Faces On TV - In routine vervallen zou fucked up zijn

Jasper Maekelberg speelt een belangrijke rol in het Belgische muzieklandschap. Hij zat achter de knoppen bij Bazart, Douglas Firs, Tsar B, Marble Sounds, Nordmann en nog vele anderen. Vorig jaar kwam de man op de proppen met ‘Night Funeral’, het debuut van zijn eigen band Faces On TV, waarmee hij sindsdien uitgebreid tourde. Wij spraken hem net voor de uiterst succesvolle passage op Cactusfestival. 

Vorig jaar kwam je debuutplaat er eindelijk. Waarom heeft die zo lang op zich laten wachten?

Jasper Maekelberg: Daar zijn verschillende redenen voor. Ik ben veel op tour geweest met Warhaus de periode ervoor, ik heb veel in de studio gezeten, ik heb veel andere dingen gedaan,… De voornaamste reden was dat ik me er nog niet klaar voor voelde om een album te droppen. 

Was dat een gevoel dat bleef na het uitbrengen van de ep twee jaar eerder?

Ik heb die ep nooit gezien als een ep om eerlijk te zijn. In mijn ogen was dat meer een collectie van nummers die we tot dan toe uitgebracht hadden. Ik had toen absoluut nog niet het gevoel dat er een album in zat. Dus leek het me logisch om in alle rust verder te werken aan de nummers en de sound. 

Moet je echt werken aan nummers?

Eigenlijk vind ik het raar om nog over mijn debuutplaat te spreken, omdat ik in mijn hoofd al helemaal met een nieuw album bezig ben. Ik ben naast het touren en studiowerk ook wel veel aan het schrijven nu. Het verloopt naar mijn gevoel heel anders dan bij de eerste plaat. Ik leer mezelf steeds beter kennen in dat proces.

Is het dan vooral door veel live te spelen dat de muze langskomt?

Ik kan er de vinger niet onmiddellijk op leggen waardoor het komt, maar we hebben inderdaad veel gespeeld sinds de plaat uit is. En daar leer je veel van. 

Blijft het songschrijven een proces dat je alleen doorloopt of heeft de live band daar ook zijn zeg in? 

Ik werk enorm op mezelf, als ik songs maak. Dat is ook zo bij producties: ik neem dat dan mee naar huis zodat ik op mezelf kan zoeken en finetunen. Er is dus niet echt betrokkenheid van de band, maar de drummer heeft wel de drumpartijen ingespeeld op de debuutplaat. Voor de volgende plaat ben ik er nog niet uit of ik het al dan niet zelf zou doen. 

Is er een vast stramien, wanneer je nummers schrijft? 

Nee, het is telkens zo verschillend. Ik vertrek meestal vanuit een beat en als die uitnodigt om te bewegen, dan houd ik die meestal vast. Daarna verloopt het zeer divers hoe ik te werk ga: het kan zijn dat ik een gitaar vastneem, een melodietje in mijn hoofd heb of random iets zing. 

De teksten komen er later pas bij dus?

Zelfs dat niet. Ik heb soms een slagzin die het uitgangspunt vormt voor de beat of zo. Er zit dus totaal geen routine in. Mocht ik in routine vervallen, zou dat fucked up zijn en dat wellicht niet meer zo doen. 

Om het spannend te houden voor jezelf dan?

Ja, stel je voor dat je de perfecte manier vindt om songs te schrijven. Dat zou zo saai zijn…

Maar je zou wellicht stinkend rijk worden…

Doe je het daarvoor dan? Nee, het is toch vooral voor die zoektocht. De combinatie van beide zou ideaal zijn uiteraard. (lacht)

Je maakte oorspronkelijk vooral naam als producer. Was dat je eerste liefde of ben je daar ingerold?

Eigelijk wou ik atleet worden… (lacht). Ik ben er echt ingerold, want ik wist zelfs niet dat dat bestond, toen ik begon met muziek maken. Ik kende zelfs de term producer niet. Op één of andere manier, door veel te spelen en veel samen te werken met mensen, begon ik steeds meer in de studio te zitten en ik vond dat zeer boeiend om mee te schrijven, mee te denken en mee de sound te bepalen met anderen. Ik ben er dus toevallig in terechtgekomen, want ik schreef daarvoor wel al songs en muziek. 

Wordt wat je doet met Faces on TV niet enorm beïnvloed door zelf veel bands te producen?

Ik denk dat er door intens samen te werken sowieso een wisselwerking is van ideeën. Het zou heel jammer zijn, mocht dat niet zo zijn, maar die invloeden zijn daarom niet superconcreet. Als ik iets produce, vind ik het belangrijk dat ik er mijn ei in kwijt kan, want anders doe ik dat ook niet. 

Vond je het moeilijker om je eigen plaat te producen dan die van een ander?  

Het was heel interessant dat Pieterjan Maertens en Jo Francken erbij waren tegen het einde van het proces. Ze zijn beginnen mee denken en het was heel interessant om het een stukje uit handen te kunnen geven. In mijn hoofd was op dat moment mijn plaat min of meer klaar, maar ik was er nog niet helemaal tevreden over. Door met hen in gesprek te gaan over de songs, viel alles in de juiste plooi. Dat was een leuke periode. Op zich is het altijd leuk om met mensen over muziek te praten. (lacht)

Toen je met je met ‘Night Funeral’ bezig was, heb je geen andere productie-opdrachten gedaan. Waarom was dat precies? 

Ik had een bepaalde sound voor ogen had en, aangezien ik van mezelf merk dat ik echt in fases leef, zou die sound te veel gaan doorspelen in eventueel ander werk. Mocht ik dan een productie van een andere band doen, zou die plaat naar gevoel en sound te veel hetzelfde zijn. En dat wou ik niet. Die fases duren gelukkig nooit lang. 

Heeft die tweede plaat van Faces On TV invloed op wat je nu live doet met de oude nummers? 

Mega! Ik denk dat we heel ander klinken live dan op plaat, wat ik een fijne evolutie vind. Het live gegeven van wat we doen en hoe we gegroeid zijn met de band heeft sowieso invloed op wat ik doe met bestaande nummers en de nummers die ik nu aan het maken ben. Het is een heel organische wisselwerking.

Speel je die nieuwe nummers ook al live?

Eigenlijk bewust niet, omdat ik ze nog wat wil sparen (lacht). In het buitenland durven we al eens een nieuw nummer spelen. 

Daarnet sprak je over atletiek als je eerste liefde. Je bent moeten stoppen door een blessure. Stel dat je niet geblesseerd geraakt was…?

Goede vraag, maar ik ben eigenlijk blij met wat ik nu doe. Het is een interessante denkoefening, maar wat-als- en wat-dan-vragen zijn eigenlijk een beetje tijdverlies, want het is niet zo. 

Anderhalf jaar geleden zat je samen met Pascal Deweze in de canvasdocumentaire ‘Hopen Op De Goden’ rond werk en inspiratie van kunstenaars. Jullie werden als producers en muzikanten van een verschillende generatie tegenover elkaar geplaatst. Heb je daaruit dingen geleerd rond de verschillen of overeenkomsten tussen jullie aanpak? 

De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat ik die docu nog nooit helemaal gezien heb. Nu, op zich ken ik Pascal wel; hij heeft me onder andere vervangen bij Warhaus en, als we praten over muziek, is er sowieso wel een klik. We hebben een beetje dezelfde invalshoek in die zin dat de kijk op muziek vrij gelijklopend is. De manier van werken is wel anders. Pascal mixt eerder analoog, denk ik. Mijn manier van opnemen is eerder analoog op tape en gans de "santeboetiek", maar nadien neem ik dat mee en begin ik het met de computer te bewerken. Ik probeer mijn analoge kleur in de opnames te steken en dat zodanig te verwerken dat het toch weer anders klinkt. Ik denk dat we daar enigszins verschillen, maar ik zou het eigenlijk niet precies weten. (lacht)

Keek je niet naar de docu, omdat je jezelf niet bezig kan zien? Of zijn er andere redenen?

Daar komt het eigenlijk wel op neer. Ik hoef mezelf niet per se te zien. Ik begin nu wel te twijfelen of we tijdens de screening toch niet een groot stuk van de documentaire zagen. Ik herinner me wel mooie bosbeelden. 

Stel dat je carte blanche krijgt om een concertdag te organiseren. Wie zou daar dan mogen aantreden? Laat ons voor het gemak geen rekening houden met of iemand al dan niet al dood is…

Als locatie zou ik graag in de buurt van een meer zitten. Met op dat meer een klein eilandje dat juist groot genoeg is voor een podium en wat plaats voor publiek. De verplaatsing naar het meer moet met bootjes. Dat zou al nice zijn. Dat podium zou niet de mainstage zijn. Voor het overige een wat bosrijke omgeving. Een beetje de vibe zoals Into The Great Wide Open. 

Ik ben vorig jaar heel hard omvergeblazen door David Byrne, dus die mag zeker afkomen en misschien wel headlinen. Nick Cave & The Bad Seeds zijn ook wel goed. The Colorist Orchestra mag een samenwerking aangaan met Tom Waits. Jammer dat hij niet veel meer doet. Waits is echt een held van me. Endie mannen van Her’s, die net verongelukt zijn, als we dan toch iemand uit de doden moeten opwekken. Echt jammer. 

Iets Belgisch? 

Belgische bands zie ik al genoeg. Vrouwen zijn nog ondervertegenwoordigd. Rosalìa wil ik nog wel eens zien. Ik zag ze onlangs en dat vond ik echt steengoed. 

Is er voor Faces On TV ook een rol weggelegd?

Ik zal de catering wel doen. Dat is ook belangrijk. 

Dankjewel, we bestellen alvast onze boot … 

Foto: Patrick Blomme

3 augustus 2019
Patrick Blomme