Baloji Ex-Starflamlid gaat solo met muzikale autobiografie

Ex-Starflamlid gaat solo met muzikale autobiografie
Baloji is de tweede rapper van de voormalige groep Starflam die aan een solocarrière begint. Nochtans was dat helemaal de bedoeling niet. Baloji was al een tijd gestopt met muziek te maken toen hij in 2004 een brief kreeg van zijn biologische moeder, die hij sinds zijn derde niet meer gezien had. In ‘Hotel Impala’ vertelt hij haar zijn levensverhaal.


Baloji is het resultaat van een avontuurtje tussen zijn moeder en vader, een rijke Kongolese hoteluitbater. Als ‘compensatie’ neemt zijn vader Baloji mee naar België, “het land van Marvin Gaye”, waar hij hem in een Luiks pleeggezin stopt. Tijdens zijn tienerjaren komt Baloji in aanraking met hiphop en vervoegt hij als Balo de rangen van de rapgroep Starflam. Ettelijke ruzies en slechte verkoopcijfers maken een einde aan Starflam en Balo stapt uit de muziekbusiness. Tot die brief van zijn biologische moeder in zijn bus valt. Zij had hem gezien op televisie en was ontzettend blij dat hij muziek maakte. En ze vroeg hem wat hij de afgelopen twintig jaar gedaan had. Met ‘Hotel Impala’ geeft hij haar een zeer uitgebreid antwoord. Niet langer als Balo, maar als Baloji.
 
Baloji: ‘Mijn echte naam, Baloji, is Swahili voor ‘tovenaar’ en heeft een negatieve bijklank. Dat is alsof je ‘Lucifer’ genoemd wordt. En het is zwaar om die naam te dragen. Zeker toen ik een kleine jongen was deden de andere kinderen daar gemeen over. Toen we met Starflam begonnen wilde ik een coole naam, zoals bijvoorbeeld Raekwon The Chef. Ik wist niet wat kiezen en toen zei DJ MIG One: “Neem gewoon Balo, dat is geen probleem”. En sinds onze eerste plaat is het Balo gebleven. Maar ik heb er altijd een afkeer van gehad. Wanneer ik de aanvraag indiende voor de Belgische nationaliteit, wat trouwens zeer moeilijk was, heb ik gevraagd om mijn naam te laten veranderen, maar dat zou € 3000 kosten. Toen ik aan dit album begon heb ik gezegd: “Ik aanvaard het”. Mijn album gaat over wie ik ben, over het leren accepteren van mijn fouten en van mijzelf. Over het accepteren van het feit dat mijn ouders mij de meest vreselijk naam hebben gegeven die er bestaat.
 
Je bent op muzikaal gebied van stijl veranderd. Er zitten meer soul- en afrobeatinvloeden in verwerkt.
 
Wel, de grootste invloed is inderdaad de soul. Maar die invloed was er ook al bij Starflam. Wij sampleden al heel veel soul. Nu zijn er inderdaad invloeden als afrobeat en chanson bijgekomen. Bij Starflam waren we met zijn zevenen en moesten we compromissen maken. En hier had ik de totale vrijheid.
 
Heb je het gevoel dat de groep ooit in de weg heeft gestaan van jouw persoonlijke ontwikkeling als artiest?
Neen, daar heb ik nooit aan gedacht, want ik heb nooit een solocarrière overwogen. Ik denk dat op Akro na niemand van Starflam de competenties bezat voor een solocarrière. Ik had nooit het idee om solo te gaan. Het zijn de omstandigheden en de gebeurtenissen die ertoe geleid hebben om solo een plaat te maken.
 
Voor dit album ben je afgestapt van de gesamplede beats en heb je meer met muzikanten samengewerkt.
Neen hoor, voor mij zijn het nog steeds beats. Kijk, het zit zo. Toen ik aan dit project begon ben ik overal beatmakers gaan zoeken. Maar geen van hen had vertrouwen in mij. Dus zat ik zonder beatmakers en kon ik mijn plaat niet maken. En ik had een zeer scherp beeld van de plaat die ik wou maken. Ik kwam bij hen en ze zeiden allemaal: “Wow, fantastisch, it’s gonna be dope, maar het gaat je twee jaar kosten en momenteel ben ik met dit en dat bezig”. Dus ben ik zelf beats gaan maken. Dan heb ik mensen ontmoet als I.L.L., van vroeger bij Killa Tactics, en Luigi, van Infinit Skills, die echt fantastisch is met beats. He’s the master. En dan zijn er nog een heleboel andere mensen bijgekomen. Ik heb ongeveer met dertig beatmakers gesproken. Ik ben in Antwerpen geweest, in Aalst, Charleroi, Mons,… Ik heb zelf nog beats gemaakt zoals die van Tout Ceci Ne Vous Rendra Pas Le Congo. Ik heb de sample gevonden en achteraf heeft Luigi de drums toegevoegd.
Je moet weten dat er voor dit album twee artiesten een zeer belangrijke invloed hebben gehad. De eerste is Curtis Mayfield, en dan vooral zijn album ‘Curtis’. Op die plaat is er een enorm rijke orkestratie die op sommige nummers erg cinematografisch klinkt. Nummers als The Other Side Of Town, dat opeens vertraagt, We The People Are Darker Than Blu,e dat afrobeatpercussie in zich heeft. Die plaat heeft mij erg geraakt. Een andere grote invloed komt van Kanye West, van zijn plaat ‘Late Registration’. Omdat hij bijvoorbeeld heeft samengewerkt met Jon Brion (van ‘Eternal Sunshine of the Spotless Mind’). Hij heeft op de beats van Kanye West extra toetsen ingespeeld enzovoort. En om op je vraag terug te komen: dat is wat ik op mijn album ook heb gedaan. Ik werkte samen met Luigi aan een beat en we zochten dan muzikanten om strijkers of blazers toe te voegen.
Maar het bleef gewoon een beat, het is geen liveband. Ik houd wel van live, omdat dat toelaat dat de muziek het verhaal en de teksten volgt en benadrukt. In ‘Tout Ceci Ne Vous Rendra Pas Le Congo’ bijvoorbeeld is er een stuk waar de muziek de tekst benadrukt. Ik heb gewoon aan een muzikant gevraagd om dat in te spelen, en dat heb ik dan steeds herhaald. Maar het voordeel van samples is dat er al een zeker gevoel in de muziek zit. Ze zijn al op een bepaalde manier gemasterd, enzovoort.
 
Je noemde Curtis Mayfield en Kanye West als belangrijke invloeden, maar er is nog een muzikant die een belangrijke rol speelt op de plaat en dat is Marvin Gaye.
Marvin Gaye is eigenlijk een excuus. Het is het excuus dat me naar België heeft gebracht, maar het is gewoon een excuus. In feite is het schitterend omdat ik gezien heb dat ik enorm veel geluk heb in mijn leven. En daarom heb ik een plaat gemaakt als deze. Rap is normaal altijd tegen de maatschappij, tegen het systeem, tegen dit en dat. Ik ben in Kongo geweest en ik heb daar beseft: “God damn, I’m a lucky motherfucker”. Ik draag Nikes van € 100 en daar verdienen de mensen twaalf dollar per maand. Ik heb enorm veel geluk. Mijn vader heeft een avontuurtje met mijn moeder gehad en heeft geaccepteerd om mij mee te nemen naar België. Hij woonde in Oostende op het moment dat ook Marvin Gaye daar woonde. Mijn moeder heeft mij achttien maanden geleden op televisie gezien in Congo, op MCM Afrique. Ze heeft mij gebeld en ze heeft gezegd dat ze niet verbaasd was dat ik muziek maakte omdat mijn vader me had meegenomen naar “het land van Marvin Gaye”. Maar dat is gewoon een uitdrukking, Afrikanen spreken vaak zo. Maar in mijn hoofd heeft dat een enorme naklank gehad. Mijn moeder was blij dat ik muziek maakte, maar ik was er eigenlijk al mee gestopt. Toen dacht ik: “Ik heb een enorme kans”.
En natuurlijk is er het laatste nummer op het album, wat van Marvin Gaye is. Het heet I’m Going Home. Toen ik dat hoorde, dacht ik: “Fuck, dit is gewoon voor mij geschreven. In vier zinnen vertelt hij mijn leven”. Want ik heb een album gemaakt dat in episodes mijn leven vertelt, tot op het moment dat ik naar huis terugkeer, naar Lubumbashi.
 
Het is Amp Fiddler die dat nummer ingezongen heeft. Hoe ben je erin geslaagd om hem op je album te krijgen?
Dat was zeer simpel. Eigenlijk wou ik eerst Jamie Lidell in zijn plaats hebben, omdat ik een zeer grote fan ben. Voor mij is hij de nieuwe Otis Redding. Zijn stem en timing… schitterend! Maar hij heeft een week op voorhand afgezegd. Ik was furieus. We hebben toen heel lang en overal gezocht naar een vervanger. We moesten iemand hebben die perfect Engels kon en kon tippen aan het originele nummer. En per toeval heb ik gezien dat Amp drie keer in België kwam spelen. En dan hebben we hem via MySpace en zijn management gecontacteerd. En hij heeft toegezegd. En het was een van de mooiste studiosessies die ik ooit gedaan heb. We hebben nog een nummer van hem opgenomen, voor zijn album, waarop ik de stemmen doe. Het was echt een fantastische samenwerking. Want eerst wou hij dat nummer zelfs niet doen, omdat het niet in zijn bereik lag. Maar ik heb hem mijn verhaal verteld en hij had tranen in zijn ogen. Hij vertelde over zijn moeder, die drie maanden eerder gestorven was, over zijn vader die ook dood was, dat hij zijn land miste. En dan vroeg ik hem om Marvin Gaye te zingen, de Godfather of Detroit, want hij komt ook uit Detroit. We hebben een tijdje gepraat, en dan hebben we het nummer opgenomen. Hij heeft het in één take opgenomen. Hij heeft enkel de outro nog eens opnieuw gedaan. Een fantastische man.
 
Wat is er eigenlijk met je vader gebeurd?
Hij had een hotel in Congo, Hotel Impala, dat tijdens de oorlog vernietigd is. Hij is toen moeten vluchten en ik heb geen nieuws meer van hem vernomen sinds 1993 of 1994. Mijn album ‘Hotel Impala’ noemen is een manier om te zeggen dat ik hem vergeef. No bad feelings. En de idee erachter is dat ik dit album bouw op de ruïnes van Hotel Impala. Ik heb nooit begrepen waarom hij gevlucht is want ik dacht: “Merde, c’est pas grave”.
 
Heeft je moeder de muziek al gehoord?
Ja. De muziek is al klaar sinds november. Ik ben met het album in een speciale hoes met een boekje van 24 bladzijden naar haar gegaan en ik heb het haar laten horen. Dat was een enorm speciaal moment.
 
Een erg interessant nummer op het album is Repris de Justesse, met de sample van Marc Moulin’s Placebo. Van wie kwam dat idee?
Het was een album dat ik niet kende. Ik was in La Maison du Jazz in Luik oude platen van Marc Moulin aan het beluisteren en ik luisterde naar het album ‘Ball of Eyes’ en ik was volledig omvergeblazen. Die muziek was echt voor op zijn tijd. En het nummer zelf, Balek, is echt fantastisch. Ik was toen volop bezig met de opnames van mijn album en kon dit dus perfect gebruiken. Het is dus eigenlijk toevallig gebeurd.
 
Het is Marc Moulin zelf die op jouw versie meespeelt. Hoe is dat gekomen?
Ik ben eraan begonnen met I.L.L., hij had er een beat mee gemaakt. Maar Marc Moulin vond dat garbage. Dus heb ik het zelf opnieuw gemaakt en heeft Luigi er drums onder gezet. Luigi is echt een monster met drums. Big time. We hebben er samen wat aan verder gewerkt en dan heb ik aan Marc zelf gevraagd of hij wou meewerken. Hij heeft de Moog en de bassen ingespeeld.
 
Het is een beetje ironisch, maar boven de deur van de kamer waarin we zitten hangt de gouden plaat van Starflam. Denk je dat jij hetzelfde commerciële potentieel hebt als Starflam?
Fiew…(denkt na). Ik weet het niet. (corrigeert) Ik denk het niet. Er is niet meer dezelfde economische associatie. Bovendien ging het op het einde met Starflam op commercieel vlak bergaf. Het is daarenboven niet de meest gemakkelijke plaat, zeker niet voor Vlamingen. Maar eigenlijk zijn dat mijn grootste zorgen niet. Want weet je, ik heb de plaat gemaakt die ik wilde maken.
Ik wilde eerst absoluut niet bij EMI tekenen. Dat was echt de allerlaatste optie. Maar ze hebben mij carte blanche gegeven. Ze zijn één keer in de studio geweest. Ik had eerst een demo gemaakt met vijf nummers. En met die tracks ben ik naar iedereen toe geweest, maar niemand wilde mij een contract geven. Dan ben ik naar de baas van EMI geweest. Ik liet hem alle nummers horen en als laatste Tout Ceci Ne Vous Rendra Pas Le Congo. Ik dacht dat hij in slaap ging vallen, het was een nummer van acht minuten. Hij was echter superenthousiast en zei: “Met dit gaan we een clip maken in Congo. Acht minuten en half lang”. Ik heb hem recht in de ogen keken en gevraagd: “Are you kidding me?”. Ongelooflijk. En we hebben het gedaan. En het is daarom dat ik met EMI in zee ben gegaan.
Ik ben wel bang dat de hiphopfans dit album niet gaan smaken. Ze gaan het misschien te veel soul vinden. Ik vind Akro de beste rapper die Starflam had, en hij heeft maar 2.000 exemplaren verkocht van zijn soloalbum.
 
Voor je aan dit album begon was je gestopt met muziek maken, maar door de omstandigheden ben je er terug mee begonnen. Wat ga je hierna dan doen?
Ik ga een ‘Volume Two’ maken. Het album komt in twee delen. Dat is mijn hoofddoel. Het gaat iets anders worden dan dit. Het is eigenlijk knettergek en gaat enorm moeilijk worden om te realiseren. Ik denk er elke dag aan als ik opsta. Ik ben er al over aan het praten met de mensen van EMI, maar de voorwaarde is dat ik genoeg opbreng. EMI is een beetje zoals een bank. Ze hebben mij bij wijze van spreken een lening voor mijn huis gegeven. Als ik een tweede huis wil, moet ik de eerste lening terugbetaald hebben. Het is mijn enige doel. Het is waarom ik doe wat ik nu doe. Ik wil op artistiek gebied verder gaan. Bij Starflam liet het succes ons toe veel dingen te doen. Met ‘Donne-Moi De L’Amour’ hadden we amper succes. En dat was zwaar. Ik heb veel muzikanten gecontacteerd die niet met mij wilden samenwerken omdat de laatste Starflam een flop was. De meeste Belgische beatmakers vinden dat Starflam na Survivant niet goed meer was. Als je grote muzikanten wilt ontmoeten moet je een minimum somebody zijn, anders kan je oprotten.

November 8, 2008
Lander Lenaerts