Black Rebel Motorcycle Club Met deze plaat willen we respect betuigen aan mijn vader

Met deze plaat willen we respect betuigen aan mijn vader

Pukkelpop 2011 was een rampjaar voor het festival, maar ook tijdens de editie van 2010 had het festival al af te rekenen met een flinke dosis pech. En dat op hun vijfentwingtigste verjaardag. Het was het jaar waarin Charles Haddeon, de frontman van Ou Est Le Swimming Pool, zelfmoord pleegde. Maar het was ook het jaar waarin de geluidsman van Black Rebel Motorcycle Club in de backstage stierf aan een hartaanval. Die geluidsman was Michael Levon Been, vader van frontman Robert Levon Been en sinds het prille begin mentor en onofficieel vierde lid van Black Rebel Motorcycle Club. De dood van hun mentor woog zwaar op de band en drukte ook een stevige stempel op het productieproces van wat uiteindelijk hun zevende plaat geworden is. Wij praatten erover met Robert Levon Been en drumster Leah Shapiro.



Jullie worstelden tijdens de opnames van de nieuwe plaat, 'Specter At The Feast’, stevig met het overlijden van je vader, Robert. Dat zal uiteraard in elk interview aan bod komen. Ben je klaar om erover te praten ondertussen?
Robert Levon Been: Er zijn bepaalde dingen waar ik ondertussen zonder problemen over kan praten, andere liggen moeilijker. Ik heb geen regels of zo, maar op bepaalde vragen antwoord ik liever niet. Om eerlijk te zijn: ik was nerveus voor ik aan de interviews begon, maar ik had ook geen zin om te doen alsof de dood van mijn vader ons niet beïnvloed zou hebben. En wat ons raakt, heeft ook effect op onze muziek.

Op de eerste twee platen gebruikte je nog een pseudoniem in een poging om niet aan je vader gelinkt te worden. Nu cover je één van de songs van zijn band The Call op ‘Specter At The Feast’: Let The Day Begin. Was het iets dat je moest doen?
Levon Been: Toen we met Black Rebel Motorcycle Club startten, nu tien jaar geleden, was het voor mij heel belangrijk om te weten dat ik, wat ik bereikt had, aan mezelf te danken had en niet aan de bekende achternaam. Niet dat mijn vader superberoemd was, maar binnen de industrie en bij de journalisten genoot hij wel faam.

Willen jullie door dat nummer te coveren misschien de mensen ook richting The Call leiden?
Leah Shapiro: The Call musiceerde op een ander niveau dan wij. Het zou idioot zijn om te denken dat we dat gewoon eventjes zouden gaan evenaren.

Levon Been: Op deze plaat wilden we gewoon ons respect betuigen. Als mensen daardoor teruggrijpen naar The Call dan is dat mooi meegenomen, maar het was geen doel op zich.

Shapiro: Het nummer klinkt eenvoudig, maar is het niet. Voor mij was het misschien wel het makkelijkste nummer om te doen omdat het het eerste nummer was dat we opnamen en ik had erg veel zin om te drummen. Eigenlijk – en dit klinkt echt onnozel maar het is echt waar – wisten we niet wat we aan het doen waren. Ik begon te drummen en toen viel Robert in op zijn bas.

Levon Been: En ik begon een heel erg moeilijke baslijn te spelen en het klonk als iets dat ik van ergens kende… (lacht).

‘Specter At The Feast’ is jullie meest persoonlijke plaat, maar ze klinkt niet droevig. Droefheid, boosheid en euforie vinden er een plaats naast elkaar. Hoe hebben jullie dat evenwicht gevonden?
Levon Been: Iedereen, die ooit al iemand verloren heeft, zal het wel herkennen: je voelt alles, een hutsepot van emoties. En verdriet is daar uiteraard een groot deel van. Maar tegelijkertijd ben je dankbaar voor de tijd die je samen hebt mogen doorbrengen. En aangezien mijn vader altijd mee op tour ging met ons en ook altijd bij ons in de studio te vinden was, hebben wij – ikzelf, maar ook Peter (Hayes - gitarist, nvdr) en Leah – het voorrecht gehad om hem erg veel bij ons te hebben. We hebben meer tijd met elkaar doorgebracht dan de meeste andere vaders en zonen doen En het was belangrijk om ook die dingen te laten horen op de plaat.

De plaat begint redelijk laidback met Firewalker. Hoe verder je gaat, hoe meer uptempo de songs worden en naar het einde toe wordt het weer meer laidback. Is het album bewust zo opgebouwd?
Shapiro: Normaal gezien is het bepalen van de tracklist niet bepaald de leukste fase van het opnemen van een plaat. Het is moeilijk, het is saai en het mondt steevast uit in discussies en ruzies. Maar deze keer ging het opvallend vlot. We wilden echt een album afleveren en niet zomaar een collectie songs.

Levon Been: We zijn heel blij dat het ook werkt, dat het opgemerkt wordt. In bijna elk interview worden de verschillende stemmingen en de evenwichtigheid van de plaat aangehaald. Tot nu toe hadden we nog geen plaat gemaakt die echt aanvoelde als een geheel. Dat is een kunst op zich. En nu is het gelukt.”

Het laatste nummer op de plaat is Lose Yourself. En in een eerder interview heb je gezegd dat dat nummer geïnspireerd is door Jonsi. Ik associeer jullie muziek helemaal niet met elkaar.
Levon Been: Tijdens de tour met de vorige plaat speelden we op een avond op Summersonic in Japan en Jonsi speelde er ook. Hij kwam na ons en ik had hem nog nooit eerder zien optreden. Het was de laatste keer dat wij - ik, mijn vader, Leah en Peter - allemaal samen waren en allemaal ontroerd raakten door een optreden. We voelden het allemaal, maar we konden het niet verwoorden. En dat gevoel kwam terug boven toen we aan Lose Yourself werkten.

Het grootste gedeelte hebben jullie opgenomen in Dave Grohls studio in L.A. en jullie hebben ook een song met hem opgenomen voor de Sound City-documentaire. Hoe is het om met hem te werken?
Shapiro: Dave Grohl is echt een extreem vriendelijke kerel. Hij heeft niet meegewerkt aan de plaat, maar hij heeft ons zijn studio ter beschikking gesteld. We konden daar rondhangen.

Levon Been: Later hebben we wel met hem gewerkt voor die Sound City-song. Het opnameproces van dat nummer was tegelijkertijd spannend en eng omdat die song op één dag afgewerkt moest zijn. Het was alsof er een geweer tegen mijn hoofd werd gehouden. En geloof me: dan kan je snel denken. (lacht) Achteraf bekeken was het leuk.

Als het je dan toch gelukt is, is het misschien een idee om jezelf voor de opnames van een volgende plaat een dagelijkse deadline op te leggen?
Shapiro: Het is alleszins niet de manier waarop we normaal werken.

Levon Been: Het is zenuwslopend en vermoeiend. Het is productief voor even. En dan heb je een zenuwinzinking. Geen idee hoe lang we het zo zouden volhouden. Sommige songs komen er meteen uit en andere songs moeten de tijd krijgen om te rijpen en gevormd te worden.

Sinds jullie oprichting hebben jullie al heel wat problemen gehad: de drummer diende vervangen te worden, er waren problemen met het label en nu was er de dood van je vader. In Don’t Look Back In Anger van Oasis is er een regel “Don’t put your life in the hands / of a rock and roll band”. Een goed advies?
Levon Been: (zingt) “Don’t put your life in the hands / of a rock and roll band / who’ll throw it all away." Great fucking line. Voor mij gaat dat nummer vooral over verliefd worden op muziek, een passie voelen die je kwijt moet via je eigen band. En dan kan je wel wat problemen aan, maar bands kunnen je natuurlijk ook teleurstellen.

Ik denk eigenlijk vaak aan die regel. Als je rockmuzikant bent, word je niet automatisch gerespecteerd. Het merendeel van de mensen kan het niet schelen wat we doen. Maar we doen het voor die mensen in wiens leven muziek wel een belangrijke rol speelt en voor wie we misschien wel het verschil maken.

Voel je ook de druk van die mensen voor wie het wel uitmaakt wat je doet? Want het merendeel van de mensen die die ene avond naar jullie show komen kijken, zijn er niet meer bij de volgende dag. Het moet dus eigenlijk elke avond goed zijn.
Shapiro: “Het is een realiteit waar je, als je niet oplet, makkelijk in kan verdrinken. Maar tegelijkertijd moet je realistisch zijn en beseffen dat het onmogelijk is om elke avond je beste show ooit te geven. Er zijn ook gewoon veel dingen die buiten je wil om gebeuren: het geluid, dat maar niet goed te krijgen is; technische problemen; stroompannes. Shit happens.

Is er een show die je beschouwt als je slechtste show ooit? Queens Of The Stone Age hebben het tijdstip waarop ze opmoesten op het Rock Am Ring Festival 2001 getatoeëerd op hun arm opdat ze nooit zouden vergeten hoe slecht ze die dag waren. "Freitag, 4:15" staat er.
Shapiro: (lacht). “Dat is zo cool! Sinds ik bij de band ben gekomen in 2008 heb ik nog geen shows meegemaakt die echt slecht waren. Wel shows die minder goed waren uiteraard, maar geen echt verschrikkelijk slechte waardoor ik het gevoel kreeg dat we die datum zouden moeten tatoeëren op onze arm.

Levon Been: Voor jij bij de band was waren die er wel, helaas. Ik herinner me bijvoorbeeld onze allereerste show. Nog altijd onze slechtste show ooit. We waren erg nerveus die avond en we hadden echt naar dat optreden toegeleefd. We hadden er zeker zes maanden repetitie opzitten. We wilden meteen indruk maken vanaf onze eerste show. We speelden in The Coco Dream in San Francisco en de drummer besefte dat hij de cimbalen van zijn drumstel vergeten was.

En dan kwam er ook nog eens niemand opdagen behalve wat vrienden van mijn vader, die samen met hem in The Call zaten. Mijn vader had hen gezegd dat ze moesten komen want uiteraard was hij trots op zijn zoon. Maar achteraf kon niemand oprecht zeggen dat het goed was. Oh ja, en we hadden ook nog verschillende stroomstoringen en een lek op het podium. Ik dacht dat ik geëlektrocuteerd zou worden tijdens de eerste show. En dat zou dan mijn carrière geweest zijn.

Jullie bandnaam komt uit de film 'The Wild One' . Ook The Beatles hebben hun naam daar gehaald. The Beetles (met dubbele –e) was de naam van één van de bendes in de film. En Marlon Brando staat op de hoes van 'Sgt. Pepper’s' als Johnny uit 'The Wild One'. Hoe cool is het om dezelfde invloeden te hebben als The Beatles?
Levon Been: Dat was eigenlijk precies de reden waarom we niet meteen overtuigd waren van die naam. De bende waar wij onze naam vandaan haalden waren eigenlijk de watjes, de gasten die over emoties praatten en zo. En de andere bende in de film was die van de stoere kerels en eigenlijk wilde wij dus die stoere kerels zijn. Maar The Beatles waren ons voor. Dat was ik eigenlijk vergeten. Fijne herinnering.

Jullie nummer Stop werd gebruikt in de eerste aflevering van 'Sons Of Anarchy', een reeks over motorbendes. Hebben jullie ze gezien?
Levon Been: Vrienden van me zeggen dat ik het dringend eens moet bekijken, maar momenteel ben ik al druk genoeg bezig met 'Game Of Thrones', 'Breaking Bad, 'Deadwood' en 'The Wire'.

Shapiro: 'Battlestar Galactica'!

Levon Been: Dat was een obsessie. En ik heb Leah ermee besmet.

Shapiro: Het is geweldig. Ik wou dat ik uit mijn geheugen kon wissen dat ik het ooit gezien had om het gewoon opnieuw te beginnen zien zonder te weten wat er komen gaat.

Jullie zijn duidelijk thuis in de wereld van de televisieseries. Kijken jullie op tour?
Levon Been: Vroeger haatte ik televisieseries, maar de laatste tien jaar zijn ze gewoon ongelooflijk goed geworden. De kerel die voor de merchandising instond op onze tour heeft me eens gepusht om 'Lost' te bekijken en daar is het allemaal mee begonnen.

In 2008 heb je na jullie show in Ancienne Belgique ook nog een aantal songs op straat gespeeld na jullie show. Doe je dat vaker?
Levon Been: Ik zit niet graag backstage. En ik stop ook niet graag met spelen. Maar op een bepaald moment moeten we dus het podium af en dan vind ik het leuk om buiten gewoon nog wat verder te spelen. Je leert je fans er ook door kennen. Je ziet ze van veel dichterbij en het is allemaal veel spontaner. Ik hou niet zo van een podium omdat dat toch een scheiding vormt met je publiek, dus soms gebeurt het wel eens dat we iets dergelijks doen.

Op het podium heb je al een keer of twee Girls Just Wanna Have Fun gecovered. Vind je dat echt een goed nummer?
Levon Been: Ik zing het op een andere manier dan Cyndi Lauper. Als ik het zing, heeft het iets melancholisch.

Shapiro: Hahaha dat denk je maar.

Levon Been: Ik meen het. Als je dat nummer anders zingt kan het echt van diep komen. Vanuit mannelijk perspectief kan het dan vol haat zitten. Die meisjes, waar ik dan over zing, zijn de meisjes die mijn hart gebroken hebben. En meisjes begrijpen niet hoe het is voor een man om een gebroken hart te hebben…

Volledig mee eens.

BRMC speelt op 1 april in de AB. Het concert is uitverkocht.


March 16, 2013
Geert Verheyen