Eriksson/ Delcroix Van rust word ik onrustig

Van rust word ik onrustig

Op een bruisend terras in Antwerpen troffen we Bjorn Eriksson, de helft van het duo Eriksson Delcroix en Tim Vandenbergh van Sun Sun Sun Orchestra. De twee heren schreven samen aan de nieuwe Eriksson Delcroix plaat 'Magic Marker Love', een prachtige ode aan een verloren vriendschap die toch dichtbij blijft.

Bjorn, jij staat bekend als een groot liefhebber en kenner van country en bluegrass. Ook nu weer duiken referenties op naar country & western; in de songtitels, in het instrumentarium, maar ook Hank Williams wordt genoemd en A Sweatheart’s Cowboy is een verwijzing naar "I Want To Be A Cowboy's Sweetheart" van Patsy Montana. Wat is het eigenlijk in dat genre dat je zo aantrekt?
Bjorn Eriksson: Ik ben daar gewoon mee opgegroeid en ik grijp daar ook altijd naar terug, al kom ik er ook, zelfs op deze plaat, geregeld van los. Mijn vader mocht op deze al niet meespelen bijvoorbeeld (lacht). Anderzijds is deze plaat een hommage aan Lenn Dauphin, een goede vriend van mij waarmee ik heel wat bluegrass en country heb gespeeld. Dus is het ook maar logisch dat die genres opduiken. Hank Williams hebben we bijvoorbeeld samen ontdekt; samen diens oeuvre uitgespit en gecoverd. Lenn was echt een countryman. Vandaar die verwijzingen.

Op de vorige platen was er altijd wel ruimte voor een cover van een vergeten bluegrassparel of countrysong. Is dat dit keer ook het geval?
Eriksson: Nee, met Tim Vandenbergh, die nu hier recht tegenover mij zit (lacht) was het zo leuk muziek maken dat we al snel voldoende materiaal hadden. Nochtans was het eerst wel de bedoeling om er een cover tussen te steken, omdat we eigenlijk wel met een deadline zaten om de plaat af te werken tussen andere projecten door. Toch ontstond op korte tijd zoveel moois dat de noodzaak aan een cover wegviel. Uiteindelijk is dat niet erg, want het is altijd leuker om je eigen materiaal op te nemen. Bij de liveshows zou het wel kunnen dat we er hier en daar een cover tussen moffelen, maar dat weten we nog niet.

Het schrijfproces verschilt duidelijk van dat voor het vorige album ‘Heart Out Of Its Mind’ waarvoor je eenzaamheid opzocht. Was jij van bij het begin betrokken bij deze plaat, Tim?
Tim Vandenbergh: We zijn eigenlijk elk apart beginnen schrijven. Alleen de inspiratiebron was duidelijk. We hebben eigenlijk heel lang gewacht om samen te zitten; pas toen we de nummers begonnen te spelen, Bjorn met zijn muzikanten samen dan met mijn Sun Sun Sun Orchestra. Aanvankelijk zaten we elk in onze “cabane” en mailden we ideeën en demo’s over en weer. Uiteindelijk spraken we dan toch eens af, maar toen hebben we eigenlijk vooral muziek beluisterd en geen dingen gemaakt. Zo’n digitale samenwerking bleek bij het schrijven nu eenmaal best te werken voor ons.

Hoe hebben jullie elkaar gevonden?
Eriksson: Dat gebeurde eigenlijk bij de vorige plaat.
Vandenbergh: Bjorn vroeg mij om voor een paar nummers van de vorige plaat strijkersarrangementen te schrijven. Seraphine Stragier, onze celliste heeft die dan vierstemmig ingespeeld en daar zou het eerst bij blijven. Maar toen kwam er een mooie cd-voorstelling in de Roma in Antwerpen en ontstond het idee om met ons strijkkwartet mee te spelen bij die show. Dat was voor iedereen een magische belevenis; en toen ontkiemde het idee om met onze twee bands nog meer samen te doen. Eerst zou dat een tussendoortje worden. We zouden nummers uit het repertoire van Bjorn en Nathalie herwerken, ook omdat de combinatie van country en strijkers wel een mooie geschiedenis heeft. Maar van het één kwam het ander en tijdens het heen en weer mailen van ideeën ontstonden uiteindelijk nieuwe songs, zowel van hem als van mij. En tegelijk begon ik dan strijkersarrangementen te schrijven voor zijn songs en hij andere partijen voor mijn songs.

Bluegrass wordt eigenlijk ook enkel met snaarinstrumenten gespeeld. Dus misschien was het inderdaad een voor de hand liggend huwelijk. Maar toch klinken de violen helemaal niet country-achtig.
Vandenbergh: Ik heb inderdaad heel weinig pizzicato geschreven; nochtans een klankkleur die heel goed bij country past, maar er zat al heel veel daarvan in. Dus gooide ik het over een andere boeg.

Jullie mengen niet alleen klassiek aandoende strijkers met bluegrass, maar ook Engels en Nederlands, of beter Antwerps; en dat in opener Joey. Gaat dat nummer over Joey Burns van Calexico met wie je ooit samenspeelde?
Eriksson: Joey is Lenn Dauphin eigenlijk. Dat nummer is een soort van kortfilm, maar dan met Lenn als Joey in de hoofdrol. Lenns moeder heeft lang met Wannes Vande Velde samen gezongen in de groep Water En Wijn. En aangezien ik voor Lenn een soort soundtrack wou maken die past bij zijn leven, moest Wannes Van de Velde er ook bij, want Lenn was daar ongelooflijk fan van. Ik wou dus een Wannes VandeVelde-achtig nummer maken, maar dan in de stijl van ‘De Zwarte Rivier’. Het Zesluik voor Fred Bervoets, met Flor Hermans op de viool zit vol maffe arrangementen. Zoiets wou ik ook.
Via Wannes Van de Velde kwam ik dan ook uit bij mijn grootvader, die van die volksliedjes zong; daarvan zit er dus ook één in de tekst. Dat liedje is zelfs de basis van het nummer, maar ik schreef er dus een tekst bij over het tragische leven van Lenn. En Tim schreef er een waanzinnig mooi arrangement bij.

Het is voor mij een heel belangrijk nummer en ik denk ook de eerste aanzet tot deze plaat. Ik had akkoorden, ik speelde die in de tuin. Jij (tegen Tim, nvdr) hoorde dat en vond het tof. En een paar dagen later zaten jouw arrangementen al in mijn mailbox. Dat werd een pingpongspel van ideeën en het werd plots iets heel speciaals.

Vandenbergh: Ik vond het wel een mooi toeval dat jij (tegen Bjorn, nvdr) zei over mijn arrangement dat er een Tim Burton-, een Danny Elfman-sfeertje in zat en dat toen ook bleek dat Lenn dat soort dingen te gek vond.   

Met Pow Wow Nr 1, verwijs je naar de indiaanse ceremonie die dient om de traditie te bewaren. Is dat wat jij ook deels wil doen?
Eriksson: Ik heb wel een voorliefde voor tribal muziek; zo van die dingen waar je van in trance kan geraken. Op de vorige platen zat er ook altijd wel zo’n bezwerend nummer in zoals Riding On A Snake With A Bottle Of Tequila In My Hand en Snakebite. Eigenlijk is het ook het derde deel van een drieluik. Eerst heb je First Another Cigarette, een nummer dat Nathalie zingt en gaat over iemand die wat aan lager wal raakt, eigenlijk niet gelovig is, maar hopeloos en terneergeslagen aan een kerkje komt en denkt: ”Waarom niet? Ik wil eigenlijk het licht wel zien.” Maar het lukt natuurlijk niet. Het tweede deel is Skater Cowboy. Dat is ook weer helemaal Lenn die zowel skater was als een cowboy.

Vandenbergh: Het idee van die drie songs is eigenlijk de zoektocht naar bevrijding. En die bevrijding is dan uiteindelijk een soort indianenfeest geworden.

Bij  First Another Cigarette  bekroop ons even het gevoel dat het een testament was, maar het gaat dus niet echt over Lenn. Maar je probeerde je wel in te leven in wat hij dacht?
Eriksson: De tekst is toepasbaar op Lenn, maar eigenlijk ook een beetje autobiografisch. Ik heb ooit zelf zo in een kerk gestaan aan het Conscienseplein, maar ik kreeg de schrik te pakken, want er kwam een pastoor naar mij die met mij wou praten, mij wou bekeren, zeg maar, terwijl ik eigenlijk alleen maar wou genieten van de sfeer en de rust. Ik ben dan maar gaan lopen (grijnst).

De rol van Nathalie lijkt iets kleiner deze keer of is dat maar een indruk?
Eriksson: In het schrijfproces duidelijk wel, maar haar stem is toch wel weer heel erg aanwezig. Ze heeft dat goed gedaan (lacht). Zij was vooral bezig met de kinderen in deze fase van ons leven. Ik ben een man. Dus kan ik mij gemakkelijker afsluiten. Ik kruip in de studio en werk aan de muziek. Zij is ook met van alles bezig en tot nu toe liep dat eigenlijk vaak parallel, maar deze keer dus een beetje minder.

Jullie dragen de plaat op aan  Lenn Dauphin. Wat betekende hij voor jullie? Hij speelde mee op 'The Broken Circle Breakdown' en in Maxon Blewitt, Les Blauw en Hank Vandamme. En op een foto, die je postte, blijkt hij één van “the thee sisters” te zijn, samen met jou en Alain Rylant.
Eriksson: Je zegt het. En de drie zusters, dat was onze bijnaam, ooit gekregen van iemand; omdat we altijd samen op pad waren. Wij hingen echt goed aan elkaar.

Gingen jullie samen ook naar toilet en zo?
Eriksson: (proest het uit) Je zou het denken. Dat weet ik niet. De andere twee misschien. Het had goed gekund. Nee, iemand heeft ons gewoon ooit zo genoemd en dat is blijven hangen.

In de clip van Three Sisters duikt even een beeld op van een bassist. Ben jij dat, Tim of is het Lenn.
Eriksson: Dat is een random gekozen beeld. Heel de clip bestaat uit gerecycleerde snippers van beelden. Ik weet niet wie die bassist is, maar het is dus niet Lenn en ook niet Tim.

Lenn was ook bezig met grafische vormgeving en fotografie. Is het artwork van hem?
Eriksson: Inderdaad. Het is een foto van een schilderij, dat hij ooit maakte ergens in 2010. Hij stelde het destijds tentoon en ik heb het gekocht.

Het past goed bij de vorige hoes. Er zit dezelfde sfeer in en een beetje dezelfde kleuren.
Eriksson: Inderdaad; soms is het artwork een zoektocht en soms ligt het zomaar voor het rapen. Dat schilderij hing gewoon bij mij thuis aan de muur en ik dacht: waarom het niet gebruiken? Magic Marker was Lenns bijnaam. In dat schilderij zit een rivier alsof die met een roze fluostift is getekend. Dat paste ook goed bij de titel. Lenn werd ook Magic Marker Lenn genoemd omdat hij iemand was die nogal veel aandacht, veel bevestiging nodig had. Hij was ook hyperactief en je moest alles tot in de kleinste details aan hem uitleggen. Magic Marker Lenn, werd zo ‘Magic Marker Love’.

De strijkers injecteren de muziek wel met heel veel melancholie. Was dat de bedoeling?
Vandenbergh: Misschien wel. Het is gewoon zo ontstaan op basis van wat Bjorn gemaakt had. Er is niet echt heel bewust over nagedacht. Je kan met strijkers veel kanten uit, maar er was al een basis aan akkoorden en dus hadden we dit keer minder noodzaak om andere lagen te leggen. Ik heb al meer pop- en rockdingen bewerkt, maar dit is de eerste keer dat we echt aan de songs zelf hebben meegewerkt.

Het is begonnen met Sukilove. Voor De Nachten wou Pascal Deweze de plaat brengen op een manier dat ze allesbehalve op de plaat stond. Hij stelde toen drie ensembles aan en wij waren er daar één van. Toen herwerkten we songs op een manier dat wij ze als strijkkwintet konden spelen. Ik heb me dit keer veel meer een schilder gevoeld dan daarvoor. Daarvoor moest ik veel meer bezig zijn met de constructie van de muziek.

Dit is de eerste keer dat we zo verder zijn gegaan. Dat was heel plezant. Ik had veel steun, harmonisch dan, aan wat Bjorn aanreikte. Misschien dat hij onderbewust al rekening hield met het feit dat er strijkers aan te pas zouden komen.

Eriksson: ...wat ik ook belangrijk vond. Ik wou deze ode aan Lenn maken en Tim heeft hem ook gekend. Niet zo goed als ik, maar Tim ging emotioneel helemaal mee in mijn verhaal. In het begin wou ik echt een lichte plaat maken. Zo was Lenn; die was echt fun voor het mis ging. Uiteindelijk hebben we die lichte toon toch verlaten. Skater Cowboy is door Tim geschreven en de toon zit helemaal juist. Dat vind ik echt knap.

In de titeltrack zit een man op een schommelpaard waaraan achteruitkijkspiegels zijn bevestigd. Wat een vreemde situatieschets. Is dat een portret van Lenn?
Eriksson: Ik heb dat gepikt uit een boek (lacht). Nee dat is een grapje. Eigenlijk is dat nummer gebaseerd op een song van Maxon Blewitt, de band waarvan Lenn bassist was. De tekst heb ik toen al geschreven en ik vond die heel toepasselijk op Lenn. Die man op dat schommelpaard; zo was Lenn. Zelfs als volwassen man bleef hij van binnen een kleine jongen. Dat hebben we allemaal misschien een beetje, maar hij had dat heel fel.

De zin “Objects may be closer then they appear” staat in Amerika op achteruitkijkspiegels geschreven. Dingen, die je achter je ziet, zouden wel eens dichterbij kunnen zijn, dan je zou denken. (pauzeert) Door het pad waarop Lenn verzeilde, is hij veel vrienden verloren. Daar gaat het ook over: over iemand die de pedalen verliest en uiteindelijk alles kwijtraakt. Lenn voelde zich op het eind erg eenzaam, maar in feite had hij wel nog vrienden...

De laatste drie jaar was je enorm productief en bracht je acht albums uit. Mag ik je de komende drie jaar wat rust wensen?
Eriksson: Nee dank je. Rust zegt me niet veel. Van rust wordt ik onrustig. Voor mij is rust bezig zijn. Misschien moet ik wel eens leren echt te ontspannen. Af en toe een korte vakantie kan goed doen, maar ik vind het leuk om bezig te zijn. Voor mij is er niets leuker dan muziek maken. Ik hoop dat ik dat nog lang en veel mag doen. En ik kan er nog van leven ook. Ik werk vaak alleen, maar dit project was voor mij een revelatie. Het was geleden van mijn tijd bij Zita Swoon met Stef Camil Carlens dat ik ontdekte wat er kan gebeuren als je met andere muzikanten samenwerkt. Dat je dat vertrouwen voelt en dat je naar elkaar opkijkt. En dat er iets gebeurt dat je zelf niet in de hand hebt en dat toch uitgroeit tot iets magisch.

Er staan al heel wat shows gepland. Gaat Sun Sun Sun Orchestra mee op tournee?
Vandenbergh: Ja! Dat wordt een heel leuke tournee. En het beste van al is: door aan deze plaat te beginnen werken, is er nog meer moois ontstaan waardoor er ook in de toekomst nog van alles kan gebeuren. We hadden ideeën die een totaal andere richting uitgingen waarmee we ook nog aan de slag kunnen. Die ideeën liggen zomaar voor het rapen en misschien kunnen we daar live wel wat mee. Ik kijk er erg naar uit, want ik weet dat die songs nog gaan evolueren omdat wij muzikaal een andere taal spreken ook. We hebben nog maar één keer voor een publiek gespeeld en gevoeld wat er dan kan gebeuren.

Dat was in Deinze. Hoe waren de reacties.
Vandenbergh: Heel fijn. In die kunstengalerij resideren wij met Sun Sun Sun Orchestra en die show was eigenlijk een voorwaarde om mee te doen op de plaat.
Eriksson: Zo is het eigenlijk ontstaan.

En dus nog lang geen rust.
Eriksson: Nu alles opgenomen en de plaat klaar is, namen we even afstand, maar binnenkort duiken we er weer helemaal in.

Waar Eriksson Delcroix gaat spelen, kan je hier vinden.


10 november 2017
Marc Alenus