Sobertrist - 'Compromise'

Een goede naam dekt de lading. Het is een les die de mannen en vrouwen van Sobertrist ter harte hebben genomen. Het Gentse vijftal steekt voor het eerst de neus aan het venster met muziek die we wel eens "triest" en misschien zelfs "sober" durven noemen. Zelf spreekt de band over “grimmig geweld, broze liefde en tastbaar verlangen.“ Grimmig willen we hen gerust geven, maar dan moeten ze ook het - voorlopig - minder flatterende etiket "broos" accepteren. Want ondanks het indrukwekkende vakmanschap dat deze jonge band nu al laat horen, wringt het her en der nog iets te veel.
Voorbeeld bij uitstek is opener Annabel Lee. Muzikaal doet het ons bij momenten denken aan Dans Dans of Flying Horseman, maar op vlak van tekst en zang doet het ons bitter weinig. De sfeer katapulteert ons om één of andere reden ook naar de Middeleeuwen, een tijd die niet voor niets "The Dark Ages" wordt genoemd.
Er is natuurlijk altijd een maar en die laat al snel van zich horen. Titeltrack Compromise toont aan hoe het ook kan: melodieuze samenzang die niet naast, maar mét de muziek bestaat. De song mist net dat tikkeltje magie, dEUS noemt het wel eens "de man met de paardenkop", maar komt al aardig in de buurt. Popmuziek met een hoek af.
Dat er een hoek af is, blijkt ook uit 1945. Neem het van ons aan: je moet al van goeden huize zijn om met zo'n titel weg te komen. Wat ons betreft zijn er slechts twee richtingen waar een song als deze uit kan gaan: of je vervalt in clichérijke pastiche ofwel laat je alle sérieux vallen en maak je een eigenwijze song. Sobertrist helde gevaarlijk lang in de verkeerde richting, maar op de valreep gaan ze voluit voor optie twee. Met dank aan een onheilspellende, maar o zo effectieve, luchtsirene.
Na vier songs zit het er helaas al op. The Flame zou niet misstaan als afsluiter van een full album, maar nu lijkt het nummer toch iets "te vroeg" te komen. Wel willen we van de gelegenheid gebruik maken om bassiste Annelore Peeters in de kijker te zetten. Vier songs lang zweert de band bij een stel verdomd groovy baslijnen. En u weet ondertussen dat dat op ons gevoel werkt als het betere kattenkruid op een krolse kater.
Zelf categoriseert de band zich niet graag in één of andere hokje, maar een recensent zou zijn job niet doen moest hij niet koppig en eigenwijs zijn. Eerder vergeleken we de sound van Sobertrist al met het betere werk van Bert Dockx, wat op zich al een bijzonder compliment is, maar daar zit het totaalplaatje toch net iets beter in elkaar. Sobertrist heeft genoeg eigenschappen om een eigen smoel te hebben. Denk maar aan de prominente baspartijen, de meerstemmigheid en vrouwelijke backings. Alleen mist die smoel voorlopig nog een paar littekens.