Clouseau - Kan je er met je gat op schudden?

Als Clouseau met nieuwe muziek komt, is dat altijd van staatsbelang. En in tijden van terreurdreigingen en besparingen komt de popgroep met een vrolijke dansplaat van jewelste. “De norm was: kan je er met je gat op schudden?”. De plaat werd, onder grote belangstelling van de nationale pers, voorgesteld in zaal El Dorado in Humbeek.





Het is ondertussen al bijna dertig jaar geleden dat Clouseau eerste single Brandweer uitbracht. Wij waren nog niet eens geboren, maar voor Kris Wauters lijkt dat nog niet zo lang geleden.

Kris Wauters: Dat voelt helemaal nog niet aan als dertig jaar geleden, eerder als vier, vijf jaar geleden. Aan de andere kant is het moeilijk te geloven wat wij in dertig jaar hebben gedaan.

En wanneer beslis je dan in zo'n periode om een nieuw album te maken?

Kris: Dat heeft niet zoveel met agenda te maken, meer met een gevoel. Nu, voor ons vorige album 'Clouseau' hadden we een kleine break genomen. Toen we voelden dat we er weer in wilden vliegen en een album wilden opnemen, ging dat zo vlot en wisten we direct dat we niet zo lang wilden wachten. Ik ben dus eigenlijk vrij snel na ‘Clouseau’ beginnen schrijven.

Ik heb nog geen flauw idee wanneer het volgende album er zal komen. Dat is een luxe. Er is geen platenfirma die zegt dat we binnen drie maanden klaar moeten zijn met een nieuwe plaat. We nemen op wanneer we het voelen. Ik denk ook dat zoiets garant staat voor betere kwaliteit. Deze plaat is opgenomen met dat gevoel. Er stond niemand tegen zijn zin in de studio. De mooiste job is er één, die je nooit beu wordt, maar je moet natuurlijk de lat proberen hoog te houden.

Koen Wauters: We wilden eigenlijk drie, vier albums geleden al een 'Clouseau Danst' doen. Toen speelden we al met het idee een plaat met alleen maar dansnummers uit te brengen. Dat was toen helemaal mislukt, maar het idee is altijd blijven hangen.

Kris: Een halfjaar geleden begon ik te schrijven aan de plaat en ik dacht na over onze andere, funky dansnummers en wat voor muziek dat eigenlijk was. En toen sprong het me te binnen dat dat gewoon de soort muziek was waarmee ik opgegroeid ben. Ik ben geboren in 1964 dus ik was een tiener op het eind van de jaren zeventig, begin jaren tachtig. Disco, funk, soul, ... al die invloeden zijn er gewoon ingevlogen.

Ineens marcheerde dat schrijven aan een dansplaat wel. Het werd gewoon de muziek, die wij zelf graag voelen, waarmee we groot geworden zijn. In ons geval zingen we nog steeds in het Nederlands en dat was een heel toffe uitdaging. We wilden gewoon een happy plaat maken. De eerste norm, die we ons voor de songs oplegden, was: kan je met je gat schudden?

Koen: Alleen al omdat je beslist om een happy plaat te maken, is het gewoon een heel tof proces. Op één of andere vreemde manier worden, als je allemaal nummers schrijft die uptempo en vrolijk zijn, de teksten daarbij niet te zwaar, niet te hoogdravend. Dat past niet bij die songs. Je kan daar moeilijk zware thema’s op aankaarten.

Zit er toch ergens een thema, een rode draad in de tekst?

Koen
: In de tekst niet echt. De rode draad is vooral het dansbare, het uptempo gevoel, maar ik wil toch wel in ieder lied meegeven dat er geleefd moet worden. Je moet je eigen leven leven. En dat sijpelt wel door in al die knipoogjes en spielereien, die in de songs zitten. Dat je het tofste uit het leven moet halen, maar dan wordt ik heel filosofisch over een plaat die geen filosofische teksten heeft.

Wie zijn de muzikale helden van deze plaat?

Koen
: Het zijn vooral de muzikale helden uit de jeugd van Kris, maar zijn jeugd is natuurlijk ook mijn jeugd. We schelen maar drie jaar. Het idee van de jaren zeventig zit erin vervat. En hoewel ik de energie van punk echt fantastisch vind, zijn wij geen punkers. Wij zijn een popband. Vroeger zong ik zelfs in de kerk. Maar ik, als jongste gast in een gezin met zes kinderen, nam gewoon alle muziek op, die mijn oudere broers en zussen graag hoorden. Dus ik was twaalf jaar en ik luisterde ook naar Bob Dylan. Al moet ik zeggen: Bob Dylan op je twaalfde, dat zegt niet veel. Simon & Garfunkel stond ook op, Southside Johnny, Roger Glover,…

Ook de original funkmeisters als Stevie Wonder,James Brown, Curtis Mayfield,…?

Kris
: Ergens toch wel, want toen ik jong was heb ik dat zowat allemaal meegekregen; zowel de cheap disco als de P-funk, dus die muzikale zwartheid zit misschien toch wel wat in ons. Koen is dan weer blanker dan blank. Je kan hem geen soulzanger noemen, maar hij heeft wel letterlijk veel ziel in zijn stem. Een nummer als Honger is geen muziek, die aanvoelt als Clouseau, maar omdat Koen het dan zingt, is het net wel weer Clouseau.

Clouseau heeft op die manier ook de functie om dat publiek mee te nemen op een muzikale trip en te refereren naar grootheden als James Brown. Misschien dat onze fans zo ook andere muziek ontdekken. Niet dat we daar zo over nagedacht hebben. We wilden vooral een happy plaat maken.

De plaat heeft ook die livesfeer, die ook in vele seventiesopnames zit.

Kris
: Dat is omdat het zo live IS. We hebben het in de studio zo goed als live opgenomen. We waren er redelijk rap uit met producer Hans Francken dat we het op die manier wilden doen. De songs zijn niet alleen qua muziek oldschool opgevat, ze zijn ook zo opgenomen. We hebben echt met heel zware shakers moeten opnemen om die boven de drums uit te doen komen. Daarna hebben we wel nog de strijkers en blazers apart opgenomen. De plaat is echt straightforward. Iedereen speelt live gewoon wat hij speelt op de plaat. Als je zo’n goede muzikanten in je rangen hebt en je speelt zo’n songs, ... Die gasten doen niets liever. Het spelplezier is echt enorm groot op dit album.

Koen: Live gaan we ook de blazers meenemen. Zo’n blazerssectie geeft punch aan de songs. De songs, die we nu tijdens de concerttournee gaan spelen, zijn ook gekozen met die blazerssectie in het achterhoofd. We spelen zelfs Swentibold en Geef Het Op opnieuw, niet meteen de strafste nummers, die we ooit geschreven hebben, maar met die blazers is dat gewoon superplezant om live te spelen. Twaalf man op het podium, het was lang geleden. Ik kan nu al zeggen: de volgende keer in het Sportpaleis zullen ze er ook bij zijn. Dat kan ook niet anders: de sportpaleisreeks heet 'Clouseau Danst'. Daar horen gewoon blazers bij.

Het is ondertussen al het zesde album met Hans Francken. Hij is ondertussen echt een extra bandlid geworden?

Kris
: We werken inderdaad al sinds 'En Dans' samen met Hans. We zijn eigenlijk altijd trouwe gasten geweest. We hebben twee albums gemaakt met Roland Verlooven, dan hebben we er vier gedaan met Jean Blaute. En na vier albums met Hans twijfelden we wel even of het niet eens tijd was voor een andere producer, maar voor deze dansplaat twijfelde ik geen seconde. Ik wou 'Clouseau Danst' absoluut doen met Hans. Niemand kan beter die groove vatten. En het resultaat mag er zijn. Ik vind dit persoonlijk de hipste plaat, die we ooit gemaakt hebben, net omdat we niet hip doen.

'Clouseau Danst' ligt sinds 25 februari in de winkels. Het album haalde ondertussen al goud.

Foto's: (bg)

4 maart 2016
Lowie Coolsaet