Customs - Onze ambities blijven altijd dezelfde

Onze ambities blijven altijd dezelfde

Met hun vijfde album 'Love Is The Future' zet Customs een krachtig, positief signaal neer in een wereld die steeds meer gepolariseerd lijkt. Frontman Kristof Uittebroek vertelt hoe de nieuwe songs een balans zoeken tussen protest, humor en de kenmerkende Customs-energie. Van de rauwe punk en hardcore van weleer tot melodieën die in je hoofd blijven hangen: het album toont een band die trouw blijft aan zichzelf, maar zich tegelijkertijd bewust is van de wereld om zich heen.

Waarom is ‘Love Is The Future’ de titel van jullie album geworden?

Kristof Uittebroek: Op het moment dat we dat nummer maakten, hadden we er al een aantal achter de rug die behoorlijk donker waren. Ze lagen dicht bij de actualiteit en focusten vooral op alle negatieve dingen die voortdurend aan de gang zijn. Op een gegeven moment beseften we dat we niet altijd op diezelfde nagel wilden blijven kloppen. We wilden er ook iets tegenover zetten, iets dat een ander gevoel kon brengen: een tegenwicht en een signaal dat er ondanks alles toch hoop is. Dat wilden we laten horen en uitdragen en is uiteindelijk de titel van het album én de single geworden.

Onder die donkere nummers bevinden zich ook twee regelrechte protestsongs met Stop The Killing en The Age Of The Bully. Was dat een bewuste keuze om het publiek wakker te schudden?

Voor ons was het onvermijdelijk dat dit soort nummers de plaat haalden. In het voorbije anderhalf jaar hebben we op gezette tijden nieuwe nummers uitgebracht. The Age Of The Bully dateert al van een tijdje geleden. We brachten het uit in de maand van Trumps tweede inauguratie, omdat het ons toen bijzonder relevant leek. In die zin voelt het voor ons binnen dit album eigenlijk al als een ouder nummer. Op dat moment wilden we echt dat onze teksten de actualiteit een beetje becommentarieerden en daarom drong zo’n nummer zich vanzelf op. Als je er nu op terugkijkt, is het uiteindelijk zelfs nog veel erger geworden dan we toen vreesden.

Je zou kunnen zeggen dat ‘Love Is The Future’ een soort tegenkracht is tegen die gepolariseerde wereld. Is dat een strijd die jullie voeren?

Dat weet ik niet, maar ik heb wel het gevoel dat we in een tijd leven waarin dat bijna onvermijdelijk wordt. De nieuwe protestsong van Bruce Springsteen wordt door allerlei media opgepikt en vervolgens zie je op sociale media een stroom aan reacties. Massaal veel mensen die daar kwaad over zijn, die vinden dat zo iemand zijn stem niet mag gebruiken, dat hij zich niet zo mag uitspreken, dat het flauw of hypocriet zou zijn. Eerlijk gezegd vind ik net het omgekeerde. We leven naar mijn mening in tijden waarin iedereen met een publiek, iedereen die meer mensen kan bereiken dan de gemiddelde burger, dat platform zou mogen gebruiken om zijn stem te laten horen. Veel muzikanten blijven opvallend stil, zeker als je ziet wat er allemaal aan het gebeuren is. Naar mijn gevoel was dat vroeger anders. En daar hoef je niet eens zo ver voor terug te gaan. Ik herinner me de periode van Bush jr., nog helemaal niet zo lang geleden. Toen spraken heel wat Amerikaanse artiesten zich openlijk uit, met die bekende Not My President-T-shirts en beelden van Bush. Nu hoor je bijna niets en dat vind ik best vreemd. Artiesten met een publiek zouden iets kunnen doen, maar doen het vaak niet omdat ze weten hoe verdeeld dat publiek is en omdat ze vrezen de helft ervan tegen zich in het harnas te jagen.

Er zijn op jullie album ook songs die wat tijdsdruk uitstralen zoals Ticking Time Bomb en Fast Forward. Voel je dat je anders omgaat met tijd dan pakweg tien jaar geleden?

Ja, misschien wel. Fast Forward gaat over het besef dat je door een moeilijke periode moet, een situatie die nog een hele tijd zal aanslepen voor je het einde van de tunnel bereikt. Je weet op voorhand al hoe het zal aanvoelen en hoe het zal verlopen, maar je moet er toch door. Daarom zit er in het nummer ook dat verlangen om als het ware even door te spoelen: je weet dat het niet leuk zal zijn, dat het zwaar wordt en je wil er gewoon zo snel mogelijk voorbij geraken. Het gaat over dat dagelijkse gevoel van ergens doorheen moeten terwijl je al weet wat er komt.

In Clown zit veel humor. Hoe belangrijk is dat aspect voor Customs?

Humor is voor ons heel belangrijk. We zijn met vier mensen voor wie dat echt een essentieel onderdeel van alles is. Onder elkaar maken we voortdurend flauwe grappen, woordspelingen en dad jokes; of hoe ze tegenwoordig ook heten. Het is bijna een manier van leven geworden. Zeker voor mij persoonlijk is dat ook iets waar ik mee ben opgegroeid: programma’s als Het Leugenpaleis en Kulderzipken en later bijvoorbeeld Blackadder hebben me sterk gevormd. Dat soort humor zit er zo ingebakken dat het vanzelf ook doorsijpelt in hoe we met elkaar omgaan en in wat we maken.

De plaat klinkt heel eigentijds en tegelijkertijd heel erg oldschool-Customs. Hoe bewaken jullie de eigenheid in combinatie met het meegaan met de tijd van vandaag?

Ik ben blij dat je dat zegt, maar ik denk dat het misschien juist gelukt is, omdat we er niet bewust naar op zoek zijn gegaan. We zijn anderhalf jaar geleden opnieuw van start gegaan. Toen hebben we ons heel hard de vraag gesteld waar we na vier behoorlijk uiteenlopende albums opnieuw wilden beginnen. Voor ons was meteen duidelijk dat we weer nieuwe muziek wilden maken. Niet zomaar een paar shows spelen, maar echt opnieuw nieuwe songs creëren. Daarbij kwamen we bij de kernvraag: wat moet Customs-muziek eigenlijk hebben? Wat is de ware identiteit van ons geluid, als je alles eromheen weglaat? Dat is precies wat we met dit album hebben geprobeerd terug naar voren te halen. We hebben eigenlijk niet geprobeerd om eigentijds te klinken, behalve op het vlak van de teksten. Muzikaal hebben we ons niet zozeer op trends gericht. We hebben in eerdere albums al genoeg geëxperimenteerd in verschillende richtingen. Voor dit album hebben we ons daarom een beetje weer naar onze thuishaven begeven, naar waar het voor ons echt over gaat.

Zou die thuishaven de punk en de hardcore kunnen zijn? Of zijn jullie meer en meer geëvolueerd richting pop en rock? Hoe zie je dat zelf?

Zelfs toen we nog in de hardcore-scene zaten, waren we een beetje de vreemde eend in de bijt. We waren altijd op zoek naar die hooks, de details die blijven hangen, de dingen die net iets anders zijn dan wat er op dat moment de standaard was qua sound. Voor ons gaan die twee aspecten dus heel hard samen. Dat punky, energieke aspect met die rauwe kracht gaan we nooit kwijtspelen. Het zit diep in ons. Soms moeten we het zelfs een beetje downtunen. Anders zouden we altijd maar hard, snel en hevig gaan en zou er geen evenwicht zijn. Tegelijkertijd hebben we zelf een enorme drang naar oorwurmen. Melodietjes en zinsneden die echt in je hoofd blijven hangen. Daar blijven we actief naar op zoek.

Eén van die oorwormen stond in 2009 op nummer één in De Afrekening: Rex. We zijn ondertussen 2026. Hoe kijk je naar de groei en de evolutie van de band?

Dat is niet zomaar in twee minuten te vatten. Er zit een hele geschiedenis achter. 2009 is best al een tijd geleden. Wat je heel hard merkt, is hoe ontzettend de wereld veranderd is sinds die periode. Wat we toen nooit hadden durven voorspellen, is hoe anders alles zou worden. Wij hebben nog net de laatste fase meegemaakt, waarin mensen daadwerkelijk naar een muziekwinkel gingen en massaal cd’s kochten. We verkochten toen veel fysieke albums. Drie jaar later begon dat al te tanen. Vijf jaar later was het bijna helemaal verdwenen. Tegelijkertijd veranderde alles om ons heen: de manier waarop generaties tegenover elkaar staan, de rol van media, de snelheid van informatie. Ik heb ook het gevoel dat de generatieverschillen veel scherper zijn geworden.

Wat bedoel je daarmee?

Kijk je naar Gen Z, dan zie je hoe ze graag laten zien dat alles anders moet. Zo extreem hebben wij dat nooit meegemaakt. Wij waren kritisch, progressief, wilden verbeteren, maar het was nooit zo polariserend. Tegenwoordig is er een opvallende genderkloof in meningen en stemgedrag: jonge vrouwen versus jonge mannen. Dat is echt soms schokkend. In 2009 zeiden mensen dat onze muziek donker was, maar alles daarna voelt bijna als een zonnige vakantie. Alles om ons heen verandert razendsnel, terwijl wij toch nog jong zijn. Geen wonder dat veel mensen zeggen: “Ik snap er niks meer van.” Die veranderingen voeden ons creatieve proces en drijven ons om nieuwe muziek te maken, altijd commentaar leverend op wat nu gebeurt.

Er hangt ook een zekere nostalgie rond Customs. Jullie hebben gespeeld op Rock Werchter en Pukkelpop. Welke dromen en ambities blijven er nog over voor het nieuwe Customs?

Onze ambities blijven altijd dezelfde. Muzikaal gezien blijft wereldheerschappij - bij wijze van spreken - het doel. We willen de beste live band ter wereld zijn en daar werken we keihard aan. Tegelijkertijd realiseerden we ons, toen we opnieuw begonnen, hoe alles veranderd is in de muziekscene. We wisten meteen: een hoofdrol is niet zomaar voor ons weggelegd. Elke maand duiken er nieuwe artiesten op die de aandacht trekken en de media en pers hebben over het algemeen minder ruimte voor muziek. Toen ons eerste album uitkwam, was het nog normaal dat je op de bijlagen van de grote kranten een interview van drie pagina’s kreeg met een foto op de cover. Dat soort aandacht bestaat nu niet meer. Er zijn nog maar heel weinig plekken waar jonge muzikanten in de spotlights gezet worden. Die gaan meestal naar nieuwe talenten, niet naar een band die een vijfde album uitbrengt. Dat is hoe het vandaag werkt, daar zijn we ons bewust van.

Is dat frustrerend?

Je leert daarmee leven. We hebben het er intern veel over gehad, maar wat onze verwachtingen betreft hopen we in de eerste plaats ons eigen publiek terug te vinden en weer te connecteren met die mensen. Dat is ondertussen al heel goed gelukt. Alles wat er daarnaast bijkomt, is mooi meegenomen. Tegelijkertijd zie je natuurlijk een enorme concurrentiestrijd. Er zijn ontelbaar veel kwalitatieve, degelijke acts in zo’n klein land en er zijn maar een beperkt aantal plekken op festivals en in radio-playlists. Het is een harde strijd, maar het is geen wedstrijd waarbij je iets actief kan afdwingen. Je kunt niet echt "concurreren" naast elkaar. Je valt gewoon aan de goede kant van de lijn of net niet. Daar zijn we ons altijd van bewust geweest, daarom zijn we er ook niet gefrustreerd over. We doen ons ding, richten ons op onze muziek en op de mensen die ons volgen.

In 2024 werd een nieuwe Customs boven de doopvont gehouden. Twee nieuwe bandleden en daarnaast jij en Jelle (Janse, nvdr). Wat zorgt ervoor dat jullie nog altijd zo'n klik hebben na al die jaren?

Geen idee eigenlijk. Misschien wel omwille van de humor. We amuseren ons altijd goed samen of we nu een instrument in de hand hebben of niet. Jelle en ik hebben de voorbije jaren, toen er van Customs helemaal geen sprake was en er geen idee bestond dat we ooit nog Customs zouden zijn, elkaar altijd blijven zien. Ik denk dat dat het voornaamste is: de gedeelde liefde voor muziek. Dat is het fundament. Daarnaast is er die humor, die alles daaromheen gewoon leuk maakt. Ik denk dat die twee factoren heel belangrijk zijn. Speelplezier blijft voor de groep absoluut het leukste. Live spelen is echt het hoogtepunt. Voor mezelf is het schrijven van muziek ook essentieel. Ik heb dat altijd nodig, of het nu concreet voor de band is of niet, dat maakt niet uit. Ik sluit een dag met een frisser hoofd en een beter gemoed af, als ik iets gecreëerd heb. Of dat nu muziek is, een tekst of een tekening. Het maakt niet uit. Het gaat erom dat er iets nieuws is ontstaan. Dat is waar ik persoonlijk van leef. Dat staat los van het live spelen. Dat is echt een groepsding. Het schrijven doe ik alleen. Dat is een heel ander soort voldoening.

Als jullie live spelen, wanneer ga je dan met een goed gevoel het podium af?

Ik denk dat het voor ons vooral gaat om te doen wat we hadden afgesproken. Zoals bij een voetbalploeg. Als we uitvoeren wat de trainer ons heeft opgedragen, hebben we het goed gedaan. Of we dan winnen of verliezen, is minder belangrijk. We zijn heel bewust bezig met het opbouwen van een setlist. Welke nummers breng je bij elkaar? Welke hou je juist uit elkaar? Waarmee begin je? Hoe bouw je het op en waarmee eindig je? Als je merkt dat het werkt, geeft dat ontzettend veel voldoening. Soms werkt iets juist helemaal niet zoals je had gedacht, dan volgt frustratie en moet je bij de volgende repetitie weer schuiven, schrappen en opnieuw proberen. Dat proces maakt het ook leuk. Soms willen we dingen perfect maken die misschien niet perfect hoeven te zijn. Dat strenge perspectief voor onszelf, daar staan we om bekend. We leggen de lat altijd hoog, maar als we er niet helemaal overheen geraken, kunnen we dat de volgende dag alweer loslaten. Vaak spreken we er een kwartier na het optreden even over, maar daarna is het ook meteen weer weg. Zodra we terug in de echte wereld zijn, zie je vanzelf dat er veel belangrijkere dingen zijn om je druk over te maken.

Customs stelt het nieuwe album voor op 12 maart in Depot Leuven.
Check https://allthingscustoms.com

17 februari 2026
Steven Verhamme