Amatorski - We schrijven geen songs voor de radio

Na hun doortocht op Humo’s Rock Rally viel Vlaanderen massaal als een slappe vod voor Amatorski. Een nummer als Come Home spreekt dan ook alle leeftijden aan. Wij zijn dan ook benieuwd wat moemoe van de nieuwe single Soldier zal vinden. En of ze het viertal postrockers nog zo schattig zal vinden na ‘TBC’. Waar zijn Inne Eysermans en Hilke Ros als je ze nodig hebt... .





Het nieuwe album krijgt overal goede reacties. Lag dat in de lijn van de verwachtingen?

Hilke Ros: Je weet niet echt wat je moet verwachten. Wij waren in elk geval tevreden over het album en dan is het natuurlijk een hart onder de riem als de reacties positief zijn.

Inne Eysermans: Deze plaat klinkt wel anders dan het nummer waar de meeste mensen ons van kennen. We hebben eigenlijk gewoon gedaan waar we zin in hadden.

Ros: De mensen die ons enkel kennen van de radiosingles zullen misschien raar opkijken bij Soldier.



Een nieuwe radiohit scoren zal misschien moeilijker worden met de songs op dit album?


Ros: Het is inderdaad niet zo simpel om singles uit deze plaat te kiezen, maar we gaan nu ook niet speciaal songs beginnen schrijven opdat ze goed op radio zouden werken. We hadden van Come Home ook niet meteen verwacht dat het zo’n groot succes ging worden. Dat gebeurde gewoon.



“Moeilijkere” muziek haalt wel steeds vaker de radio. Dat lijkt dan weer een gunstige evolutie voor jullie.


Eysermans: Wij hebben natuurlijk extra geluk gehad met de Rock Rally. Daardoor stonden we plots een pak dichter bij de mensen. Iedereen kende ons meteen.

Ros: Het is in elk geval niet erg dat zo’n dingen even gehypt worden. Kijk naar James Blake. Het is dan wel zijn meest toegankelijke nummer dat de playlists heeft gehaald, maar daardoor zijn er meer mensen zijn interessante werk gaan appreciëren.  



Wij hebben het gevoel dat jullie alweer enorm gegroeid zijn.


Eysermans: We hebben gewoon hard gewerkt aan dit album. Door het te laten mixen door Darren Allison (Londense producer van o.a. The Divine Comedy en Efterklang, nvdr) heeft het zijn vorm gekregen, maar we wisten niet altijd waar we gingen uitkomen. Het was niet echt beredeneerd.



Zijn het experimenten die aan de basis van dit album liggen of zijn jullie gewoon begonnen met het schrijven van songs?


Ros: We zijn eigenlijk verder gegaan op materiaal dat we al hadden. Sommige demo’s zijn even oud als pakweg Come Home. Er staan uiteraard ook recentere dingen op, maar andere songs moesten nog verder uitgewerkt worden en verschenen nu pas in het daglicht.



Zijn jullie bij de opnames andere opnamemogelijkheden gaan benutten? De vorige ep was vooral in jullie woonkamer opgenomen.


Eysermans: Ja, vorig jaar waren we artist in resident in het TRAC (Kortrijk). dankzij Poppunt ook. We hebben daar een weekje gelogeerd en een technicus meegenomen. Het was de eerste keer dat echt op verplaatsing opnamen, maar er zitten ook nog thuisopnames tussen ook hoor.



Die thuisopnames die gaven natuurlijk wel een aparte klank aan jullie muziek. Had je geen schrik om dat kwijt te spelen wanneer je met producers en mixers ging werken?


Eysermans: Nee hoor. We hebben het nog steeds zelf in handen en dan bepaal je die dingen wel zelf. Het is niet zo dat we ons ding afgaven en ons er dan niet meer bezig hielden.

Ros: Wat dat betreft was er altijd een goede samenwerking met iedereen. De nummers die in de studio zijn opgenomen hadden dat ook nodig.

Eysermans: Het is ook niet makkelijk om alles zelf te mixen. Het moet ook op korte tijd gebeuren. We hebben er even over getwijfeld, maar uiteindelijk was de knoop snel doorgehakt.



Hoe lang is er uiteindelijk aan de plaat gewerkt?

Eysermans: Aan sommige nummers hebben we drie jaar moeten sleutelen.

Ros: Onze tour van 2010 is eigenlijk de voorbereiding geweest van de opnames voor ‘TBC’. We hebben veel van die nummers gespeeld tussen juli en november en rond Kerstmis zijn we dan een week naar de studio geweest. Daar hebben we dan nog blazers en strijkers toegevoegd en dan zijn we voor drie weken naar Londen getrokken voor het mixen.



Hoe viel Londen mee?

Ros: Die samenwerking met Darren was wel spannend natuurlijk. Zijn werk voor Efterklang vonden we alvast geweldig. We hadden al een paar keer over en weer gemaild en telefonisch contact gehad, maar dan zit je plots op de Eurostar naar Londen en dan weet je nog altijd niet wat het gaat geven. Maar het was allemaal heel gezellig. Gewoon bij hem thuis. Je moet je geen grootse studio’s voorstellen (lacht).



Maar hij was dus wel meteen enthousiast over wat jullie gemaakt hadden.

Ros: Ja, toen hij de demo’s hoorde zag hij het volledig zitten. Hij vroeg dan waar wij naartoe wilden en hij begreep ons goed.

Inne: Hij kon onze gedachten het goed omzetten naar de juiste klank.



Dat Scandinavische sfeertje en die triphopinvloeden zitten weer zeer verweven in jullie muziek. Het zijn genres die duidelijk indruk hebben gemaakt op jullie.


Eysermans: Je kan natuurlijk niet ontkennen dat dat iets met je doet.

Ros: Het leuke is dat ieder van ons vier een beetje naar verschillende stijlen luistert en dat die invloeden zo weer in onze muziek sluipen. Daarom vind ik het ook zo moeilijk om onze muziek te omschrijven. Je kan er moeilijk een label op plakken.



Het zijn ook zeer suggestieve nummers geworden hé? Zit er voor jullie zelf een duidelijk verhaal achter?


Eysermans: De nummers staan wel los van elkaar, maar de teksten zijn inderdaad nogal cryptisch.



Willen jullie luisteraars dan nog op een verkeerd been zetten door titels te verzinnen als ‘TBC’,  22 Februar en 8 November?


Ros: Op een verkeerd been zetten is misschien wat sterk uitgedrukt, maar je mag de luisteraar ook nog zelf iets laten invullen hé. Niets zo leuk als je fantasie laten werken.

Inne: Juist, je moet de ruimte kunnen krijgen om er zelf iets mee aan te vangen.



Sommige van jullie nummers werken op die manier ook als een soort van soundtrack. Dat jullie muziek zich daartoe leent, hoor je ook in de film ‘Badpakje 46’. Is dat iets waar jullie verder in willen gaan?


Ros: Er zitten zeker filmische elementen in onze muziek. In het najaar gaan we dan ook een tour doen in de culturele centra waar die dialoog tussen onze muziek en film naar voren komt. Sowieso is het onze ambitie om meer dan alleen muziek aan bod te laten komen, maar ook andere kunstvormen zoals film. We willen daarvoor samenwerken met jonge filmmakers.



Jullie kregen al wel eens de commentaar dat jullie het soms moeilijk hadden om grote zalen live in te pakken. Vandaar die zet?


Eysermans: Zoiets hangt meer af van het moment. De sfeer moet goed zitten. Dat kan evengoed gebeuren in een kleine zaal.

Ros: Het publiek moet mee zijn met de sfeer ook. Onze muziek past niet als je niet mee bent. Wij kunnen nu eenmaal niet het podium opspringen en een coole gitaarrif spelen om het open te trekken. Maar meestal hebben we een zeer aandachtig publiek.



Gonjasufi gaf tijdens zijn “concert” in Trix in Antwerpen er na anderhalf nummer de brui aan omdat hij vond dat het publiek niet genoeg moeite deed. Is dat dan de schuld van de toeschouwers?


Eysermans: Nee, maar je werkt wel verschillen. In Leuven hadden we het gevoel dat de mensen veel dichter bij ons stonden dan in de rest van Vlaanderen, waar ze over het algemeen toch iets stugger zijn. Daar kunnen ze enorm genieten van een concert, maar daar laten ze het minder makkelijk zien. En dat is best raar voor ons.



Zijn er nu al concerten waar jullie naar uit kijken om te kunnen spelen?

Ros: Het optreden in het Rivierenhof samen met Cocorosie zal wel een van de hoogtepunten worden.



In Nederland beginnen jullie zo stilaan ook voet aan de grond te krijgen. Hoe zit het met de rest van de wereld?

Ros: Ja, we merken bijvoorbeeld aan onze Twitter search dat het in Nederland ook stilaan begint te bewegen. Concrete plannen hebben we er echter nog niet. Ook niet wat andere landen betreft. We zien wel wat er komt.

7 juni 2011
Koen Van Dijck