Birds That Change Colour - Het was makkelijker geweest als we The Band hadden geheten

Een praatje met Koen Kohlbacher, frontman van Birds That Change Colour op het terras van het huisje in de Ardennen waar de plaat werd opgenomen zat er niet in. En zelfs het bronsgroen eikenhout van Limburg haalden we niet, maar het terras van de Vinyl & Coffee is ook niet mis en… ze hebben er Orval, dus er zit toch een Ardeens schuimkraagje aan dit gesprek.





Proficiat met de nieuwe plaat, Koen. Jullie hebben er duidelijk heel wat werk in gestoken. 

Koen Kohlbacher:
 Aan de plaat op zich hebben we niet zo lang gewerkt, ook al zit er drie jaar tussen deze plaat en de vorige. Wat betreft opname- en mixingtijd ging het nu in elk geval een stuk sneller. Het was vooral moeilijk al die mensen in de band bijeen te krijgen. In Syrian Cry kroop ook heel wat werk, zelfs al was dat maar één nummer. Dat allemaal samen zorgde ervoor dat ‘On Recording Birds’ toch een jaar later tot stand kwam dan gepland. 

Eigenlijk ben ik daar niet eens rouwig om want het was een nobel doel. En een heel leuk neveneffect was dat ik op deze manier met Niels (Hendrix, nvdr) in contact kwam en hij zo bij de band kwam. Zonder hem had deze plaat trouwens heel anders geklonken. Als medeproducer, mixer en bassist was hij van cruciaal belang. In zijn studio in een oud huisje in Wellen hebben we weken gemixt. Het opnemen in de wijde natuur ging snel, maar er kroop best wat werk in om het zo goed te laten klinken.

Daar in Wellen hebben we ook de strijkers van Frederik Claes opgenomen. Zijn inbreng was van grote, muzikale klasse. Hij had heel goede ideeën voor de arrangementen. Wij zongen soms iets voor en hij gebruikte dat soms, maar even vaak ook niet. Dan ging hij op eigen houtje op zoek, hetgeen originele en helemaal geen gratuite arrangementen opleverde. 

Zowel de titel van deze plaat als van de vorige (‘On Recording The Sun’, nvdr) begint met “On recording...”. Zit daar iets achter?

Niet echt. Die uitdrukking krijgt eigenlijk maar zin vanaf de tweede plaat. Het is waarschijnlijk sowieso de laatste in de reeks. ‘On Recording Birds’ was gewoon de enige logische titel voor dit album. En ik bedacht die al meteen na de opnames van de vorige plaat omdat ik toen al wist dat ik iets wilde doen met field recordings. Als je naar deze plaat luistert, weet je ook dat het niet anders kon. Je hoort ons, maar je hoort ook echte vogels fluiten. Dat was te mooi om te negeren.

Je verzamelde in je band een heleboel mensen die ook in andere projecten actief zijn zoals Nathalie Delcroix (Laïs, Eriksson Delcroix, nvdr), Naomi Sijmons (Reena Riot, nvdr) en Niels Hendrix (Fence, nvdr). Hoe het met Niels ging, weten we al, maar was het moeilijk om de anderen te overtuigen?

Helemaal niet. Dat is allemaal heel organisch tot stand gekomen. Voor de vorige plaat zocht ik iemand met een heel speciale stem en via Dave (Schroyen, van o.a. Millionaire, nvdr) ben ik uitgekomen bij Nathalie. Ik kende haar niet, maar het klikte meteen en zij was al fan terwijl ze nog maar drie nummers had gehoord van een plaat die nog niet eens af was.

Naomi Sijmons kwam erbij toen Nathalie twee jaar geleden niet mee kon naar Crossing Border Den Haag. En dat was een probleem, want ik vond die backing vocals wel belangrijk. Toen zei Bram 'Moony' Vermeersch (slidegitaar op de eerste plaat, nvdr) dat hij een nog heel jong iemand kende. Naomi kende onze muziek niet, maar in de auto naar Den Haag namen we de nummers samen door en ’s avonds gaven we daar één van onze beste optredens ooit. Mijn mond viel open van haar présence en stem. Het was ons beste optreden tot dusver. En ook nu lukte dat weer.

Je zou door de veranderingen in de bezetting kunnen denken dat Birds That Change Colour een project is, eerder dan een band.

Daar ben ik niet blij mee. dEUS is ook een band, zelfs al zijn er nog maar twee van de originele leden over. Ze noemen ons wel eens een supergroep, maar ook dat zijn we niet. Het is echt een band die heel natuurlijk gegroeid is. Dave Schroyen hoorde mij een keer solo spelen in Trix en die wou meteen mee doen. Toen had ik ineens een beroemde drummer maar verder niets.

Christophe Albertijn hoorde onze demo in een platenzaak en vond die fantastisch. Wist ik veel dat die in Zita Swoon speelde. Dat was de basis. En hoe de anderen erbij kwamen, weet je al. Birds That Change Colour is mijn leven. Ik kan er niet van leven, maar het is voor mij een dagelijks iets. Het zijn de nummers die ik schrijf. En muziek in het algemeen. Het is mijn band!

Wat was er eigenlijk eerst? Het idee om in de Ardennen op te nemen of dat om met field recordings te werken?

Field recordings. Maar dat was nog vrij abstract. Ik zag ons echt in een open veld zitten en spelen, maar verder niets. Toen dat idee verder kristalliseerde, ging ik op zoek naar een locatie. En de streek in de Ardennen nabij de Hoge Venen ken ik heel goed omdat we daar al jaren in een huisje verblijven met het gezin tijdens vakanties. Daar zit je middenin de mooist denkbare natuur en het is er heerlijk rustig. Je hoort er nauwelijks iets van menselijke oorsprong. Al kan je, als je heel goed luistert, ergens in de verte een brommer horen in een van de nummers. 

In de teksten zitten dan weer veel verwijzingen naar de seizoenen. 

Daar zeg je iets! Bij de vorige plaat waren het sterren, zon en maan. En dat was zo bedoeld. Maar dit had ik niet door. Het is een natuurplaat, maar dat is geen verklaring. Je begint geen nummers te schrijven met het eindproduct in je achterhoofd. Maar het betekent wel dat dit een sluitend concept is.

Eigenlijk is het ook ergens geen verrassing. Ik beleef de seizoenen echt wel heel intens. Deze week nog, rook ik ineens de herfst. En elk seizoen heeft zijn eigen “verliefdheid”. Met de winter heb ik niet zoveel, maar met de andere drie wel. En mijn gevoel varieert echt van seizoen tot seizoen. Vooral bij de lente is dat heel krachtig. Alle sappen gaan dan stromen en dat is overweldigend.

En het gaat nog verder. De plaat heeft ook die natuurlijke flow van de seizoenen. Ze begint en eindigt bij Boat Song en gaat van rustig naar waanzinnig en weer terug.

De puzzelstukjes vallen nu ook op zijn plaats. Het is een plaat van een seizoensmens en tijdens de opnames luisterde ik ook vaak naar ‘Seasons’, een plaat van de jaren-zeventig-psychfolkband Magna Carta. Die is heel melancholisch en gaat over het vervloeien van de jaargetijden. Echt fantastisch. Ik deed dat niet bewust, maar achteraf gezien toch ook niet zo toevallig.

Die flow zit er dus zeker in, ook in het artwork. Kijk maar naar de cover, daar zit een cirkel in. Het is eigenlijk een eilandje waar je naartoe moet varen. Dan vertoef je daar een tijdje in het bos op dat eiland en dan vaar je er weer van weg met dezelfde boot. En als je zin hebt, zet je de cd op repeat en kom je gewoon opnieuw langs.

Die flow creëerde je ook door Songs Till May middenin de plaat te zetten. Een andere band zou zo’n nummer achteraan zetten, maar jullie niet.

De volgorde van de nummers bepalen is altijd heel moeilijk, maar ik ben hier wel heel blij mee. Songs Till May is blijkbaar ook een van de favorieten van veel mensen. En het is samen met The Beach Boys voor mij ook het meest wezenlijke nummer van de plaat. Dat psychedelische in Songs Till May leidde ook tot de geboorte van het artwork. Dat gebeurt daar: de dag wordt nacht. Verder zit er niet zo veel psychedelica in. Maar in Songs Till May zit je middenin het bos, dat niet alleen maar bos is, maar veel meer.

In de bio wordt verwezen naar ‘Harvest’ van Neil Young. Wat is de link?

Het was geen echte inspiratiebron. Ik heb niet naar ‘Harvest’ geluisterd ter voorbereiding van deze plaat. Neil Young is sowieso en op veel vlakken een van mijn old-time-helden. En die bewuste plaat is ook opgenomen in een schuur, met de microfoons, opgesteld – vastgenageld zelfs, geloof ik – rond de muzikanten om zo dat unieke moment vast te leggen. Zoiets hebben wij ook gedaan, maar dan in de natuur. En ik geloof ook dat die manier van werken tot een mooie oogst kan leiden.

We dachten even dat The Honest Ghost gebaseerd was op het gelijknamige boek van Rick Whitaker, maar de inhoud zegt iets anders.

Het klinkt misschien blasé en chic, maar de inspiratiebron was Shakespeare: het verhaal van Ophelia, die door Hamlet gevonden wordt, dood, drijvend op het water. Wat erachter zit is dat je niet aan je lot kan ontsnappen, ook al zou je willen. En ook de vraag: wie ben ik? Ben ik het slachtoffer of ben ik de moordenaar? Het is een soort van murderballad in de klassieke zin. Daarnaast is het een heel Engelse song en dat hoor je ook wel aan de stijl.

In State Of Confusion lijk je wel een eenenvijftigste staat aan Amerika toe te voegen, die van de verwarring. We weten al dat de oorlog in Syrië je diep raakte, maar wat brengt jou nog in verwarring?

Dat is een heel persoonlijk nummer. Het lijkt een wat triviale opsomming van staten, maar het gaat heel diep. Er zit wel heel veel humor in, maar dat is een soort van schild. Ik lach altijd veel weg. Het gaat deels over mijn helden. Ik ben een tijd lang zwaar depressief geweest en muziek was voor mij een poging om zo gelukkig te worden als mijn helden. Zij hadden iets van hun leven gemaakt en dat wou ik ook. Tijdens mijn depressie raakte ik mijn gitaar niet meer aan. Ik kon en wou niet meer spelen en dit is een van de eerste songs, die ik daarna schreef.

Ik voel aan die song nog elementen van dat mentaal ongezond zijn. Je hoort er veel bos in, maar geen prettig bos. Het heeft allemaal iets unheimlichs. Het begint al in een bos in Ohio waar zaken gebeuren waar je echt niet bij wil zijn. En bij de opnames was het ook erg koud en hing er een vervelende mist. De luisteraar heeft daar misschien geen boodschap aan, maar nu hij het weet misschien weer wel.

Rock Island Line  is eveneens de titel van een heel oude song die voor het eerst werd opgenomen door Johnny Lomax, ook iemand die bekend staat om zijn vele field recordings. Toeval of niet?

(lacht) Ineens schreef ik een nummer dat alleen maar Rock Island Line kon heten. Niet bewust. Ik was wat aan het jammen en had een lekkere, groovy song vast, maar nog geen tekst. En toen zong ik ineens: “Rock island line”.  Achteraf bleek inderdaad dat Rock Island Line een van de oer-field-recordingsongs is. De link is er dus zeker, maar eigenlijk was het puur toeval. Het zou nochtans veel makkelijker zijn om te zeggen dat het een eerbetoon aan Lomax is.

Ik denk niet na, ik zing en speel maar wat. En als ik het dan achteraf opzoek, blijk ik ineens zoiets gedaan te hebben en heb ik de keuze: verander ik de tekst nog of niet. En in dit geval was het perfect. Zo moest het zijn. Het gaat over een lied dat er schijnbaar altijd geweest is, al van toen de wereld nog mooi was. En het heeft ook dat gevoel van de Verenigde Staten van voor de grote depressie met dat schitterende pianostuk van Micky Peeters. Dat maakt het nummer echt af.

Waren alle nummers vooraf geschreven of ontstonden er ook nog ter plekke?

Er was geen tijd om te jammen. Het was iets makkelijker geweest als we The Band hadden geheten en in The Big Pink woonden. Met Bob Dylan om de hoek. Die gasten jamden er maar op los. Ze hadden toch niets anders te doen. Wij moesten al afspreken om daar een korte tijd samen door te brengen. Dat is een heel ander gegeven.

Je verwees al naar het artwork. Dat is heel bijzonder.

Via Dimitri onze bassist kwamen we in contact met Maarten Donders. Hij tekende heel psychedelische hoezen en affiches. En toen ik die zag, wist ik meteen dat daar potentieel in zat. Ik vroeg me alleen af of hij niet te krachtig, te psychedelisch was voor ons. Maar toen ik het zag, vielen alle twijfels weg: dit is het mooiste wat hij ooit gemaakt heeft.

Jullie trokken niet meteen een single uit de plaat. Wat zijn de plannen nu het album uit is?

Er is wel een clipje van June, maar het is niet echt een single. Ik hoor niet echt een single op de plaat. We hebben een echte luisterplaat gemaakt, meer nog dan de vorige. En ook al staan er heel radiovriendelijke nummers op, moet je voor deze plaat echt gaan zitten en ervoor open staan. Verder hopen we heel veel te kunnen spelen, niet alleen in Vlaanderen, maar ook in Nederland, Wallonië en Frankrijk. En dan sneller dan deze keer een volgende plaat uitbrengen. 

De officiële albumrelease vindt plaats op 11 september in De Roma, maar er zijn dus nog kansen om BTCC aan het werk te zien.

10 september 2014
Marc Alenus