Adam Cohen - Zo vader, zo zoon

Leonard Cohen stond de voorbije jaren weer volop in de actualiteit met een magische tournee, die hem enkele keren naar België bracht en even veel keren rond de wereld. Hij zong er zijn eindeloos mooie ballades over zijn ondertussen mythische vrouwen Suzanne, Marianne en Nancy. Een mens zou erbij vergeten dat hij ook een zoon heeft: Adam Cohen, reeds enkele jaren actief in de business en, sinds kort, niet te beroerd om die naam met trots te dragen. Adam Cohen brengt op 3 oktober een cd uit die volledig in de lijn van dad’s work ligt. Dat lijkt ons risky business en daarvan wilden we wel het fijne weten? Dus belden we even naar de overkant en hoorden we duidelijke en goed gearticuleerde antwoorden.





Vijf jaar geleden stapte je uit de muziekbusiness ? Waarom ?

Adam Cohen:
Het had allemaal te maken met een reeks tegenslagen en mislukkingen die me eerder ontmoedigden. En toen de reeks te lang werd, ben ik maar gestopt.



Waarom begin je nu dan aan een tweede carrière ? 

Ik werd de laatste tijd erg aangemoedigd door een goeie vriend van me, Patrick Leonard. Ik mocht zijn studio gebruiken en hij zorgde voor een schare uitgelezen, peperdure muzikanten, die hij ook nog eens betaalde. Zulk een kans kon ik natuurlijk niet laten schieten. Bovendien gaf hij me een strak schema van hoe ik het songschrijven moest aanpakken, hoe zo’n productie het best verliep. Niet dat ik me er zo gemakkelijk bij voelde, maar het leidde wel tot een vlotte samenwerking en een, voor mij althans, uitstekend resultaat. Ik moest me alleen maar bezig houden met mijn songs. Al de rest nam Leonard voor zijn rekening.



Heeft de wereldwijde comeback van Leonard Cohen je enigszins aangezet om opnieuw naar de gitaar te grijpen ?

Ongetwijfeld. Er zijn in feite drie redenen die me terug aan het schrijven gezet hebben. Eerst was er dat gevoel van mislukking, dat ik daarnet al vermeld heb. Ten tweede heeft de triomf van mijn vader me ook zeker geïnspireerd. En ten derde ben ik vader geworden en voelde ik mezelf als een schakel tussen mijn vader en mijn zoon. Ik moest gewoon iets, dat ik zelf gekregen had, doorgeven.



W
at deed je al die tijd? Naar welke muziek luisterde je?


Ik ben altijd wel serieus bezig geweest met allerlei projecten, maar eerder in de luwte: ik heb een scenario geschreven, maakte een heuse rockplaat, die nooit is uitgekomen, en schreef nog wat andere dingen. Maar niets daarvan kwam naar buiten.



Hoe evolueerde de muziekscene in jouw ogen?

Het is allemaal veel vrijer geworden en daardoor ook een pak boeiender. Gedaan met de verstikkende formats: iedereen mag alles doen en gebruiken, wat er zich aandient. Men kan gewoon nemen wat er in de lucht hangt en er iets mee doen.



Bij de start van je nieuwe carrière profileer je jezelf duidelijk als zoon van, schrijf je duidelijk muziek in de stijl van. Waarom heeft het zolang geduurd vooraleer deze outing mogelijk werd ? Waarom ontkende je zolang je roots ?

Interessante vraag. Ik denk dat het een kwestie van moed, of het gebrek daaraan moet geweest zijn. En ondertussen ben ik er natuurlijk ook achtergekomen dat die muziek uit de sixties, zoals mijn vader die toen maakte, ook echt heel goed was. Ik heb dus echt geen angst meer om zoals hem te klinken.



Is het geen risico om een plaat à la Leonard Cohen te maken? Dan pas zal je echt vergeleken worden. Is het niet veiliger om gewoon je eigen weg te zoeken en je eigen smaak te volgen?

Natuurlijk bestaat het risico dat ik met mijn vader vergeleken word. Anderzijds heb ik geprobeerd met een totaal eigen stijl naar buiten te komen en ik weet tot wat dat geleid heeft. Nu zit ik veel meer met een gevoel van herkenning: I know that sound en dat geeft me een prettig gevoel.



D
eze plaat lijkt mij heel simpel en toegankelijk: geen moeilijke, elektronische toestanden, geen productionele hoogstandjes, geen cryptische teksten. Was dat een bewuste keuze uit overtuiging of uit commerciële strategie?

Het commerciële aspect van een plaat deed helemaal niet ter zake. Het was gewoon het moment om met die plaat naar buiten te komen. Veel van die teksten heb ik al jaren geleden geschreven. Maar ik durfde er niet mee naar buiten komen, precies omdat ik dacht dat mijn vader een te hoge en een veel betere standaard met zijn muziek had gezet. Het is gewoon omdat ik me de laatste tijd meer in lijn met mijn vader en mijn zoon heb willen zetten dat die songs naar boven zijn gekomen. Ik was klaar om in zijn stijl te werken.



Wat vindt je vader van je nieuwe werk ? Praat hij erover met jou?

Natuurlijk praat hij erover ! En hij is nog behoorlijk trots ook. Hij vindt het mijn beste werk tot hiertoe.



Rufus Wainwright, Jakob Dylan, Harper Simon, Adam Cohen, Sarah Lee Guthrie, ... allemaal zoon of dochter van. Ontmoeten jullie elkaar wel eens en praten jullie dan wel eens over jullie wat aparte statuut?

Ik spreek daar nooit over hoewel ik al die mensen heel vaak zie. Onder elkaar praten we er eigenlijk nooit over. We zijn allemaal met ons eigen ding bezig en willen dat zo goed mogelijk afwerken. Naar buiten toe is het niet moeilijk om zo’n beroemde vader te hebben. Het is pas echt zwaar wanneer je alleen op je kamer zit, achter dat lege witte blad en je weet dat je een bepaalde standaard zal moeten halen. Dat is een hele uitdaging voor ons allemaal. Maar voor de rest heb ik een unieke relatie met mijn vader zoals Chris Crosby er een heeft met David en Jakob met Dylan. Zoals iedereen een unieke relatie heeft met zijn eigen vader.



Wat mogen we van de komende tournee verwachten?

We gaan proberen de warme sound van de studio ook live opnieuw te creëren. Ik kom met een kleine bezetting met enkel een jonge, erg knappe celliste en een oude vriend van me die het slagwerk en de toetsen doet. Erg intiem allemaal.



Bedankt voor het gesprek, Adam, we zien elkaar in Brussel.

Adam Cohen speelt op 18/11 in de AB.

3 oktober 2011
Frank Tubex