Balthazar - Er zit altijd een element van verrassing in

Balthazar heeft een nieuwe plaat uit. Ze heet ‘Rats’ en die titel werd ontleend aan de song Sinking Ship waar we de volgende lyrics kunnen optekenen: “The words come out as rats leaving a sinking ship”. Een zinkend schip is Balthazar zeker niet. Debuut ‘Applause’ won in 2010 de MIA voor Beste Album en de nog steeds groeiende livereputatie doet heel veel mensen uitkijken naar deze opvolger. Wij praatten met Maarten Devoldere en Jinte Deprez, de twee songschrijvers van Balthazar.





‘Rats’ is een feit, helemaal klaar. Maar hoe weten jullie nu wanneer het moment daar is om aan een nieuwe plaat te beginnen?

Jinte Deprez (gitarist/zanger): Eigenlijk kunnen we daar niet zo één moment voor aanduiden. Wij schrijven altijd, de hele tijd door. Maar we zullen de songs wel vaak pas afwerken tegen de deadline, als de liedjes echt binnen moeten.

Jullie hebben die deadline nodig?

Maarten Devoldere (toetsenist/zanger): Ze helpt alleszins. Maar we hadden zelf ook niet gedacht dat we zo snel na onze eerste plaat er alweer zouden staan met een nieuwe.

Jullie hebben inderdaad lang over ‘Applause’ gedaan. ‘Rats' was er veel sneller. Hebben jullie daarvoor jullie werkwijze aangepast?

Deprez: Eigenlijk hebben we ook niet zo heel lang aan ‘Applause’ gewerkt. Er was gewoon veel tijd tussen onze deelname aan Humo’s Rock Rally (2006, nvdr) en de effectieve debuutplaat.

Maar eigenlijk hebben we dat plan om een debuutplaat te maken pas in 2009 opgevat. Als je dan ziet dat de plaat in maart 2010 al in de winkelrekken lag, valt die duur dus zeer goed mee.

‘Applause’ heeft het heel goed gedaan, kreeg lovende reacties, won de MIA voor Beste Album. Brengt dat dan extra stress met zich mee voor die opvolger, om toch maar even goed te doen?

Deprez: Integendeel eigenlijk. Ik denk net dat we meer gerustgesteld waren dan ten tijde van ‘Applause’. Toen was het maken van een plaat een stap in het duister, een plaat van een nieuwe groep kan heel gemakkelijk doodgezwegen worden door de pers of genegeerd door het publiek. Maar doordat dit al onze tweede plaat is, wisten we ergens wel dat journalisten en het publiek er open voor zouden staan, dat we op interesse zouden kunnen rekenen.

The Oldest Of Sisters is de eerste single geworden. Het is ook de openingstrack van ‘Rats’ en jullie hebben het ook in mei al live gebracht in ‘De Laatste Show’. Vanwaar de centrale rol voor dat nummer?

Devoldere: Dat nummer heeft eigenlijk niet echt een centrale rol. We houden sowieso niet van het uitlichten van nummers uit een plaat: een plaat is een collectie van evenwaardige songs, liedjes die elkaar versterken en in evenwicht houden.

In ‘De Laatste Show’ hadden we ook liefst gewoon de hele plaat gespeeld, maar daar kregen we uiteraard de tijd niet voor. (lacht)

En hoe bepalen jullie dan welke nummers singles worden?

Devoldere: Eigenlijk gaan we vooral voort op wat mensen ons vertellen. We hebben zelf geen uitgesproken keuzes wat dat betreft. Daar ben je ook niet mee bezig als je een plaat maakt. Singles zijn een bijkomstigheid.

Omdat ‘Rats’ nu een Europese release krijgt, zijn er veel meer landen die zich moeten kunnen vinden in de singlekeuze, maar voor ons is een single in de eerste plaats prima promotiemateriaal, een lokkertje voor de plaat.

Op het web las ik een vergelijking tussen The Oldest Of Sisters en de muziek die Ennio Morriccone maakte voor spaghettiwesterns. Mee eens?

Deprez: De plaat klinkt in ieder geval veel filmischer. Morriccone heeft zeer goede muziek gemaakt en ook mindere dingen, maar ik kan me er wel in vinden. Uitleggen kan ik het dan weer niet. Het is er gewoon uitgerold op die manier. We hadden veel vrijheid in hoe we de songs wilde invullen.

Voor The Oldest Of Sisters hebben we bijvoorbeeld plots een hoorn gebruikt die toevallig in de studio aan de muur hing. Dat proberen we dan en voilà. En als de plaat dan af is, beluister je het materiaal en kan je vaststellen dat het toch wel filmisch klinkt. Het is een spontaan proces.

Het resultaat is voor jullie dus ook een halve verrassing?

Devoldere: Er zit altijd wel een element van verrassing in. Het was nooit voorzien dat de plaat zo zou worden zoals je ze uiteindelijk afwerkt. Het is een ontdekkingstocht. We zijn ook heel snel na de release van ‘Applause’ live nieuwe nummers beginnen te spelen. En er zijn dan ook veel songs die nu online staan met een andere tekst of een totaal andere structuur. Maar dat is ook een deel van het proces.

Is ‘Rats’ een trieste en melancholische plaat? In Sinking Ship klinkt het bijvoorbeeld “The words come out as rats leaving a sinking ship” en “We’ll get to know your sad side all over again”. Vrolijk is dat niet.

Devoldere: De plaat heeft inderdaad iets donkers. Ze gaat over de liefde, over de spanning die dat meebrengt en over ontrouw. Maar het is geen plaat waarin we ons wentelen in zelfmedelijden of zelfbeklag. Het is eerder een ode aan de melancholie. Een verzoening ermee.

De lange instrumentale outro in Any Suggestion is opmerkelijk en ook heel erg mooi. Waarom was die nodig?

Devoldere: “Dat is een song die al sinds de beginperiode van Balthazar, toen we zowat zestien jaar oud waren, meegaat. We hadden dat nummer dus ook al lang voor de release van ‘Applause’. Maar het heeft tot nu geduurd vooraleer we er iets mee deden.

Het is eigenlijk de perfecte afsluiter voor een plaat, maar wij hebben er een bijna-afsluiter van gemaakt omdat we dat dan toch weer een beetje voor de hand vonden liggen.

Het grote publiek heeft jullie leren kennen met nummers als This Is A Flirt en Bathroom Lovin’ Situations. Ze stonden niet op ‘Applause’ en worden ook niet meer live gespeeld. Zijn jullie niet meer tevreden over die nummers?

Devoldere: We zijn die nummers gewoon ontgroeid. We hebben nog meer nummers die we nu niet meer live spelen.

Deprez: Die twee singles waren ook een heel Belgisch iets. In het buitenland kennen ze die nummers niet. En ons publiek hier zit er ook niet meer op te wachten. Nu hebben we twee platen. Ook nu zullen er dus nummers sneuvelen.

In jullie tourschema zie ik Noorwegen, Zwitserland, Tsjechië, Italië, Duitsland, Frankrijk en Nederland en zelfs één show in Los Angeles staan. Jullie gingen al naar het buitenland voor jullie debuut uit was. Wat maakte dat jullie dachten dat ze daar op jullie zaten te wachten?

Devoldere: Dat was een risico. In België begin je ook in een jeugdhuis onder de kerktoren en je groeit en we wilden hetzelfde in het buitenland. En hoe sneller je daar begint, hoe sneller je dat proces daar kan inzetten.

En daarnaast is het natuurlijk gewoon leuk. In Europa kunnen we nu touren met onze eigen show en misschien zelfs zalen uitverkopen. Naar Amerika gaan we af en toe en elke keer is er meer volk. Maar het blijft afwachten. Het is een traag proces.

Jullie hebben ook door Europa getourd met dEUS en The Joy Formidable. Hoe was dat?

Devoldere: Vooral met dEUS was dat heel leuk, want dat waren onze jeugdhelden. En ze hebben ook een dankbaar publiek, een publiek dat voor veel dingen openstaat, geen publiek dat op elke hype afkomt.

Deprez: Een "klik" met band én publiek, daar doe je het toch voor. Natuurlijk kwamen de mensen voor dEUS en niet voor ons. Zelfs in België. In België is het altijd heel traag gegaan. Zelfs in de Lotto Arena  voelden we dat een groot gedeelte van het publiek ons nog niet kende.

Eerst ben je natuurlijk blij en opgewonden, maar het is vooral hard werken: als je anderhalve maand op tour bent en bijna elke avond moet spelen, besef je dat je niet elke avond kan feesten en dan nog verwachten dat je shows goed zijn.

Je mag op tournee gaan met eender wie. Wie kiezen jullie?

Deprez: Niet eenvoudig, want misschien kiezen we een band en blijkt dat we helemaal niet met hen overweg kunnen.

Devoldere: Arcade Fire of Radiohead zou ik wel zien zitten.

Deprez: Nu zijn we vooral tevreden dat we onze eigen tour kunnen doen en niet meer mee de baan op moeten als support.

11 oktober 2012
Geert Verheyen