de fase dat ik stilaan begin na te denken over teksten en onderwerpen voor een tweede plaat en daar komt zeker iets op over mensen met een gebrek aan zelfrelativering. Mensen die niet snappen wat we doen en daar ook een probleem mee hebben. “HARDCORE! STRENGTH! UNITY! TOGETHERNESS!” tot je iets doet dat niet in hun kraam past. En het is een minderheid, laat me daar duidelijk over zijn. Maar er zijn dus mensen die denken dat wij met Fleddy Melculy die scene belachelijk maken. Terwijl wij het helemaal omgekeerd bekijken en bedoelen: wij eren hardcore en metal. Als we daar niks van zouden kennen, zouden wij dat ook niet kunnen doen.

Muzikaal zit het toch best goed.

Dat was voor ons ook superbelangrijk. Als we ermee naar buiten zouden komen, dan moesten we er ook voor zorgen dat de mensen van minuut één tot de laatste minuut weggeblazen zouden worden. En dat lukt.

Fuck Dees Fucking Kut Kak Machien is onze favoriete titel op de plaat. Dat is een nummer over frustratie aangaande de smartphone, maar ik zie dat je zelf een behoorlijk geavanceerd exemplaar hebt.

Eerlijk: ik ben verslaafd. Mijn omgeving moet er regelmatig om lachen. Het enige dat ik resoluut weiger is Pokémon Go: dat vind ik als smartphoneverslaafde een brug te ver. Zet dat maar zeker in je artikel.

Doen we! Het gaat behoorlijk goed in De Afrekening en online. Nu lopen ook de optredens en de plaat is uit. Tot waar reiken jullie ambities?

Ik heb daar een nummer over geschreven: Het Is Wat Het Is. En dat is het echt: we denken totaal niet na over doelen of ambities. We zien wel. Het is cool nu. Als het niet meer tof is, fuck it. Het moet plezant blijven. Ik heb al vaak de vraag gekregen of Fleddy Melculy een eendagsvlieg is. Dan vraag ik me af: wordt die vraag ook gesteld aan een andere band, die net een debuutplaat uit heeft? Da’s weer die humorfactor, terwijl er net een weelde aan onderwerpen ligt te wachten. We maken gewoon na wat we zelf cool vinden. En geloof me: er is nog heel veel dat wij cool vinden om na te doen.

Jij komt ook van bij De Fanfaar. Op de meest recente plaat van die band stond een treffend nummer over Kurt Cobain, waarin je trouwens zijn naam niet noemt. In Aberdeen zing je: “Ergens wou ik zoals jou zijn / Een podium, geschreeuw en veel pijn / Ik hoop dat niemand ooit ziet / dat ik jou nadoe als ik zing / Want van jou heb ik geleerd / dat wat ik zing ik beter meen.” 

Ik ben een grote Nirvana-fan, maar eigenlijk denk ik echt dat Kurt Cobain een egocentrische, grote eikel moet geweest zijn. Volgens mij was hij iemand met een groot minderwaardigheidscomplex die net daardoor op z’n strepen stond toen het succes begon te komen en hij de diva kon uithangen; een rotzak met gigantisch veel talent. Ik was vijftien toen Cobain stierf. Ik was net gitaar beginnen spelen, speelde zijn songs, was compleet geobsedeerd. En na zijn dood is die obsessie nog gegroeid. Ik heb veel invloeden, maar hij is één van de grootste.

Je hebt me ook hard doen lachen met een filmpje dat je voor Studio Brussel hebt gemaakt op Pukkelpop. Wat denk je als je iemand tegenkomt op de wei met een T-shirt van The Beatles, die geen twee nummers van hen kan opnoemen of die denkt dat With Or Without You van The Beatles is.

Opnieuw: what the fuck? Eerlijk waar: er was niks gekunsteld aan en het duurde amper twintig minuten voor we alle fragmenten, die in dat filmpje zitten, bij elkaar hadden. Het relativeert opnieuw alles.

22 oktober 2016
Geert Verheyen