Bobbejaan - Voor hem was muziek een levensnoodzakelijk tegengewicht

‘Duivels In De Hel’, zo heet de jongste plaat met werk van Bobbejaan Schoepen. Een plaat vol weemoed die een eerder ingetogen kant van Bobbejaan belicht. Het heeft diepgang en samenhang en het geeft een uniek inzicht in zijn hoofd. Je hoort vanop de eerste rij hoe zijn werk tot stand komt. Zoon Tom is maar wat trots op zijn vader.





Vanwaar de idee om in 2016 nog eens een plaat van je vader uit te brengen?

Die idee is al gegroeid na de verkoop van Bobbejaanland. In die periode ontstond er weer meer ruimte voor de muziek. Doorheen goede en minder goede momenten - mijn pa werd een dagje ouder - zijn er veel opnames gemaakt. Dat was allemaal niet zo bewust gepland. Er stonden toen enkele muzikale projecten op stapel. Zo was er in 1998 de eerste comeback-cd. ‘Duivels In De Hel’ zijn een soort van homerecordings. Ik zag al dat audiomateriaal liggen in de studio en heb die opnames destijds beluisterd met mijn vader. Van sommige songs wist hij niet meer dat hij ze gemaakt had. Het zijn voornamelijk vormexperimenten, songs in progress, probeersels, ... De artiest neemt zijn gitaar in zijn homestudio; het is wintertijd, het park is dicht en hij probeert nummers te maken met improvisatietaal. Het is mooi om te zien hoe de artiest werkt.

Had hij nog veel inspiratie in die laatste jaren?

Kwatongen beweren dat mijn vader zijn muzikale ziel afgelegd heeft bij de oprichting van Bobbejaanland in 1961. Dat klopt uiteraard niet. Dat wordt nu weer van tafel geveegd met dit album. Bobbejaan Records werd in 1966 opgericht en hij heeft er meer dan honderdtachtig nummers op uitgebracht. Niet alles daarvan was bekend; pas later zijn een aantal songs ontdekt. Er lagen er veel in de kast.

Waarover gingen die nummers?

Er zijn nummers bij die nergens over gaan: liedjes in wording. In de jazz noemen we dat scatting. Je hoort improvisaties, allerlei klanken die hij voortbracht op muziek. Een soort vrije stijl. Op die probeersels werden naderhand woorden gevormd. Her en der heb je wel enkele zinnen, zoals bij de song Duivels In De Hel; een zwaarmoedige titel want het gaat over het perspectief van een gevangene. Er zijn ook een paar songs die je blauwdrukken zou kunnen noemen. Akoestische songs, die gemaakt zijn nog voor het origineel op plaat kwam. We spreken van de periode 1966-1968. Ook van Een Koude Wind Waait hebben we de oerversie gevonden; heel puur, de ingetogen kant van Bobbejaan.

Hij hield wel van droevige liedjes.

Klopt, hij heeft dat ook toegegeven in een interview met Jan Delvaux in 1999. Er zitten nogal wat tristesse-nummers in zijn hele repertoire. En dat terwijl velen hem toch kennen als de vrolijke flierefluiter/cowboy. Dat laatste was maar een deel van hem. Een pakkende sad song als Er Rest Mij Niets bewijst bijvoorbeeld dat muziek een levensnoodzakelijk tegengewicht en een uitlaatklep was.

Met welk gevoel beluister jij de liedjes van je vader?

Met een heel warm gevoel. Ik ben geen muzikant, maar wel de producer en ik ben heel trots op de plaat. Ik zet de cd graag op. Ze geeft me een gevoel van warmte en puurheid; echtheid ook. Ik weet dat hij veel van die nummers opnam in de living. Hij drukte de bandrecorder in en was vertrokken. Ik ken de huiselijke sfeer en de omstandigheden waarin hij de liedjes opnam. Ik voel de context aan en dat geeft voor mij een mooie herinnering.

Verschijnt dan een glimlach of overheerst toch het verdriet?

Soms komt wat weemoed naar boven, maar er zitten ook nummers bij die me een smile bezorgen. Typisch onze pa, denk ik dan. Tussen sommige liedjes geeft hij ook regieaanwijzingen aan zichzelf. Allemaal heel puur hoe hij werkte. Het is soms alsof hij naast me zit. Dat blijft toch iets extra speciaals. Hij was een wandelend muziekmolentje. Als hij ’s ochtends de trap afkwam, was hij al melodielijnen aan het bedenken. Het stopte nooit. Als we ergens met de auto naartoe reden, zat hij binnen de minuut te neuriën. Duivels In De Hel’ bewijst ook dat zijn oeuvre nog altijd relevant en spannend blijft voor muzikanten van nu. De nummers zijn herinneringen voor de toekomst.

Je hebt ook een documentaire gedraaid met je pa. Waarom wou je dat doen?

Ik heb mijn vader én moeder gefilmd tijdens de laatste jaren van hun leven. Daaruit is de ontroerende documentaire ‘Bobbejaan’ gegroeid. De film vertelt een verhaal over onvoorwaardelijke liefde en vergankelijkheid. In 2005 heeft hij wat optredens gedaan en ik had toen zin om die concerten te capteren. Ik wilde hem zo als het ware bewaren, zeker naarmate mijn vader ouder werd en die momenten schaarser werden. Ik wou ze bijhouden ook al wist ik niet dat het ergens toe zou leiden. Bij de plaat met An Pierlé moest er een clip gemaakt worden en konden we die beelden gebruiken en zo ontstond er stilaan een spoor. Het prille idee heeft zich dan ontwikkeld om een historische documentaire te maken. Ik botste op tonnen beeldmateriaal uit het archief. Met het maken van de clip Verankerd is dat geëvolueerd naar een film met een flow. Zonder voice-over, zonder veel duiding. De film sprak voor zich. Net als de plaat nu trouwens.

Alle info op www.bobbejaan.be

14 juli 2016
Steven Verhamme