Destroyer - De wanorde was belangrijk

Dan Bejar is een veelvraat. Een muzikale veelvraat. Want naast Destroyer is er nog een resem bands waaraan hij een bijdrage levert. Niet in het minst The New Pornographers. Maar we waren daar in Huis 23 om hem uit te horen over ‘Poison Season’, zijn laatste plaat met zijn eigen ding Destroyer.





Strontzenuwachtig waren we. Nog meer dan bij andere interviews. Hij is ook bijzonder imposant, Dan Bejar. En zoals hij daar in de zetel zat - spierwit hemd, onmisbare zonnebril, de krullen verward rond het hoofd - leek het hem allemaal niet al te veel te kunnen schelen. Hij gaf een eerder verveelde indruk. Maar dat leek te veranderen naarmate het gesprek vorderde. En dan voelen ook wij ons iets meer op ons gemak.

Waar haalde je de titel van die plaat vandaan? Waar staat ‘Poison Season’ voor?

Dan Bejar
: Geen idee. Het zijn gewoon twee willekeurige woorden, die goed bij elkaar pasten. De klank was mooi. Voor mij klinkt het als iets dat slecht werd vertaald uit een andere taal. (lange pauze)

De plaat zit vol met slechteriken, verraad, een wereld vol angst. ‘Poison Season’ leek een passende titel. Donker, maar niet te donker en deprimerend. Het had ook een theaterstuk kunnen zijn; een verhaal vol mysterie. Het heeft een soort van nachtelijke klank over zich.

Is dat je gewone manier van werken waar het titels van albums aangaat?

Ik sta daar geen moment bij stil. ‘Kaputt’ is ook gewoon een bizarre reeks letters, die ik wel goed vond staan.

En dat bleek dan een Duits woord te zijn?

Pas achteraf hoorde ik dat het echt een woord was. Ik dacht dat het gewoon nonsens was. Ik kende die uitdrukking wel, kaputt, maar had geen idee dat je het zo diende te spellen. Het liefst neem ik gewoon een woord en een plaat en kijk ik hoe ik die twee dingen kan samen doen gaan.

Is dat ook hoe je platen koopt? Puur op de titel?

Toch niet, ik ben een erg voorzichtige koper. Met boeken zou ik dat misschien eerder doen. Want bij mij draait het toch altijd in de eerste plaats om de muziek.

Je noemde deze plaat een “bandalbum”. Is dat hier meer het geval dan bij de andere platen?

Het is altijd een band. Als je naar de platen van Destroyer luistert, hoor je een hele boel mensen muziek spelen en mij niet. Toen ik zei dat dit een “bandalbum” was, bedoelde ik dat dit een live gebeuren was; we gingen een grote kamer in en speelden. Wat je hoort, is het geluid van dat geheel. En dat was voor Destroyer niet de gewone manier van werken.

We hadden dat al wel eerder gedaan, maar hebben die opnames nooit gebruikt. Dan haalden we daar stukken uit, de drums, de bas, … en bouwden we daarop verder. Maar daar had ik stilaan genoeg van. Dus deden we het nu zo. En ik had er alle vertrouwen in. In 2012 hadden we uitgebreid getourd, veel shows gedaan. En de dynamiek was sterk. Vandaar ook dat ik met hen de studio in wou. Het was dan ook geen verrassing dat dit goed uitdraaide.

En toch is het jouw gezicht op de cover?

(Bloedserieus) Kan je dat nu geloven?

Is daar een specifieke reden voor?

Ik ben zowat het enige vaste lid van de groep. Het zijn altijd verschillende configuraties geweest. Maar er zijn altijd wel een aantal bekende gezichten, die terug opduiken uit de muziekzee. Vandaar ook de gelijkenissen tussen de verschillende albums.

Hoe kwam je tot dit format waarin klassiek aan rock wordt gekoppeld?

Ik had wat geld. ‘Kaputt’ had het prima gedaan. Dus dat heb ik dan gebruikt voor het volgende album. Een plaat maken met orkestrale arrangementen zat al zowat twaalf jaar in mijn hoofd, maar het is er nooit echt van gekomen. Ook al omdat dat een groot project is. En ik had de laatste tijd veel geluisterd naar muziek met dergelijke arrangementen, ook bigbandmuziek, Sinatra en zo. Mijn muziek moest ook in dat soort wereld kunnen bestaan.

Al enig idee hoe je dat gaat vertalen naar het podium?

Het wordt inderdaad tijd dat ik daarover ga nadenken, maar ik weet nog niet precies wat ik ga doen. We zijn nu al met acht mensen in de band. Nog een strijkerskwartet daarbij en we zijn met zijn twaalven. Ik zal waarschijnlijk mijn huis moeten verkopen. Al het geld van ‘Kaputt’ zit immers in deze plaat.

Bepaalde woorden van de ene song spelen in op de andere, zoals “Sunny” (in Bangkok) en Sun In The Sky.

Dat inspelen gebeurt grotendeels instinctief. Bij elke plaat blijf ik draaien rond één bepaalde song, bepaalde woorden, een bepaalde stijlfiguur. Ik geraak gefixeerd op die woorden. En die eindigen dan in de liedjes.

Ik ga niet met opzet die tekst “Hey, what’s got into Sunny?” schrijven en dat dan laten volgen door Sun In The Sky. Voor Bangkok was ik bijvoorbeeld op zoek naar een soort van oud jazzgevoel. En een andere mogelijke titel was When Sunny Gets Blue geweest. En zo kwam ik uit bij Sunny als naam. En die is blijven hangen.

Had dat dan invloed op de volgorde van de nummers?

Het enige wat de volgorde echt heeft beïnvloed was dat er een rockversie en een klassieke versie van Times Square op de plaat moest komen te staan. Dat was de belangrijkste voorwaarde. Toen we er niet uitkwamen hoe we die twee versies moesten plaatsen, hebben we de klassieke uitvoering in twee gehakt en zetten we die twee respectievelijk vooraan en achteraan en het rock-‘n-rollnummer in het midden. En toen viel alles plotseling op zijn plaats. De flow die er toen in zat, voelde goed aan.

Daarvoor zat het niet zo goed. Er zitten nogal wat tegenstellingen in de muziek; alsof de songs tegen elkaar aan werden gegooid. De eerste song heeft een soort van Michael Nyman-stijl, een ballade, bijna Tony Carson met dat orkest, en dat wordt dan gevolgd door Dream Lover, dat bijna niet als een Destroyer-song klinkt. Maar die wanorde was ergens belangrijk. Het moest alleen gekaderd worden.

Heeft de plaats Times Square een bijzondere betekenis?

Niet echt. Ik schreef dat nummer op een heel informele manier. Times Square is niet het centrale thema van de plaat omdat de titel drie keer terugkomt. Ik hou van dat liedje. En het was leuk om het te schrijven. Daarvoor had ik in jaren geen gitaar meer vastgehad. Ik begon toen een soort van ontspannen, zoete ballade te schrijven en plakte daar dan de namen van mensen op.

Bij die ene zin “You could fall in love with Times Square” dacht ik aan wat het meest verschrikkelijke ding zou zijn om van te houden. En dan kwam ik uit bij Times Square. Ook al was het in het verleden het symbool van de opkomst van Amerika, van Broadway, … of je kan het zien als het tegenovergestelde: het soort van groezelige hoerenbuurt waarin ‘Taxi Driver’ zich afspeelt.

De stad lijkt ook zo’n ander thema dat vaak terugkomt…

Misschien ben ik inderdaad in een periode beland waarin ik veel zing over de stad. Ik weet het niet… het is wel zo dat ik graag eigennamen gebruik, om liedjes vast te pinnen op plaatsen. Ook straatnamen, waardoor mensen dan gaan denken dat die gebeurtenissen in de songs ook echt zijn voorgevallen. Maar eigenlijk zitten ze dan gewoon in het hoofd van de luisteraar.

Hoe zit het eigenlijk met de vier kanten van de plaat, waarvan sprake in de bio?

Je kan nu eenmaal niet meer dan vijfenveertig minuten op een plaat krijgen. En dit album duurt drieënvijftig minuten. Het zouden dus eigenlijk drie kanten moeten zijn, maar dan zit je met een vierde kant die blanco blijft. Vandaar.

Ben je een religieus persoon?

Zo zie ik mezelf in elk geval niet. Ik hou wel van religieuze taal. Ik hou van mystiek, ook al is dat erg moeilijk om te definiëren. Als je ouder wordt en begint na te denken over ziekte en dood, zie je jezelf misschien als “verloren” en dat zijn dan zaken, die in religie terugkomen.

Wat opvalt bij Destroyer, is dat in de productie de teksten altijd erg duidelijk zijn.

Het is in elk geval niet zo dat ze belangrijker zijn dan de muziek. Er was zeker een tijd dat ik de luisteraar wou confronteren met de woorden. Ik wou dat ze die op de eerste plaats konden horen. Maar het gaat uiteindelijk om het geheel: de muziek en de woorden. Maar ik wil dat de mensen weten wat ik zeg. En ik zing behoorlijk stil. Dus moet het naar voor geschoven worden om de details niet mis te lopen.

Streef je naar dramatiek in je manier van zingen?

Ooit zong ik echt dramatisch: roepend en prekerig. Voor deze plaat moest er een zekere intensiteit in de zang zitten, maar ik zie dat niet echt als dramatiek. Maar hoe ik het zie is nog niet hoe het is. Misschien zit er echt wel dramatiek in mijn manier van zingen. Het verbaast me in elk geval niet dat je dat zegt.

Taal is duidelijk ook erg belangrijk.

Ik begin altijd met de teksten. De woorden en de zangmelodie moeten wel gelijk lopen. Het is niet zo dat ik een tekstblad op muziek zet. Muziek komt tot mij als een melodie, niet als woorden. En op een bepaald moment moet ik daar dan woorden bij verzinnen, als ik het niet meer kan uitstellen. En dan ga ik op zoek naar woorden die de melodie “body” geven, maar ik zou dat eigenlijk liever niet doen.

Luister je zo naar muziek ook?

Niet meer, ooit was ik wel bezeten van poëzie in muziek, maar dat is voorbij. Het zingen is, denk ik, belangrijker geworden dan het schrijven: de tonen, de frasering, de stijl, … Ik hou ervan dat woorden me weten te pakken in een liedje, maar dat gebeurt erg weinig. Niet te veel mensen slagen erin mijn aandacht te grijpen.

Zijn de songs die je met The New Pornographers maakt van invloed op je werk met Destroyer?

Nee, het is ook poprock, maar ze hebben niks met elkaar te maken. Al tien jaar niet meer.

Bij het optreden van The New Pornographers was jij de enige die van het podium verdween als je niet zong?

Dat was niet altijd zo. Maar de laatste paar jaar heb ik niet met hen geoefend en gespeeld. Om de zoveel tijd schrijf ik gewoon een song, die een bepaalde structuur heeft, een bepaalde vocale melodie waarvan ik weet dat ik die nooit met Destroyer zou zingen; tekstueel vager ook.

De songs van Destroyer zijn gewoonlijk melancholischer en losser van structuur, meer gebaseerd op de muzikanten die ze spelen en zeker meer gebaseerd op de teksten. Destroyer is meer een studioproject. Daar zit meer improvisatie in. Voor Destroyer zoek ik muzikanten, die bij de muziek passen, terwijl bij The New Pornographers de muziek bij de band moet passen.

En dan is het voorbij. Dan Bejar strekt zich uit op de zetel van Huis 23 en beantwoordt - even verveeld - de vragen van de Engelse journalist aan de andere kant van de telefoonlijn. Aanvankelijk dan toch…

5 oktober 2015
Patrick Van Gestel