Biezen - Ik geniet ervan om frontman te zijn

Elk einde is een nieuw begin, hoe triest dat einde ook geweest moge zijn. Het overlijden van Luc De Vos dompelde nagenoeg heel Vlaanderen in diepe rouw. Het betekende meteen ook het einde van vijfentwintig jaar Gorki. Het slot van een era, maar gelukkig ook de start van een mooi, nieuw creatief verhaal. Want Lucs kameraad, bassist Erik Van Biesen, bleef niet bij de pakken zitten. Hij ging onder zijn roepnaam Biezen songs schrijven. Het resultaat is het wonderlijk mooie album 'When The Birds Return'.





Een eerste, echte eigen cd; en dat op je drieënvijftigste. Eindelijk!

Het is wel iets dat ik altijd willen doen heb, maar het was nooit het juiste moment. Je functioneert binnen een band en daar maak je dan om de zoveel tijd een plaat mee en steek je je energie in. Daar zaten ook mijn ideeën en mijn songs in. Geloof me: de tijd gaat snel voorbij. Je trekt dan het land rond en ik heb dat bij Gorki nooit met tegenzin gedaan. Gorki was ook van mij. Dus dan voel je niet de drang om je eigen ei te leggen.

Maar nu moest je wel?

Met het wegvallen van Luc (De Vos, nvdr.) was het een echte noodzaak, ja. Het was dit of thuis zitten wachten tot er iemand belde. Dat wilde ik mezelf niet aandoen, want ik heb al redelijk wat vrienden zien wegkwijnen toen hun band ermee stopte. Dat wou ik echt vermijden. Dan ben ik maar een eigen plaat beginnen te maken en solo beginnen te spelen in plaats van mijn ideeën in de productie van anderen te steken.



Je hebt alle songs na het overlijden van Luc geschreven. De eerste single vorig jaar, Too Short A Lifetime, refereerde daar ook duidelijk aan, maar je hebt ervoor gekozen om dat nummer niet op de plaat te zetten. Waarom?

Deze plaat is meer dan een verwerkingsproces of één nummer dat nog verwijst naar Gorki. Er zijn op het album nog wel flarden van teksten die over vergankelijkheid gaan, maar ze hebben niet rechtstreeks nog iets met Luc of Gorki te maken.

Het gaat nog wel over vergankelijkheid, maar je schuwt ook andere heftige thema's niet. Hiding From The Sun gaat over de vluchtelingenproblematiek. Het gaat ook over het geloof; na de aanslagen in Zaventem en Brussel actueler dan ooit.

Ik had één nummer geschreven dat echt over aanslagen ging; dat staat er niet op. Maar enkele liedjes gaan inderdaad over religie. When The Birds Return handelt over mensen die hoop zoeken en mensen volgen en tekens beginnen te zien. Ik schrijf over wat me raakt. Dus niet alleen de religieuze oorlog die nu gevoerd wordt, maar ook het waterprobleem: vluchtelingen in de droogte, vluchtelingen die uit hun land weg moeten gaan. Als je je televisie op zet of de krant leest, dan zijn dat dingen die zwaar binnenkomen.

Vind je het belangrijk om net over zulke beladen thema's je stem als muzikant te laten horen ?

Ik ben drieënvijftig. Dan schrijf je al wat meer in die richting dan wanneer je twintig bent. Verwacht niet van mij dat ik zing over iemand met blauwe ogen en "ik hou van jou en blijf je trouw". Niet dat daar iets mis mee is. Ik heb jaren naast Lucske gestaan en altijd met heel veel plezier naar zijn teksten geluisterd. Die zijn allemaal heel diep binnengekomen op het moment dat hij er niet meer was. Soms leek dat al eens vrij absurd, maar op een gegeven moment klopt dat dan. Dat kan ik niet. Dat was Luc. Maar de waarde van het woord is zo belangrijk in muziek. Negenennegentig procent van de songs, die je hoort, gaan over de liefde. Maar op je drieënvijftigste ben je ontvankelijk voor andere dingen. Op mijn plaat staat er één nummer dat een beetje over de liefde gaat en dat is dan nog van Roelandje (Vandemoortele, nvdr.). Al de rest gaat over wereldse liefde.

Al is die niet minder wreed natuurlijk. Ook het maken van je plaat verliep niet altijd van een leien dakje?

Het is een proces. Als je begint met een band, ben je vrij snel vertrokken. In de beginset-up van Biezen zat ook Bert Huysentruyt (de laatste drummer van Gorki, nvdr.). Maar hij is veertien dagen voor de opnames van de plaat gestopt. Dan moet je toch wel slikken. Ik ben dan wat solo beginnen te spelen. En geloof me: dat is dan met een klein hartje. Je vraagt je af: is het dit dat ik eigenlijk wel wil doen? Ik kwam van Gorki, hé man. Dat was het Vlaams Nationaal Zangfeest. Eén noot en je bent vertrokken en heel de tent gaat mee. Dat is eruit. Als ik denk aan de laatste keer Gentse Feesten, dan weet ik dat dat niet is niet wat ik nu wilde doen. Je zit dus echt in een proces waarin je twijfelt. Nadien voelde ik wel wat honderd procent mijn ding was. Maar dan kreeg ik af te rekenen met die tegenslagen. En dat als zelfstandig muzikant... Je gaat het allemaal zelf financieren. Het is ook al geen gemakkelijke tijd om nog een plaat uit te brengen, maar dat is dan weer nodig om te kunnen spelen. Want anders krijg je geen aandacht.

Je vaste bron van inkomsten was ook weg.

Ja, wij gingen met Gorki het vijfentwintigjarig bestaan vieren met een theatertour. Dat is natuurlijk allemaal verdwenen. Uiteindelijk heb ik bij de bank nog een lening gekregen. Dat is fantastisch, maar ik moet ze natuurlijk nog afbetalen. Het is dus niet zomaar een groepje beginnen en een plaatje maken. Maar als ik, nu de plaat er is, op alles terugkijk, ben ik enorm gelukkig hoe alles geëvolueerd is. Het is voor mij meer dan een beetje muziek. Ik ben tevreden met de sound van mijn plaat en hoe mijn stem klinkt.

Die stem wordt al vergeleken met Mark Knopfler en Mark Lanegan. Niet kwaad!

Ik heb daar niet naar gezocht. Ik hoor zelf ook graag karakterstemmen of mensen die vertellend zingen. Ik moet het doen met wat ik heb. Mijn stem komt blijkbaar nogal vertrouwelijk over. Je bent ze vrij snel gewoon en dat is misschien wel een sterk punt. Ben ik een wereldzanger? Ik ben geen Caruso; dat weet ik ook. Maar dat hoeft ook niet. Mijn stem is eerlijk. Ze is ook zekerder geworden.

Ben je het ook al gewend om frontman te zijn en volop in de spotlights te staan?

Bij Gorki was Lucske wel frontman, maar we zetten hem ook in een zetel daar vooraan. Voor veel mensen is dat soms raar dat ik plots frontman ben. Ik ga ook niet zeggen dat ik me in het begin niet de vraag gesteld heb of dat nu mijn plaats is. Ik heb dan wat solo gespeeld. En het werd toch tijd, makker! Ik heb dat zo gemist en geniet er echt van op dit moment. 

Als trouwe luitenant van Luc stond je natuurlijk altijd mee op de eerste rij. Heb je het gevoel dat hij nu meekijkt over je schouder?

Dat mag je wel zeggen. Lucske is in mijn hoofd en in mijn hart aanwezig. Als ik akoestisch speel, breng ik een reservegitaar van hem mee. Ook op de plaat is hij bij mij. Wij hebben samen onze jongensdroom waargemaakt.

Zestien maanden na die tragische dag eind, november 2016. Kan je zoiets verwerken?

Je neemt er vrede mee dat het zo is. Ik ben Luc dankbaar dat we samen die weg hebben kunnen afleggen en dat we hier op het laatste nog zoveel plezier gehad hebben. Zonder veel poespas is die tijd voorbijgevlogen. Het is spijtig dat hij dit niet meer meemaakt.

Hoe zit het met Gorki-nummers? Kan je er nog naar luisteren?

Jazeker. Veel doe ik het niet, maar ik geef ook les en dan kom je al wel eens een nummer van Gorki tegen. We zitten nu eenmaal in het Vlaamse patrimonium. Het hoeft voor mij nu niet meer om daar expliciet mee naar buiten te komen, maar het is zeker niet zo dat ik ze niet meer wil spelen. Maar als ik dat doe, dan wel op een compleet andere manier.

Maar met de andere bandleden spelen, dat is voorbij?

Ik ga niet zeggen dat het definitief voorbij is. Met een verjaardag van zijn overlijden of zo, sluit ik niet uit dat het nog eens gebeurt. Dan ga ik zeker niet zeggen dat ik niet meedoe. Maar op tour gaan als Gorki, dat hoeft niet. Zonder Voske geen Gorki.

Op de plaat staat ook een interpretatie van Bring On The Dancing Horses van Echo & The Bunnymen. Met die opvallende slotregel: “Bring On The New Messiah / wherever he may roam”. Ook niet de meest lukraak gekozen cover.

Ik heb dat nummer gehoord toen ik samen met Geert Bonne, de oude drummer van Gorky, op weg was naar de MIA's, waar Luc dan postuum een lifetime achievement award zou krijgen. Die zin, "Bring On The New Messiah", was zo frappant met alles wat er toen aan het gebeuren was. Bij dat overlijden van Lucske gingen sommige mensen er wel wat over. Er waren er heel veel die hem enkel kenden van televisie of van Mia of Piranha. Die zinsneden vatten dat wel voor mij. Ik ben dat nummer dan beginnen te spelen. Ik wou het op de plaat zetten als Bring On The New Messiah, maar dat mocht niet.

Die eerste single die er nu is, Hanging In, gaf mij wat het sfeertje van XTC van Gorki. Maar verder is dit muzikaal iets heel anders.

Er zijn wat raakpunten. Dat is natuurlijk niet onlogisch. Als er in die drieëntwintig jaar niks van mij in Gorki gezeten zou hebben, dan zou dat wat dom geweest zijn. Dat zou ik niet uitgehouden hebben. Maar de sound van Biezen is toch ook heel anders. Bij Gorki hadden we die oer-Vlaamse jarennegentigsound: wat alternatiever, wat donkerder ook nadien. Van dat geluid wou ik toch wel wat weg. Dat is me wel gelukt en daar ben ik blij om, Biezen klinkt breder.

Het is een enorm sfeervolle en gelaagde plaat.

Ik ben niet iemand die niets digitaal wil hebben. Ik heb zelfs elektronica gestudeerd. Maar op het gebied van warmte wou ik toch wel allemaal gespeelde instrumenten. Ik was live al aan het werken aan een bepaalde gelaagdheid door niet te werken met keyboards, maar wel met blazers. Ik hou van die donkerte en die echtheid. Die eerlijkheid was erg belangrijk voor me. Bij verschillende nummers hebben we de rock-'n-roll er wat uitgehaald. Single Hanging In hebben we van tempo gehalveerd. Het resultaat klinkt meer gelaagd.

Een grote rol voor de producer ook?

Ik heb kunnen werken met Alex Krispin als producer. Een heel jonge gast, maar wel iemand die werkt met Daniel Lanois. Dat is toch iemand die in het muziekwereldje heel wat faam heeft op het vlak van de kleuring van platen. Alex was echt fantastisch. Ik heb er zelfs nooit discussies mee gehad. Met hem werken was voor mij een bevrijding. Ik had nooit gedacht dat het zo gemakkelijk zou zijn om alles uit handen te geven. Dat is sowieso moeilijk als je wat ouder wordt (lacht). Maar die gelaagdheid, waarover je spreekt, die vloeit voort uit de wonderlijke samenwerking tussen ons twee.

Je kon zijn vader zijn, maar het klikte dus uitzonderlijk goed?

Het is echt zo'n lieve kerel. Ik had een heel goede band met hem. Hij heeft hier vier weken bij ons thuis geleefd. Mijn vrouw kookte altijd. De laatste twee dagen wilde ik hem meenemen op restaurant, maar daar wou hij niet van weten. Hij wou liever een "home made meal". Het is iemand van achteraan in de twintig, die heel erg op zoek was naar de geborgenheid van een gezin. Dat is met rock-'n-roll natuurlijk moeilijk (lacht). We hebben ook nog altijd contact. Met Kerstmis heb ik hem ook kousen opgestuurd met kerstmannetjes op. Het is een echte Amerikaan, hé. Als ik kon, zou ik hem om de zoveel tijd naar hier halen.

Wanneer ben je tevreden na deze plaat? Wat is het doel?

Ik hoop dat ik veel kan spelen zodat ik mijn band bijeen kan houden. Ik droom er ook van dat ik met deze plaat ook een plaatsje kan bemachtigen buiten onze landsgrenzen. En zeker ook als ik mijn volgende plaat kan maken met een open vizier. Nu was ik de bassist van Gorki. Dit is nu mijn debuutplaat, maar er gaan er zeker nog volgen. Daar kunnen ze mij niet van weerhouden.

13 april 2016
Bjorn Borgt