EMA - Muziek mag niet van je lijf vallen als kleren van H&M

Drie jaar is het ondertussen geleden dat we Erika M. Anderson leerden kennen en dat ze ons als EMA met haar debuut ‘Past Life Martyred Saints’ stil kreeg. Nu is ze terug, weliswaar met een serieuze jet lag maar bijzonder goedgeluimd en vooral, met een nieuw album. Op ‘The Future’s Void’, gaat EMA het experiment aan met elektronica en zelfs met popmuziek. Haar liefde voor onze Vlaamse wandtapijten is trouwens ook nog steeds even groot.





Wat meteen opviel bij het beluisteren van ‘The Future’s Void’ is dat je meer schreef over hetgeen er zich rondom je afspeelt en dat we als luisteraar minder inzicht in je hersenspinsels krijgen.

Erika M. Anderson: Op mijn debuut staan veel songs waarin ik diep in mijn persloonlijkheid graaf, soms echte lovesongs zelfs en gebeurtenissen uit mijn dagelijkse leven. De songs op ‘The Future’s Void’ gaan meer over wat er zich in onze maatschappij afspeelt, maar er staan zeker ook persoonlijke teksten op, over mezelf deel uitmakend van de wereld. Ik schreef de songs ook in een anonieme omgeving, Portland, waar niemand me kent.

Had je het nodig om uit Californië te verhuizen?

Het heeft me alleszins deugd gedaan om te verhuizen naar een plek waar ik opnieuw anoniem kon zijn.

Op 'The Future’s Void' tast je de muzikale grenzen graag af zo blijkt?

Ik heb haast geen grenzen als ik muziek maak. Toen ik met muziek begon, vond ik het al heftig wanneer ik een speciaal effect met mijn gitaar aan een song kon toevoegen, maar deze keer daagde ik mezelf uit om dingen te proberen die ik nooit eerder gedaan had. Ik heb enorm veel geleerd bij het maken van ik dit album, zowel analoog als elektronisch. Hoewel ik nu niet wil beweren dat elektronica mijn nieuwe favoriete ding is. Maar ik heb die skills wel nodig om vooruit te kunnen en om minder gelimiteerd te zijn. Het is ook mooi en motiverend om iets voor de eerste keer uit te proberen als het resultaat nadien goed zit.

Heel verrassend, er staan ook enkele popsongs op ‘The Future’s Void’. So Blonde heeft bijvoorbeeld alle kenmerken: een refrein en een melodie die blijft hangen, vanwaar die nieuwe wending?

Klinkt de plaat echt zo poppy? (lacht) Ik schreef inderdaad enkele songs met een echte popstructuur. So Blonde is daar een van.

Maar je deinst er ook niet voor terug om die popstructuur te laten samensmelten met andere stijlen, zoals elektronica, noise, of typische 80’s synths. Daardoor wordt je als luisteraar vaak verrast.

Dat is mooi! Ik houd ook echt van sommige popsongs. Maar het is nieuw voor me, zowel op tekstueel als op melodieus vlak. Ik wil er niet in blijven steken, maar het is een structuur waar ik zeker nog verder mee wil gaan. Al was het wel vreemd om te ontdekken dat negentig procent van de songs op dezelfde manier in elkaar zitten, dat is hetzelfde als ontdekken dat zowat elk gedicht eigenlijk een limerick is.

Het is ondertussen drie jaar geleden dat ‘Past Life Martyred Saints’ uitkwam. Sommige artiesten brengen elk jaar een nieuw album uit, anderen brengen slechts om de vijf jaar iets uit. Hoe ga jij te werk?

Ik had ‘The Future’s Void’ graag iets sneller uitgebracht. Anderzijds, als het té snel gaat heb ik bij sommige bands het gevoel dat muziek een wegwerpproduct geworden is. Je brengt iets uit en als het niet goed is: no worries, enkele maanden later komt er weer iets nieuws uit zodat je het voorgaande kan vergeten.

Er zijn twee manieren waarop ikzelf graag tewerk ga. Ten eerste wil ik enorm productief zijn, maar niet de oneindige tijd hoeven te nemen om iets tot in de puntjes af te werken, want het mag niet té proper klinken. Er mogen gerust nog wat ruwe kantjes aanzitten. Daarnaast is het ook belangrijk om op voorhand een voorontwerp van mijn muziek te hebben. Er moet over nagedacht zijn. Het design én de kwaliteit van een song moeten goed zitten. Kleren van H&M hebben ook een cool design, maar vallen na enkele maanden gewoon van je lijf, zo wil ik mijn muziek niet hebben.

Wat zijn de plannen live?

We zijn volop aan het repeteren en onze concerten zullen er iets afgewerkter uitzien. We werken bijvoorbeeld aan een eigen lichtplan en hopen deze keer ook minder in kelders en kraakpanden te moeten spelen, maar in zalen waar onze muziek beter tot zijn recht komt.

Hoe ziet het perfecte concert er voor je uit?

Dat zou een concert zijn waar de grens tussen het podium en het publiek vervaagt of zelfs niet meer bestaat. Soms heb ik het gevoel – hoe klein de zaal ook is – dat ik niet meer weet wat ik daar sta te doen. Terwijl ik al mijn energie geef, staat het publiek er soms emotieloos bij zodat ik niet kan voelen wat ze ervan vinden of hoe ze het concert beleven. Het is soms moeilijk om als muziekant een duidelijk antwoord te krijgen op de vraag hoe een concert eigenlijk was.

Je weet toch dat je zonet de perfecte omschrijving van het Belgische concertpubliek gaf. Wij gaan niet meteen door het dolle heen mee rondtollen op het podium, maar we zijn vaak enthousiaster over een concert dan we laten blijken.

Goed dat je het zegt. (lacht) In Portland heb je dat bijvoorbeeld ook. We weten ondertussen dat wanneer we een intieme en pakkende sfeer willen creëren tijdens een concert, we ons beter ook wat kleiner en terughoudend opstellen. Het is zeer vreemd om dat te leren en ook moeilijk door de adrenaline die je krijgt door het spelen. Ik hoop dat we daar beter in worden tijdens de komende concerten.

Tijdens je laatste concert in de Botanique in Brussel zei je dat je fan bent van de Vlaamse wandtapijten uit de 16e eeuw.

Dat klopt, maar ik heb ze nog steeds niet in het echt gezien, ze staan nog altijd op mijn to-do-list. Ik vind ze prachtig, het zijn net historische stripverhalen.

Heb je andere voorliefdes die je ontdekte tijdens het touren?

Tijdens het touren voel ik me soms ver weg van thuis, zodat ik zoveel mogelijk te weten probeer te komen over de plaatsen waar ik op dat moment op toernee ben. Ik kwam al een paar keer in België, vandaar dat ik ook op de hoogte ben van die vreemde taalgrens die door jullie kleine land loopt en dat ik dus over die wandtapijten leerde. Iets anders wat me is bijgebleven, is een speciaal fenomeen uit Venetië; een soort Venetiaanse reggae, Kuduro Fresca noemen ze het. Ik denk dat iedereen in Italië weet wat dat is, maar daarbuiten kent geen kat het. Zulke kleine dingen maken het touren huiselijker. Op zo’n moment is de wereld je thuis.

Dankjewel. En wees snel thuis in België. 

EMA speelt op 1 juni in DOK, Gent.

6 april 2014
Sanne De Troyer